Objecteigenschappen opslaan en laden in het eigenschappenvenster of in de dialoogvensters

Tekla Structures
Aangepast: 16 dec 2025
2026
Tekla Structures

Objecteigenschappen opslaan en laden in het eigenschappenvenster of in de dialoogvensters

Het eigenschappenvenster en veel dialoogvensters hebben de mogelijkheid om de eigenschapsgegevens op te slaan in eigenschapsbestanden. U kunt deze opgeslagen eigenschappen later laden wanneer u nieuwe objecten maakt.

U kunt bijvoorbeeld de eigenschappen definiëren voor elk objecttype dat u wilt maken voordat u begint met modelleren, en dan deze door de gebruiker gedefinieerde eigenschappenbestanden gebruiken wanneer u nieuwe objecten maakt. Tekla Structures slaat de door de gebruiker gedefinieerde eigenschappenbestanden op in de map \attributes van het huidige model, ook de eigenschappen van subdialoogvensters.

U kunt objecteigenschappen in het eigenschappenvenster of in een dialoogvenster opslaan en laden, afhankelijk van het objecttype.

Eigenschappen in het eigenschappenpaneel opslaan en laden

Gebruik het eigenschappenvenster om de eigenschappen van model- of tekenobjecten op te slaan en te laden.

  1. Klik op een model-of een tekeningobject om de huidige eigenschappen in het eigenschappenvenster weer te geven.
  2. In het eigenschappenvenster kunt u de eigenschappen die u wilt opslaan wijzigen of invoeren.
  3. Voer in het vak naast de knop een naam in voor het eigenschappenbestand waarin de eigenschappen worden opgeslagen.

    Bijvoorbeeld MijnEigenschappen.

  4. Klik op om de eigenschappen in het eigenschappenbestand op te slaan.

    Het eigenschappenbestand wordt nu in de huidige modelmap opgeslagen.

  5. Als u de opgeslagen eigenschappen wilt laden, selecteert u het eigenschappenbestand in de lijst.
    • Als u meerdere eigenschappenbestanden in de lijst hebt, begint u de gewenste naam van het eigenschappenbestand in te voeren om de lijst te filteren. Druk dan op Enter om het te selecteren.

    • Als u een object in het model of de tekening selecteert en een eigenschappenbestand in het eigenschappenvenster laadt, worden de eigenschappen en de gebruikersattributen (UDA's) geladen. Gewijzigde waarden worden in het eigenschappenvenster geel gemarkeerd. Klik op Wijzigen om de nieuwe waarden toe te passen.

      Als er alleen wijzigingen in de UDA-waarden in het UDA-dialoogvenster zijn en niet in de waarden in het eigenschappenvenster, wordt de knop Wijzigen in het eigenschappenvenster niet ingeschakeld. Klik in het UDA-dialoogvenster op Wijzigen om de UDA-waarden te activeren.

    • Als u in het model een commando voor het maken van een object start en een eigenschappenbestand in het eigenschappenvenster laadt, worden de eigenschappen en gebruikersattributen (UDA's) onmiddellijk gebruikt en maakt Tekla Structures het object met de geladen waarden.

    Opmerking:

    Als het UDA-dialoogvenster is geopend wanneer u een eigenschappenbestand in het eigenschappenvenster laadt, wordt het UDA-dialoogvenster bijgewerkt en worden de in het bestand opgeslagen waarden van de gebruikersattributen weergegeven. Als u echter eerst een object selecteert en een eigenschappenbestand laadt en pas dan het UDA-dialoogvenster opent, worden in het dialoogvenster de UDA-waarden van het geselecteerde object weergegeven.

    Als u wilt controleren welke UDA-waarden in een bestand worden opgeslagen, moet u eerst het UDA-dialoogvenster openen of het eigenschappenbestand opnieuw openen nadat het UDA-dialoogvenster is geopend.

  6. U brengt als volgt wijzigingen in een bestaand eigenschappenbestand aan:
    1. Laad het eigenschappenbestand dat u wilt wijzigen.
    2. Wijzig de eigenschappen.
    3. Klik op .

      Tekla Structures slaat de wijzigingen op in het eigenschappenbestand dat in de lijst wordt weergegeven, waarbij het oude eigenschappenbestand wordt overschreven.

      Tekla Structures gebruikt de nieuwe eigenschappen de volgende keer dat u een object van hetzelfde type maakt.

      Als u een object met de standaardwaarden in plaats van de opgeslagen eigenschappen wilt maken, laadt u eerst het standaardbestand.

Eigenschappen in een dialoogvenster opslaan en laden

Gebruik deze methode voor eigenschappen die in een traditioneel dialoogvenster worden weergegeven. Bijvoorbeeld met venstereigenschappen.

  1. Open het eigenschappendialoogvenster.
  2. Wijzig in het dialoogvenster de eigenschappen die u wilt opslaan of voer deze in.
  3. Voer in het vak naast de knop Opslaan als een naam in voor het eigenschappenbestand waarin de eigenschappen worden opgeslagen.

    Bijvoorbeeld MijnEigenschappen.

  4. Klik op Opslaan als om de eigenschappen in het eigenschappenbestand op te slaan.

    Het eigenschappenbestand wordt nu in de huidige modelmap opgeslagen.

  5. Als u de opgeslagen set met eigenschappen wilt laden, selecteert u het eigenschappenbestand in de lijst en klikt u op Laad.

    Als er meerdere eigenschappenbestanden in de lijst zijn, begint u de gewenste naam van het eigenschappenbestand in te voeren om de lijst te filteren. Druk dan op Enter om het te selecteren.

  6. U brengt als volgt wijzigingen in een bestaand eigenschappenbestand aan:
    1. Laad het eigenschappenbestand dat u wilt wijzigen.
    2. Wijzig de eigenschappen.
    3. Klik op Opslaan.

      Tekla Structures slaat de wijzigingen op in het eigenschappenbestand dat in de lijst wordt weergegeven, waarbij het oude eigenschappenbestand wordt overschreven.

Bestaande eigenschappen verwijderen

U kunt de door de gebruiker gedefinieerde eigenschappenbestanden handmatig verwijderen door deze uit de map \attributes van het model te verwijderen.

  1. Verwijder het geselecteerde eigenschappenbestand uit de map \attributes van het model.

    De eigenschappen kunnen afhankelijk van hun type verschillende bestandsextensies hebben.

  2. Start Tekla Structures opnieuw op.
Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende