Automatische onderdeeleigenschappen van tekeningen definiëren

Tekla Structures
Aangepast: 11 apr 2025
2025
Tekla Structures

Automatische onderdeeleigenschappen van tekeningen definiëren

U kunt definiëren wat in een onderdeel wordt weergegeven en hoe het onderdeel wordt weergegeven.

  1. Klik op het tabblad Tekeningen & Lijsten op Tekening­eigenschappen en selecteer het tekeningtype.
  2. Laad tekeningeigenschappen die zo dicht mogelijk aansluiten aan degene die u nodig hebt.
  3. Onderdeel-, merk- en betontekeningen: Klik in de optiestructuur aan de linkerzijde op Maken aanzicht, selecteer het aanzicht en de eigenschappen die u wilt wijzigen en klik op Aanzichteigenschappen..
  4. Klik op Onderdeel.
  5. Selecteer op het tabblad Inhoud de onderdeelweergave, selecteer of binnencontouren, verborgen lijnen, eigen verborgen lijnen, hartlijnen en referentielijnen moeten worden weergegeven en welke aanvullende labels moeten worden weergegeven.

    Een referentielijn is een lijn tussen de punten waarin het onderdeel is gemaakt.

    Omtrek is een goede optie om bij complexe items te gebruiken met een extremenvenster dat veel polygonen bevat die tekeningen vertragen, omdat Omtrek tekeningen sneller maakt.

  6. Selecteer op het Uiterlijk tabblad de kleur en het type van de zichtbare lijnen, verborgen lijnen, referentielijnen, doorsnedelijnen, eigen verborgen lijnen en hartlijnen.

    U kunt een standaardkleur gebruiken of een eigen RGB-kleur definiëren.

    XS_CENTER_LINE_TYPE overschrijft het type hartlijn dat is ingesteld in de eigenschappen op tekening-, aanzicht- of objectniveau. XS_SECTION_LINE_COLOR_RGB overschrijft de kleur van de doorsnedelijn die is ingesteld in de eigenschappen op tekening-, aanzicht- of objectniveau.

  7. Stel op het tabblad Vullen de arceringseigenschappen voor onderdelen en doorsneden in.
  8. Afhankelijk van het tekeningtype kunt u het volgende doen:
    • Onderdeel-, merk- en betontekeningen: Klik op Opslaan om de aanzichteigenschappen op te slaan. Ga vervolgens terug naar de tekeningeigenschappen door op Sluiten te klikken.
    • Overzichttekeningen: Klik op OK om naar de tekeningeigenschappen terug te gaan.
  9. Klik op Opslaan om de tekeningeigenschappen op te slaan, klik vervolgens op OK en maak de tekening.
U kunt ook het referentielijntype van het onderdeel wijzigen met de variabele XS_DRAWING_PART_REFERENCE_LINE_TYPE en de variabele XS_DRAWING_POINT_SCALE gebruiken om de schaal van de punten te wijzigen die door Tekla Structures wordt gebruikt om referentielijnen te maken.

Voorbeeld: Onderdeelweergave

Hier volgen enkele voorbeelden hoe onderdelen en items eruitzien met verschillende instellingen die in het dialoogvenster Aanzichteigenschappen zijn gedefinieerd.

Instelling

Voorbeeld

Weergave is ingesteld op Solid.

Weergave is ingesteld op Exact.

Vellingkanten is geselecteerd in Bijkomende labels.
Weergave is ingesteld op Symbool.
Weergave is ingesteld op Gedeeltelijk profiel.

U kunt de gedeeltelijke profielinstellingen Lengte en Offset vanaf middelpunt wijzigen. In het eerste voorbeeld aan de rechterkant worden de standaardwaarden gebruikt. In het tweede voorbeeld zijn de lengte en de offset beide aangepast.

Weergave is ingesteld op Omtrek.

Weergave is ingesteld op Omtrek.
Weergave is ingesteld op HB.
Weergave is ingesteld op Exact en Symbooloffset is ingesteld op 0,00.

Hartlijn is geselecteerd.

Weergave is ingesteld op Exact en Symbooloffset is ingesteld op 10,00.

Hartlijn is geselecteerd.

Verborgen lijnen is niet geselecteerd. Verborgen lijnen voor andere onderdelen worden niet weergegeven.
(1) Verborgen lijnen is geselecteerd. De eigen verborgen lijnen van onderdelen en de verborgen lijnen van onderdelen die zich achter andere onderdelen bevinden, worden getekend.

(2) Eigen verborgen lijnen is geselecteerd. Verborgen lijnen voor het onderdeel dat door het onderdeel zelf wordt bedekt, worden weergegeven.

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende