Puntenwolken

Tekla Structures
Aangepast: 6 jun 2025
2025
Tekla Structures

Puntenwolken

Puntenwolken zijn groepen gemeten punten op de oppervlakken van objecten, die zijn gemaakt met 3D-laserscanners zoals het Trimble X9 3D-laserscansysteem. In constructies worden de puntenwolken hoofdzakelijk in vernieuwingsprojecten gebruikt om het gebouw of de structuur te definiëren die moet worden vernieuwd. U kunt ze ook gebruiken om de exacte positie van bestaande machines, leidingsystemen of landschappen te krijgen, zodat hier op de locatie rekening mee kan worden gehouden. U kunt ze ook gebruiken om de uitvoering te controleren door ze als bouwpunten te importeren in een model dat met het ontwerp moet worden vergeleken.

Over puntenwolken in Tekla Structures

  • U kunt een puntenwolk lokaal, vanaf internet of met de Trimble Reality Capture-platformservice (TRCPS) koppelen.
  • Lokale puntenwolken:

    • Het oorspronkelijke, bijgevoegde puntenwolkbestand wordt verwerkt en de cachebestanden worden gemaakt in de potree-indeling. De conversie van de puntenwolk treedt op als een achtergrondproces en u kunt ondertussen met Tekla Structures blijven werken.
    • Puntenwolkgegevens worden opgeslagen in de map die wordt gedefinieerd met de variabele XS_POINT_CLOUD_CACHE_FOLDER. De map is standaard %LocalAppData%\Trimble\Tekla Structures\PointClouds, bijvoorbeeld C:\Users\<user>\AppData\Local\Trimble\Tekla Structures\PointClouds. De variabele XS_POINT_CLOUD_CACHE_FOLDER is gebruikerspecifiek en bevindt zich in de categorie Bestandslocaties in het dialoogvenster Variabelen.
    • Als het puntenwolkbestand al in de Potree-indeling staat, wordt het oorspronkelijke bestand zonder conversie of kopiëren naar de map ..\PointClouds gebruikt.
    • Als u een puntenwolk op een lokale computer hebt, werkt met een model in een netwerkmap en de puntenwolk koppelt vanaf de lokale computer, kan niemand anders deze zien omdat deze zich op de lokale computer bevindt. Puntenwolken zijn altijd persoonlijke gegevens.
    • Als dezelfde puntenwolk in meerdere modellen wordt gebruikt, wordt deze niet opnieuw geconverteerd of gedupliceerd wanneer u hem toevoegt. Als puntenwolken identiek zijn, wordt het bestaande geconverteerde bestand gebruikt, anders wordt het bestand geconverteerd.
    • Het kan handig zijn om een netwerkstation voor het potree-bestand in een project te gebruiken. Het bestand wordt niet naar de lokale computer gekopieerd.
  • Puntenwolken van internet:

    • Als u puntenwolken via internet gebruikt, is de webstreaming-cache voor puntenwolken een algemene cache met Trimble Connect for Windows. U kunt de cachemap definiëren met de variabele XS_POINT_CLOUDS_WEB_CACHE in de categorie Bestandslocaties in het dialoogvenster Variabelen. De map is standaard %LocalAppData%\Trimble\Trimble Connect\Import, bijvoorbeeld C:\Users\<user>\AppData\Local\Trimble\Trimble Connect\Import.
    • Het cachegebruik verbetert de prestaties van de gestreamde puntenwolken.
  • Puntenwolken van Trimble Reality Capture-platformservice:

    • Wanneer u puntenwolken koppelt en weergeeft die in de Trimble Reality Capture-platformservice (TRCPS) zijn opgeslagen, hoeft u geen grote puntenwolkbestanden lokaal op uw computer op te slaan, maar kunt u puntenwolken bijvoegen die in een bestaand Trimble Connect project worden gehost.
    • Puntenwolken van Trimble Reality Capture worden niet naar de potree-indeling geconverteerd door Tekla Structures. De Trimble Reality Capture-platformservice in Trimble Connect doet indien nodig de conversie wanneer de puntenwolk daar wordt geüpload.
    • Puntenwolken van de platformservice Trimble Reality Capture gebruiken dezelfde cache voor het webstreamen als de puntenwolken van het internet.
    • U hebt een licentie voor de platformservice Trimble Reality Capture nodig om de puntenwolkprovider (landmeter of andere scannereigenaar) in staat te stellen de scangegevens op te slaan en te delen: om puntenwolken te streamen vanuit de platformservice Trimble Reality Capture is geen aparte licentie vereist. De licentie is vereist voor de puntenwolkprovider om de scangegevens op te slaan in de Trimble Reality Capture-platformservice en te delen. Gebruikers van Trimble Connect kunnen de Trimble Reality Capture-service gebruiken door eenvoudigweg de knop in de Trimble Connect-gebruikersinterface te schakelen om er toegang toe te krijgen. Gebruikers krijgen 10 Gb gratis opslagruimte, dus het is gemakkelijk om uit te testen. Als ze meer opslag nodig hebben, kunnen ze een licentie kopen.
    • Meer informatie over de service vindt u in Trimble Reality Capture.

      Puntenwolken in Trimble Connect:

  • Wanneer u een puntenwolk aan een Tekla Structures-model toevoegt, kunt u deze via de modeloorsprong of een gedefinieerd basispunt plaatsen.
  • Puntenwolken hebben in Tekla Structures kleuren als de oorspronkelijke bestandsindeling kleuren ondersteunt.

  • Puntenwolken kunnen in zowel het OpenGL-modelvenster als in het DX-modelvenster worden bekeken. Het DX-modelvenster met perspectiefprojectie kan betere visuele resultaten opleveren. Prestaties met een groter aantal gegevens en/of een groter aantal vensters zijn beter bij Open GL dan DX-rendering.

Compatibele bestandsindelingen

ASCII (.asc, .xyz)

E57 (.e57)

LAS (.las)

LAZ (.laz)

SDB (.sdb)

PTS (.pts)

PTX (.ptx)

Potree (.js, .json)

Trimble-scanindeling (.tzf)

Trimble TDX-indeling (.tdx)

Beperkingen

  • Sommige eenvoudige modelverwerkingsfunctionaliteiten van Tekla Structures zijn niet beschikbaar, zoals selecteren, ongedaan maken, verplaatsen, roteren, kopiëren en het contextmenu bij rechtsklikken.
  • Puntenwolken worden niet automatisch opgeslagen.
  • U kunt een puntenwolk niet met de toetsenbordknop Delete uit de lijst met puntenwolken verwijderen.
  • Puntenwolken zijn niet zichtbaar in tekeningen.
  • Lokale puntenwolken worden niet gedeeld in Tekla Model Sharing of in de multi-user modus.
  • Voor de bestandsindelingen ASCII, PTS: Voor elke tekstlijn moeten de eerste drie velden zijn: x y z. Voor gekleurde puntgegevens moeten de laatste drie velden zijn: r g b.

Een puntenwolk bij het model bijvoegen

  1. Klik op Puntenwolken de knop zijvenster.
  2. Als u de puntenwolk binnen het werkgebied wilt plaatsen, selecteert u het selectievakje Alleen binnenin werkgebied weergeven.
  3. Klik op Bijvoegen.
  4. Afhankelijk van of u de puntenwolk lokaal, vanaf het internet koppelt of de Trimble Reality Capture-platformservice gebruikt, kunt u het volgende doen:
    • Een lokale puntenwolk bijvoegen: Blader in het dialoogvenster Puntenwolk bijvoegen op het tabblad Lokaal naar het puntenwolkbestand.

      U kunt ook puntenwolken vanuit Windows Verkenner verslepen en meerdere puntenwolken tegelijk invoegen.

    • Een puntenwolk via internet bijvoegen: Voer in het dialoogvenster Puntenwolk bijvoegen op het tabblad URL het URL-adres van de puntenwolk in.

      Als u een puntenwolk via internet gebruikt, moet u de potree met de HTTP-mapstructuur maken die u kunt maken met de puntenwolkmanager.

    • Een puntenwolk bijvoegen met Trimble Reality Capture: Selecteer in het Puntenwolk bijvoegen dialoogvenster op het Trimble Connect tabblad een Trimble Connect project dat in het Trimble Connect project wordt gehost en selecteer vervolgens de gewenste puntenwolk.

      Het gekoppelde project wordt standaard geselecteerd. Als er geen project is gekoppeld, wordt het eerste project in de gesorteerde lijst standaard geselecteerd. Het dialoogvenster onthoudt uw eerder geselecteerde project wanneer het opnieuw is geopend.

      Een laad-spinner wordt getoond terwijl de puntenwolken voor het geselecteerde project worden geladen.

      U kunt naar elk Trimble Connect-project bladeren dat puntenwolken in de service heeft, zonder iets specifiek te hoeven doen in het Tekla Structures-model.

      U kunt ook naar een puntenwolk zoeken.

      Als de puntenwolk is gekoppeld, is deze niet meer beschikbaar voor koppelen in het dialoogvenster Puntenwolk bijvoegen.

      Zie Trimble Reality Capture voor meer informatie over de service.

  5. Selecteer in Locatie door een van de volgende opties:
    • Modeloorsprong: Plaats de puntenwolk op de modeloorsprong.
    • Een basispunt: Plaats de puntenwolk in de echte coördinaten.

      U kunt het geselecteerde basispunt bewerken. Hiervoor klikt u op de knop Bewerken.

    • Automatisch gemaakt basispunt: Selecteer deze optie om de puntenwolk dichtbij de modeloorsprong te krijgen. Selecteer deze optie als u het coördinatensysteem van de puntenwolk niet weet. Een automatisch basispunt met de min. x-, min. y- en min. z-coördinaten van de puntentwolkomtrek wordt in de oorsprong van Tekla Structures gemaakt.
  6. Wijzig indien nodig de schaal van de puntenwolk.
  7. Klik op Puntenwolk bijvoegen.
  8. Als u de puntenwolk in het model wilt weergeven, selecteert u het modelvenster waarin u deze wilt weergeven en klikt u op de oogknop naast de puntenwolk in de lijst.

    Als u een modelvenster selecteert, krijgt het venster een geel kader.

    Als de puntenwolk in het modelvenster op zichtbaar is ingesteld, kunt u de min. x-, min. y- en min. z-coördinaten van de omtrek van de puntenwolk in de statusbalk zien.

    Als u de puntenwolk wilt verbergen, klikt u op de oogknop .

Wanneer u modelleert, kunt u naar punten snappen voor het modelleren en meten van afstanden. U kunt door middel van kijkvlakken en kijkboxen in puntenwolken precies weergeven wat u wilt. U kunt bijvoorbeeld het dak en enkele vloeren verwijderen, zodat u de benedenvloer van het gebouw kunt zien en alles wat daar in de planningsfase uw aandacht nodig heeft. U kunt ook de Snijtool in Tekla Warehouse gebruiken voor het tegelijkertijd verwerken van meerdere kijkvlakken en het model opsplitsen in kleinere onderdelen voor visualisatie en modelleren.

Eigenschappen en renderinstellingen van puntenwolken wijzigen

U kunt de eigenschappen en renderinstellingen van puntenwolken wijzigen wanneer u een puntenwolk hebt gekoppeld en DirectX-rendering is ingeschakeld.

De Renderinstellingen van de puntenwolk zijn specifiek voor het venster en instellingen worden ingeschakeld voor slechts één venster. De naam van dit venster is zichtbaar bovenin het zijvenster Puntenwolken (als u niet meerdere vensters hebt geselecteerd). De instellingen van Eigenschappen worden alleen ingeschakeld als de puntenwolk wordt geselecteerd in de lijst.

  1. Wanneer u de puntenwolk hebt gekoppeld, selecteert u deze in de lijst met puntenwolken in het zijvenster, omdat u anders de eigenschappen ervan niet kunt wijzigen.

  2. WeergavenaamDefinieer vervolgens de gewenste weergavenaam voor de puntenwolk.
    Behalve de weergavenaam heeft de punten wolk de werkelijke bestandsnaam van de puntwolk, die u niet kunt wijzigen.
  3. URL geeft het URL-adres van de puntenwolk voor puntenwolken van internet of van de Trimble Reality Capture-platformservice weer. U kunt indien nodig de URL wijzigen.
  4. Bestand Geeft het mappad van het puntenwolkbestand weer. U kunt indien nodig het pad wijzigen.
  5. Pas de puntenwolklocatie, -schaal en -rotatie aan.

    Met de knop Resetten kunt de waarden die u de laatste keer voor de puntenwolk hebt opgeslagen, terugzetten.

    Als u een puntenwolk moet verplaatsen nadat deze is gekoppeld, moet u eerst een nieuw basispunt maken of het bestaande basispunt bijwerken, de puntenwolk verwijderen en de puntenwolk daarna opnieuw toevoegen.

  6. Klik op Wijzigen.
  7. In Renderinstellingen - Diepteperceptie (EDL) kunt u met het EDL-effect (Eye-dome lighting) de diepteperceptie van de puntenwolk verbeteren. Versleep de schuifregelaars om de dikte en sterkte van de omtrek van de puntenwolk te vergroten of te verkleinen. U kunt het EDL-effect deactiveren door op de EDL knop te klikken.

  8. Pas in Renderinstellingen - Punt de grootte en dichtheid van de punten aan door de schuifregelaars te verslepen.
  9. Wijzig in Renderinstellingen - Verdieping de kleuren van de puntenwolk. Normaalgesproken zijn de standaard kleurwaarden in gebruik. De renderinstellingen zijn vensterspecifiek en daarom kunt u verschillende instellingen in verschillende vensters gebruiken.
    • U kunt de puntenwolk op verhoging kleuren door de schuifregelaars te verslepen.

    • Als de puntenwolk classificaties bevat, kunt u de kleur van de punten van de classificatiecategorie wijzigen of verbergen in Renderinstellingen - Classificaties.

    • Controleer in Renderinstellingen - Clashes clashes en afwijkingen met behulp van verschillende kleuren voor verschillende toleranties. U kunt punten detecteren die zich in of binnen een afstand van de geselecteerde onderdelen en de geselecteerde referentiemodelobjecten bevinden op basis van de instellingen die u definieert. Clash check tussen puntenwolken en stortobjecten wordt eveneens ondersteund.

      Het kleuren van gerenderde objecten kan verwarrende resultaten veroorzaken. Het wordt aangeraden om de zichtbaarheidsmodi Ctrl+1 en Shift+1 te gebruiken om eenduidige resultaten te krijgen.

  10. Sla de eigenschappen en renderinstellingen op voor toekomstige behoeften.

Een puntenwolk van een model ontkoppelen

  • Als u een puntenwolk wilt loskoppelen, klikt u op Ontkoppelen naast de naam van de puntenwolk in de Puntenwolken-lijst. Open vervolgens het model opnieuw of sla het model op.

    U kunt de puntenwolk niet ontkoppelen door op het toetsenbord op Delete te drukken.

    De lokale puntenwolken worden op de standaardlocatie of op de locatie die door de gebruiker is opgegeven in de cache opgeslagen. Wanneer een lokale puntenwolk niet meer in een Tekla Structures model wordt gebruikt, wordt deze uit de cache gewist.

De standaard maximale puntentelling in een aanzicht instellen

U kunt de variabele XS_SET_MAX_POINT_CLOUD_POINT_COUNT gebruiken om de standaardwaarde voor het maximale aantal punten in een aanzicht in te stellen. De standaardwaarde is 10.000.000 (10 miljoen). Start Tekla Structures opnieuw op als u de waarde wijzigt.

Kijkvlakken voor alleen puntenwolken en referentiemodellen

Als u alleen Vensters bijwerken en vernieuwen puntenwolken en referentiemodellen met knippentools wilt knippen, gaat u in het model naar Venster > Bijsnijden en schakelt u het Alleen referentie-objecten knippen selectievakje in. Oorspronkelijke Tekla Structures objecten worden niet geknipt. Dit selectievakje is standaard niet ingeschakeld.

Regenereer de modelvensters nadat u de waarde hebt gewijzigd.

Voorbeeld van een puntenwolk

In de eerste afbeelding hieronder is een puntenwolk aan een model in een bovenaanzicht gekoppeld. Vergeet niet een modelvenster te selecteren en op de oogknop te klikken, anders wordt de puntenwolk niet weergegeven.

In de volgende afbeelding is de kijkvlaktool gebruikt om vloeren en andere structuren af te snijden:

In de volgende afbeelding is een gedeelte uitgesneden om in een doorsnede te worden gebruikt:

De laatste afbeelding geeft de doorsnede weer:

Lokale puntenwolken met andere gebruikers delen met het potree-bestand

Puntenwolken zijn doorgaans zo groot in bestandsgrootte dat het niet verstandig is om de puntenwolk als onderdeel van de modelgegevens te delen. Puntenwolken zijn geen structurele domeingegevens maar projectgegevens die geen deel van het model uitmaken en zijn daarom niet afhankelijk van het opslaan van het model. Er is echter een noodzaak voor meerdere personen om hetzelfde puntenwolkmodel efficiënt te gebruiken. U kunt het potree-bestand gebruiken voor het delen van de puntenwolk. De aanbevolen methoden bij het delen van het potree-bestand van de puntenwolk onder modelgebruikers worden hieronder beschreven. U moet eerst het potree-bestand maken en het potree-bestand naar een gedeelde locatie kopiëren. Vervolgens kunnen andere gebruikers dit in hun Tekla Structures model toevoegen.

Een potree-bestand maken

Optie 1: Met Tekla Structures

  1. Maak een potree-bestand door een puntenwolk aan een Tekla Structures-model te koppelen.

    Het potree-bestand wordt gemaakt in de map die door de variabele XS_POINT_CLOUD_CACHE_FOLDER wordt gedefinieerd. Het potree-bestand wordt <potree_name>.db genoemd en het heeft een map met dezelfde naam. Bijvoorbeeld:

  2. Kopieer zowel het <potree_name>.db-bestand als de gerelateerde map naar een gedeelde locatie. U kunt de naam van het model wijzigen als u wilt, zodat u ook de naam van de map moet wijzigen.

    Opmerking:

    Vervang geen bestaande potree-gegevens, vooral niet als het door andere gebruikers wordt gebruikt.

Optie 2: Met de Puntenwolk Manager

Raadpleeg voor gedetailleerde instructies voor het maken van een potree-bestand met Point cloud manager de paragraaf "Maak een potree-bestand met de-cloud Manager" in "Uw eigen potree puntenwolkgegevens hosten".

Een potree vanuit een gedeelde locatie koppelen

  1. Open Tekla Structures en het vanaf het zijvenster het Puntenwolken-venster.

  2. Blader naar de puntenwolkmap (mypotree in het bovenstaande voorbeeld) en selecteer het .js puntenwolkbestand. Vervolgens voert u de bovenstaande instructies uit voor het toevoegen van de puntenwolk.

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende