Coördinatensysteem
Tekla Structures gebruikt twee coördinatensystemen: de algemene en het lokale coördinatensysteem. Het lokale coördinatensysteem staat ook bekend als het werkvlak.
Globaal coördinaten systeem
Het globale coördinatensysteem is de belangrijkste referentie om objecten te positioneren in Tekla Structures. Het wordt aangegeven door een groen kubussymbool op de globale oorsprong (x=0, y=0, z=0). Het globale coördinatensysteem is statisch en kan niet worden gewijzigd.

Plaats het model niet ver van de oorsprong af. Als u modelobjecten ver van de oorsprong af maakt, kan het snappen naar punten in de modelvensters onnauwkeurig worden. Hoe verder u van de oorsprong af modelleert hoe minder nauwkeurig alle berekeningen worden.
Als u een ander coördinatensysteem moet gebruiken om referentiemodellen in te voegen of IFC-modellen te exporteren, kunt u basispunten gebruiken. Wanneer u basispunten gebruikt, kunt u de coördinaten klein houden en het model waar nodig vinden. Instructies hiervoor vindt u in Basispunten.
Lokaal coördinatensysteem (werkvlak)
Het lokale coördinatensysteem, ook bekend als het werkvlak, kunt u aanpassen op uw modelleerbehoeften. Het wordt aangegeven met een symbool van een rode werkvlakpijl dat het xy-vlak aanduidt. De z-richting volgt de rechterhandregel.

De meeste commando's die afhankelijk zijn van het coördinatensysteem, gebruiken de coördinaten van het werkvlak. Voor het maken van punten, positioneren van onderdelen en kopiëren maakt u bijvoorbeeld altijd gebruik van het coördinatensysteem van het werkvlak. Het werkvlak is modelspecifiek, dus is het in alle vensters hetzelfde.
U kunt het werkvlak op elke willekeurige positie instellen door punten aan te wijzen of door een vlak te selecteren. Dit kan het eenvoudiger maken om onderdelen nauwkeurig te plaatsen, bijvoorbeeld wanneer u schuine onderdelen modelleert. Instructies voor het instellen van het werkvlak vindt u in Het werkvlak verschuiven.
Het werkvlak heeft ook een eigen rood stramien dat kan worden gebruikt om onderdelen te positioneren. U kunt dit stramien indien nodig weergeven of verbergen. Instructies hiervoor vindt u in Het werkvlakstramien weergeven of verbergen.

Coördinatensymbool
Het symbool van het lokale coördinatensysteem bevindt zich rechts onderin het modelvenster. Het volgt het werkvlak en geeft de richting van het model aan.

Klik op de besturingsassen voor navigatie in het lokale coördinatensysteemsymbool om het modelvenster te roteren van 3D naar een 2D-vlak. Het modelvenster roteert rond het huidige rotatiepunt naar het geselecteerde 2D-vlak. Als u het model wilt controleren met een ander venster, klik dan op een andere besturingsas in het symbool. Roteer het model met de muis om terug te keren naar het 3D-venster.
Werkbalk Werkvlak
Als u basispunten of opgeslagen werkvlakken hebt gedefinieerd, dan kunt u de Werkvlakverwerker-werkbalk gebruiken om te selecteren welk werkvlak u momenteel in gebruik hebt in het model. Instructies hiervoor vindt u in Het werkvlak selecteren.