Gordinglip (1011)
Met Gordinglip (1011) wordt een lip gemaakt op een positie die u aanwijst op een ligger.
Gemaakte objecten
-
Gordinglipprofiel
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Gordinglipprofiel gemaakt op een ligger. |
Volgorde van selectie
-
Selecteer een ligger.
-
Wijs een positie op de ligger aan.
Het gordinglipprofiel wordt automatisch gemaakt wanneer u de positie aanwijst.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Gordinglipprofiel |
Tabblad Afbeelding
Op het tabblad Afbeelding kunt u de geometrie van het detail controleren.
Dimensions

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand van de hartlijn van de steun tot de hartlijn van de ligger. De afstand is standaard nul. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.
Onderdeel
| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
|
Profiel |
Selecteer het gordinglipprofiel uit de profielendatabase. |
U140 |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om de rotatie van de steun te definiëren.
Profielrotatie
Selecteer hoe het profiel wordt geroteerd: achter, voor, boven of onder.

| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Achterzijde De lege optie is voor achterwaartse compatibiliteit. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Achterzijde |
|
|
Voorzijde |
|
|
Bovenzijde |
|
|
Onder |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
6 |
Definieer welke bouten uit de boutgroep worden verwijderd. Voer de boutnummers in van de bouten die moeten worden verwijderd en scheid de nummers met een spatie. Boutnummers lopen van links naar rechts en van boven naar beneden. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:





