Simple base plate 2 (1031)
Met Simple base plate 2 (1031) wordt een voetplaat gemaakt die met het uiteinde van een kolom of ligger is verbonden.
Gemaakte objecten
-
Voetplaat
-
Schotjes (alleen voor W-profielen)
-
Aangelast profiel
-
Steunplaat
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Voetplaat gemaakt bij kolomuiteinde |
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (kolom of ligger).
-
Wijs een positie aan.
Het detail wordt automatisch gemaakt.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Voetplaat |
|
2 |
Schotjes |
|
3 |
Aangelast profiel |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de positie en de hoekuitsnijdingen van de plaat te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Offset van de voetplaat vanaf de onderrand van de kolom. |
|
2 |
Afstand vanaf het invoerpunt van de component tot de onderzijde van de voetplaat. U kunt de voetplaat verschuiven vanaf het punt dat voor het maken van de component is aangewezen. |
|
3 |
Hoogte aangelast profiel |
Hoekuitsnijding voetplaat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Horizontale afmeting van de hoekuitsnijding. |
|
2 |
Verticale afmeting van de hoekuitsnijding. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de plaateigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Voetplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de voetplaat. |
|
Schotjes |
Dikte, breedte en hoogte van het schotjes. |
|
Aangelast profiel |
Selecteer het aangelaste profiel in de profielendatabase. |
|
Steunplaat |
Dikte van de steunplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om de hoekvorm van de voetplaat, de condensatiegaten, het maken van het aangelaste profiel en de extra lengte van de steunplaat te definiëren.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Plate wrap around |
Definieer of de voetplaat automatisch rondom de kolom en bouten, de bouten of de kolom wordt gewikkeld.
|
|
Condensation holes sides 1-4 |
Definieer 1 - 4 condensatiegaten in de zijwanden van specifieke gesloten profielen, zoals holle doorsneden, vakdoorsneden enzovoort. U kunt elke combinatie invoeren met de nummers 1, 2, 3, 4. De opwaartse richting van de component is bepalend voor de plaatsing van het eerste condensatiegat 1 in de wand van het profiel. De volgende gaten 2 - 4 worden met de klok mee geplaatst in de volgende wanden van het profiel. Halfronde gaten worden geplaatst aan het onderuiteinde van de ondersteunde gesloten kokerprofielen. |
|
Diameter condensatiegaten |
Definieer de diameter van de condensgaten. |
Hoekvorm voetplaat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer welke plaathoeken opnieuw worden gevormd. U kunt de hoeknummers in elke volgorde invoeren. Hoeken worden niet opnieuw gevormd als u geen nummers invoert. |
|
2 |
Definieer de horizontale offset van de plaat vanaf de hartlijn van de bout. Deze offset werkt wanneer Plate wrap around op Automatisch is ingesteld. |
|
3 |
Definieer de verticale offset van de plaat vanaf de hartlijn van de bout. Deze offset werkt wanneer Plate wrap around op Automatisch is ingesteld. |
Offset en rotatie van het aangelaste profiel

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de horizontale offset van het aangelaste profiel. |
|
2 |
Definieer de verticale offset van het aangelaste profiel. |
|
3 |
Definieer de rotatie van het aangelaste profiel rondom de hartlijn van de kolom. |
Het maken van het aangelaste profiel
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het aangelaste profiel wordt niet gemaakt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Het aangelaste profiel wordt gemaakt. |
|
|
Het aangelaste profiel wordt niet gemaakt. |
Steunplaatgrootte

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de extra lengte van de steunplaat. |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
2 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
5 |
Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
6 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
Rotatie van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de rotatie van de boutgroep rondom de hartlijn van de kolom, gemeten vanaf het lijf van de kolom. |
Het verwijderen van de bout
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Randtolerantie voor het verwijderen van bouten |
Definieer de minimale boutrandafstand voor het verwijderen van bouten. De afstand wordt gemeten vanaf het midden van de bout tot de rand van de plaat. |
|
Bouten verwijderen |
Definieer welke bouten worden verwijderd. Voer de boutnummers van de eerste bout in de eerste rij tot de laatste bout in de laatste rij in, bijvoorbeeld 1 3 10. Voer A of a in om alle bouten te verwijderen. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Doordringlengte
Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Opmerking
U kunt een opmerking definiëren.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Tabblad Schotjes
Gebruik het tabblad Schotjes om de afmetingen en afwerking van het schotje te definiëren.
Offset van schotje

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Offset van het schotje vanaf de voetplaat. |
|
2 |
Offset van het schotje vanaf de kolom. |
Posities van schotjes

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Positie van het schotje op de rand van de voetplaat. |
|
2 |
Definieer aan welke zijden de schotjes worden gemaakt. |
Afwerkingsmaatlijnen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
De horizontale maatlijn van de afwerking. |
|
2 |
De verticale maatlijn van de afwerking. |
Type afwerking
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen afwerking Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolle afwerking |
|
|
Holle afwerking |
|
|
Geen afwerking |
Tabblad Extra gaten
Gebruik het tabblad Extra gaten om de afmetingen van het extra gat te definiëren.
Extra gaten
U kunt definiëren of u enkele of alle extra gaten in Gaten verw. wilt verwijderen.
Afmetingen van het mortelgat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Locatie van het mortelgat vanaf het midden van de kolom in de richting van het lijf. |
|
2 |
Diameter van het mortelgat. |
|
3 |
Locatie van het mortelgat vanaf het midden van de kolom in de richting van de flens. |
|
4 |
Aantal extra gaten |
|
5 |
Tussenafstand extra gaten Gebruik een spatie om de tussenafstanden te scheiden. Voer voor elke afstand tussen de gaten een waarde in. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:











