Tapstoelopend kader (S53)
Tapstoelopend kader (S53) maakt een samengesteld frame of delen ervan. U kunt het taps toelopen en de grootte van het gesplitste materiaal definiëren.
Gemaakte objecten
-
Samengestelde kolommen met voetplaat en eindplaat
-
Samengestelde liggers met eindplaten
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Samengesteld kader 1 Ligger 1 2 Ligger 2 Gebruik de volgende opties op het tabblad Afbeelding:
|
|
|
Hellend samengesteld kader Gebruik de volgende opties op het tabblad Afbeelding:
|
|
|
Slechts de helft van het kader Gebruik de volgende opties op het tabblad Afbeelding:
|
|
|
Samengestelde kolom met voetplaat en eindplaat Gebruik de volgende opties op het tabblad Afbeelding:
|
|
|
Samengestelde ligger (1) met eindplaten Gebruik de volgende opties op het tabblad Afbeelding:
|
|
|
Samengestelde ligger (2) met eindplaten Gebruik de volgende opties op het tabblad Afbeelding:
|
Beperkingen
Maakt alleen een kader in de globale X-richting. De y-richting is niet mogelijk.
Voordat u begint
Zorg ervoor dat u een punt hebt om aan te wijzen.
Volgorde van selectie
-
Wijs de positie van de kolom aan.
Het kader wordt automatisch gemaakt wanneer u de positie aanwijst.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Kolom |
|
2 |
Ligger 1 |
|
3 |
Ligger 2 |
|
4 |
Voetplaat |
|
5 |
Eindplaat |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de maatlijnen van het kader en de locatie van het kader ten opzichte van de aangewezen punten te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Selecteer de hoogtemaatlijn die moet worden gedefinieerd. |
|
2 |
Definieer de hoogte. |
|
3 |
Maatlijn vanaf de buitenrand van de kolom tot de hartlijn van het kader. |
Type kader
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Kolom wordt gemaakt. |
|
|
Eerste ligger wordt gemaakt. |
|
|
Tweede ligger wordt gemaakt. |
|
|
Kolom en eerste ligger worden gemaakt. |
|
|
Kolom, eerste ligger en tweede ligger worden gemaakt. |
Symmetrietype
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Er wordt geen symmetrisch kader gemaakt. |
|
|
Er wordt een symmetrisch kader gemaakt. |
Onderdeelklasse
Definieer de klasse van de lijf- en flensplaten, voetplaten en eindplaten.
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de plaateigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Kolom onderdelen | Beschrijving |
|---|---|
|
Flensplaat boven, Flensplaat onder |
Selecteer het profiel in de profielendatabase. |
|
Lijfplaat |
Dikte van het kolomlijf. |
|
Voetplaat |
Dikte en breedte van de voetplaat. |
|
Horiz eindplaat |
Dikte en breedte van de horizontale eindplaat. |
| 1 Liggeronderdelen | Beschrijving |
|---|---|
|
Flensplaat boven, Flensplaat onder, Verticaal fl. profiel |
Selecteer het profiel in de profielendatabase. |
|
Lijfplaat |
Dikte van het lijf van de eerste ligger. |
|
Horiz eindplaat |
Dikte en breedte van de horizontale eindplaat. |
|
Eindplaat ligger |
Dikte en breedte van de eindplaat ligger. |
| 2 Liggeronderdelen | Beschrijving |
|---|---|
|
Flensplaat boven, Flensplaat onder |
Selecteer het profiel in de profielendatabase. |
|
Lijfplaat |
Dikte van het lijf van de tweede ligger. |
|
Linker eindplaat |
Dikte en breedte van de linker eindplaat. |
|
Rechter eindplaat |
Dikte en breedte van de rechter eindplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Kolom
Gebruik het tabblad Kolom om de kolomafmetingen te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand van het eerste aangewezen punt tot het uiteinde van de kolom. |
|
2 |
Kolomdiepte bij het eerste uiteinde. Dit is of de hoogte van het lijf of de hele liggerkolom, afhankelijk van wat u als de dieptemeting selecteert. |
|
3 |
Maatlijn van de voetplaatverlenging aan de onderzijde van de kolom. |
|
4 |
Voetplaatdikte. |
|
5 |
Opening tussen de bovenste flensplaten. |
|
6 |
De maatlijn van de eindplaatverlenging aan de bovenzijde van de kolom. |
|
7 |
Kolomdiepte bij het tweede uiteinde. Dit is of de hoogte van het lijf of de hele liggerkolom, afhankelijk van wat u als de dieptemeting selecteert. |
|
8 |
Dikte van de eindplaat. |
|
9 |
Maatlijn voor de uitlijning van het kolomeinde. |
|
10 |
Lengte van de bovenste flensplaten. Als u bijvoorbeeld vier doorsneden van een meter wilt hebben, voert u 4*1000 in. Laat het vak leeg als u de flens uit één plaat wilt maken. |
|
11 |
Lengte van de lijfplaten. Als u bijvoorbeeld vier doorsneden van een meter wilt hebben, voert u 4*1000 in. Laat het vak leeg als u het lijf uit één plaat wilt maken. |
|
12 |
Lengte van de onderste flensplaten. Als u bijvoorbeeld vier doorsneden van een meter wilt hebben, voert u 4*1000 in. Laat het vak leeg als u de flens uit één plaat wilt maken. |
|
13 |
Opening tussen de onderste flensplaten. |
|
14 |
Helling van de kolom als een percentage. |
|
15 |
Maatlijn kolomrotatie. |
Uitlijning kolomeinde
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Uitsnijding is verticaal of horizontaal. |
|
|
Uitsnijding staat loodrecht op de bovenflens. |
|
|
Uitsnijding is relatief ten opzichte van de huidige positie van het werkvlak. |
Kolomrotatie
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer hoe de kolom wordt geroteerd en definieer de maatlijn voor de rotatie. |
Kolompositie op aangewezen punt
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Hiermee wordt de kolom zo verplaatst dat het punt zich op de kolomflens bevindt. |
|
|
Hiermee wordt de kolom zo verplaatst dat het punt zich op het kolomlijf bevindt. |
|
|
Hiermee verplaatst u de kolom zo dat het punt zich in het midden van de kolomdoorsnede bevindt. |
Lijfplaatoriëntatie
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Lijfplaten worden loodrecht op de bovenflens gesneden. |
|
|
Lijfplaten worden verticaal gesneden. |
Dieptemeting
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Diepte is de diepte van het lijf. |
|
|
De diepte wordt berekend vanaf de buitenoppervlakken van de boven- en onderflens. |
Tabblad Kolom 2
Gebruik het tabblad Kolom 2 om de maatlijnen en eigenschappen van de boutgroep van de voetplaat te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
4 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
5 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
Bouten maken
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Er worden gaten gemaakt. |
|
|
Er worden bouten gemaakt. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Tabblad Kolom 3
Op het tabblad Kolom 3 definieert u de maatlijnen en de eigenschappen van de boutgroep van de eindplaat tussen de kolom en de eerste ligger.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
4 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Tabblad Ligger 1
Definieer op het tabblad Ligger 1 de maatlijnen van de eerste ligger.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Liggerdiepte bij het eerste uiteinde. |
|
2 |
Afstand van het eerste aangewezen punt tot het uiteinde van de ligger. |
|
3 |
Lengte van de bovenste flens. |
|
4 |
Lengte van de bovenste flensplaat tot de eerste flensopening. |
|
5 |
Lengte van de bovenste flensplaat tot de tweede flensopening. |
|
6 |
Lengte van de bovenste flens naar de hellingshoek. |
|
7 |
Hoogte van het balklijf op de hellingshoek. |
|
8 |
Hoogte van het balklijf aan het uiteinde van de kolom. |
|
9 |
Lengte van de lijfplaat. |
|
10 |
Lengte van de onderste flensplaat. |
|
11 |
Horizontale helling van de ligger, hetzij als een percentage of in graden. |
|
12 |
Maatlijn eindplaatverlenging |
|
13 |
Liggerdiepte bij het tweede uiteinde. |
|
14 |
Dikte van de eindplaat. |
|
15 |
Maatlijn eindplaatverlenging |
Lijfplaatoriëntatie
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Lijfplaten worden loodrecht op de bovenflens gesneden. |
|
|
Lijfplaten worden verticaal gesneden. |
Uitlijning liggeruiteinde
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Uitsnijding is verticaal of horizontaal. |
|
|
Uitsnijding staat loodrecht op de bovenflens. |
Lengte ligger
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Lengte schuine ligger |
|
|
Lengte horizontale ligger |
Liggerhoogte
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Hoogte loodrechte ligger |
|
|
Hoogte verticale ligger |
Onderste uitsnijding ligger
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Het onderste lijf van de balk is uitgesneden. |
|
|
Onderste ligger is op de eindplaat bevestigd. |
Tabblad Ligger 1_2
Op het tabblad Ligger 1_2 definieert u de maatlijnen en de eigenschappen van de boutgroep van de eindplaat tussen de eerste en de tweede ligger.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Tabblad Ligger 2
Definieer op het tabblad Ligger 2 de maatlijnen van de tweede ligger.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Liggerdiepte bij het eerste uiteinde. |
|
2 |
Afstand van het eerste aangewezen punt tot het uiteinde van de ligger. |
|
3 |
Eindplaatverlenging aan het eerste uiteinde. |
|
4 |
Eindplaatdikte aan het eerste uiteinde. |
|
5 |
Lengte van de bovenste flensplaten. Als u bijvoorbeeld vier doorsneden van een meter wilt hebben, voert u 4*1000 in. Laat leeg om de flens of het lijf van een enkele plaat te maken. |
|
6 |
Lengte van de lijfplaten. Als u bijvoorbeeld vier doorsneden van een meter wilt hebben, voert u 4*1000 in. Laat leeg om de flens of het lijf van een enkele plaat te maken. |
|
7 |
Lengte van de onderste flensplaten. Als u bijvoorbeeld vier doorsneden van een meter wilt hebben, voert u 4*1000 in. Laat leeg om de flens of het lijf van een enkele plaat te maken. |
|
8 |
Opening tussen de bovenste flensplaten. |
|
9 |
Opening tussen de onderste flensplaten. |
|
10 |
Horizontale helling van de ligger, hetzij als een percentage of in graden. |
|
11 |
Eindplaatdikte aan het tweede uiteinde. |
|
12 |
Eindplaatverlenging aan het tweede uiteinde. |
|
13 |
Liggerdiepte bij het tweede uiteinde. Dit is of de hoogte van het lijf of van de hele ligger, afhankelijk van wat u als de dieptemeting selecteert. |
Liggerpositie op aangewezen punt
| Optie | Optie | Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Hiermee wordt de ligger zo verplaatst dat het punt zich op de liggerflens bevindt. |
|
|
|
Hiermee wordt de ligger zo verplaatst dat het punt zich op het liggerlijf bevindt. |
|
|
|
Hiermee verplaatst u de ligger zo dat het punt zich in het midden van de liggerdoorsnede bevindt. |
Uitlijning liggeruiteinde
| Optie | Optie | Optie |
|---|---|---|
|
|
|
Uitsnijding is verticaal of horizontaal. |
|
|
|
Uitsnijding staat loodrecht op de bovenflens. |
|
|
|
Uitsnijding is relatief ten opzichte van de huidige positie van het werkvlak. |
Lijfplaatoriëntatie
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Lijfplaten worden loodrecht op de bovenflens gesneden. |
|
|
Lijfplaten worden verticaal gesneden. |
Dieptemeting
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
De diepte wordt berekend vanaf de buitenoppervlakken van de boven- en onderflens. |
|
|
Diepte is de diepte van het lijf. |
Tabblad Ligger 2_2
Op het tabblad Ligger 2_2 kunt u de maatlijnen en de bouteigenschappen van de boutgroep van de eindplaat definiëren bij de hip tussen de tweede liggers.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:









































