Generatie gordingen (50)

Modified: 25 sep 2023 Tekla Structures 2025

Generatie gordingen (50)

Generatie gordingen (50) maakt meerdere profielen die als wand- of dakgordingen, panelen, of houten of betonnen onderdelen kunnen worden gebruikt.

Gemaakte objecten

  • Gordingen

Gebruiken voor

Situatie

Beschrijving

Gordingen

Wandpaneel

Volgorde van selectie

  1. Wijs het beginpunt van de gordingen aan.

  2. Selecteer de onderdelen die de gordingen verdelen.

  3. Klik met de middelste muisknop om de gordingen te maken.

    Opmerking:

    De plaatsing van de gordingen wordt gedefinieerd door de invoeronderdelen.

Onderdeelidentificatiecode

Onderdeel

1

Gording

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om het aantal gordingen, de afstanden tussen de gordingen en de lengte van de gordingoverstek te definiëren.

Gordingmaatlijnen

Beschrijving

1

Definieer de randafstand van het aangewezen punt tot de eerste gording.

2

Definieer het aantal gordingen.

3

Definieer de afstand tussen de gordingen.

De afstanden worden hart-op-hart berekend.

4

Definieer de randafstand van de laatste gording tot het eindpunt van het onderdeel.

De afstand hangt af van de optie Gordingafstand volgens.

5

Definieer het type en de lengte van gordingoverstekken in het beginpunt van de gording.

6

Definieer hoe de gordingen worden gesplitst en hoe groot de opening tussen de gordingen is.

7

Definieer het type en de lengte van gordingoverstekken in het eindpunt van de gording.

Gordingafstanden

Definieer hoe de afstanden tussen gordingen worden berekend.

Optie

Beschrijving

Exact aantal gordingen

Definieer het beginpunt van de gording met een randafstand .

De resterende lengte wordt volgens de waarden in verdeeld.

Bijvoorbeeld:

Vul tot het einde

Definieer het beginpunt van de gording met een randafstand in . De resterende lengte wordt volgens de waarden in verdeeld, waarbij met de randafstand in rekening wordt gehouden.

Gordingprofiel

Tussenliggende afstanden

Definieer de afstanden tussen de gordingen. Dit is met name geschikt bij betonnen vloeren.

Definieer bijvoorbeeld de afstanden op het tabblad Afbeelding en de profieleigenschappen van de gording op het tabblad Onderdelen:

Gelijk verdelen

Gordingafstanden worden gelijk verdeeld volgens de lengte van profielen.

Gordingtype

Deze optie wordt aanbevolen voor verticale profielen zoals betonnen wanden of panelen.

Het niveau van het onderdeel dat in de profieleigenschappen van de gording op het tabblad Onderdelen is ingesteld, kan worden overschreven door de niveaus die in de optie Peilmaten op het tabblad Bovenste niveau gordingpanelen zijn gedefinieerd.

Bijvoorbeeld:

De breedte van het paneel dat in de profieleigenschappen van de gording op het tabblad Onderdelen is ingesteld, kan door optie Plaatdikte op het tabblad Onderdelen worden overschreven. Als de optie Plaatdikte leeg is, wordt de plaatdikte uit de profieleigenschappen gebruikt.

Bijvoorbeeld:

Niveau

Definieer het gordingniveau vergeleken met het hoofdonderdeel.

Optie

Beschrijving

Referentiepunt van hoofdonderdeel

Hartlijn van hoofdonderdeel

Onderzijde van hoofdonderdeel

Bovenzijde van hoofdonderdeel

Richting gording

Definieer welke richting voor de nieuwe gordingen wordt gebruikt.

Gordingoverlapping

Selecteer of gordingen kunnen overlappen (Ja) of niet (Nee). Het bijvoorbeeld instellen van het overlappen van gordingen in hoofdbeplating.

Als u de overlapping op Nee instelt en de afstand tussen de gordingen kleiner is dan de breedte van de gordingen, wordt er slechts één van de gordingen gemaakt.

Lengte van gordingen

Definieer hoe de gordingen worden gesplitst. U kunt zowel een patroon voor de gordingen selecteren als definiëren hoeveel openingen een gording bedekt.

Optie Beschrijving

Selecteer een patroon voor de gordingen in de lijst. De patronen met rode gordingen definiëren de eerste gording in oneven of even gordingrijen.

Voer het aantal openingen in dat een gording in de lengtevakken bedekt.

Bijvoorbeeld:

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de gordingeigenschappen en gordingpositionering te definiëren.

Gordingprofiel

Optie

Beschrijving

Gording

Definieer de dikte, breedte en hoogte van de gording.

De standaardwaarde is PL100*100.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Klasse

Onderdeelklassenummer.

Opmerking

Voeg een opmerking over het onderdeel toe.

Gordingpositie

Optie

Beschrijving

Gordingen

Definieer het aantal gordingen per type. Er kunnen verschillende typen gordingen worden gedefinieerd. Scheid de getallen door middel van een spatie. Invoer van 1*1 4*2 leidt bijvoorbeeld tot 1 gording van het type #1 en 4 gordingen van het type #2.

Omgekeerd

Keer de lokale richting van de gording om. Dit is met name handig voor asymmetrische profielen.

U kunt het omkeren voor elk type gording afzonderlijk definiëren.

De opties zijn:

0 = richting is omgekeerd

1 = richting is niet omgekeerd

Op vlak

Definieer in het eerste vak de gordingpositie in het horizontale vlak.

U kunt de positie voor elk type gording afzonderlijk definiëren.

De opties zijn:

0 = midden

1 = links

2 = rechts

Vul in het tweede vak een waarde in om een horizontale offset te definiëren.

Rotatie

Vul in het eerste vak de rotatie van de gording in.

U kunt de rotatie voor elk type gording afzonderlijk definiëren.

De opties zijn:

0 = achter

1 = onder

2 = voor

3 = boven

Vul in het tweede vak een hoek voor andere rotatiehoeken in.

In diepte

Definieer in het eerste vak de gordingpositie in het verticale vlak.

U kunt de positie voor elk type gording afzonderlijk definiëren.

De opties zijn:

0 = midden

1 = voor

2 = achter

Vul in het tweede vak een waarde in om de verticale offset te definiëren.

Peilmaten

Vul een of meer waarden in om peilmaten definiëren. Dit is met name handig voor panelen.

Scheid de getallen door middel van een spatie. Gebruik deze optie alleen als u de optie Gordingafstand volgens op het tabblad Afbeelding op Gordingtype hebt ingesteld.

Peilmaat

Definieer de referentie voor de peilmaten van gordingen, bijvoorbeeld voor panelen. De peilmaten worden ingesteld bij de optie Bovenste niveau gordingpanelen.

Optie

Beschrijving

De peilmaat bevindt zich tussen de onderdelen.

De peilmaat bevindt zich op de bovenzijde van het onderste onderdeel.

De peilmaat bevindt zich op de onderzijde van het bovenste onderdeel.

Paneeldikte

Definieer de dikte van de panelen. Dit werkt alleen bij parametrische profielen zoals AS_PNL. Gebruik deze optie alleen als u de optie Gordingafstand volgens op het tabblad Afbeelding op Gordingtype hebt ingesteld.

De gedefinieerde paneeldikte overschrijft de breedte die in de profieleigenschappen van de gording is ingesteld.

Beschrijving

Standaard

Plaatdikte

Bijvoorbeeld:

100 mm

Extra positionering gording gebruiken

Stel de optie Extra positionering gording gebruiken in op Ja om de positie en de rotatie van elke even of oneven gording te wijzigen.

Tabblad Verbindingen

Gebruik het tabblad Verbindingen om de componenten te definiëren die voor het verbinden van de liggers en de gordingen worden gebruikt.

Optie Beschrijving
Genereren verbindingen

Selecteer of er verbindingen worden gemaakt.

Nee: Alleen de gordingen worden gemaakt.

Ja: Componenten worden tussen de gordingen en de liggers toegevoegd.

Type verbinding

Selecteer het verbindingstype in de lijst. U kunt een geschikte gebruikerscomponent of een verbinding selecteren of u kunt een van de vooraf gedefinieerde verbindingen selecteren.

U kunt de verbindingen voor de startverbinding (1), de middelste verbinding met twee onderdelen (2), de middelste verbinding met één onderdeel (3) en de eindverbinding (4) definiëren.

Componentnaam/-nummer

Als u een gebruikerscomponent of een verbinding als het verbindingstype hebt geselecteerd, selecteert u de gebruikerscomponent of verbinding in de database Applicaties en componenten.

Configuratiebestand

Selecteer de configuratie-instellingen voor de verbinding.

Richting, klasse

De waarden die u definieert, worden op het tabblad Algemeen van de geselecteerde verbinding weergegeven.

Tabblad UDA

Gebruik het tabblad UDA om gegevens in de gebruikersattributen (UDA's) van de onderdelen toe te voegen.

Optie

Beschrijving

UDA-naam

Voer de naam van het gebruikersattribuut in.

Open het bestand objects.inp in een tekstverwerker en zoek naar comment, om bijvoorbeeld een opmerking-UDA toe te voegen. Het volgende attribuut wordt weergegeven:

attribute("comment", "j_comment", string, "%s", no, none, "0.0", "0.0")

De eerste tekst tussen de vraagtekens is de UDA-naam (comment). De ingevoerde naam is hoofdlettergevoelig.

Type

Selecteer het UDA-type.

Gebruik String voor tekst, Integer voor getallen, Float voor getallen met decimalen en Optie om een item in een lijst te selecteren. U kunt het UDA-type vinden in het bestand objects.inp.

Waarde

Voer een waarde voor de UDA in. Gebruik tekst en/of cijfers, afhankelijk van het gedefinieerde UDA-type.

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende