Voetplaat met lijfversteviging (1016)
Voetplaat met lijfversteviging (1016) maakt een voetplaat met verticale, horizontale en hellende lijfschotjes.
Gemaakte objecten
-
Voetplaat
-
Schotjes
-
Vulplaten (optioneel)
-
Steunplaat (optioneel)
-
Aangelast profiel (optioneel)
-
Extra platen die de ankers verbinden
-
Ankers
-
Bouten
-
Lassen
-
Extra componenten (optioneel)
Gebruiken voor
|
Situatie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Voetplaat met lijfversteviging |
|
|
Voetplaat met lijfversteviging met een steunplaat, vulplaat, horizontaal schotje en een aangelast profiel |
Voordat u begint
Maak een kolom of een ligger.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (kolom of ligger).
-
Wijs een positie aan.
Het detail wordt automatisch gemaakt.
Onderdeelidentificatiecode
|
Onderdeel |
|
|---|---|
|
1 |
Voetplaat |
|
2 |
Vulplaat |
|
3 |
Steunplaat |
|
4 |
Aangelast profiel |
|
5 |
Bovenste horizontale schotje |
|
6 |
Bovenste flensschotje |
|
7 |
Onderste flensschotje |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de positie van de voetplaat en de offset van het aangelaste profiel te definiëren.
Afmetingen
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Afstand van de flens tot de rand van de voetplaat. |
|
2 |
Lasopening. |
|
3 |
Hoogte van het aangelaste profiel. |
Offset van het aangelaste profiel

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Verticale offset van het aangelaste profiel vanaf het hart van het hoofdonderdeel. |
|
2 |
Horizontale offset van het aangelaste profiel vanaf het hart van het hoofdonderdeel. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de afmetingen van de voetplaat, de bovenste en onderste flensschotjes, het aangelaste profiel, de steunplaat, het bovenste horizontale schotje en de vulplaten te definiëren.
Plaat
|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
Plaat |
Voetplaatdikte. De afmetingen op de tabbladen Afbeelding en Bouten bepalen de breedte en lengte van de voetplaat. |
|
|
Schotjes boven |
Dikte, breedte en hoogte van het bovenste flensschotje. |
Dikte = dikte van de flens van het hoofdonderdeel Hoogte = bepaald door de afmetingen van het hoofdonderdeel Breedte = afstand binnenzijde flens |
|
Schotjes onder |
Dikte, breedte en hoogte van het onderste flensschotje. |
Dikte = dikte van de flens van het hoofdonderdeel Hoogte = bepaald door de afmetingen van het hoofdonderdeel Breedte = afstand binnenzijde flens |
|
Aangelast profiel |
Selecteer het aangelaste profiel in de profielendatabase. |
|
|
Rotatie extra ligger |
Selecteer het rotatietype van het aangelaste profiel en definieer de rotatiehoek. | |
|
Extra ligger gelast aan |
Definieer aan welke plaat het aangelaste profiel wordt gelast. |
|
|
Steunplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de steunplaat. |
|
|
Gatdiameter steunplaat |
Diameter van gaten in de steunplaat. |
|
|
Bovenste horizontale schotje |
Dikte, breedte en hoogte van het bovenste horizontale schotje. |
Dikte = 0 mm |
|
Vulplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de vulplaat. Definieer maximaal drie verschillende vulplaten. |
|
|
Aantal vulplaten |
Aantal vulplaten voor elke dikte. |
1 |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om de component te definiëren die in Voetplaat met lijfversteviging (1016) wordt gebruikt.
Extra componenten gebruiken
U kunt extra systeem- of gebruikerscomponenten gebruiken om het uiteinde van de kolom of de voetplaat te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld speciale steunplaten, lasvoorbewerkingen en lastoegangsgaten aan het uiteinde van de kolom maken.
Als u extra systeem- of gebruikerscomponenten gebruikt, moet u het kolomeinde- of de voetplaateigenschappen beheren in de desbetreffende component. Als u meerdere componenten gebruikt, kunnen er meerdere lassen en uitsnijdingen zijn.
| Onderdeel |
Beschrijving |
|---|---|
|
Component |
Selecteer een systeem- of een gebruikerscomponent in de Applicaties en componenten-database. |
|
Attributen |
Selecteer een attribuutbestand voor de component. |
|
Invoer |
Definieer op welke onderdelen de geselecteerde component wordt toegepast.
|
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
2 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Aantal bouten. |
|
5 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
6 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
7 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
8 |
Definieer welke bouten uit de boutgroep worden verwijderd. Voer de boutnummers in van de bouten die moeten worden verwijderd en scheid de nummers met een spatie. Boutnummers lopen van links naar rechts en van boven naar beneden. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Doordringlengte
Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Opmerking
U kunt een opmerking definiëren.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Schotjes
Gebruik het tabblad Schotjes om de hoek, positie en selectie van het schotje te definiëren.
Positie en hoek van het schotje

|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
Hoek van het schotje. |
60 graden |
|
2 |
Hoogte van het schotje. |
|
|
3 |
Afstand van het schotje vanaf de rand van de kolom. |
|
|
4 |
Opening tussen het bovenste horizontale schotje en de flens van het hoofdonderdeel. |
Maatlijnen van de afwerking van de schotjes

|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Grootte van de afwerking. |
Richting van de schotjes
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Schotjes staan schuin. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Schotjes staan schuin. |
|
|
Schotjes staan verticaal. |
Flensuitsnijdingen
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Flenzen worden niet uitgesneden. Schotjes staan schuin. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Flenzen worden niet uitgesneden. Schotjes staan schuin. |
|
|
Flenzen worden uitgesneden. Schotjes staan schuin. Als u hebt geselecteerd dat u verticale schotjes wilt maken, kunnen de flenzen niet worden uitgesneden. |
Tabblad Ankers
Gebruik het tabblad Ankers om het maken van verschillende typen ankers te definiëren.
Maatlijnen van het anker
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
Draadstang |
Ankerprofiel. |
|
Moer |
Moerprofiel. |
|
Ring profiel |
Ringprofiel. |
|
Extra verst. plaat |
Dikte, breedte en hoogte van de extra verstevigingsplaat. |
|
Malplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de malplaat. |
|
Ondersabelingsmortel |
Dikte ondersabelingsmortel. Met ondersabelingsmortel kunt u kolommen aan de bovenzijde van betonnen onderdelen modelleren en de voetplaten correct positioneren. Hierdoor kunt u details ook eenvoudiger in overzichttekeningen bematen. De stortmethode van de ondersabelingsmortel is Insitu. Er wordt standaard geen ondersabelingsmortel gemaakt. Selecteer of de ondersabelingsmortel met of zonder boven schuin te lopen of onder het detailaanmaakpunt wordt gemaakt. Dit is ook van invloed op de vulplaten. |
Onderdeeleigenschappen van ankers
| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Klasse |
Onderdeelklassenummer. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
|
|
Opmerking |
Voeg een opmerking over het onderdeel toe. |
Voetplaat met
Selecteer of de voetplaat met bouten, ankers of een gebruikerscomponent moet worden gemaakt.
De voetplaat wordt standaard met Bouten gemaakt.
Maatlijnen van het anker

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
De grootte of lengte van de moer. |
diameter van het anker |
|
2 |
De grootte of dikte van de ring. |
helft van moergrootte |
|
3 |
Ruimte tussen de voetplaat en de moer of ring boven de voetplaat. |
|
|
4 |
De lengte van het anker. |
500 mm |
|
5 |
De lengte van het anker boven de voetplaat. |
50 mm |
|
6 |
De afstand tussen de malplaat en de voetplaat. |
60 mm |
|
7 |
De lengte van de bovenste draad. |
0 mm |
|
8 |
Ankertypen. |
|
|
9 |
Maatlijnen van het anker. |
Ankertypen
|
Optie |
Beschrijving |
|
|---|---|---|
|
|
Standaard Type 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
Type 1 |
|
|
|
a Radius van de haak b Breedte van de haak |
a = 2 x diameter van het anker b = 1/5 van de lengte van het anker |
|
|
a Radius van de haak b Breedte van de haak c Hoogte van de haak |
c = gelijk aan de breedte van de haak |
|
|
d Lengte van het anker onder de extra plaat e Lengte van de onderste draad |
d = 2*moergrootte e = 4*moergrootte plus dikte van extra plaat |
Richting van de haak
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Type 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Type 1 |
|
|
Type 2 |
|
|
Type 3 |
|
|
Type 4 |
Boutrichting
U kunt de boutrichting definiëren als u een voetplaat met bouten hebt gemaakt.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Boutrichting 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Boutrichting 1 |
|
|
Boutrichting 2 |
Gattolerantie malplaat
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Gattolerantie ankergaten in malplaat |
Tolerantie van de malplaatgaten. |
zelfde als bouttolerantie |
Gattolerantie in ring
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
Gat in een ring maken |
Standaard wordt er geen gat in de ring gemaakt. Tolerantie van het gat in de ring. |
Merk van alle ankers maken
Definieer of ankers in een ankermerk worden opgenomen. U kunt ook steunplaten in het merk opnemen.
Maken
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Maak het moerprofiel. |
|
2 |
Maak het ringprofiel. |
|
3 |
Maak de volgplaat. |
Ankermerk
Definieer welke onderdelen van het anker onderdeel van het ankermerk zijn.
U kunt de volgplaten boven en onder de voetplaat lassen.
Tabblad Extra platen
Gebruik het tabblad Extra platen om de positionering, de rotatie en het type van de profielen (extra profiel 1) te definiëren die aan de onderzijde van elk anker worden gemaakt en van de profielen (extra profiel 2) die rijen ankers met elkaar verbinden.
Maatvoering onderdelen
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Extra profiel 1 |
Het eerste extra profiel door het in de profielendatabase te selecteren. |
PL10*100 |
|
Extra profiel 2 |
Het tweede extra profiel door het in de profielendatabase te selecteren. |
Onderdeeleigenschappen
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Randafstand van extra profiel 1
|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
Randafstand van extra profiel 1. |
50 mm |
Type en richting van extra profiel 1
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Type 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Type 1 |
|
|
Type 2 |
|
|
Type 3 |
Randafstand van extra profiel 2
|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
Afstand van extra profiel 2 vanaf de as van het anker. |
Helft van de moergrootte of de diameter van het anker |
Type extra profiel 2
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Type 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Type 1 |
|
|
Type 2 |
|
|
Type 3 |
|
|
Type 4 |
|
|
Type 5 |
|
|
Type 6 |
Lengte van extra profiel 2
|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
Lengte van extra profiel 2 vanaf de as van het anker. |
50 mm |
Richting van extra profiel 2
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Type 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Type 1 |
|
|
Type 2 |
Eigenschappen extra profiel 1
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Tolerantie gat |
Gattolerantie van extra profiel 1. |
Hetzelfde als bouttolerantie |
|
Profielrotatie |
Profielrotatie van extra profiel 1. |
Voorzijde |
Extra profiel 2 rotatie
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Extra profiel 2 rotatie |
Profielrotatie van extra profiel 2. |
Voorzijde |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling: