XS_DRAWING_PLOT_FILE_NAME_A
Categorie in dialoogvenster Variabelen: Afdrukken
Gebruik deze variabele om bestandsnamen voor merktekeningen te definiëren.
Voer een willekeurige combinatie van tekst en opties in:
NAME
NAME.-
NAME.
DRAWING_NAME
DRAWING_NAME.
DRAWING_NAME.-
REVISION
DRAWING_REVISION
REV_MARK
REVISION_MARK
DRAWING_REVISION_MARK
REV
TITLE
DRAWING_TITLE
UDA:<drawing user-defined attribute>, bijvoorbeeld, UDA:DRAWING_USERFIELD_1
TPL:<template attribute>, bijvoorbeeld TPL:TITLE1 of TPL:TITLE2
<variable>?- <text>
Het vraagteken (?) kan worden gebruikt voor de vraag of een <variable> is ingesteld en als dat zo is, wordt de <text> achter het vraagteken afgedrukt. Zie het onderstaande voorbeeld.
Deze variabele is rolspecifiek. Als het type SYSTEM(ROLE) in gebruik is, wordt de standaardwaarde gebruikt. Als het type MODEL(ROLE) of DRAWING(ROLE) in gebruik is, kunt u de waarde wijzigen. Deze is vervolgens voor alle gebruikers in het huidige model dezelfde.
Voorbeeld
Het onderstaande voorbeeld resulteert in de volgende PDF-naam E_P1_PLATE_Revision=2.pdf voor de merktekening:
E_%NAME.%_%TITLE%%REV?_Revision=%%REV%
E = is de tekst die u aan het begin wilt hebben.
NAME. = P1, wat de onderdeelpositie zonder punctuatie is.
TITLE = PLAAT, is de naam die u in het vak Naam in de tekeningeigenschappen hebt ingevoerd.
REV? = Leeg, als er geen revisies zijn. Als een revisie bestaat, wordt de tekst achter het vraagteken (?) in de naam van het plotbestand geschreven, samen met de revisiewaarde volgens de revisiegegevens die in Rev.nr. zijn gedefinieerd in het dialoogvenster Revisiebewerking.
Revision= is de af te drukken tekst als REV een waarde geeft. Als REV geen resultaat heeft, wordt de tekst Revision= niet afgedrukt.
REV = 2, omdat 2 het revisienummer in het dialoogvenster Revisiebewerking is.