U kunt de maatlijnplaatsing instellen op vrij of vast en de ruimte tussen parallelle maatlijnen en de locatie van de maatlijn bepalen in verhouding tot het object dat wordt bemaat. U kunt ook selecteren of de korte maatlijntekst, binnen of buiten de maatlijn wordt geplaatst.
Bij tekeningen van enkele onderdelen, merken en betonelementen kunnen de instellingen voor de maatlijnplaatsing worden gedefinieerd in een geopende tekening, worden opgeslagen in een maatlijneigenschappenbestand en worden toegepast in Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden of in gebruik worden genomen in de objectniveau-eigenschappen. In de overzichttekeningen kunnen de meeste instellingen op het tekening- en aanzichtniveau worden gedefinieerd, maar plaatsingsinstellingen alleen op het objectniveau.
Houd er rekening mee dat de plaatsing van maatlijnen niet alleen wordt bepaald door de instellingen, maar ook door de eigenschappen voor Beveiliging. Tekla Structures gebruikt de beveiligingseigenschappen om te verhinderen dat labels en maatlijnen in beveiligde gebieden worden geplaatst.
Als u de instellingen van de maatlijnplaatsing in een geopende tekening wilt aanpassen en de instellingen voor later gebruik wilt opslaan, doet u het volgende:
-
Klik op een maatlijn in de tekening.
Dubbelklik op de maatlijn als het eigenschappenvenster niet is geopend.
-
Ga naar de Plaatsing sectie en voer de gewenste afstand tussen twee parallelle maatlijnen in Maatlijnafstanden.
-
Selecteer in de lijst Kleine afstanden of een korte maatlijntekst binnen of buiten de maatlijnen moeten worden geplaatst.
-
De Plaatsingsmethode definiëren:
- Vrij laat Tekla Structures de plaats en richting van de maatlijn bepalen op basis van de richtingsinstellingen.
- Gebruik Vast om de maatlijn in een willekeurige locatie te plaatsen. Als u de instelling Vast gebruikt, dan blijft de maatlijn waar u deze plaatst, zelfs als u de tekening bijwerkt, terwijl Tekla Structures bij de optie Vrij probeert de optimale plaats voor de maatlijn te vinden.
- De opties voor de richtingopties definiëren waar Tekla Structures maatlijnen plaatst ten opzichte van het bemate object. U kunt Negatieve richting of Positieve richting selecteren of beide. Positieve richting plaatst de maatlijn verder van en Negatieve richting dichter bij het bemate object. Deze instelling is ook van invloed op de Vrij-instelling.
-
Voer in Afstand s de lege marge in die u wilt hebben rondom de maatlijn. Als Tekla Structures de maatlijn niet met de minimumafstand kan plaatsen, dan wordt de maatlijn verplaatst met de waarde die u invoert in het vak Afstand s. Tekla Structures probeert de maatlijn te plaatsen met behulp van de waarde Afstand s totdat een plaats voor de maatlijn wordt gevonden.
-
Voer in Afstand d min. de kortste afstand van het onderdeel in die Tekla Structures gebruikt om de maatlijn te plaatsen.
-
Sla de maatlijneigenschappen op met Opslaan
. U kunt de maatlijneigenschappen ook een andere naam geven en opslaan in een ander bestand.
-
Klik op Wijzigen om de maatlijneigenschappen in de geopende tekening te wijzigen.
De maatlijnen zijn geplaatst volgens de door u aangebrachte wijzigingen. U hebt nu een maatlijneigenschappenbestand dat u kunt laden wanneer u de instellingen van de maatlijnplaatsing op dezelfde wijze moet aanpassen. U kunt bijvoorbeeld deze eigenschappen laden tijdens het aanpassen Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden of in een open overzichttekening in het dialoogvenster Maatlijn eigenschappen.