L-prof voet detail (1020)
LProf voetdetail (1020) voegt een steunprofiel toe aan het uiteinde van een ligger of een kolom om een basis te vormen voor een verbinding.
Gemaakte objecten
-
Cleatprofiel
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Een steunprofiel wordt toegevoegd aan het uiteinde van een ligger. |
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (ligger of kolom die een C- of samengesteld C-profiel heeft).
-
Wijs een positie op de ligger of kolom aan.
Het detail wordt automatisch gemaakt wanneer u de positie aanwijst.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Cleatprofiel |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding voor het definiëren van de speling van het steunprofiel ten opzichte van het hoofdonderdeel.
Speling steunprofiel

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Speling tussen de onderzijde van het steunprofiel en het uiteinde van de ligger of kolom. |
20 mm |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.
Onderdeel
| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
|
Cleatprofiel |
Selecteer het profiel in de profielendatabase. |
L 100*100*10 |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters voor het definiëren van de locatie en de randafstand van het steunprofiel en of er gaten of bouten worden gemaakt.
Locatie steun
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het profiel van de steun wordt aan beide zijden gemaakt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Het profiel van de steun wordt aan de rechterzijde gemaakt. |
|
|
Het steunprofiel wordt aan de linkerzijde gemaakt. |
Bouten of gaten maken.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er worden gaten gemaakt in de steunpoten die de basis vormen. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Er worden bouten gemaakt in de steunpoten die de basis vormen. |
Randafstand hoeksteun

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Afstand van de steun vanaf de rand van de ligger- of kolomflens. |
Profielhoogte – 2*(flens t + r + 10 mm) |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Bouten naar de voet. Definieer de afstand vanaf de achterzijde van de steun tot de bouten in de zijde van de steun. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Doordringlengte
Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Boutrichting
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Boutrichting 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Boutrichting 1 |
|
|
Boutrichting 2 |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:





