Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden

Tekla Structures
Aangepast: 12 mei 2025
2025
Tekla Structures

Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden

De volgende tabel beschrijft de instellingen en opties die in het Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden dialoogvenster beschikbaar zijn. Selecteer Maken aanzicht in een dialoogvenster met tekeningeigenschappen, selecteer dan een aanzichtregel en klik op Aanzichteigenschappen > Bemating > Voorwaarde bewerken om dit dialoogvenster te openen.

Als u Geïntegreerde maatlijnen als het maatvoeringtype hebt geselecteerd wordt in plaats daarvan het dialoogvenster Bematingseigenschappen weergegeven.

Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden

Instelling

Beschrijving

Wat wordt bemaat

Selecteer het maatvoering type:

  • Totaalmaten maakt maatlijnen voor de omtrek van de objecten die u selecteert in de lijst Bemaat vanaf.

  • Randvorm maakt maatlijnen voor de rand van het object dat is geselecteerd in de lijst Bemaat vanaf. Rand is de omtrek van de schaduw van het object, zoals gedefinieerd in 'Bematingsmethode van vormen, gaten en uitsparingen'.

    Zichtbare vlakken, gescheiden delen: Maak alleen maatlijnen op vlakken die zichtbaar zijn in de schaduw van het object in het desbetreffende tekeningaanzicht.

    Zichtbare vlakken, samengevoegde delen: Geeft alleen de afmetingen aan van de buitenomtrek van een constructie, bijvoorbeeld vakwerk.

    Alle oppervlakken: Bemaat vlakken die zichtbaar zijn in de schaduw van het object als er wordt gekeken in drie hoofdrichtingen X, Y en Z. In tekeningen zijn de respectievelijke aanzichten normaal gesproken Voor-, Boven- en Eindaanzichten. Alle oppervlakken is de standaardwaarde.

    De standaardinstelling Betonelement/merk geeft voor sandwichpanelen mogelijk niet het gewenste resultaat met Randvorm. Dan kan de maatvoering van interne en externe layers afzonderlijk worden bemaat op basis van de onderdeelnaam.

  • Aangelaste onderdelen maakt maatlijnen voor de aansluitende onderdelen van een betonelement of een merk.

  • Gaten maakt maatlijnen voor de gaten van de objecten die zijn geselecteerd in de lijst Bemaat vanaf. Maatlijnen voor gaten worden gecombineerd volgens de instelling Combineer op één lijn.

    OPMERKING: Het maatvoeringstype Gaten bemaat geen bouten; u moet Geïntegreerde maatlijnen gebruiken om boutmaatvoering te krijgen.

  • Uitsparingen maakt maatlijnen voor de uitsparingen van het objecten die zijn geselecteerd in de lijst Bemaat vanaf. Maatlijnen voor gaten worden gecombineerd volgens de instelling Combineer op één lijn.

  • Afstand tot stramien maakt maatlijnen vanaf de stramienlijn tot de omtrek van het object dat is geselecteerd in de lijst Bemaat vanaf. Deze instelling werkt alleen wanneer de stramienlijnen zichtbaar zijn.

  • Filter kan worden gebruikt om alles bematen wat kan worden gefilterd. Het wordt vaak gebruikt bij het bematen van instortvoorzieningen. U kunt bijvoorbeeld boutlocaties bematen nadat u een filter voor bouten hebt gemaakt.

    Als u Filter selecteert in de lijst Wat wordt bemaat:

    • Er wordt een lijst weergegeven waarin u het filter kunt selecteren. Het filter is een tekeningaanzichtfilter en u moet dit van tevoren maken om het hier te kunnen gebruiken.
    • Het Alleen objecten aan de geselecteerde zijden selectievakje wordt weergegeven waarmee u alleen objecten kunt bematen die zich aan een bepaalde zijde van het hoofdonderdeel bevinden, bijvoorbeeld aan de Voor zijde. Door aparte voorwaarden voor elke zijde te maken, kunt u objecten aan de voorzijde en de achterzijde op aparte maatlijnen bematen. De opties zijn Voor, Boven, Start, Terug, Onder en Eind.

      OPMERKING: De zijde wordt gedefinieerd in het coördinatensysteem van het tekeningaanzicht. In het onderaanzicht is de zijde die zich het dichtst bij de kijker bevindt bijvoorbeeld Voor.

  • Aansl. onderdelen bemaat de aansluitende onderdelen. Aansluitende onderdelen zijn meestal aansluitende onderdelen, bijvoorbeeld kolommen in een liggertekening.

    OPMERKING: De bemating van aansluitende onderdelen werkt het beste als de aanzichtgrootte is verlengd, zodat de aansluitende onderdelen volledig zichtbaar zijn in het aanzicht.

    Zie een voorbeeld van de bemating van het aansluitende onderdeel in de onderstaande sectie 'Voorbeelden van maatlijnen'.

  • Het zwaartepunt maakt maatlijnen die de locatie van het zwaartepunt (COG) in onderdeel-, merk- en betontekeningen aangeven.

Locaties en koppelen van maatlijnen

Definieer aan welke zijden van merk/betonelement de maatlijnen worden gemaakt.

  • De locaties voor de maatlijnen worden geroteerd samen met het tekeningaanzicht als het aanzicht handmatig wordt geroteerd.
  • Wanneer beide zijden, boven en onder of links en rechts worden geselecteerd, worden de objecten bemaat aan de zijde die zich het dichtst bij het object bevindt.

  • Wanneer slechts een deel van het merk/betonelement voor de voorwaarde wordt geselecteerd, wordt een van de selectievakjes gedimd en kunt u dit niet selecteren.

  • Wanneer u één verticale en één horizontale maatlijn hebt geselecteerd, worden de selectievakjes voor het koppelen in de hoeken geactiveerd en kunt u de loodrechte maatlijnen koppelen. De selectievakjes worden standaard gedimd weergegeven.

  • U kunt objecten selecteren die vanuit het hele merk/betonelement of alleen vanuit een helft van het merk/betonelement worden bemaat. Als u dit doet, worden objecten in de andere helft bij het bematen genegeerd. De standaardwaarde is het gehele merk/betonelement.

Maatlijnen binnenzijde plaatsen

Wanneer u deze instelling selecteert, kunnen de maatlijnen binnen een betonelement, merk of onderdeel worden geplaatst.

Dit is alleen zichtbaar voor het maatlijntype Maatlijnen voor filters.

Oriëntatie

Oriënteert de maatlijnen langs de schuine rand van een onderdeel. Een andere mogelijkheid is om horizontale of verticale maatlijnen te maken.

  • Deze optie is alleen zichtbaar als het maatvoeringstype Filter of Randvorm is geselecteerd.

  • Als Filter wordt geselecteerd, dan zijn er twee instellingen beschikbaar voor de oriëntatie.

    De eerste instelling plaatst de maatlijnen langs de schuine rand:

    De tweede instelling plaatst de maatlijnen horizontaal en verticaal:

  • Als Randvorm wordt geselecteerd, dan zijn er drie instellingen beschikbaar voor de oriëntatie. De eerste twee instellingen werken op dezelfde manier als de eerste twee Filter-instellingen. De eerste instelling is de standaardwaarde. De derde maakt beide maatlijnen:

Minimale lengte voor schuine doorsnede

Bepaalt de minimale lengte van schuine doorsneden wanneer er nog maatlijnen voor schuine doorsneden worden gemaakt. De standaardwaarde is 300 mm. Als u deze optie bijvoorbeeld op de waarde 500 mm instelt en de schuine zijde korter is dan 500 mm, wordt de maatvoering niet langs de schuine zijde gemaakt, maar in plaats daarvan horizontaal en verticaal.

Richting

Hiermee wordt gedefinieerd waar de oorsprongspunten van de maatlijnen zich bevinden:

  • De standaardwaarden bevinden zich links voor de maatlijn Horizontaal en onder voor de maatlijn Verticaal.

  • De instelling die met het symbool is gemarkeerd, kiest de dichtstbijzijnde rand als de oorsprong van de maatlijn, voor iedere maatlijn afzonderlijk. In het onderstaande voorbeeld bevindt het object zich dichter bij de rechterrand zodat de horizontale maatlijn daar begint.

Verticaal = Horizontaal

Vaak zijn de instellingen voor beide richtingen hetzelfde en wanneer deze optie wordt gebruikt, hoeven alleen verticale opties worden ingesteld.

Sluit lijnen

Hiermee wordt gedefinieerd of de maatlijnen naar het andere uiteinde van het betonelement of het merk worden verlengd of niet . De maatlijnen worden standaard naar het andere uiteinde verlengd.

Maatvoering voor

Hiermee wordt gedefinieerd welke punten van de geselecteerde objecten worden bemaat:

  • Beide einden is de standaard.

  • Als u de middelpuntinstelling selecteert en het object een gebruikersonderdeel (= instortvoorziening) is, wordt in Tekla Structures het invoegpunt van de component gebruikt dat zich niet altijd in het midden bevindt. Voor andere objecten wordt het werkelijke middelpunt gebruikt.

Ronde gaten

Hiermee wordt gedefinieerd of de ronde gaten op basis van het middelpunt of de diameter worden bemaat:

  • Deze optie is alleen zichtbaar als Gaten of Uitsparingen wordt geselecteerd.

  • De diameter is de standaardwaarde.

  • Momenteel worden ronde gaten die zijn gemaakt door profielen met prefixen D, ELD, ROD, EPD, O, PD en TUBE, herkend als ronde openingen en gemaatvoerd. Als u het ronde gat bijvoorbeeld met ronde afwerkingen maakt, wordt het gat niet bemaat.

Maatlijneigenschappen

Selecteer en pas maatlijninstellingen toe die in een eerder opgeslagen maatlijneigenschappen-bestand zijn gedefinieerd. De standaardwaarde is standaard. Dit bestand definieert de gebruikte maatlijneigenschappen zoals het maatlijntype, de eenheden, nauwkeurigheid, de indeling, het uiterlijk, de labels en de opgenomen maatlijn-tags.

Als u Hetzelfde aan alle zijden selecteert, worden de instellingen in hetzelfde maatlijneigenschappenbestand aan alle zijden gebruikt. Als u de selectie van Hetzelfde aan alle zijden ongedaan maakt, kunt u verschillende maatlijneigenschappen selecteren en toepassen voor de zijden Boven, Onder, Links en Rechts.

Bemaat vanaf

Definieert de objecten die als het punt van oorsprong voor de maatlijnen worden gebruikt. De beschikbare instellingen zijn:

  • Betonelement/merk: Dit is de standaardwaarde. Als u deze instelling selecteert, hebt u nog drie instellingen beschikbaar:
    • Alleen betonnen/stalen onderdelen: Voor een betonelement worden alleen betonnen onderdelen gebruikt en voor staal alleen stalen onderdelen.
    • Alle onderdelen
    • Alle onderdelen en staven
  • Hoofdonderdeel: Deze instelling gebruikt het betonelement of hoofdonderdeel van het merk.
  • Onderdeelnaam: Als u Onderdeelnaam selecteert, dan kunt u de onderdeelnaam definiëren.
  • Filter: Als u Filter selecteert, dan kunt u een vooraf gedefinieerd filter gebruiken voor het selecteren van de objecten die u wilt gebruiken als punten van oorsprong van de maatlijnen.
  • Huidig onderdeel: Selecteer Huidig onderdeel als u een enkel onderdeel bemaat.
  • Geen: Creëert geen maatlijnpunten voor de omringende geometrie.

Voor bepaalde bematingstypen of wanneer u een specifieke optie voor Bemaat vanaf hebt geselecteerd, komen er meer opties beschikbaar:

  • Omtrek: Gebruikt de omtrek van een object als de oorsprong voor de maatlijnen. Deze optie is alleen beschikbaar voor de maatvoeringstypen Filter, Gaten, Uitsparingen, Aangelaste onderdelen en Aansl. onderdelen.
  • Dichtstbijzijnde rand: Gebruikt de dichtstbijzijnde rand van een object als de oorsprong voor de maatlijnen. Deze optie is alleen beschikbaar voor de maatvoeringstypen Filter, Gaten, Uitsparingen, Aangelaste onderdelen en Aansl. onderdelen.
  • En stramien: Hiermee voegt u stramienlijnen toe aan de afmetingen. Deze optie is alleen beschikbaar voor de maatvoeringstypen Totaalmaten, Randvorm, Filter, Aangelaste onderdelen, Gaten en Uitsparingen.
  • Middenpunt: Gebruikt het middelpunt van een object als de oorsprong voor de maatlijnen. Deze optie is beschikbaar als u Hoofdonderdeel, Huidig onderdeel of Onderdeelnaam voor de instelling Bemaat vanaf hebt geselecteerd en een van de volgende bematingsmethoden gebruikt: Filter, Aangelaste onderdelen,Gaten, Uitsparingen of Aansl. onderdelen.

Combineer op één lijn

Maakt een voorwaarde op basis van een filter voor bijvoorbeeld instortvoorzieningen (IN_*) en groepeert de instortvoorzieningen vervolgens op basis van de naam van het hoofdonderdeel zodat instortvoorzieningen met andere namen hun eigen maatlijnen krijgen. Het gefilterde object kan een onderdeel, wapeningsstaaf of een merk zijn. De beschikbare instellingen zijn:

  • Alle objecten (standaard)

  • Op naam

  • Op positienummer

  • Nee

Als Gaten of Uitsparingen wordt geselecteerd, dan wijzigt de optie Combineer op één lijn zodat deze geschikte instellingen voor gaten of uitsparingen weergeeft. De beschikbare instellingen zijn:

  • Alle gaten (standaard)

  • Gaten met dezelfde grootte

  • Op naam van uitsnijding

  • Nee

Alleen objecten combineren met dezelfde

X- of Y-coördinaat

Z-coördinaat

Combineert alleen maatlijnen van objecten die zich op dezelfde horizontale of verticale lijn bevinden, of maatlijnen van objecten die dezelfde Z-coördinaat hebben. Deze opties zijn standaard niet geselecteerd.

Tolerantie

De tolerantie is de maximumafstand tussen objecten wanneer Tekla Structures de objecten nog steeds op dezelfde lijn acht. De standaardwaarde is 50 mm.

Voorkeursrichting voor combineren

Stelt de voorkeursrichting voor het combineren van maatlijnen in als een object in zowel de horizontale als de verticale richting kan worden gecombineerd. De standaardwaarde is X.

Maak geen maatlijnen die korter zijn dan

Definieert de minimumlengte van de maatlijnen die Tekla Structures maakt. De standaardwaarde is 0, wat betekent dat alle maatlijnen worden gemaakt.

Maak geen maatlijngaten die kleiner zijn dan

Hiermee definieert u de minimale diameter voor de gaten, waarmee Tekla Structures de afmetingen maakt.

Met deze optie kunt u voorkomen dat maatlijnen voor kleine gaten worden gemaakt. De afstand is de kortste maatlijn van een gat. Als een maatlijn van het gat groter is dan de opgegeven waarde, wordt het gat in alle richtingen bemaat. Met de waarde 40 krijgt een rechthoekig gat van bijvoorbeeld 80*30 beide maatlijnen 80 en 30. De standaardwaarde is 0, wat betekent dat maatlijnen worden gemaakt.

Componentobjecten

Definieert hoe componentobjecten worden bemaat:

  • Op referentiepunt (standaard) plaatst het bematingspunt op het eerste definitiepunt van de component. Als u offsets Op vlak of In diepte hebt gebruikt bij het plaatsen van de component, bevindt het definitiepunt van de component zich niet op dezelfde locatie als het invoegpunt. Er wordt slechts één maatlijn voor iedere component gemaakt, ongeacht het aantal onderdelen in de componenten.

  • Als secundair object maakt afzonderlijke maatlijnen voor elk onderdeel in de component.

Items Definieert hoe items worden bemaat:

Op referentiepunt: Plaatst het bematingspunt op het eerste invoegpunt van het item.

Als secundair object: Maakt itemdimensies op dezelfde manier als onderdelen worden bemaat. Dit is de standaardwaarde.

Eigenschappen van de maatlijnvoorwaarde voor het bematen spiraalvormige liggers

Als u bematingstype Maatlijnen spiraalvormige ligger selecteert en klikt Voorwaarde bewerken, wordt een ander Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden dialoogvenster weergegeven.

Instelling Beschrijving

Rechte maatlijnen

Hoekmaatlijnen

Radiusmaatlijnen

Selecteer vooraf gedefinieerde maatlijneigenschappen. Als geen van de beschikbare eigenschappen voldoet aan uw behoeften, opent u een tekening, selecteert u in een open tekening het maatvoeringstype van de objectenlijst van het eigenschappenvenster (Rechte maatlijn, Maatvoering hoek of Radiale maatlijn) en bewerkt u de benodigde maatlijneigenschappen, zodat deze kunnen worden geselecteerd in het dialoogvenster Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden voor de drie maatvoeringstypen.

Voorbeelden van maatlijnen

Zie hieronder voor voorbeelden van maatlijnen die met verschillende instellingen in het Eigenschappen maatvoeringsvoorwaarden dialoogvenster zijn gemaakt.

Totaalmaten

Randvorm

Bemating aangelast onderdeel

Gaten

Uitsparingen

Afstand tot stramien

Filter: Instortvoorzieningen

Filter: Oppervlakte

Filter: Bouten

Stel Maatvoering voor in op middelpunt om de locatie van elke bout in de boutgroep te bematen:

Filter: Wapeningsstaven en strengen

Gebruik de optie middelpunt om iedere staaf in een groep te bematen.

De optie beginpunt en eindpunt bemaat de eerste en de laatste wapeningsstaaf in een groep.

Als u aparte maatlijnen wilt hebben voor wapeningsstaven die niet dezelfde grootte hebben, stel dan de optie Combineer op één lijn in op Op positienummer.

Om het maken van de voorwaarde te vereenvoudigen, werkt de middelpuntinstelling van de optie Maatvoering voor zodanig dat deze maatlijnen maakt naar het begin- en eindpunt van de wapeningstaven die parallel zijn aan het kijkvlak.

Als u staven van verschillende grootte op aparte maatlijnen wilt krijgen, stel dan Combineer op één lijn in op Op positienummer:

Zwaartepuntmaatlijnen

Aansl. onderdelen

Het bematingsproces gebruikt het hele modelobject om de randen en de hoeken te vinden waar de maatpunten moeten worden geplaatst. Het bematingsproces is zich niet bewust van de aanzichtgrenzen en als het object zich uitstrekt buiten de aanzichtgrenzen, dan kunnen sommige maatlijnpunten buiten het aanzicht worden geplaatst en automatisch worden verwijderd omdat objecten buiten de aanzichtgrenzen niet zijn toegestaan.

In het onderstaande voorbeeld strekken de kolommen zich uit tot onder de aanzichtgrenzen en, met de in de afbeelding weergegeven instellingen, worden de horizontale maatpunten van de kolommen op het laagste niveau van de kolom geplaatst en dus verwijderd. Het hoogste niveau van de kolom wordt bemaat voor de verticale bemating, maar het maatlijnpunt van het laagste niveau is weer buiten de aanzichtgrenzen en wordt dus verwijderd.

De maatpunten bevinden zich binnen de aanzichtgrenzen, na het zodanig wijzigen van de bematingsinstellingen dat u de horizontale maatlijn hierboven plaatst en worden niet verwijderd. De situatie is met de verticale maatlijn nog steeds hetzelfde: het punt van het laagste niveau bevindt zich buiten de aanzichtgrenzen en wordt dus verwijderd.

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende