Voetplaat met lijfversteviging (1016)

Tekla Structures
Aangepast: 28 okt 2025
2025
Tekla Structures

Voetplaat met lijfversteviging (1016)

Voetplaat met lijfversteviging (1016) maakt een voetplaat met verticale, horizontale en hellende lijfschotjes.

Gemaakte objecten

  • Voetplaat

  • Schotjes

  • Vulplaten (optioneel)

  • Steunplaat (optioneel)

  • Aangelast profiel (optioneel)

  • Extra platen die de ankers verbinden

  • Ankers

  • Bouten

  • Lassen

  • Extra componenten (optioneel)

Gebruiken voor

Situatie

Beschrijving

Voetplaat met lijfversteviging

Voetplaat met lijfversteviging met een steunplaat, vulplaat, horizontaal schotje en een aangelast profiel

Voordat u begint

Maak een kolom of een ligger.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel (kolom of ligger).

  2. Wijs een positie aan.

    Het detail wordt automatisch gemaakt.

Onderdeelidentificatiecode

Onderdeel

1

Voetplaat

2

Vulplaat

3

Steunplaat

4

Aangelast profiel

5

Bovenste horizontale schotje

6

Bovenste flensschotje

7

Onderste flensschotje

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de positie van de voetplaat en de offset van het aangelaste profiel te definiëren.

Afmetingen

Beschrijving

1

Afstand van de flens tot de rand van de voetplaat.

2

Lasopening.

3

Hoogte van het aangelaste profiel.

Offset van het aangelaste profiel

Beschrijving

1

Verticale offset van het aangelaste profiel vanaf het hart van het hoofdonderdeel.

2

Horizontale offset van het aangelaste profiel vanaf het hart van het hoofdonderdeel.

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de afmetingen van de voetplaat, de bovenste en onderste flensschotjes, het aangelaste profiel, de steunplaat, het bovenste horizontale schotje en de vulplaten te definiëren.

Plaat

Beschrijving

Standaard

Plaat

Voetplaatdikte.

De afmetingen op de tabbladen Afbeelding en Bouten bepalen de breedte en lengte van de voetplaat.

Schotjes boven

Dikte, breedte en hoogte van het bovenste flensschotje.

Dikte = dikte van de flens van het hoofdonderdeel

Hoogte = bepaald door de afmetingen van het hoofdonderdeel

Breedte = afstand binnenzijde flens

Schotjes onder

Dikte, breedte en hoogte van het onderste flensschotje.

Dikte = dikte van de flens van het hoofdonderdeel

Hoogte = bepaald door de afmetingen van het hoofdonderdeel

Breedte = afstand binnenzijde flens

Aangelast profiel

Selecteer het aangelaste profiel in de profielendatabase.

Rotatie extra ligger

Selecteer het rotatietype van het aangelaste profiel en definieer de rotatiehoek.

Extra ligger gelast aan

Definieer aan welke plaat het aangelaste profiel wordt gelast.

Steunplaat

Dikte, breedte en hoogte van de steunplaat.

Gatdiameter steunplaat

Diameter van gaten in de steunplaat.

Bovenste horizontale schotje

Dikte, breedte en hoogte van het bovenste horizontale schotje.

Dikte = 0 mm

Vulplaat

Dikte, breedte en hoogte van de vulplaat.

Definieer maximaal drie verschillende vulplaten.

Aantal vulplaten

Aantal vulplaten voor elke dikte.

1

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Tabblad Parameters

Gebruik het tabblad Parameters om de component te definiëren die in Voetplaat met lijfversteviging (1016) wordt gebruikt.

Extra componenten gebruiken

U kunt extra systeem- of gebruikerscomponenten gebruiken om het uiteinde van de kolom of de voetplaat te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld speciale steunplaten, lasvoorbewerkingen en lastoegangsgaten aan het uiteinde van de kolom maken.

Als u extra systeem- of gebruikerscomponenten gebruikt, moet u het kolomeinde- of de voetplaateigenschappen beheren in de desbetreffende component. Als u meerdere componenten gebruikt, kunnen er meerdere lassen en uitsnijdingen zijn.

Onderdeel

Beschrijving

Component

Selecteer een systeem- of een gebruikerscomponent in de Applicaties en componenten-database.

Attributen

Selecteer een attribuutbestand voor de component.

Invoer

Definieer op welke onderdelen de geselecteerde component wordt toegepast.

  • Standaard is hetzelfde als Voetplaat + Kolom.

  • Kolom stelt de kolom als het hoofdonderdeel in. Gebruik deze optie voor details.

  • Kolom + Voetplaat stelt de kolom in als het hoofdonderdeel en de voetplaat als het aansluitende onderdeel.

  • Voetplaat + Kolom stelt de voetplaat in als het hoofdonderdeel en de kolom als het aansluitende onderdeel.

  • Basis stelt de voetplaat in als het hoofdonderdeel.

Tabblad Bouten

Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.

Afmetingen van de boutgroep

Beschrijving

1

Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Links: vanaf de linkerrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst links.

  • Midden: vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel tot aan de hartlijn van de bouten.

  • Rechts: vanaf de rechterrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst rechts.

2

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

3

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

4

Aantal bouten.

5

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

6

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

7

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Boven: vanaf de bovenrand van het aansluitende onderdeel tot de bovenste bout.

  • Midden: vanaf de hartlijn van de bouten tot de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

  • Onder: vanaf de onderrand van het aansluitende onderdeel tot de onderste bout.

8

Definieer welke bouten uit de boutgroep worden verwijderd.

Voer de boutnummers in van de bouten die moeten worden verwijderd en scheid de nummers met een spatie. Boutnummers lopen van links naar rechts en van boven naar beneden.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Doordringlengte

Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.

Opmerking

U kunt een opmerking definiëren.

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Tabblad Schotjes

Gebruik het tabblad Schotjes om de hoek, positie en selectie van het schotje te definiëren.

Positie en hoek van het schotje

Beschrijving

Standaard

1

Hoek van het schotje.

60 graden

2

Hoogte van het schotje.

3

Afstand van het schotje vanaf de rand van de kolom.

4

Opening tussen het bovenste horizontale schotje en de flens van het hoofdonderdeel.

Maatlijnen van de afwerking van de schotjes

Beschrijving

1

Grootte van de afwerking.

Richting van de schotjes

Optie

Beschrijving

Standaard

Schotjes staan schuin.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Schotjes staan schuin.

Schotjes staan verticaal.

Flensuitsnijdingen

Optie

Beschrijving

Standaard

Flenzen worden niet uitgesneden. Schotjes staan schuin.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Flenzen worden niet uitgesneden. Schotjes staan schuin.

Flenzen worden uitgesneden. Schotjes staan schuin.

Als u hebt geselecteerd dat u verticale schotjes wilt maken, kunnen de flenzen niet worden uitgesneden.

Tabblad Ankers

Gebruik het tabblad Ankers om het maken van verschillende typen ankers te definiëren.

Maatlijnen van het anker

Optie

Beschrijving

Draadstang

Ankerprofiel.

Moer

Moerprofiel.

Ring profiel

Ringprofiel.

Extra verst. plaat

Dikte, breedte en hoogte van de extra verstevigingsplaat.

Malplaat

Dikte, breedte en hoogte van de malplaat.

Ondersabelingsmortel

Dikte ondersabelingsmortel.

Met ondersabelingsmortel kunt u kolommen aan de bovenzijde van betonnen onderdelen modelleren en de voetplaten correct positioneren. Hierdoor kunt u details ook eenvoudiger in overzichttekeningen bematen.

De stortmethode van de ondersabelingsmortel is Insitu.

Er wordt standaard geen ondersabelingsmortel gemaakt.

Selecteer of de ondersabelingsmortel met of zonder boven schuin te lopen of onder het detailaanmaakpunt wordt gemaakt. Dit is ook van invloed op de vulplaten.

Onderdeeleigenschappen van ankers

Optie Beschrijving Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Klasse

Onderdeelklassenummer.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Opmerking

Voeg een opmerking over het onderdeel toe.

Voetplaat met

Selecteer of de voetplaat met bouten, ankers of een gebruikerscomponent moet worden gemaakt.

De voetplaat wordt standaard met Bouten gemaakt.

Maatlijnen van het anker

Beschrijving Standaard

1

De grootte of lengte van de moer.

diameter van het anker

2

De grootte of dikte van de ring.

helft van moergrootte

3

Ruimte tussen de voetplaat en de moer of ring boven de voetplaat.

4

De lengte van het anker.

500 mm

5

De lengte van het anker boven de voetplaat.

50 mm

6

De afstand tussen de malplaat en de voetplaat.

60 mm

7

De lengte van de bovenste draad.

0 mm

8

Ankertypen.

9

Maatlijnen van het anker.

Ankertypen

Optie

Beschrijving

Standaard

Type 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Type 1

a

Radius van de haak

b

Breedte van de haak

a = 2 x diameter van het anker

b = 1/5 van de lengte van het anker

a

Radius van de haak

b

Breedte van de haak

c

Hoogte van de haak

c = gelijk aan de breedte van de haak

d

Lengte van het anker onder de extra plaat

e

Lengte van de onderste draad

d = 2*moergrootte

e = 4*moergrootte plus dikte van extra plaat

Richting van de haak

Optie

Beschrijving

Standaard

Type 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Type 1

Type 2

Type 3

Type 4

Boutrichting

Opmerking:

U kunt de boutrichting definiëren als u een voetplaat met bouten hebt gemaakt.

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutrichting 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Boutrichting 1

Boutrichting 2

Gattolerantie malplaat

Optie

Beschrijving

Standaard

Gattolerantie ankergaten in malplaat

Tolerantie van de malplaatgaten.

zelfde als bouttolerantie

Gattolerantie in ring

Optie

Beschrijving

Gat in een ring maken

Standaard wordt er geen gat in de ring gemaakt.

Tolerantie van het gat in de ring.

Merk van alle ankers maken

Definieer of ankers in een ankermerk worden opgenomen. U kunt ook steunplaten in het merk opnemen.

Maken

Beschrijving

1

Maak het moerprofiel.

2

Maak het ringprofiel.

3

Maak de volgplaat.

Ankermerk

Definieer welke onderdelen van het anker onderdeel van het ankermerk zijn.

U kunt de volgplaten boven en onder de voetplaat lassen.

Tabblad Extra platen

Gebruik het tabblad Extra platen om de positionering, de rotatie en het type van de profielen (extra profiel 1) te definiëren die aan de onderzijde van elk anker worden gemaakt en van de profielen (extra profiel 2) die rijen ankers met elkaar verbinden.

Maatvoering onderdelen

Optie

Beschrijving

Standaard

Extra profiel 1

Het eerste extra profiel door het in de profielendatabase te selecteren.

PL10*100

Extra profiel 2

Het tweede extra profiel door het in de profielendatabase te selecteren.

Onderdeeleigenschappen

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Randafstand van extra profiel 1

Beschrijving

Standaard

1

Randafstand van extra profiel 1.

50 mm

Type en richting van extra profiel 1

Optie

Beschrijving

Standaard

Type 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Type 1

Type 2

Type 3

Randafstand van extra profiel 2

Beschrijving

Standaard

1

Afstand van extra profiel 2 vanaf de as van het anker.

Helft van de moergrootte of de diameter van het anker

Type extra profiel 2

Optie

Beschrijving

Standaard

Type 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Type 1

Type 2

Type 3

Type 4

Type 5

Type 6

Lengte van extra profiel 2

Beschrijving

Standaard

1

Lengte van extra profiel 2 vanaf de as van het anker.

50 mm

Richting van extra profiel 2

Optie

Beschrijving

Standaard

Type 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Type 1

Type 2

Eigenschappen extra profiel 1

Optie

Beschrijving

Standaard

Tolerantie gat

Gattolerantie van extra profiel 1.

Hetzelfde als bouttolerantie

Profielrotatie

Profielrotatie van extra profiel 1.

Voorzijde

Extra profiel 2 rotatie

Optie

Beschrijving

Standaard

Extra profiel 2 rotatie

Profielrotatie van extra profiel 2.

Voorzijde

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende