Mast 2 diagonaal (89)
Mast 2 Diagonaal (89) maakt boutgroepen die twee diagonale schoren verbinden met een staander. Om bouten te maken, moet u de boutmaatlijnen en randafstanden definiëren en de locatie van afzonderlijke bouten specificeren.
Gemaakte objecten
-
Bouten
Let erop dat deze component standaard geen bouten maakt. U moet de bouten definiëren die worden gemaakt.
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Twee diagonale schoren verbonden met een maststaander |
Volgorde van selectie
-
De maststaander selecteren (hoofdonderdeel).
-
Selecteer het eerste wvb.
-
Selecteer de tweede schoor.
-
Klik met de middelste muisknop om de verbinding te maken.
Onderdeelidentificatiecode


| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Boutgroep die alle onderdelen verbindt |
|
2 |
Boutgroep die het eerste schoor verbindt met de maststaander |
|
3 |
Boutgroep die het tweede schoor verbindt met de maststaander |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de maatlijnen te definiëren voor de boutgroep die alle onderdelen verbindt.
Dimensions

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Randafstand bout |
|
2 |
Afstand vanaf het midden van de bout tot de rand van de schoor. |
|
3 |
Afstand tussen de bouten |
Als u geen maatlijnen invoert, dan worden de in het gauge_lines.dat-bestand gedefinieerde standaardwaarden gebruikt.
Boutlocatie

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Boutgroep voor de eerste schoor |
|
2 |
Boutgroep voor de tweede schoor |
|
3 |
Voer 0 in om een bout te maken op het snijpunt van randlijnen. |
|
4 |
Voer 1 of een hogere waarde in, bijvoorbeeld 30 mm om de bout te verplaatsen langs de randlijn, weg van het einde van de schoor op de eerste of tweede diagonale schoor. Voer een negatieve waarde in, bijvoorbeeld -10 om een bout te verplaatsen naar de rand van de schoor. |
Boutrichting
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Boutrichting 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Boutrichting 1 |
|
|
Boutrichting 2 |
Tabblad Afbeelding 2
Gebruik het tabblad Afbeelding 2 om het maken, de locatie en de boutrichting van de boutgroepen te definiëren die het eerste en het tweede schoor verbinden met de maststaander.
Dimensions

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand tussen de bouten |
|
2 |
Afstand tussen de bouten |
|
3 |
Randafstand boutgroep |
Boutlocatie

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Boutgroep voor de eerste schoor |
|
2 |
Boutgroep voor de tweede schoor |
|
3 |
Voer 0 in om een bout te maken op het snijpunt van randlijnen. |
|
4 |
Voer 1 of een hogere waarde in, bijvoorbeeld 30 mm om de bout te verplaatsen langs de randlijn, weg van het einde van de schoor, op de eerste of tweede diagonale schoor. Voer een negatieve waarde in, bijvoorbeeld -10 om een bout te verplaatsen naar de rand van de schoor. |
Boutrichting
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Boutrichting 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Boutrichting 1 |
|
|
Boutrichting 2 |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de uitsnijding van de horizontale benen van de schoor en de maatlijnen van de uitsnijding te definiëren.
Dimensions

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de uitsnijdingshoek. |
|
2 |
Maatlijn uitsnijding van de schoor |
|
3 |
Speling naar de rand van de maststaander |
|
4 |
Uitsnijdingsopties Gebruik de optie Altijd snijden om de schoren te snijden en speling te maken aan de onderkant van de maststaander. Deze optie heeft prioriteit boven de randafstanden van bouten die zijn gedefinieerd op het tabblad Afbeelding. |
|
5 |
Speling tussen het been van het hoofdprofiel en de diagonale schoor |
Tabbladen Snedes d.1/Snedes d.2
Gebruik de tabbladen Cut d.1 en Cut d.2 om de uitsnijding te definiëren van het verticale been van de schoor en de maatlijnen van de uitsnijding.
Dimensions

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn verticale uitsnijding |
|
2 |
Maatlijn horizontale uitsnijding |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Sleufgaten

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Verticale maatlijn van het sleufgat De standaardwaarde 0 maakt een rond gat. |
|
2 |
Horizontale maatlijn van het sleufgat De standaardwaarde 0 maakt een rond gat. |
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Boutlengte in zone 1, 2, 3
Bepaal de extra lengte van de bouten voor elke boutgroep die wordt gedefinieerd op het tabblad Afbeelding.
Tabblad Controleren
U kunt de afstand tussen bouten en de randafstand van de bouten controleren op het tabblad Controleren.
Boutafstanden

Tabbladen Vulplaat 1/Vulplaat 2
Gebruik de tabbladen Vulplaat 1 en Vulplaat 2 om de vulplaten en de eigenschappen te definiëren.
Onderdeeleigenschappen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Hoe vulplaat te maken |
Selecteer of de vulplaat moet worden gemaakt als Profiel, Meerdere profielen of selecteer ASCII bestandsnaam om definities uit een bestand te gebruiken. Als u Niet selecteert, dan wordt de vulplaat niet gemaakt. |
|
Vulplaat |
Wanneer u de vulplaat maakt als Profiel, definieer dan de dikte, breedte en hoogte van de vulplaat. |
|
Diktelijst |
Als u de vulplaat maakt als Meerder profielen, voer dan hier de dikte van de vulplaat in. Bepaal de breedte en hoogte van de vulplaat. |
|
Bestandsnaam |
Als u de vulplaat maakt door ASCII-bestandsnaam te selecteren, voer dan hier de bestandsnaam in of selecteer het bestand dat u wilt gebruiken. Bepaal de breedte en hoogte van de vulplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Klasse |
Onderdeelklassenummer. |
|
|
Opmerking |
Voeg een opmerking over het onderdeel toe. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
