Trap (S71)

Modified: 22 mei 2026 Tekla Structures 2025

Trap (S71)

Trap (S71) maakt rechte trappen met optionele bordessen beneden en boven. De trap bestaat uit trapbomen, eventuele bordessen en de treden zelf.

Gemaakte objecten

  • Trapbomen
  • Treden
  • Bordessen (optioneel)
  • Haakjes
  • Platen (optioneel)
  • Uitsnijdingen (optioneel)
  • Bouten
  • Lassen

Gebruiken voor

Situatie

Beschrijving

Trap met horizontaal boven- en onderbordes.

U-profieltreden met tredesteunen.

De tredesteunen worden aan de trapbomen gelast en met bouten aan de treden bevestigd.

Trap met trapbomen aan de ondersteunende ligger geraveeld.

Treden zijn databasetreden.

U kunt ook uw eigen gebruikerscomponenten als treden gebruiken.

Voordat u begint

Als de trapbomen geraveeld zijn, moet u de ondersteunende liggers maken voordat u de trap maakt.

Selectievolgorde

  1. Wijs een punt aan om het punt van de neus van de eerste trede aan te geven.

  2. Wijs een volgend punt aan om het punt van de neus van de laatste trede aan te geven.

    De volgorde waarin de punten worden aangewezen, is niet van invloed.

  3. Klik met de middelste muisknop om de trap te maken.

    Als u op het tabblad Afbeelding de volgende geraveelde opties hebt geselecteerd, selecteert u de ondersteunende liggers en klikt u vervolgens met de middelste muisknop.

Identificatiecode onderdeel

Onderdeel

1

Trapboom

2

Trede

3

Bordessen

Tabblad Afbeelding

Op het tabblad Afbeelding definieert u de bordestypen en de vorm en locatie van de trapbomen ten opzichte van de punten die u bij het maken van de trap hebt aangewezen.

Typen bovenbordes

Optie Beschrijving

Standaard

Horizontaal

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Horizontaal

Geraveeld

De bovenkant van de trapboom bevindt zich op het ondersteunende onderdeel. Verticale en horizontale platen worden aan het einde van de trapboom gelast.

Typen onderbordes

Optie Beschrijving

Standaard

Horizontaal

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Verticaal

Er wordt een verticaal bordes gemaakt waarbij het lagere punt zich op het bovenvlak van de laatste trede bevindt.

Horizontaal

Er wordt een horizontaal bordes gemaakt waarbij het lagere punt zich op het bovenvlak van de laatste trede bevindt.

Verticaal verlaagd punt

Er wordt een verticaal bordes gemaakt waarbij het lagere punt zich op het bovenste staal of het vloerniveau bevindt.

Horizontaal verlaagd punt

Er wordt een horizontaal bordes gemaakt waarbij het lagere punt zich op het bovenste staal of het vloerniveau bevindt.

Geraveeld

Hiermee maakt u een raveling aan de onderzijde van de trapboom. Er wordt een verticale plaat aan het einde van de trapboom gelast.

Trapmaatlijnen

Beschrijving Standaard

1

Definieer de afstand tussen het bovenste punt en het einde van het linker bovenbordes.

Als u de waarde op 0 mm instelt, wordt het linker bovenbordes niet gemaakt.

Als u het type bovenbordes op 'geraveeld' instelt, moet u de afmeting van de uitsnijding van de horizontale plaat vanaf de trapboomrand definiëren.

0 mm

2

Definieer de verticale afstand vanaf het bovenste punt naar de bovenzijde van het staal van het bovenbordes.

Als het bovenbordes niet wordt gemaakt, wordt de bovenzijde van het staal van de trapboom gebruikt.

Als u het type bovenbordes op 'geraveeld' instelt, moet u de verticale afstand vanaf het bovenste punt tot de bovenste horizontale snede van de trapboom definiëren.

200 mm

3

Definieer de maximaal toegestane afstand tussen twee opeenvolgende treden.

De tussenafstand tussen de treden wordt berekend met het type tredetussenafstand Exact of Gelijk en het aantal treden.

Als de hoogte van de trede bijvoorbeeld 200 mm moet zijn, maakt de instelling Exact treden met precies deze hoogte. Voer het aantal treden in als een geheel getal. De instelling Gelijk maakt het vereiste aantal treden van de onderkant tot aan de bovenkant, met de hoogte zo dicht mogelijk bij 200 mm berekend.

(Z*220)/(Z+220) mm,

waarbij Z de verticale afstand tussen twee aangewezen punten is.

4

Selecteer de richting van de neusafmeting van de treden:

  • Verticaal
  • Horizontaal
  • Loodrecht

Definieer de neusafmeting van de treden. Deze afmeting hangt af van de richting die u hebt geselecteerd.

Verticaal

0 mm

5

Definieer deze afmeting op basis van het geselecteerde type onderbordes:

  • Horizontaal of horizontaal verlaagd punt van het onderbordes.

    Definieer de verticale afstand vanaf het lagere punt naar het bovenste staal van het onderbordes.

  • Verticaal of verticaal verlaagd punt van het onderbordes.

    Definieer de horizontale afstand vanaf het aangewezen lagere punt en het verst verwijderde oppervlak van het onderbordes.

  • Geraveeld onderbordes.

    Definieer de horizontale afstand vanaf het lagere punt tot de verticale snede van de trapboom. De snede wordt standaard op de ondersteunende onderdeelrand gemaakt.

150 mm

6

Definieer de verticale afmeting vanaf het lagere punt tot de eerste trede.

U kunt deze maatlijn definiëren als het type tredetussenafstand is ingesteld op Gelijk en het type benedenbordes een verticaal of horizontaal verlaagd punt is.

Is gelijk aan de verticale afstand tussen treden

7

Definieer de afmeting van de uitsnijding van de verticale plaat vanaf de trapboomrand.

U kunt deze afmeting definiëren als het type van het onderbordes als 'geraveeld' is ingesteld.

0 mm

8

11

Definieer deze afmeting op basis van het geselecteerde type onderbordes:

  • Horizontaal of horizontaal verlaagd punt van het onderbordes.

    Definieer de horizontale randafstand tussen het lagere punt en het onderbordes.

  • Verticaal of verticaal verlaagd punt van het onderbordes.

    Definieer de verticale randafstand tussen het lagere punt en het laagste punt van het onderbordes.

600 mm

9

Definieer de verticale ruimte tussen het lagere ondersteunende onderdeel en de trapboomneus.

U kunt deze afmeting definiëren wanneer u het type van het onderbordes als 'geraveeld' hebt ingesteld.

0 mm

10

Definieer de horizontale ruimte tussen het lagere ondersteunende onderdeel en de trapboomneus.

U kunt deze afmeting definiëren wanneer u het type van het onderbordes als geraveeld hebt ingesteld.

0 mm

12

Definieer de afmeting om de treden aan beide zijden evenredig in te korten.

0 mm

13

Definieer de breedte van de treden.

1000 mm

14

Definieer de horizontale ruimte tussen het bovenste ondersteunende onderdeel en de trapboomneus.

U kunt deze afmeting definiëren wanneer u het type van het bovenbordes als 'geraveeld' hebt ingesteld.

0 mm

15

Definieer de verticale ruimte tussen het bovenste ondersteunende onderdeel en de trapboomneus.

U kunt deze afmeting definiëren wanneer u het type van het bovenbordes als 'geraveeld' hebt ingesteld.

0 mm

16

Definieer deze afmeting op basis van het geselecteerde type bovenbordes:

  • Horizontaal bovenbordes.

    Definieer de afstand tussen het bovenste punt en het einde van de trapboom.

  • Geraveeld bovenbordes.

    Definieer de horizontale afstand tussen het bovenste punt en de verticale uitsnede van de trapboom. De uitsnede wordt standaard op de ondersteunende onderdeelrand gemaakt.

Als u deze afmeting op 0 mm instelt, wordt het bovenbordes niet gemaakt.

0 mm

17

Selecteer het type tredeafstand:

  • Exact maakt de treden van exact de gedefinieerde hoogte. Voer het aantal treden als een geheel getal in.
  • Gelijk maakt het vereiste aantal treden van de onderkant tot aan de bovenkant, met de hoogte zo dicht mogelijk berekend bij de gedefinieerde hoogte van de trede.

Het afstandstype bepaalt hoe de verticale afstand tussen de treden wordt berekend.

Als u Exact selecteert en het type benedenbordes instelt op het horizontale of verticale lagere punt, wordt de afstand tussen de treden vanaf het bovenste punt tot het lagere punt berekend. In alle andere gevallen wordt de afstand tussen de treden van het lagere punt tot het bovenste punt berekend.

Gelijk

18

Voer het aantal treden in.

Deze optie is afhankelijk van het afstandstype van de treden en de tredeafstand.

Als u het type tredetussenafstand instelt op Exact of Gelijk en de tussenafstand niet is gedefinieerd, maakt Trap (S71) het aantal treden dat u hebt gedefinieerd.

Offset verticaal bordes

Definieer de verticale offset voor het linker- en rechter horizontale bordes aan de boven- en onderzijde van de trapbomen.

Tabblad Instellingen trap

Op het tabblad Instellingen trap definieert u de onderdeeleigenschappen, de bovenste en onderste treden, de positie van de trap op het horizontale vlak en de rotatie van de trapbomen en treden.

Eigenschappen van traponderdelen

Onderdeel Beschrijving Standaard

1

Linker trapboom

Wordt altijd gemaakt

Selecteer een profiel uit de profieldatabase.

BLU400*2

De standaardnaam is TRAPBOOM.

1

Rechter trapboom

Wordt altijd gemaakt

Selecteer een profiel uit de profieldatabase.

BLU400*2

De standaardnaam is TRAPBOOM.

2

Onderste V plaat

Wordt alleen gemaakt als de bovenzijde van de trapboom zich op het ondersteunende onderdeel bevindt.

6 mm

De standaardnaam is PLATE.

3

Bovenste V plaat

Wordt alleen gemaakt als de bovenzijde van de trapboom zich op het ondersteunende onderdeel bevindt.

6 mm

De standaardnaam is PLATE.

4

Lage V-plaat

Wordt alleen gemaakt als de onderzijde van de trapboom zich op het ondersteunende onderdeel bevindt.

6 mm

De standaardnaam is PLATE.

5

Trede database

Wordt alleen gemaakt als Trede profiel is ingesteld op Trede database. In dit geval worden de U-treden, steunen en bouten die op andere tabbladen zijn gedefinieerd, genegeerd.

Het eerst profiel in de lijst Trede database dat in het tekstbestand steps.dat in de map systeem is gedefinieerd. De lijst wordt aan de geselecteerde omgeving aangepast.

De standaardnaam is STEP.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Klasse

Onderdeelklassenummer.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Instellingen trap

Optie Beschrijving

Trede profiel

  • Treden: De treden worden gemaakt van het staal dat is gedefinieerd op het tabblad Treden.
  • Trede database: De treden worden gemaakt van het profiel dat is gedefinieerd in de optie Trede database. De opties op de tabbladen Treden en Trede steun worden niet gebruikt.

Merk maken

Selecteer welke objecten van de trapcomponent een merk vormen. De standaard is trapbomen.

Deze instelling bepaalt alleen welke lasobjecten worden gemaakt. Het heeft geen invloed op het type lassen. Selecteer het lastype in het dialoogvenster Lassen.

Houd er rekening mee dat lassen van het type Locatie geen deel uitmaken van het merk.

  • Nee: Er worden geen lassen gemaakt in de component.

  • Ja: Alle lassen worden gemaakt in de component.

  • Trapbomen: Lassen 2 en 3 tussen de treden en trapbomen worden niet gemaakt. De trapbomen blijven als afzonderlijke merken en elke trede als een afzonderlijk merk. Tredesteunen zijn gelast aan de trapbomen.

Referentielijn trapboom

  • Boven: De lijn die zich aan de binnenzijde van de trap op het bovenste vlak bevindt, wordt als referentielijn gebruikt.
  • Neus trapboom: De neuslijn van de treden wordt als referentielijn gebruikt.

De referentielijn wordt voor werkplaatstekeningen gebruikt.

Rotatie treden

Rotatie van de trede rond zijn as. De standaardwaarde is Boven.

Positie in vlak

Positie van de trap. De hartlijn van de treden wordt als referentielijn gebruikt. De standaardwaarde is Rechts.

Offset

De offset van de trap op het vlak vanaf de positie die is ingesteld in de optie Positie in vlak.

De standaardoffset is 0 mm.

Bouttype

Selecteer het bouttype voor de databasetrede.

Als u de optie Werkplaats selecteert, worden de bouten weergegeven in merktekeningen voor de werkplaats in de lijst met werkplaatsbouten.

Bouttolerantie

Definieer de bouttolerantie voor de databasetreden.

Trapboomrotatie

Rotatie van de trapboom rond zijn as. De standaard is boven .

Bovenste trede maken

Definieer of de eerste trede van de trap (de bovenste trede) moet worden gemaakt. De eerste trede wordt standaard gemaakt.

Onderste trede maken

Definieer of de laatste trede van de trap (de onderste trede) moet worden gemaakt. De laatste trede wordt standaard gemaakt.

Tabblad Treden

Op het tabblad Treden stelt u de vorm en de grootte van U-treden in. In plaats van een U-trede kunt u treden maken met behulp van een databaseprofiel of een gebruikerscomponent van het type onderdeel of een component.

Afmetingen U-trede

Beschrijving Standaard
1, 2, 10, 11

Definieer de waarden voor de afwerkingen aan beide zijden van de trede.

Selecteer het afwerkingstype om de vorm van de hoek aan de voor- en de achterzijde van de trede in te stellen.

15 mm

3

Definieer de hoek van de trede ten opzichte van de horizontale lijn.

De hoek kan positief of negatief zijn.

0 graden

4, 12

Definieer de hoogte van de trede.

100 mm

5, 13

Definieer de lengte van het horizontale deel van de U-trede.

50 mm

6, 7

Definieer de hoek van het verticale deel van de trede ten opzichte van een verticale lijn.

De hoek kan positief of negatief zijn.

0 graden

8

Definieer de dikte van het materiaal van de U-trede.

10 mm

9

Definieer de breedte van de trede.

Tredesteunlengte * 1/0,7

Type trede

Optie Beschrijving

Standaard

Benen U-trede omhoog

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Benen U-trede omhoog

Benen U-trede omlaag

Aangepast

Definieer de aangepaste profielopties.

Aangepast profiel

Optie Beschrijving Standaard
Tredeprofiel

Selecteer een profiel uit de profieldatabase.

U kunt een tredeprofiel selecteren wanneer het Trede profiel is ingesteld op aangepast en de optie Onderdeelnaam/Component nr. niet is ingesteld.

PL100*80

De standaardnaam is STEP.

Onderdeelnaam/Component nr.

Selecteer een gebruikerscomponent van het type Onderdeel of een verbinding uit de database Applicaties en componenten.

U kunt een ander gebruikersonderdeel of een andere verbinding selecteren voor de middelste stappen, de laatste stap en de eerste stap.

Attribuut bestand

Selecteer het attribuutbestand.

standaard

Positie verticaal

Selecteer de verticale dieptepositie van een trede die als gebruikerscomponent van het type onderdeel is gemaakt.

Als u een aangepaste verbinding gebruikt, wordt deze optie niet gebruikt.

Midden

Horizontale positie

Selecteer de horizontale positie in het vlak van een trede die als gebruikerscomponent van het type onderdeel is gemaakt.

Als u een aangepaste verbinding gebruikt, wordt deze optie niet gebruikt.

Midden

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Klasse

Onderdeelklassenummer.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Tabblad Beugels

Op het tabblad Trede steun kunt u beugels, de verbinding tussen de beugels en de treden en de beugels en de trapbomen instellen. De beugels ondersteunen de hoekprofielen onder de treden.

Tredesteun

Onderdeel Beschrijving Standaard
L-profiel

Selecteer een profiel in de profielendatabase om een L-profiel te maken.

BLL80*80*10

De standaardnaam is L-profiel.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Klasse

Onderdeelklassenummer.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Beugelafmetingen

Beschrijving

1

Definieer de lengte van de tredesteun.

De standaardlengte wordt op basis van de boutafmetingen tredesteun-naar-trede of tredesteun-naar-trapboom berekend, afhankelijk van welke groter zijn.

2

Definieer de offsetmaatlijn van de tredesteun vanaf de hartlijn van de trede.

De standaardwaarde is 0 mm.

Verbinding tredesteun-naar-trede

Definieer de eigenschappen van de bouten die de tredesteun met de trede verbinden.

Beschrijving

1

Definieer de basiseigenschappen van de bout:

  • Boutdiameter definieert de boutdiameter. Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.
  • Boutnorm definieert de boutnorm die binnen de component moet worden gebruikt. Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.
  • Tolerantie definieert de tussenruimte tussen de bout en het gat.
  • Draad in mat definieert of de schroefdraad zich in de geboute onderdelen mag bevinden wanneer bouten met gedeeltelijke schroefdraad worden gebruikt. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

2

Selecteer of er wel of geen tredesteunen worden gemaakt.

3

Definieer de boutgroepmaatlijnen.

4

Selecteer het verbindingstype tussen de treden en de tredesteunen:

  • Met bouten

    De standaard is met bouten.

  • Gelast

  • Geen verbinding

  • Plaat tredesteun

    Het been van de tredesteun wordt niet gemaakt.

  • Alleen gaten

5

Selecteer de boutrichting.

6

Definieer de eigenschappen van sleufgaten:

  • Aantal sleufgaten definieert het aantal sleufgaten.
  • Gattype maakt gaten van het type Sleufgat of Oversized of tapgaten.
  • Roteer sleufgaten roteert sleuven wanneer het gattype sleufgat is.
  • Sleufgat in definieert in welke onderdelen de sleufgaten worden gemaakt.

7

Definieer de exacte lengte van de bouten.

U kunt de lengte van de bouten definiëren als Trede profiel is ingesteld op het tabblad Treden.

8

Definieer de maatlijnen voor de sleufgaten.

Verbinding tredesteun-naar-trapboom

Definieer de eigenschappen van de bouten die de tredesteun met de trapboom verbinden.

Beschrijving

1

Definieer de basiseigenschappen van bouten:

  • Boutdiameter definieert de boutdiameter. Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.
  • Boutnorm definieert de boutnorm die binnen de component moet worden gebruikt. Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.
  • Tolerantie definieert de tussenruimte tussen de bout en het gat.
  • Draad in mat definieert of de schroefdraad zich in de geboute onderdelen mag bevinden wanneer bouten met gedeeltelijke schroefdraad worden gebruikt. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

2

Definieer de boutgroepmaatlijnen.

3

Definieer de boutsamenstelling.

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) worden gebruikt in de samenstelling van de bout. Als u alleen een gat wilt maken, schakelt u alle selectievakjes uit. Om de boutsamenstelling van een bestaande component aan te passen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzig.

4

Definieer de eigenschappen van sleufgaten.

  • Aantal sleufgaten definieert het aantal sleufgaten.
  • Gattype maakt gaten van het type Sleufgat of Oversized of tapgaten.
  • Roteer sleufgaten roteert sleuven wanneer het gattype sleufgat is.
  • Sleufgat in definieert in welke onderdelen de sleufgaten worden gemaakt.

5

Definieer de maatlijnen voor de sleufgaten.

6

Selecteer het verbindingstype tussen de trapboom en de tredesteunen:

  • Met bouten

    De standaard is met bouten.

  • Gelast

  • Geen verbinding

7

Selecteer de boutrichting.

8

Stel de positie van een plaatvormige tredesteun in:

  • Onder de trede

    Onder de trede is de standaard.

  • Tussen de trede en de trapboom

U kunt deze optie gebruiken wanneer u het verbindingstype tussen de treden en de tredesteunen naar de optie van de plaatvormige tredesteun hebt ingesteld.

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende