Snappen in tekeningen

Tekla Structures
Aangepast: 10 mrt 2026
2026
Tekla Structures

Snappen in tekeningen

U kunt in tekeningen op dezelfde manier als in het model naar posities snappen. U kunt tijdens het plaatsen van tekeningobjecten of het schetsen ook naar orthogonale hoeken snappen. Het zoomniveau heeft op zodanige wijze invloed op het vrij snappen dat hoe dichterbij u inzoomt hoe nauwkeuriger u kunt snappen. U kunt ook een schetsobjecten op een opgegeven afstand in de aangegeven richting plaatsen.

U kunt niet naar blanco lijnen snappen.

Zie Naar posities snappen voor meer informatie over het snappen in het algemeen.

Tekeningsnapknoppen en snapinstellingen

Snapknoppen tekenen:

Met het dialoogvenster Snapinstellingen tekening (Bestand > Instellingen > Snapinstellingen) kunt u de snapinstellingen in de tekening weergeven en wijzigen. Deze instellingen zijn gebruikerspecifiek.

Objecten toevoegen met behulp van een snapstramien

Een snapstramien maakt het eenvoudiger om objecten in een tekening toe te voegen en uit te lijnen, omdat u daarmee alleen op ingestelde intervallen naar punten kunt snappen. Gebruik een snapstramien wanneer u punten aanwijst met de snapknop Snap vrij.

  1. Klik in een geopende tekening in het menu Bestand op Instellingen > Snapinstellingen.
  2. Definieer de stramienintervallen in de vakken Tussenafstand.

    Als de afstand van de x-coördinaat bijvoorbeeld 20 is, kunt u met intervallen van 20 eenheden in de x-richting naar punten snappen.

  3. Definieer indien nodig offsets voor de oorsprong van het snapstramien in de vakken Oorsprong.
  4. Schakel het selectievakje Actief (indien de vrije snap aanstaat) in om het snapstramien in te schakelen.

    Het snapstramien wordt in de tekening geactiveerd en gevisualiseerd. In het eerste voorbeeld hieronder is de snap Tussenafstand ingesteld op 20 en in het tweede voorbeeld op 10.

  5. Klik op OK.

    Wanneer u nu punten met de snapknop Snap vrij aanwijst, kunt u alleen op ingestelde intervallen naar punten snappen. Het snapstramien zelf is onzichtbaar in het model.

Naar orthogonale punten in een tekening snappen

Gebruik de tool Orthogonaal om naar het dichtstbijzijnde orthogonale punt in een tekening te snappen. U kunt de orthogonale hoek opgeven in Snapinstellingen tekening (Bestand > Instellingen > Snapinstellingen). Orthogonaal snappen gebruiken is handig als u bijvoorbeeld associatieve opmerkingen op een consistente wijze moet plaatsen of een polygoon met een bepaalde hoek moet schetsen. U kunt vooraf gedefinieerde orthogonale hoeken gebruiken en aangepaste hoeken opgeven.

  1. Open een tekening.
  2. Klik in het menu Bestand op Instellingen en selecteer het selectievakje Orthogonaal om orthogonaal snappen te activeren.

    De toetsenbordsneltoets is standaard O.

  3. Klik in het menu Bestand op Instellingen > Snapinstellingen.

    U hebt in het model dezelfde snapinstellingen beschikbaar, maar deze instellingen hebben geen effect op tekeningen.

  4. Stel de snaphoeken op één of beide van de volgende manieren in:
    • Hoekinterval: schakel het selectievakje naast Hoekinterval in en selecteer vervolgens een vooraf gedefinieerde hoek: 10, 15, 30, 45, 90.
    • Aangepaste hoeken: schakel het selectievakje naast Aangepaste hoeken in en definieer de aangepaste hoeken waar u naar wilt snappen, bijvoorbeeld 12,5 of 17,5.

  5. U kunt verschillende snapinstellingen opslaan door in het vak Opslaan als als een unieke naam in te voeren en op Opslaan als te klikken.

    De instellingen worden opgeslagen in de map \attributes onder de modelmap.

  6. Klik om de nieuwe instellingen op te slaan en toe te passen.

In het onderstaande voorbeeld voegt u eerst een tekst met een aanhaallijn toe met een hoek van 60 graden ten opzichte van het onderdeel:

Vervolgens voegt u een nieuwe tekst met dezelfde hoek toe.

Vrij snappen

Vrij snappen in tekeningen is gebaseerd op het zoomniveau in tekeningen: hoe dichterbij u inzoomt, des te nauwkeuriger u kunt schetsen. U kunt bijvoorbeeld eenvoudiger rechthoeken maken die een exacte lengte hebben wanneer u dichterbij inzoomt. De snapstap wijzigt afhankelijk van het zoomniveau van 1 naar 1000 (1/16“ - 5'). U kunt maatlijnen volgen terwijl u schetst.

Een schetsobject op een opgegeven afstand plaatsen

U kunt naar een opgegeven afstand in de aangegeven richting snappen en een schetsobject op die positie plaatsen. U kunt de coördinaat voor de afstand opgeven in het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in. Vervolgens voegt u een lijn toe.

  1. Op het tabblad Tekening op Lijn om de lijntool te activeren.

  2. Houd Ctrl ingedrukt en wijs een oorsprong aan.

  3. Wijs in de richting waar u het startpunt van de lijn wilt plaatsen.

    Hier moet de boutgroep 30 mm naar rechts worden verplaatst. De lijn geeft dan de nieuwe positie voor de groep aan.

  4. Voer bijvoorbeeld de afstand 30 in.

    Het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in wordt geopend.

  5. Wanneer u de afstand hebt ingevoerd, klikt u op OK. Tekla Structures geeft het beginpunt van de lijn aan.

  6. Wijs een eindpunt voor de lijn aan.

  7. Maak een maatlijn om te controleren of de afstand juist is.

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende