Automatische onderdeeleigenschappen van tekeningen definiëren
U kunt definiëren wat in een onderdeel wordt weergegeven en hoe het onderdeel wordt weergegeven.
Voorbeeld: Onderdeelweergave
Hier volgen enkele voorbeelden hoe onderdelen en items eruitzien met verschillende instellingen die in het dialoogvenster Aanzichteigenschappen zijn gedefinieerd.
|
Instelling |
Voorbeeld |
|---|---|
| Weergave is ingesteld op Solid. |
|
| Weergave is ingesteld op Exact. |
|
| Vellingkanten is geselecteerd in Bijkomende labels. | |
| Weergave is ingesteld op Symbool. | |
| Weergave is ingesteld op Gedeeltelijk profiel. U kunt de gedeeltelijke profielinstellingen Lengte en Offset vanaf middelpunt wijzigen. In het eerste voorbeeld aan de rechterkant worden de standaardwaarden gebruikt. In het tweede voorbeeld zijn de lengte en de offset beide aangepast. |
|
| Weergave is ingesteld op Omtrek. |
|
| Weergave is ingesteld op Omtrek. | |
| Weergave is ingesteld op HB. | |
| Weergave is ingesteld op Exact en Symbooloffset is ingesteld op 0,00. Hartlijn is geselecteerd. |
|
| Weergave is ingesteld op Exact en Symbooloffset is ingesteld op 10,00. Hartlijn is geselecteerd. |
|
| Verborgen lijnen is niet geselecteerd. Verborgen lijnen voor andere onderdelen worden niet weergegeven. | |
| (1) Verborgen lijnen is geselecteerd. De eigen verborgen lijnen van onderdelen en de verborgen lijnen van onderdelen die zich achter andere onderdelen bevinden, worden getekend. (2) Eigen verborgen lijnen is geselecteerd. Verborgen lijnen voor het onderdeel dat door het onderdeel zelf wordt bedekt, worden weergegeven. |
|