Basispunten
Met de basispunten (controlepunten) kunt u een coördinatensysteem op basis van de civiele oorsprong of een ander coördinatensysteem voor uitwisselbaarheid en samenwerking gebruiken. U kunt basispunten bijvoorbeeld bij het invoegen van referentiemodellen, het exporteren van IFC-modellen in tekeningen, in de Layout Manager en in lijsten en templates gebruiken.
De civiele oorsprong is het feitelijk punt of het fundamentele benchmark-punt van het nationale landmetingsnetwerk.
Wanneer u basispunten gebruikt, kunt u de coördinaten klein houden en het model waar nodig vinden. U kunt zoveel basispunten maken als u nodig hebt en een daarvan als projectbasispunt selecteren.
Denk aan het volgende:
- Referentiemodellen mogen geen extra lijnen naar de oorsprong hebben.
- Referentiemodellen mogen geen objecten bevatten die erg ver van elkaar af liggen omdat anders het gebruik van het model moeilijk kan worden.
- Tekla Structures oorspronkelijke objecten, waaronder referentiemodellen, mogen niet erg ver van de Tekla Structures-modeloorsprong worden ingevoegd.
Een basispunt definiëren
en selecteer vervolgens Puntcoördinaten. Raadpleeg voor meer informatie Informatie over objecteigenschappen.Een coördinatensysteem als projectbasispunt instellen
Eén basispunt kan als het projectbasispunt worden ingesteld. De modeloorsprong is de standaardwaarde van het projectbasispunt als het model geen basispunten bevat of als geen van de bestaande basispunten als projectbasispunt is ingesteld. U kunt het huidige projectbasispunt controleren en wijzigen via .
Wijzig het projectbasispunt niet tijdens een project.
Een referentiemodel met een basispunt invoegen
Voordat u een referentie aan de basispunten kunt invoegen, moet u een basispunt in uw model maken. Om een basispunt te kunnen maken, moet u de coördinaten weten van het referentiemodel dat u importeert.
Een IFC-model exporteren met een basispunt
Voordat u een IFC-bestand met een basispunt kunt exporteren, moet u een basispunt in uw model maken.
Basispunten in tekeningen
Het is mogelijk om door basispunten gedefinieerde coördinatensysteemwaarden in tekeningen te gebruiken. Als u het projectbasispunt Z of de verdiepingswaarde wijzigt, wordt de niveauwaarde overeenkomstig gewijzigd wanneer een tekening wordt geopend.
- Basispuntgegevens kunnen op tekening- en tekeningaanzichtniveau worden gebruikt om het coördinatensysteem in te stellen. Het basispunt kan in plaats van het verschil met N.A.P. worden gebruikt.
- Als het basispunt is ingesteld, geven de niveauattributen en templateattributen in labels waarden in het specifieke door basispunten gedefinieerde coördinatensysteem. Attributen met
_BASEPOINTaan het einde geven coördinaten ten opzichte van het basispunt dat in het venster is geselecteerd en attributen met_PROJECTaan het eind geven coördinaten ten opzichte van het basispunt dat als het projectbasispunt is geselecteerd. - Als het basispunt op tekeningniveau is ingesteld, kunnen de templateattributen
_BASEPOINTin tekeningtemplates worden gebruikt.
U kunt in de tekeningaanzichteigenschappen Locatie door instellen als de modeloorsprong, het projectbasispunt of elk door een basispunt gedefinieerd coördinatensysteem. De standaardwaarde in Locatie door is het projectbasispunt.
Als u de Locatie door niet hebt ingesteld op een basispunt, geven de _BASEPOINT-attributen hetzelfde resultaat als de basisattributen. COG_Z zou bijvoorbeeld hetzelfde resultaat geven als COG_Z_BASEPOINT. COG_Z_PROJECT geeft echter altijd de waarde op basis van het projectbasispunt.
Het verschil met N.A.P in de aanzichteigenschappen is alleen van invloed op de attributen TOP_LEVEL en TOP_LEVEL_UNFORMATTED als Locatie door is ingesteld op Modeloorsprong of op het projectbasispunt dat zich in de modeloorsprong bevindt.
De Locatie door-waarde wijzigen:
Voorbeeld van het gebruik van een basispunt in een tekening
In het volgende voorbeeld doet u het volgende:
-
Maak een plaat met een dikte van 200 mm met de bovenzijde van de plaat op niveau 0 in het model.
-
Maak een nieuw basispunt 'Controlepunt 1' met verdieping 20000 mm.

-
Maak een nieuw basispunt 'Projectpunt 1' met hoogte 10.000 mm en stel dit in als projectbasispunt door het selectievakje Projectbasispunt in te schakelen.
-
Maak een overzichttekening in het bovenaanzicht.
-
Open de overzichttekening, dubbelklik op het kader van het aanzicht om het Aanzichteigenschappen dialoogvenster te openen.
-
Stel op het tabblad Attributen 2 de optie Locatie door in op het nieuwe basispunt Projectbasispunt: Projectpunt 1 en klik op Wijzigen.
-
Voeg een peilmaat toe met de volgende templateattributen:
COG_ZCOG_Z_PROJECTCOG_Z_BASEPOINT
-
Open de tekening opnieuw.
Het wijzigen van de waarde werkt niet automatisch het templateattribuut bij maar na het opnieuw van de tekening.
Basispunten in de Layout Manager
U kunt basispunten in de Layout Manager gebruiken wanneer u de locatie van opmaakpunten definieert.
- U kunt basispunten als locatiecoördinaten gebruiken bij het exporteren en importeren van layout-punten.
-
Wanneer u basispunten toevoegt, wijzigt of verwijdert, moet u de Layout Manager opnieuw openen of vernieuwen om de gewijzigde basispunten in de Layout Manager beschikbaar te maken.
Basispunt in lijsten en templates
U kunt informatie over het projectbasispunt en de huidige basispuntwaarde in lijsten en templates opvragen.
De volgende tabel geeft de templateattributen weer waar u aan het eind _PROJECT en _BASEPOINT kunt gebruiken, bijvoorbeeld ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL_PROJECT of ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL_BASEPOINT. Attributen met _BASEPOINT aan het einde geven coördinaten ten opzichte van het in het venster geselecteerde basispunt en attributen met _PROJECT aan het eind geven coördinaten ten opzichte van het basispunt dat als het projectbasispunt is geselecteerd. _BASEPOINT gebruikt het huidige basispunt op dezelfde manier als het werkvlak het huidige werkvlak gebruikt: Als er geen huidig basispunt is gedefinieerd, biedt _BASEPOINT waarden ten opzichte van de modeloorsprong (globaal).
| Inhoudstype | Attributen |
|---|---|
|
|
ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL_UNFORMATTED ASSEMBLY_TOP_LEVEL_UNFORMATTED
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
. Als u het basispunt wilt ontgrendelen, klikt u nogmaals op de knop.
te klikken.