Gebruikerscomponenten definiëren

Tekla Structures
Aangepast: 31 okt 2025
2026
Tekla Structures

Gebruikerscomponenten definiëren

U kunt aangepaste componenten definiëren die alle benodigde details hebben.

Begin met het definiëren van een eenvoudige gebruikerscomponent die u later kunt wijzigen. Het definiëren van een eenvoudige gebruikerscomponent duurt meestal slechts enkele minuten. U kunt meer tijd besteden aan het definiëren van uw gebruikerscomponenten als u van plan bent deze in toekomstige projecten te gebruiken.

Door de gebruikerscomponenten verder te bewerken, kunt u zelfinstellende parametrische gebruikerscomponenten definiëren die automatisch worden aangepast aan wijzigingen in het model. Dit vraagt meer tijd, maar kan in een later stadium de moeite waard zijn, omdat u dan een groep parametrische gebruikerscomponenten hebt die u kunt gebruiken in meerdere modellen of projecten.

U maakt als volgt uw eigen componenten:

  1. Begin door een vergelijkbare systeemcomponent toe te passen in het model en explodeer dit dan.
  2. Wanneer de objecten los zijn van elkaar, definieert u met behulp van de objecten de gewenste gebruikerscomponent in de Gebruikerscomponenten wizard.
  3. Gebruik de nieuwe gebruikerscomponent in een geschikte situatie in het model.

Gedetailleerde instructies vindt u hieronder.

Een bestaande component exploderen

Wanneer u een gebruikerscomponent gaat definiëren, raden we u aan dat eerst een vergelijkbare systeemcomponent in het model toepast en deze vervolgens explodeert. Exploderen betekent dat u het groeperen van de objecten van een bestaande component opheft. Nadat de objecten zijn losgemaakt, kunt u naar eigen wens objecten wijzigen, verwijderen of toevoegen en vervolgens met deze objecten nieuwe gebruikerscomponenten maken. Het exploderen van een component en het gebruik van de losgekoppelde objecten als basis voor een nieuwe gebruikerscomponent kan handig zijn wanneer u sneller gebruikerscomponenten wilt maken.

U kunt ook de afzonderlijke componentobjecten maken die nodig zijn in een gebruikerscomponent, zoals onderdelen, uitsnijdingen, fittingen en bouten.

  1. Selecteer in een Tekla Structures-model de component die u wilt exporteren.
  2. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Component exploderen.

    Tekla Structures scheidt de componentobjecten. U kunt de objecten wijzigen en deze gebruiken wanneer u nieuwe gebruikerscomponenten definieert.

Een gebruikerscomponent definiëren in de wizard Gebruikerscomponent

Het volgende voorbeeld geeft weer hoe u een eenvoudige gebruikersverbinding definieert.

  1. Klik op de knop Applicaties en componenten in het zijvenster om de database Applicaties en componenten te openen.
  2. Klik op de knop Toegang tot geavanceerde functies en selecteer Gebruikerscomponent definiëren....

    Het Gebruikerscomponenten wizard dialoogvenster wordt geopend.

  3. Selecteer het componenttype in de lijst Type: verbinding, detail, verbindingsdetail of onderdeel.
  4. Voer in het vak Naam een unieke naam voor de component in.
  5. Wijzig de andere eigenschappen op de tabbladen Type/Opmerkingen, Positie en Geavanceerd en klik vervolgens op Volgende >.
  6. Selecteer in het model de objecten die u in de gebruikerscomponent wilt opnemen.

    U kunt gebiedsselectie gebruiken om meerdere objecten tegelijkertijd te selecteren. De hoofdonderdelen, aansluitende onderdelen en de stramienen worden genegeerd wanneer u objecten selecteert voor de gebruikerscomponent.

    Opmerking:

    Als u geen gewenste objecten in het model kunt selecteren, controleert u de selectieknoppen en de selectiefilterinstellingen.

    Als u aanpassers van stavensets in de gebruikerscomponent wilt opnemen, doet u het volgende:

    • Zorg ervoor dat Rechtstreekse wijziging is uitgeschakeld wanneer u de aanpassers selecteert.
    • Houd Shift ingedrukt en selecteer de aanpassers één voor één. Gebiedsselectie selecteert geen aanpassers.
  7. Klik op Volgende >.
  8. Selecteer het hoofdonderdeel voor de component.

  9. Klik op Volgende >.
  10. Selecteer de aansluitende onderdelen voor de component.

    Als u meerdere aansluitende onderdelen wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt wanneer u ze selecteert. Het maximale aantal aansluitende onderdelen in een gebruikerscomponent is 30.

    Opmerking:

    Let op de volgorde waarin u de aansluitende onderdelen selecteert. Tekla Structures gebruikt dezelfde aanwijsvolgorde wanneer u de gebruikerscomponent in een model gebruikt.

  11. Definieer andere eigenschappen die voor deze gebruikerscomponent nodig zijn, zoals detail- of verbindingsdetailpositie.

    De eigenschappen zijn afhankelijk van het componenttype van dat u in stap 3 hebt geselecteerd.

  12. Als u in dit stadium een van instellingen wilt aanpassen, klikt u op < Terug om naar de vorige pagina van de Gebruikerscomponenten wizard terug te gaan.
  13. Als u tevreden bent met de instellingen, klikt u op Afwerking om de gebruikerscomponent te maken.

    De gebruikerscomponent wordt in het model en aan de database Applicaties en componenten toegevoegd.

  14. Voeg indien nodig een miniatuurafbeelding voor de gebruikerscomponent toe.

    De miniatuurafbeelding wordt in de database Applicaties en componenten weergegeven. In de miniatuurafbeelding kunt u een specifieke situatie weergeven waarin de component kan worden gebruikt.

    1. Maak een screenshot van de gebruikerscomponent.
    2. Voeg een miniatuurafbeelding van de gebruikerscomponent in de database Applicaties en componenten toe.

      Tekla Structures geeft de miniatuurafbeelding in de database Applicaties en componenten weer:

  15. Als u achteraf gebruikerscomponentinstellingen wilt wijzigen, doet u het volgende:
    1. Klik in de werkbalk Gebruikerscomponenteditor op de knop Instelling gebruikerscomponent .
    2. Wijzig de instellingen.
    3. Klik op OK.

De gedefinieerde gebruikerscomponent past maatlijnen niet automatisch aan de wijzigingen in het model aan. Als u de component aan wijzigingen in het model wilt laten aanpassen, bewerkt u de component in de gebruikerscomponenteditor waar u afhankelijkheden tussen componentobjecten en modelobjecten kunt bouwen.

Een gebruikerscomponent aan een model toevoegen

  1. Klik op de knop Applicaties en componenten in het zijvenster om de database Applicaties en componenten te openen.
  2. Als u een component wilt zoeken, bladert u door de database of voert u een trefwoord in het zoekvak in.

    Gebruikerscomponenten hebben de volgende symbolen in de database:

    Type

    Symbool

    Gebruikerscomponent van het type onderdeel

    Gebruikersverbinding of -verbindingsdetail

    Gebruikersdetail

  3. Selecteer de gebruikerscomponent die u wilt toevoegen.
  4. Volg de instructies op de statusbalk om de gebruikerscomponent in het model toe te voegen.
  5. Als u de eigenschappen wilt wijzigen, dubbelklikt u op de gebruikerscomponent in het model.

Eigenschappen van de wizard Gebruikerscomponenten

Gebruik deze eigenschappen wanneer u nieuwe gebruikerscomponenten definieert in de Gebruikerscomponenten wizard. U kunt enkele van deze eigenschappen wijzigen wanneer u een bestaand gebruikerscomponent wijzigt.

Tabblad Type/Opmerkingen

Optie

Beschrijving

Type

Selecteer het type voor de gebruikerscomponent.

Het type is van invloed op de manier waarop u de gebruikerscomponent in het model invoegt. Ook definieert het type of de gebruikerscomponent is verbonden met bestaande onderdelen.

Naam

Voer een unieke naam in voor de gebruikerscomponent.

Beschrijving

Voer een korte beschrijving voor de gebruikerscomponent in. Tekla Structures geeft de beschrijving weer in de database Applicaties en componenten.

Verbindingscode

Voer een extra naam of referentie voor de component in, bijvoorbeeld een normreferentie. Dit kan worden weergegeven in overzichttekeningen en merktekeningen, en in lijsten.

Om deze te laten weergeven in tekeningen, kunt u Code opnemen in het verbindingslabel.

Tabblad Positie

Optie

Beschrijving

Opmerking

Opwaartse richting

Hiermee stelt u de standaard z-richting in.

Niet beschikbaar voor onderdelen.

Positie type

De positie (of oorsprong) van de component ten opzichte van het hoofdonderdeel.

Niet beschikbaar voor details en onderdelen.

U kunt het type positie definiëren voor gebruikerscomponenten en verbindingsdetails. Met Positietype wordt de locatie bepaald van de objecten die worden gemaakt met de gebruikerscomponent, ten opzichte van het hoofdonderdeel. Het positietype bepaalt mede met welk type hoofdonderdelen u de gebruikerscomponent kunt gebruiken en definieert het componentvlak van het hoofdonderdeel dat in verbindingen wordt gebruikt.

Positie type

Beschrijving

Voorbeeld

Midden

Het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel.

Omkaderd vlak

Het snijpunt van de omtrek van het hoofdonderdeel en de hartlijn van het aangelaste onderdeel.

Contact vlak

Het snijpunt van het hoofdonderdeel en de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

Grensvlak

Het snijpunt van de hartlijn van het aansluitende onderdeel en het uiteinde van het hoofdonderdeel.

Knoopplaat vlak

Het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het eerste aansluitende onderdeel. De x-richting staat loodrecht op de hartlijn van het hoofdonderdeel.

Het tabblad Geavanceerd

Optie

Beschrijving

Opmerking

Detailtype

Hiermee wordt bepaald aan welke kant van het hoofdonderdeel de component zich bevindt. De opties zijn:

  • Tussendetail

    Tekla Structures maakt alle componenten aan dezelfde kant van het hoofdonderdeel.

  • Einddetail

    Tekla Structures maakt alle componenten aan de kant van het hoofdonderdeel die het dichtst bij de details ligt

Alleen van invloed op asymmetrische componenten.

Alleen beschikbaar voor details en verbindingsdetails

Definitie van puntlocatie ten opzichte van het hoofdprofiel

Bepaalt de positie die u aanwijst om het detail te maken, ten opzichte van het hoofdonderdeel.

Alleen beschikbaar voor details

Punt definitie in t.o.v. AO

Bepaalt waar de component wordt gemaakt, ten opzichte van het aansluitende onderdeel.

Alleen beschikbaar voor verbindingsdetails

Meervoudige verbindingen tussen gelijke onderdelen zijn toegestaan

Selecteer deze optie om op verschillende locaties een groot aantal componenten voor hetzelfde hoofdonderdeel te maken.

Alleen beschikbaar voor verbindingen en verbindingsdetails

Exacte posities

Selecteer deze optie om het verbindingsdetail te plaatsen op basis van de posities die aanwijst u in het model.

Schakel het selectievakje uit om in Tekla Structures in te stellen dat de naad moet worden geplaatste met Automatische verbindingsdetailherkenning. Dit is met name handig voor getordeerde verbindingsdetails.

Alleen beschikbaar voor verbindingsdetails

Gebruik het midden van het geheel voor de positionering

Selecteer deze optie om de gebruikerscomponent van het type onderdeel te plaatsen op basis van het midden van het omtrek (het vak rond het werkelijke onderdeelprofiel).

Alleen beschikbaar voor onderdelen

Voorbeelden van veel voorkomende gebruikerscomponenten

Hier geven we enkele voorbeelden van de veel voorkomende uiteenlopende typen gebruikerscomponenten die u kunt maken.

Voorbeelden van gebruikerscomponenten van het type verbinding

Staal

Opgebouwde plaatsteun

Plaat

Prefab-beton

Basisdetail

Dubbele T naar L-profiel

Kolomuitsnijding

Wandpaneelverbindingen

Voorbeelden van gebruikersdetails

Staal

Steunplaten

Betonbasis

Houtbasis

Prefab-beton

Deur en venster

Einddetails kanaalplaat

Hijsdetails

Onechte verbinding/ontdekking

Voorbeelden van aangepaste verbindingsdetails

Staal

Stalen traptrede

Spanwartels

Leuning

Prefab-beton

Dubbele-T-verbinding

Paneel-paneel mortelbuisverbinding

Voorbeelden van gebruikerscomponenten van het type onderdeel

Staal

Bedrijfsstandaard windverbandplaten

Raatligger en celligger

Opgebouwde liggers/kolommen

Standard beglazingsbevestigingen

Prefab-beton

Sandwichpaneel

Hijsvoorzieningen

Standard instortvoorzieningen/inzetstukken

Standard Balken

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende