Labels van tekeningstramienen aanpassen

Tekla Structures
Aangepast: 18 nov 2024
2025
Tekla Structures

Labels van tekeningstramienen aanpassen

U kunt in overzichttekeningen labels van tekeningstramienen aanpassen door extra teksten en symbolen in de labels op te nemen. U kunt de labeltekst, offsets en offsetprefixen in de gebruikersattributen van het stramien in het model definiëren en de stramienlabeltekst in tekeningen weergeven. U kunt de prefixen ook in een geopende tekening definiëren. U kunt een combinatie van traditionele stramienlabels en aangepaste labels gebruiken of alleen aangepaste labels gebruiken.

Voordat u stramienlabels kunt aanpassen, moet u de door de gebruiker gedefinieerde stramieneigenschappen in het model en ook andere stramieneigenschappen wijzigen, afhankelijk van uw wensen. U kunt er ook voor kiezen om de prefixtekst in de tekening te wijzigen.

Modelstramieneigenschappen wijzigen

  1. In het model dubbelklik op het stramien om stramieneigenschappen te openen.
    Als het eigenschappenvenster niet is geopend moet u dubbelklikken op het stramien.
  2. Wijzig de stramieneigenschappen indien nodig.

    In dit voorbeeld maakt u stramienlabels voor verdiepingen, dus u moet de Labels voor de Z-richting wijzigen.

  3. Klik op Gebruikersattributen...
  4. Vul de benodigde gebruikersattribuutgegevens in.

    U mag het vak Offset in Z niet leeg laten, zelfs niet als de offset 0 was. Als de offset 0 is, moet u nog steeds 0 invoeren.

    In dit voorbeeld moet u de Stramienlabeltekst, Offset in Z en Prefix offset in Z hebben gedefinieerd. U kunt de prefixen en de labelteksten ook in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen in de tekening definiëren.

    Verschil N.A.P. in de Aanzichteigenschappen van de tekening werkt niet op dezelfde manier als de Offset in Z. Het instellen van Offset in Z in stramiengebruikersattributen op 1000,00 geeft hetzelfde resultaat als het instellen van Verschil N.A.P. op -1000,00. De instelling Verschil N.A.P. van het aanzicht verplaatst coördinaten en peilmaten zijn relatief ten opzichte van de coördinaten. De instelling Verschil N.A.P. verplaatst de inhoud van het aanzicht niet. De inhoud wordt alleen relatief in de tegenovergestelde richting verplaatst.

  5. Klik op OK en klik op Wijzigen.
Nu hebt u de benodigde stramienlabelteksten gemaakt en de benodigde waarden aangepast. Vervolgens kunt u de labels van tekeningstramienen aanpassen.

Labels van tekeningstramienen aanpassen

  1. Open een overzichttekening.
  2. Houd op het tabblad Opmerkingen Shift ingedrukt en klik op Stramienlabels.
  3. Definieer de eigenschappen voor de aangepaste stramienlabels.
    Plaatsen stramienlabel Selecteer welke stramienlabels worden weergegeven door de gewenste selectievakjes te selecteren.
    Gebruik de instellingen van Definieer waar de stramienlabeleigenschappen van worden overgenomen:
    • Stramien neemt de eigenschappen van het stramien over.

      Als u instellingen voor de kleur, de hoogte en het lettertype van de tekst in de standaard Stramieneigenschappen van de tekening hebt gedefinieerd, worden de corresponderende instellingen in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen overeenkomstig gewijzigd wanneer u op Wijzigen klikt.

    • De optie dialoogvenster gebruikt de instellingen die in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen zijn gedefinieerd.

    Type kader

    Selecteer het type van het kader.

    Elk symbool, elke stramienlabeltekst aan de binnenkant, aan de onderkant .

    Elk symbool, elke stramienlabeltekst aan de binnenkant, aan de bovenkant .

    Elk symbool met een aanhaallijn, stramienlabeltekst onder de aanhaallijn buiten het symbool

    Elk symbool met een aanhaallijn, stramienlabeltekst boven de aanhaallijn buiten het symbool

    Merk op dat u een vast formaat voor het stramien label kader kunt definiëren door de variabele XS_DRAWING_GRID_LABEL_FRAME_FIXED_WIDTH op een gedefinieerde waarde in te stellen. Als u de kadergrootte van het stramienlabel automatisch wilt laten berekenen, laat u de waarde weg.

    Bestand Selecteer een symboolbestand in de lijst.
    Nummer Klik op de knop ... en dubbelklik op het symbool. Het verdiepingssymbool is standaard bijvoorbeeld symboolnummer 35 in het bestand xsteel.sym.
    Kleur Selecteer de kleur en het symbool van het stramienlabelkader.
    Hoogte Stel de hoogte van het symbool van het stramienlabelkader in.

    Hoogte invoeren: Voer de hoogte in het vak Hoogte in.

    Automatische formaten: Pas automatisch de symboolhoogte aan.

    Minimumhoogte Automatische formaten invoeren: Stel de minimumhoogte voor het symbool in.

    Naar lijn uitlijnen

    Selecteer Ja om de labels van de verticale en hellende stramienlijnen te roteren en de labels uit te lijnen met de stramienlijnen.

    Stramien: Nummer Definieer de Prefix, Kleur, Hoogte en Lettertype van de stramiennummers. Als u de prefix in de gebruikersattributen van het stramien definieert, hoeft u het hier niet meer te doen.
    Stramien: Tekst Definieer de Prefix, Kleur, Hoogte en Lettertype van de stramienlabelteksten. Als u de prefix in de gebruikersattributen van het stramien definieert, hoeft u het hier niet meer te doen.
    Astekst maken Selecteer Ja of Nee. Ja schakelt de onderstaande opties in. Nee is de standaardwaarde.. Als u prefixen en tekst van de stramienas in de gebruikersattributen van het stramien hebt gedefinieerd, hoeft u deze hier niet te definiëren.
    Prefix voor as X Definieer de prefix voor de X-as.
    Prefix voor as Y Definieer de prefix voor de Y-as.
    Prefix voor as Z Definieer de prefix voor de Z-as.
    Kleur Definieer de kleur voor de tekst van de stramienas.
    Hoogte Definieer de hoogte voor de tekst van de stramienas.
    Lettertype Definieer het lettertype dat voor de tekst van de stramienas wordt gebruikt.
  4. Sla de eigenschappen voor toekomstig gebruik op door een unieke naam in te voeren in het vak Opslaan als en klik op Opslaan als.
  5. Klik op OK en wijs een stramien aan.

Tekla Structures past de stramienlabels en labelteksten aan volgens de wijzigingen die u in de stramiengebruikersattributen in het model en in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen in de tekening hebt aangebracht.

Merk op dat als u dubbele stramienlabels (traditioneel en aangepaste) krijgt, u kunt dubbelklikken op het tekeningstramien en in stramieneigenschappen, de selectievakjes van dubbele stramienlabels kunt uitschakelen.

In het onderstaande voorbeeld werden in het model de volgende eigenschappen gedefinieerd in de stramieneigenschappen en gebruikersattributen van het stramien:

Labels: Z = Floor1 Floor2 Floor3

Stramienlabeltekst = Text

Prefix offset in Z = Prefix Z

Offset in Z = 1000.00

In Geavanceerde stramienlabeleigenschappen, is geselecteerd als het Type kader.

Een stramienlabel op een losse stramienlijn aanpassen

  1. Zorg ervoor dat u de selectieknop Selecteer stramien lijn hebt ingeschakeld.
  2. Houd in een geopende tekening op het tabblad Opmerkingen ingedrukt en klik op Shift en klik vervolgens op Stramienlabels .
  3. Definieer de eigenschappen voor de stramienlabels (zie bovenstaande instructies).
  4. Klik op OK en wijs een stramienlijn aan.
    U kunt met de gebiedselectie ook meerdere stramienlijnen selecteren.
Tekla Structures past de stramienlabels en labelteksten aan op de geselecteerde stramienlijn in overeenkomst met de wijzigingen die u hebt aangebracht.

Aangepaste stramienlabels wijzigen

U kunt de aangepaste stramienlabels wijzigen door de stramienlabels te selecteren.

  1. Zorg ervoor dat u de selectieknop Selecteer stramien hebt ingeschakeld.
  2. Houd in een geopende tekening, op het tabblad OpmerkingenShift ingedrukt en Stramienlabels.
  3. Schakel alleen het selectievakje van het stramienlabel in dat u wilt aanpassen.
  4. Definieer de eigenschappen voor het aangepaste stramienlabel.
  5. Klik op Wijzigen en selecteer het stramienlabel.

Stramienlabels alleen aan één uiteinde van een stramienlijn aanpassen

U kunt normale en aangepaste labels aan verschillende uiteinden van een stramienlijn hebben.

  1. Zorg ervoor dat u de selectieknop Selecteer stramien hebt ingeschakeld.
  2. In een geopende overzichttekening, op het tabblad OpmerkingenShift ingedrukt houden en klikken op Stramienlabels .
  3. Schakel alleen het selectievakje van het stramienlabel in dat u wilt aanpassen.
  4. Definieer de eigenschappen voor het aangepaste stramienlabel.
  5. Klik op OK en selecteer het stramien.
  6. Schakel de selectieknop in.
  7. Selecteer de gewenste stramienlijnen, klik met de rechtermuisknop en selecteer Eigenschappen..., en schakel alleen het selectievakje in aan het tegenovergestelde uiteinde van de stramienlijn. Gebiedsselectie is handig bij stramienlijnselectie.
  8. Klik op Wijzigen.
    Het aangepaste stramienlabel wordt aan het ene uiteinde van de stramienlijn weergegeven en het traditionele stramienlabel aan het andere uiteinde.

Meerdere aangepaste stramienlabels aan horizontale en verticale stramienlijnen toevoegen

U kunt verschillende aangepaste labels in horizontale en verticale stramienlijnlabels gebruiken.

  1. Zorg ervoor dat u de selectieknop Selecteer stramien hebt ingeschakeld.
  2. Houd in een geopende tekening op het tabblad Opmerkingen ingedrukt en klik op Shift en klik vervolgens op Stramienlabels .
  3. Schakel in het dialoogvenster Geavanceerde stramienlabeleigenschappen alleen het selectievakje voor de rechter horizontale stramienlabels in.
  4. Definieer de eigenschappen voor de horizontale stramienlabels.
    Stel voor verdiepingsstramienlabel bijvoorbeeld een verdiepingssymbool in.
  5. Klik op OK en selecteer het stramien.

    Aangepaste stramienlabels worden op de horizontale stramienlijnen toegevoegd. Er zijn geen stramienlabels op de verticale stramienlijnen.

  6. Houd de Shift ingedrukt en klik op Stramienlabels .
  7. Schakel in het dialoogvenster Geavanceerde stramienlabeleigenschappen alleen het selectievakje voor de bovenste verticale stramienlabels in.
  8. Definieer de eigenschappen voor de verticale stramienlabels.
    Selecteer bijvoorbeeld het gewenste kaderlabeltype.
  9. Klik op OK en selecteer de stramienlijn.
Aangepaste stramienlabels worden aan de verticale stramienlijnen van het geselecteerde stramien toegevoegd. De horizontale stramienlijnen hebben de labels die u eerder hebt toegevoegd.

Modelstramiencoördinaten en prefix als tekst op de stramienas in een tekening gebruiken

  1. Houd op het tabblad Opmerkingen Shift ingedrukt en klik op Stramienlabels.
  2. U kunt het volgende doen:
    • Definieer de volgende instellingen om stramiencoördinaten automatisch langs stramienlijnen weer te geven:

    • U kunt dit ook op een andere manier doen en verschillende prefixen gebruiken:
      1. Voeg eerst in de gebruikersattributen van het modelstramien in Prefix offset in X en in Prefix offset in Y de waarden W in: en N: op de volgende manier toe:

      2. Stel vervolgens in de tekening in het dialoogvenster Geavanceerde stramienlabeleigenschappen de optie Astekst maken in op Ja:

        Als u prefixen naar deze waarden wilt schrijven, voegt u in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen de gegevens Prefix voor as X en Prefix voor as Y toe.

      3. Als u modelstramiencoördinaten automatisch in de tekeningstramienlabels wilt laten weergeven, gaat u in het model naar de gebruikersattributen van het stramien en wijzigt u de offsetwaarden naar 0.

        Wanneer u dit doet, gaat u naar de tekening Geavanceerde stramienlabeleigenschappen en stelt u Astekst maken in op Nee.

Beperkingen

  • De stramienlijnen worden niet automatisch vernieuwd.
    • Als u verborgen stramienlijnen hebt of deze anderszins hebt gewijzigd, moet u in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen op Wijzigen klikken om de stramienlabels te verversen.
    • Als u stramienlijnhandles versleept, worden de aangepaste stramienlabels niet samen met de handle verplaatst, totdat u in Geavanceerde stramienlabeleigenschappen op Wijzigen klikt.
  • Geavanceerde stramienlabels worden niet in verzameltekeningen, keyplan of bij het klonen ondersteund, of wanneer aanzichten naar een andere tekening worden verplaatst.
  • Niet alle kadertypen zijn voor alle assen toegestaan.
Was dit nuttig?
Vorige
Volgende