Automatische eigenschappen voor aansluitende onderdelen definiëren

Tekla Structures
Aangepast: 15 jan 2025
2025
Tekla Structures

Automatische eigenschappen voor aansluitende onderdelen definiëren

U kunt definiëren wat van aansluitende onderdelen wordt weergegeven en hoe de aansluitende onderdelen worden weergegeven. U kunt ook de zichtbaarheid van de bouten van de aansluitende onderdelen instellen.

  1. Klik op het tabblad Tekeningen & Lijsten op Tekening­eigenschappen en selecteer het tekeningtype.
  2. Laad tekeningeigenschappen die zo dicht mogelijk aansluiten aan degene die u nodig hebt.
  3. Onderdeel-, merk- en betontekeningen: Klik in de optiestructuur aan de linkerzijde op Maken aanzicht, selecteer het aanzicht en de eigenschappen die u wilt wijzigen en klik op Aanzichteigenschappen.
  4. Klik op Aansluitend onderdeel.
  5. Selecteer de gewenste zichtbaarheidsopties op het tabblad Zichtbaarheid.
  6. Selecteer op het tabblad Inhoud de weergave van bouten van aansluitende onderdelen, selecteer of verborgen lijnen, hartlijnen en referentielijnen moeten worden weergegeven en welke extra labels moeten worden weergegeven.

    Een referentielijn is een lijn tussen de punten waarin het onderdeel is gemaakt.

  7. Selecteer op het Uiterlijk tabblad de kleur en het type van de zichtbare lijnen, verborgen lijnen, referentielijnen, doorsnedelijnen, eigen verborgen lijnen en hartlijnen. U kunt ook de kleur van de boutlijn selecteren.

    U kunt een standaardkleur gebruiken of een eigen RGB-kleur definiëren.

    XS_CENTER_LINE_TYPE overschrijft het type hartlijn dat is ingesteld in de eigenschappen op tekening-, aanzicht- of objectniveau. XS_SECTION_LINE_COLOR_RGB overschrijft de kleur van de doorsnedelijn die is ingesteld in de eigenschappen op tekening-, aanzicht- of objectniveau.

  8. Onderdeel-, merk- en betontekeningen: Klik op Opslaan om de aanzichteigenschappen op te slaan. Ga vervolgens terug naar de tekeningeigenschappen door op Sluiten te klikken.
  9. overzichttekeningen: Klik op OK om naar de tekeningeigenschappen terug te gaan.
  10. Klik op Opslaan om de tekeningeigenschappen op te slaan, klik vervolgens op OK en maak de tekening.
U kunt ook het referentielijntype van het aansluitende onderdeel wijzigen met de variabele XS_DRAWING_PART_REFERENCE_LINE_TYPE en de variabele XS_DRAWING_POINT_SCALE gebruiken om de schaal van de punten te wijzigen die door Tekla Structures wordt gebruikt worden om referentielijnen te maken.
Was dit nuttig?
Vorige
Volgende