Templates in labels toevoegen

Tekla Structures
2020
Tekla Structures

Templates in labels toevoegen

U kunt met de Template Editor aangepaste grafische templates maken (.tpl) en deze als elementen in alle typen labels, maatlijnlabels en associatieve opmerkingen in alle tekeningtypen toevoegen.

In de labeltemplates kunt u gedetailleerde informatie van een instortvoorziening of merk opnemen, zoals het gebruikte submateriaal. U kunt ook een template gebruiken waarmee de eenheid en het aantal decimalen in waarden van een label worden gewijzigd. U kunt met behulp van de Template Editor ook grafische objecten toevoegen.

Als u templates in maatlijnlabels of tags wilt toevoegen, moet u de Maatlijn eigenschappen in een geopende tekening wijzigen. U kunt de maatlijneigenschappen opslaan en de opgeslagen eigenschappen in gebruik nemen wanneer u automatische maatlijnen maakt.

De grootte van de templates in onderdeellabels wordt berekend volgens de werkelijke grootte van de template-inhoud. Alleen regels en tekst in de template worden in beschouwing genomen bij het berekenen van de exacte grootte. Dit betekent bijvoorbeeld dat cirkels of bitmaps in de template geen enkel effect hebben.

Beperkingen: Labeltemplates ondersteunen geen grafische bestanden zoals de andere grafische tekeningtemplates.

Voordat u een template toevoegt in een label, moet u ervoor zorgen dat de template die u gebruikt geen marges bevat.

  1. Klik op het tabblad Tekeningen & Lijsten op Tekening­eigenschappen en selecteer het tekeningtype.
  2. Laad tekeningeigenschappen die zo dicht mogelijk aansluiten op degene die u nodig hebt.
  3. Onderdeel-, merk- en betontekeningen: Klik in de optiestructuur aan de linkerzijde op Maken aanzicht, selecteer het aanzicht en de eigenschappen die u wilt wijzigen en klik op Aanzichteigenschappen.
  4. Klik op het labeltype dat u wilt wijzigen.

    Klik bijvoorbeeld op Onderdeellabel.

  5. Dubbelklik in het dialoogvenster met labeleigenschappen op het element Template om dit in de lijst Beschikbare elementen in het label toe te voegen.

    Hierdoor worden alle andere elementen verwijderd uit het label.

  6. Selecteer een template in de lijst in het dialoogvenster Labelinhoud - template.
    Als u nog geen template hebt gemaakt of de template wilt bewerken, kunt u dat vanaf hier doen door Maak nieuw... of Bewerken... te selecteren.

    Als u de template hier bewerkt, worden de wijzigingen toegepast in alle tekeningen met labels waarin de gewijzigde template voorkomt.

  7. Klik op OK om naar de labeleigenschappen terug te gaan.
  8. Sla de labeleigenschappen met een unieke naam voor later op.
  9. Onderdeel-, merk- en betontekeningen: Klik op Opslaan om de wijzigingen in aanzichteigenschappen op te slaan en Sluiten om naar tekeningeigenschappen terug te gaan.

    Overzichttekeningen: Klik op OK.

  10. Klik op Opslaan om de tekeningeigenschappen op te slaan, klik vervolgens op OK en maak de tekening.
  11. Kopieer indien nodig de opgeslagen bestanden met labeleigenschappen uit de map <model>\attributes naar uw bedrijfs- of projectmap.
Tip:

Standaard wordt naar de labeltemplates gezocht in de volgende mappen en in deze volgorde:

%XS_TEMPLATE_DIRECTORY%\mark

ModelDir\mark

%XS_PROJECT%\mark

%XS_FIRM%\mark

%XS_TEMPLATE_DIRECTORY_SYSTEM%\mark

%XS_SYSTEM%\mark

De labelmapnaam kan worden gewijzigd met de variabele XS_​TEMPLATE_​MARK_​SUB_​DIRECTORY

Voorbeeld

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende