Voetplaat (1053)

Modified: 10 dec 2024 Tekla Structures 2025

Voetplaat (1053)

Voetplaat (1053) maakt een voetplaat voor maststaanders. De voetplaat is horizontaal, zelfs als de kolom schuin staat.

Gemaakte objecten

  • Voetplaat

  • Bouten

  • Lassen

  • Extra componenten (optioneel)

Gebruiken voor

Situatie

Beschrijving

Horizontale voetplaat verbonden met schuine maststaander.

Voordat u begint

Maak een kolom of een ligger.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel (kolom of ligger).

  2. Wijs een positie aan.

    Het detail wordt automatisch gemaakt.

Onderdeelidentificatiecode

Nummer

Onderdeel

1

Voetplaat

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de positie van de voetplaat te definiëren.

Afmetingen

Beschrijving

Standaard

1

Horizontale afstand tussen het referentiepunt en de bout.

150 mm

2

Verticale afstand tussen het referentiepunt en de bovenste rand van de voetplaat.

300 mm

3

Verticale afstand tussen het referentiepunt en de onderste rand van de voetplaat.

200 mm

4

Horizontale afstand tussen het referentiepunt en de linkerrand van de voetplaat.

200 mm

5

Horizontale afstand tussen het referentiepunt en de rechterrand van de voetplaat.

300 mm

6

Verticale afstand tussen het referentiepunt en de bout.

150 mm

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de afmetingen van de voetplaat te definiëren.

Plaat

Optie

Beschrijving

Standaard

Plaat

Dikte, breedte en hoogte van de voetplaat.

Dikte = 10 mm

Breedte = 250 mm

Hoogte = 250 mm

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Tabblad Parameters

Gebruik het tabblad Parameters om de positie van het referentiepunt en de boutlocaties te definiëren.

Referentiepunt

Definieer de plaatafmetingen en de boutlocaties met een referentiepunt. Het punt bevindt zich aan het einde van de hoek van de kolom.

Het geselecteerde punt bevindt zich of boven op (P2) of onder op (P1) de voetplaat.

Lasopening

Beschrijving

1

Opening tussen de voetplaat en de kolom.

Extra componenten gebruiken

U kunt extra systeem- of gebruikerscomponenten gebruiken om het uiteinde van de kolom of de voetplaat te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld speciale steunplaten, lasvoorbewerkingen en lastoegangsgaten aan het uiteinde van de kolom maken.

Als u extra systeem- of gebruikerscomponenten gebruikt, moet u het kolomeinde- of de voetplaateigenschappen beheren in de desbetreffende component. Als u meerdere componenten gebruikt, kunnen er meerdere lassen en uitsnijdingen zijn.

Optie

Beschrijving

Component

Selecteer een systeem- of een gebruikerscomponent in de Applicaties en componenten-database.

Attributen

Selecteer een attribuutbestand voor de component.

Invoer

Definieer op welke onderdelen de geselecteerde component wordt toegepast.

  • Standaard is hetzelfde als Voetplaat + Kolom.

  • Kolom stelt de kolom als het hoofdonderdeel in. Gebruik deze optie voor details.

  • Kolom + Voetplaat stelt de kolom in als het hoofdonderdeel en de voetplaat als het aansluitende onderdeel.

  • Voetplaat + Kolom stelt de voetplaat in als het hoofdonderdeel en de kolom als het aansluitende onderdeel.

  • Basis stelt de voetplaat in als het hoofdonderdeel.

Tabblad Bouten

Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.

Afmetingen van de boutgroep

Beschrijving

1

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

2

Aantal bouten voor de horizontale afmeting.

3

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

4

Aantal bouten voor de verticale afmeting.

5

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Doordringlengte

Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.

Opmerking

U kunt een opmerking definiëren.

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Maken als

Gebruik deze optie om tussen bouten en gebruikerscomponenten te schakelen.

Selecteer de gebruikerscomponent in de database Applicaties en componenten en definieer de aangepaste instellingen, opwaartse richting, rotatie en ankerlengte.

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende