L-prof verbinden (S85)
L-prof verbinden (S85) verbindt dubbele profielen met geboute of gelaste verbindingen.Er worden ook steunplaten gemaakt.
Gemaakte objecten
-
L-profielen
-
Steunplaten
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Dubbel profiel verbonden met horizontale en verticale L-profielen en steunplaten. |
Volgorde van selectie
-
Klik op het lint op .
-
Wijs een positie op het dubbele profiel aan.
-
Selecteer het eerste object in het profiel.
-
Selecteer het tweede object in het profiel.
-
Klik met de middelste muisknop om de verbinding te maken.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
L-profiel |
|
2 |
Steunplaat |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de afstand van de L-profielen vanaf het invoerpunt en de tussenafstand en oriëntatie van de platen te definiëren.
Verdeling L-profiel
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Het eerste L-profiel wordt verticaal georiënteerd. Definieer de afstand van de L-profielen vanaf het beginpunt. |
|
|
Het eerste L-profiel wordt horizontaal georiënteerd. Definieer de afstand van de L-profielen vanaf het beginpunt. |
|
|
Het L-profiel in het midden wordt horizontaal georiënteerd. Definieer de afstand van de L-profielen vanaf het middelpunt. |
|
|
Het L-profiel in het midden wordt verticaal georiënteerd. Definieer de afstand van de L-profielen vanaf het middelpunt. |
Locatie van het L-profiel

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de afstand vanaf het beginpunt. |
|
2 |
Definieer het aantal L-profielverbindingen. |
|
3 |
Definieer de afstand van het L-profiel. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de plaateigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
|
Plaat L-prof 1 |
Dikte van het L-profiel. |
Speling tussen de hoeken. |
|
Plaat L-prof 2 |
Dikte van het L-profiel. |
Speling tussen de hoeken. |
|
Platen achterzijde |
Dikte van de steunplaten. |
3/8” |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om uit geboute of gelaste platen te selecteren.U kunt ook de grootte van de steunplaten voor de gelaste verbindingen definiëren.
Plaattype
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Platen worden gebout. |
|
|
Platen worden gelast. Definieer de plaatafmetingen. |
Afmetingen gelaste plaat

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Breedte van de steunplaat. |
3”15/16 |
|
2 |
Lengte van de steunplaat. |
3”15/16 |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Breedte van het L profiel. |
|
5 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
6 |
Randafstand van het L-profiel vanaf de onderdeelrand. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:






