Aanzichteigenschappen in tekeningen

Tekla Structures
Aangepast: 14 nov 2024
2025
Tekla Structures

Aanzichteigenschappen in tekeningen

In de eigenschappen van het tekeningvenster kunt u de venstereigenschappen controleren en wijzigen.

Alle tekeningvenstereigenschappen worden hier beschreven. De venstereigenschappen die in het eigenschappenvenster van de tekening worden getoond, verschillen tot op zekere hoogte van de venstereigenschappen die u opent via de dialoogvensters tekeningeigenschappen of het tekenlint en de eigenschappen kunnen verschillend benoemd zijn.

Venstereigenschappen in het eigenschappenvenster

U kunt de aanzichteigenschappen in het eigenschappenvenster bijvoorbeeld gebruiken om snel de eigenschappen te wijzigen voor de aanzichten die u in een geopende tekening hebt geselecteerd of voor de aanzichten die u gaat maken met de commando's op het tabblad Aanzichten of om bijvoorbeeld vooraf gedefinieerde aanzichteigenschappen te laden.

De eigenschappen van het tekeningaanzicht in het eigenschappenvenster van de tekening opent u als volgt:

  • Klik in een geopende tekening op een tekeningaanzichtkader. Als het eigenschappenvenster van de tekening niet is geopend, dubbelklik dan op het aanzichtkader. Door op het kader te dubbelklikken wordt ook het dialoogvenster aanzichteigenschappen geopend, dat meer eigenschappen beschikbaar heeft.
  • Selecteer Venster in de object-tekeningeigenschappen in het zijvenster.

Alle aanzichteigenschappen die in het eigenschappenvenster van de tekening beschikbaar zijn, worden hierna beschreven.

Raadpleeg Verschillende niveaus voor het instellen en wijzigen van tekening eigenschappen voor meer informatie over tekeningeigenschappen op verschillende niveaus.

Instelling Beschrijving
Eigenschappen in het eigenschappenpaneel opslaan en laden en zoeken
  • Selecteer om bestaande eigenschappen te laden de eigenschappen in de lijst.
  • Als u de gewijzigde tekeningeigenschappen wilt opslaan, klikt u op . U kunt de eigenschappen ook met een andere naam opslaan.
  • Begin met het invoeren van een eigenschapsnaam om naar een eigenschap te zoeken.
Grootte en plaatsing

Schaal

Stel de schaal van het aanzicht in.

Grootte

Aanpassen aan onderdelen: Tekla Structures maakt de inhoud van het tekeningaanzichtkader passend zonder overbodige ruimte open te laten.

Definieer als afstanden: Diepte onder/Diepte boven definieert de grootte van het aanzicht langs de x- en y-assen van het aanzicht. X min / X max en Y min / Y max definiëren de diepte van het aanzicht relatief naar en loodrecht op het kijkvlak.

Aanzicht vergroting voor aansluitende onderdelen

Voer een waarde in waarmee aansluitende onderdelen worden weergegeven.

Voor meer informatie, raadpleegt u Aansluitende onderdelen in tekeningen weergeven.

Geprojecteerde vlak

Toon lastdragende delen van de structuur, zoals kolommen en liggers van een benedenverdieping.

Als u deze optie selecteert, worden structuren met een ononderbroken lijn weergegeven en als u deze optie niet selecteert, worden structuren met een stippellijn weergegeven.

Rotatie rondom X of Y

De kijkhoek van 3D-aanzichten wijzigen. Voer de waarden voor de hoeken in de Y- en X-richting in. De rotatie in een tekeningaanzicht is rond de lokale as. De waarde 0,0 voor beiden komt overeen met het vooraanzicht.

Plaats

Stel de plaatsing voor het tekeningaanzicht in op Vast of Vrij:

  • Vast: handhaaft de aanzichten tijdens updates op dezelfde locatie.
  • Vrij: Laat Tekla Structures tijdens updates een geschikte plaats voor het aanzicht zoeken.

Raadpleeg "Automatische vrije of vaste plaatsing voor tekeningaanzichten definiëren" voor meer informatie.

Onderdeelweergave

Onderdelen inkorten

Als onderdelen heel lang zijn en geen details bevatten, kunt u ze inkorten.

Ja schakelt inkorten in. U kunt ook selecteren of u Alleen in de x-richting of Alleen in de y-richting wilt uitsnijden.

Raadpleeg "Onderdelen in tekeningaanzichten inkorten" voor meer informatie.

Onderbreken schuine onderdelen

Als deze wordt geselecteerd, snijdt Tekla Structures schuine onderdelen uit.

Min. lengte voor onderbreken

Definieer hoe lang het onderdeel minimaal moet zijn om te kunnen worden ingekort. De lengte van het onderdeel moet minimaal twee keer de ingevoerde waarde zijn.

Breedte van onderbreking

Definieer de afstand tussen de uitgesneden onderdelen.

Onderdelen uitslaan

Deze instelling wordt alleen weergegeven voor onderdeeltekeningen. Ja toont en bemat de buiglijnen in de tekening.

Raadpleeg voor meer informatie Polyprofielen in tekeningen uitslaan.

Vervorming van onderdelen opheffen

Selecteer deze optie om de vervorming van vervormde onderdelen op te heffen en de ontwikkelde (onvervormde) vorm van de vervormde onderdelen in tekeningen weer te geven.

Raadpleeg "De vervorming van vervormde onderdelen in tekeningen opheffen" voor meer informatie.

Toon openings-symbool

Als dit is geselecteerd, geeft Tekla Structures symbolen in openingen en uitsparingen weer.

Raadpleeg "Onderdeelopeningen en uitsparingen in tekeningen weergeven" voor meer informatie.

Basispunten en maatlijnen

Locatie door

Selecteer de modeloorsprong, het basispunt van het project of een willekeurig door een basispunt gedefinieerd coördinatensysteem. Locatie door gebruikt het projectbasispunt als de standaardwaarde.

  • Basispuntgegevens kunnen worden gebruikt om het coördinatensysteem voor het aanzicht in te stellen. Het basispunt kan in plaats van een gegevensoffset worden gebruikt.
  • Als het basispunt is ingesteld, geven de niveauattributen en templateattributen in labels waarden in het specifieke door basispunten gedefinieerde coördinatensysteem.
  • Als u het projectbasispunt Z of de verdiepingswaarde wijzigt, wordt de niveauwaarde overeenkomstig gewijzigd wanneer een tekening wordt geopend.
  • Deze instelling is van invloed op peilmaten en attributen die eindigen op _BASEPOINT.
Feitelijk punten voor peilmaten

Definieer het referentiepunt voor peilmaten.

Gespecificeerd gebruikt de waarde die u invoert.

Als Kijkvlak wordt geselecteerd, worden de referentiepunten ten opzichte van het kijkvlak gemeten.

Maken maatlijn

Maakt afzonderlijk de maatvoering voor alleen het geselecteerde aanzicht. Deze optie beïnvloedt het maken van de maatvoering tijdens het klonen en het opnieuw bematen van bestaande tekeningen. De opties zijn:

Automatisch

Niet maken

Klonen

Zie Alleen maatlijnen in geselecteerde vensters klonen voor meer informatie.

Vensterlabel
Vensterlabel editor

(1) U kunt met Eigenschappenbestand de inhoud van het aanzichtlabel laden en opslaan. Klik om de instelling te activeren in de editor op een labelcontainer .

(2) Klik op de knop Eigenschappen of Waarden om de eigenschapsnaam of de eigenschapswaarde weer te geven in het venster labeleditor. Deze knoppen zijn alleen beschikbaar wanneer u een bestaand aanzicht in een tekening hebt geselecteerd.

(3) Een nieuwe, lege labelcontainer die is toegevoegd met de knop Nieuwe container. Voeg nieuwe elementen in de container toe met de knop Nieuw element. Gebruik de handle om de container naar een andere locatie te verslepen.

(4) Labelcontainers rondom de lijn van het vensterlabel. Klik op een labelcontainer om deze te selecteren. Gebruik de knop Nieuw element om nieuwe elementen toe te voegen. Gebruik de rode verwijderknop in de rechterbovenhoek om de inhoud te verwijderen. Als u het positienummer van de labelcontainer wilt controleren, wijst u de handle van de labelcontainer aan.

(5) gebruik de knop Nieuw element om de elementlijst te openen en het toe te voegen element te selecteren. De elementlijst wordt automatisch geopend wanneer u op een lege labelcontainer klikt. U kunt ook naar elementen zoeken. In vensterlabels kunt u geen gebruikersattributen, templateattributen of aangepaste eigenschappen gebruiken.

Gebruik de knop Nieuwe container om nieuwe elementen toe te voegen. U kunt maximaal vijf containers toevoegen. U kunt elementen en containers naar nieuwe locaties verslepen.

(6) De %-knop geeft het huidige zoomniveau weer. Gebruik de middelstemuisknop. om in of uit te zoomen. Klik op de %-knop om te zoomen naar best passend.

(7) Label eigenschappen

Lettertype

Kleur lettertype, Lettertype, Hoogte lettertype

Definieer de kleur, het type en de hoogte van het lettertype dat in het label wordt gebruikt.

Als u op ... klikt, worden meer opties voor lettertypen weergegeven.

U kunt een standaardkleur gebruiken of een eigen RGB-kleur definiëren.

Kader

Kader, Kleur frame

Definieer het kadertype en de kleur voor een of meer elementen of voor de labelcontainer.

Deze eigenschappen komen beschikbaar wanneer u een element of een labelcontainer selecteert.

U kunt een standaardkleur gebruiken of een eigen RGB-kleur definiëren.

U kunt ook het kader uit de elementenlijst toevoegen.

Tekstplaatsing
Uitlijning

Definieer de uitlijning van het label: Links, Midden of Rechts.

Deze instelling is ingesteld als beschikbaar wanneer u een labelmarkering in de label editor hebt geselecteerd.

Positie tekst

Definieer de tekstpositie in het label.

Deze instelling is ingesteld als beschikbaar wanneer u een labelmarkering in de label editor hebt geselecteerd.

X-offset voor tekst, Y-offset voor tekst

Definieer de tekstoffset in de X- of Y-richting.

Deze instelling is ingesteld als beschikbaar wanneer u een labelmarkering in de label editor hebt geselecteerd.

Symbool en lijn

Symbool, Kleur Grootte, Lijnlengte

Definieer het symbool dat in het vensterlabel moet worden gebruikt: de kleur, grootte en lijnlengte van het label.

De symboolopties zijn:

Geen

Lege cirkel

Gekruiste cirkel

Eigen

U kunt een standaardkleur gebruiken of een eigen RGB-kleur definiëren.

Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van aangepaste symbolen het ondersteuningsartikel "Twee aangepaste symbolen in een vensterlabel toevoegen".

Labelplaatsing

Verticale positie

Definieer de verticale positie van het vensterlabel:

Boven plaatst het vensterlabel aan de bovenzijde van het venster.

Onder plaatst het vensterlabel aan de onderzijde van het venster.

Horizontale positie Definieer de horizontale positie van het vensterlabel:

Links uitgelijnd op kader

Midden uitgelijnd op kader

Naar rechts uitgelijnd op kader

Links uitgelijnd op beperkingsvak

Midden uitgelijnd op beperkingsvak

Rechts uitgelijnd op beperkingsvak

Richtingslabels
Labeltype, Hoogte

Geef vensterrichtinglabels weer.

U kunt alleen richtinglabels voor doorsneden en eindaanzichten definiëren.

De opties zijn Geen, Symbool, Label en Symbool en label. Het label betekent het vensterlabel.

U kunt ook een hoogte voor het label definiëren. Als u 0 probeert te gebruiken, krijgt u een foutmelding.

Meer
Aanzicht Vensterinstellingen opent het dialoogvenster aanzichteigenschappen met meer instellingen.
Objectgroepen Objectgroepinstellingen opent het dialoogvenster Instellingen op objectniveau voor aanzicht om gedetailleerde objectniveau-instellingen te definiëren voor objectgroepen.
Objectgroepinstellingen Stel de gedefinieerde objectgroepinstellingen in op Beschikbaar.

Venstereigenschappen in venstereigenschappen-dialoogvensters

Er zijn enkele venstereigenschappen die alleen in de venstereigenschappen-dialoogvensters worden weergegeven, niet in het eigenschappenvenster. Deze eigenschappen kunnen voor het instellen van de vensters en de venstereigenschappen worden gebruikt voordat u tekeningen maakt of wanneer u bijvoorbeeld enkele venstereigenschappen voor alle vensters in een tekening wilt wijzigen.

Om, afhankelijk van waar u bent, het dialoogvenster venstereigenschappen te openen:

  • Ga in het eigenschappenvenster Tekeningaanzicht naar de sectie Meer en klik op Vensterinstellingen.
  • Dubbelklik in een geopende tekening op een vensterkader. Hiermee worden de venstereigenschappen voor het huidige venster weergegeven.
  • Klik in het tekeninglint op het tabblad Tekening klik op Eigenschappen > Aanzicht.
  • Klik op het tabblad Tekeningen & Lijsten op Tekening­eigenschappen en selecteer het tekeningtype. Selecteer vervolgens Maken aanzicht en een tekeningaanzicht in de lijst en klik op Aanzichteigenschappen aan de rechterzijde.
  • Voor overzichttekeningen op het tabblad Tekeningen & Lijsten, klik op Tekening­eigenschappen en selecteer Overzichttekening. Klik vervolgens op de knop Aanzicht....

Alle instellingen in alle venstereigenschappen-dialoogvensters worden hieronder beschreven.

Instelling Beschrijving
Maken aanzicht in de optiestructuur Wanneer Maken aanzicht is geselecteerd in de optiestructuur in onderdeel-, merk- en betontekeningen kunt u de tekeningvensters definiëren die u wilt maken. Daarvandaan kunt u de venstereigenschappen voor elk venster afzonderlijk wijzigen door op de knop Aanzichteigenschappen te klikken.

Tabblad Aanzichten

Aanzichttype en aan/uit-kolommen

Definieer de hoofdaanzichten, doorsneden eindaanzichten en 3D-aanzichten die u wilt maken. Gebruik de knoppen Regel verwijderen en Regel toevoegen om aanzichten uit een lijst te verwijderen of er aan toe te voegen.
  • Selecteer in Aanzichttype het venstertype dat u wilt maken.
  • Als u Uit selecteert, maakt Tekla Structures het aanzicht niet, maar worden de onderdelen in de beschikbare aanzichten bemaat. Als u alle vier de hoofdaanzichten uitschakelt, maakt Tekla Structures wel een vooraanzicht.
  • Als u Aanselecteert, maakt Tekla Structures altijd het aanzicht, zelfs als het niet nodig is om de maatlijnen weer te geven. Voor doorsneden wordt in Tekla Structures een extra doorsnede gemaakt waarin het midden van het hoofdonderdeel weergegeven wordt. Voor eindaanzichten wordt in Tekla Structures een eindaanzicht gemaakt van een uiteinde van het hoofdonderdeel.
  • Als u Auto selecteert, maakt Tekla Structures het aanzicht als het nodig is om de maatlijnen weer te geven. Voor doorsneden wordt in Tekla Structures het benodigde aantal aanzichten gemaakt om alle maatlijnen weer te geven. Als maatlijnen aan het uiteinde zijn voorzien, wordt voor eindaanzichten in Tekla Structures ook een ander eindaanzicht gemaakt van het andere uiteinde van het hoofdonderdeel.

Raadpleeg "Definieer de te maken vensters" voor meer informatie.

Vensterlabel kolom

Stel de vensternaam in.

Als u de aanzichtnaam in het vensterlabel automatisch wilt weergeven, moet u deze hier definiëren.

Aanzichteigenschappen kolom

Geeft de huidige aanzichteigenschappen voor het geselecteerde aanzicht weer. U kunt een ander bestand met aanzichteigenschappen uit de lijst selecteren of de aanzichteigenschappen controleren en wijzigen door op Aanzichteigenschappen te klikken.

Let wel dat als u Auto in de aan/uit als methode maken hebt ingesteld Tekla Structures de standaardeigenschappen gebruik, ook als u hier een ander bestand met eigenschappen definieert.

Algemene instellingen voor alle vensters

Enkele algemene instellingen voor alle vensters definiëren:

  • Boutdiameter negeren filtert bouten met een standaardgrootte uit tekeningen, wat inhoudt dat Tekla Structures geen boutlabels weergeeft van de gedefinieerde boutgrootte in tekeningen. Deze instelling is beschikbaar in onderdeel- en merktekeningen.
  • Minimum lasgrootte filtert lassen en laslabels met de gedefinieerde lasgrootte en kleiner uit de tekening. Deze instelling is beschikbaar in onderdeel- en merktekeningen.
  • Lasmarkeringen zichtbaar bepaalt de zichtbaarheid van laslabels van modellen in merktekeningen. De opties zijn:
    • In één aanzicht: Tekla Structures vindt automatisch de meest relevante weergave voor het weergeven van de modellaslabels. Elk laslabel wordt in een tekening slechts in één aanzicht weergegeven.
    • In alle aanzichten: Tekla Structures voegt de laslabels toe in alle tekeningaanzichten die het onderdeel met de las bevatten.

De tekening opnieuw maken

AlsJa wordt geselecteerd, wordt de tekening opnieuw gemaakt.

Tabblad Attributen

Coördinatensysteem

Stel het coördinatensysteem van de tekeningaanzichten in. De opties zijn: lokaal, model, georiënteerd, horizontale schoor, verticale schoor en vast.

Raadpleeg "Het coördinatensysteem wijzigen" voor meer informatie.

Roteer coördinatensysteem

Rondom X, Rondom Y, Rondom Z

Roteert het aanzicht rond de x-, y- of z-as van de onderdelen aan de hand van de ingevoerde waarden.

Raadpleeg "Onderdelen in tekeningvensters roteren".

Openvouwen

Deze instelling wordt alleen weergegeven voor onderdeeltekeningen.

Als Ja wordt geselecteerd, worden de vouwlijnen in de tekening weergegeven en bemaat.

Raadpleeg "Polyprofielen in tekeningen uitslaan" voor meer informatie.

Niet gedeformeerd

Als Ja wordt geselecteerd, wordt de vervorming van vervormde onderdelen opgeheven en wordt de ontwikkelde (niet-vervormde) vorm van de vervormde onderdelen in tekeningen weergegeven.

Raadpleeg "De vervorming van vervormde onderdelen in tekeningen opheffen" voor meer informatie.

Tabbladen Attributen 1 en Attributen 2 in het dialoogvenster met aanzichteigenschappen,

Tabbladen Attributen en Inkorten in het dialoogvenster Overzicht - aanzicht eigenschappen:

Schaal

Stel de schaal van het aanzicht in.

Geprojecteerde vlak

Toont de lastdragende delen van de structuur, zoals kolommen en liggers van een benedenverdieping.

Als Ja wordt geselecteerd, worden de structuren met een ononderbroken lijn weergegeven en als Nee wordt geselecteerd, worden ze met een stippellijn weergegeven.

Rotatie rond (in 3D-vensters)

De kijkhoek van 3D-aanzichten wijzigen. Voer de waarden voor de hoeken in de Y- en X-richting in. De rotatie in een tekeningaanzicht is rond de lokale as. De waarde 0,0 voor beiden komt overeen met het vooraanzicht.

Grootte

Aanpassen aan onderdelen: Tekla Structures maakt de inhoud van het tekeningaanzichtkader passend zonder overbodige ruimte open te laten.

Definieer als afstanden: Diepte onder en Diepte boven definiëren de grootte van het aanzicht langs de x- en y-assen van het aanzicht. X min / X max en Y min / Y max definiëren de diepte van het aanzicht relatief naar en loodrecht op het kijkvlak.

Aanzicht vergroting voor aansluitende onderdelen

Voer een waarde in waarmee aansluitende onderdelen worden weergegeven.

Raadpleeg 'Aansluitende onderdelen in tekeningen weergeven' voor meer informatie.

Plaats

Stel de plaatsing voor het tekeningaanzicht in op Vast of Vrij:

  • Vast: handhaaft de aanzichten tijdens updates op dezelfde locatie.
  • Vrij: Laat Tekla Structures tijdens updates een geschikte plaats voor het aanzicht zoeken.

Raadpleeg "Automatische vrije of vaste plaatsing voor tekeningaanzichten definiëren" voor meer informatie.

Gedetailleerde instellingen objectniveau gebruiken Stel deze variabele op Ja in om de gedetailleerde objectniveau-instellingen toe te passen die u voor de geselecteerde objectgroepen hebt gedefinieerd.

Openvouwen

Als Ja wordt geselecteerd, worden de vouwlijnen in de tekening weergegeven en bemaat. Deze instelling wordt alleen weergegeven voor onderdeeltekeningen.

Raadpleeg "Polyprofielen in tekeningen uitslaan" voor meer informatie.

Niet gedeformeerd

Bij Ja wordt de ontwikkelde (niet vervormde) vorm van gedeformeerde onderdelen in tekeningaanzichten weergegeven.

Raadpleeg "De vervorming van vervormde onderdelen in tekeningen opheffen" voor meer informatie.

Inkorten

Als onderdelen heel lang zijn en geen details bevatten, kunt u ze inkorten:

  • Onderdelen inkorten: Ja schakelt inkorten in. U kunt ook selecteren of u Alleen in de x-richting of Alleen in de y-richting wilt uitsnijden.
  • Onderbreken schuine onderdelen: Ja snijdt schuine onderdelen uit.

    Merk op dat door de instelling Onderbreken schuine onderdelen op Nee secundaire delen die minder dan 5,7 graden scheef staan ten opzichte van het hoofdonderdeel worden uitgesneden.

  • Min. lengte voor onderbreken definieert hoe lang het onderdeel minimaal moet zijn om te kunnen worden ingekort. De lengte van het onderdeel moet minimaal twee keer de ingevoerde waarde zijn.
  • Breedte van onderbreking definieert de afstand tussen onderdelen inkorten op papier.

Raadpleeg "Onderdelen inkorten of verlengen" voor meer informatie.

Toon openings-symbool

Als Ja wordt geselecteerd, worden symbolen in openingen en uitsparingen weergegeven.

Raadpleegt "Onderdeelopeningen en uitsparingen in tekeningen weergeven" voor meer informatie.

Locatie door

Selecteer de modeloorsprong, het basispunt van het project of een willekeurig door een basispunt gedefinieerd coördinatensysteem. Locatie door gebruikt het projectbasispunt als de standaardwaarde.

  • Basispuntgegevens kunnen worden gebruikt om het coördinatensysteem voor het aanzicht in te stellen. Het basispunt kan in plaats van een gegevensoffset worden gebruikt.
  • Als het basispunt is ingesteld, geven de niveauattributen en templateattributen in labels waarden in het specifieke door basispunten gedefinieerde coördinatensysteem.
  • Als u het projectbasispunt Z of de verdiepingswaarde wijzigt, wordt de niveauwaarde overeenkomstig gewijzigd wanneer een tekening wordt geopend.
  • Deze instelling is van invloed op peilmaten en attributen die eindigen op BASEPOINT.

Feitelijk punt voor peilmaat

Definieer het referentiepunt voor peilmaten.

Gespecificeerd gebruikt de waarde die u in Verschil N.A.P. invoert. Als de hoogte 5000 mm is en u stelt het referentiepunt. in op 200, wordt de hoogte gewijzigd in 4800 mm.

Als Kijkvlak wordt geselecteerd, worden de referentiepunten ten opzichte van het kijkvlak gemeten.

Storten in tekening weergeven

Deze instelling is alleen beschikbaar in de eigenschappenvenster van overzichttekeningen.

Ja toont storten in tekeningen.

Als u storten in tekeningen wilt inschakelen, raadpleegt u "Stortobjecten, stortlabels en stortnaden in tekeningen weergeven".

Maatvoeringswijze in deze doorsnede

Kloont afzonderlijk de maatvoering voor alleen het geselecteerde aanzicht. Deze optie beïnvloedt het maken van de maatvoering tijdens het klonen en het opnieuw bematen van bestaande tekeningen.

De opties zijn:

Automatisch

Niet maken

Klonen

Zie Alleen maatlijnen in geselecteerde vensters klonen voor meer informatie.

Tabblad Labels:

Tekst

Definieert de tekst van het aanzichtlabel. Voer tekst in de velden A1-A5 in of klik op de knoppen … en selecteer het label markering en het uiterlijk van het element.

Raadpleeg "Definieer vensterlabels en vensterlabelmarkeringen" voor meer informatie.

Symbool

Definieer het te gebruiken symbool in het vensterlabel, de Kleur en Grootte van het symbool en label Lijnlengte.

De symboolopties zijn:

Geen

Lege cirkel

Gekruiste cirkel

Eigen

U kunt een standaardkleur gebruiken of een eigen RGB-kleur definiëren.

Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van aangepaste symbolen het ondersteuningsartikel "Twee aangepaste symbolen in een vensterlabel toevoegen".

Label positie

Bepaalt de verticale en horizontale positie van het vensterlabel.

  • Voor Verticaal.

    Boven plaatst het vensterlabel aan de bovenzijde van het venster.

    Onder plaatst het vensterlabel aan de onderzijde van het venster.

  • Voor Horizontaal.

    Links uitgelijnd ten opzichte van aanzichtkader

    Midden uitgelijnd ten opzichte van aanzichtkader

    Rechts uitgelijnd ten opzichte van aanzichtkader

    Links uitgelijnd ten opzichte van zichtbaarheidsvenster

    Midden uitgelijnd ten opzichte van zichtbaarheidsvenster

    Rechts uitgelijnd ten opzichte van zichtbaarheidsvenster

Richting vensterlabels

Geef vensterrichtinglabels weer.

U kunt alleen richtinglabels voor doorsneden en eindaanzichten definiëren.

Selecteer een optie in de lijst Toon labels. De opties zijn Geen, Alleen symbool, Alleen label en Symbool en label. Het label betekent het vensterlabel.

U kunt ook een Hoogte definiëren voor het label. Als u 0 probeert te gebruiken, krijgt u een foutmelding.

In het volgende voorbeeld worden de richtinglabels samen met het vensterlabel weergegeven.

Andere opties in de optiestructuur met aanzichteigenschappen:

Bemating

Definieer maatlijneninstellingen op vensterniveau voor elke venster afzonderlijk.

Raadpleeg "Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden" en "Automatische maatlijnen op aanzichtniveau toevoegen" voor meer informatie over maatlijninstellingen.

Filter

Definieer tekeningaanzichtfilters.

Raadpleeg "Maak filters" voor meer informatie.

Aansl. onderdeelfilter

Definieer tekeningaanzichtfilters voor aansluitende onderdelen.

Raadpleeg "Maak filters" voor meer informatie.

Beveiliging

Definieer beveiligde gebieden om te voorkomen dat daar tekst, labels of maatlijnen worden geplaatst.

Raadpleeg "Gebieden in een tekening beveiligen" voor meer informatie.

Labels

Definieer labeleigenschappen op aanzichtniveau.

Raadpleeg "Labeleigenschappen" voor meer informatie.

Objecten

Definieer eigenschappen op aanzichtniveau voor de volgende objecten:

Onderdelen en aansluitende onderdelen

Bouten

Oppervlakte

Lassen

Wapening en aansluitende wapening

Referentieobjecten

Raster

Stortobject en stortnaden

Tabblad Ankerplan (Overzicht - aanzicht eigenschappen)
Ankerplan met 2 schalen Als Ja wordt geselecteerd, wordt de overzichttekening als een ankerplan weergegeven.

Raadpleeg "Ankerplannen met opgeslagen instellingen maken" voor meer informatie.

Schaal venster vergroot onderdeel

Definieer de schaal die in vergrote onderdeelaanzichten wordt gebruikt.

Detailvensters maken

Als Ja wordt geselecteerd, worden aparte detailvensters gemaakt.

Als u Nee selecteert, dan bemaat Tekla Structures de ankerbouten in het vergrote venster. Tekla Structures groepeert gelijksoortige detailvensters, zodat gelijksoortige details slechts één keer worden getekend.

Schaal detailvenster

Definieert de schaal die in de detailvensters van de ankerplannen wordt gebruikt.

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende