Boemerang (60)

Tekla Structures
Aangepast: 7 mrt 2025
2025
Tekla Structures

Boemerang (60)

Boemerang (60) verbindt 1 tot 10 windverbanden met een knoopplaat waarbij 2 of 3 onderdelen samenkomen om een hoek te vormen met behulp van hoekstalen en verbindingsplaten. De knoopplaat kan rondom het derde onderdeel worden gewikkeld, meestal een kolom. Verbindt de knoopplaat met de onderdelen met behulp van hoekstalen of verbindingsplaten of lassen direct aan het eerste geselecteerde onderdeel. Hoekstalen kunnen aan de uiteinden van de windverbanden of aan elke zijde worden gemaakt. Verzegelt holle windverbanden. De windverbanden kunnen L-, W-, WT-, RHS- en buisprofielen hebben.

Gemaakte objecten

  • Knoopplaat

  • Verbindingsplaten

  • Hoekstalen (optioneel)

  • Afdichtingsplaten (holle windverbanden)

  • Lassen

Gebruiken voor

Situatie Beschrijving

Windverbandprofiel: W

Kaderprofiel: Kolom en twee liggers

De knoopplaat wordt met behulp van hoekstalen aan de liggers gebout. Windverbanden worden geraveeld en aan de knoopplaat gebout.

Windverbandprofiel: RHS

Kaderprofiel: Kolom en ligger

De knoopplaat wordt met behulp van een hoekstaal aan de kolom gebout. Het windverband wordt met een pen aan de knoopplaat bevestigd.

Windverbandprofiel: L

Kaderprofiel: Twee liggers op verschillende hoogten

De knoopplaat wordt geraveeld en met hoekstalen aan beide liggers gebout. Het windverband wordt aan de knoopplaat gebout.

Windverbandprofiel: RHS

Kaderprofiel: Kolom en kolomvoetplaat

De knoopplaat wordt met behulp van hoekstalen aan de kolom en de voetplaat gebout. Het windverband wordt met een pen aan de knoopplaat bevestigd.

Voordat u begint

Maak twee of drie onderdelen die samenkomen om een hoek te vormen en 1 tot 10 windverbanden.

Opmerking:

Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel (het eerste onderdeel dat de hoek vormt).

  2. Selecteer het aansluitende onderdeel (eerste windverband).

  3. Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (tweede windverband).

  4. Selecteer de volgende aansluitende onderdelen (volgende windverbanden).

  5. Selecteer het aansluitende onderdeel dat de hoek vormt.

  6. Selecteer indien nodig de kolom om de knoopplaat rondom de kolom te wikkelen waar twee liggers en de kolom samenkomen.

  7. Klik met de middelste muisknop om de component te maken.

Onderdeelidentificatiecode

Beschrijving

1

Knoopplaat

2

Hoekstaal

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de vorm van de knoopplaat, de locatie van de windverbanden en de hoekstalen, en de locatie van het werkpunt te definiëren.

Afmetingen

Beschrijving

1

Definieer de openingsafstand tussen de knoopplaatrand en het hoofdonderdeel.

2

Definieer de randafstand tussen het laatste aansluitende onderdeel en het laatste windverband.

3

Definieer de afstand tussen de windverbanden.

4

Definieer de randafstand tussen het eerste windverband en het hoofdonderdeel.

5

Definieer de opening tussen de knoopplaatrand en het aansluitende onderdeel (tweede onderdeel dat de hoek vormt).

6

Definieer de hoek van de knoopplaat (in graden).

Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat.

7

Definieer de lengte van de rand van de knoopplaat.

Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat.

8

Definieer de randafstand van de knoopplaat ten opzichte van het werkpunt.

9

Definieer de randafstand van de knoopplaat tot de flens van het derde onderdeel.

10

Definieer de randafstand van het hoekstaal ten opzichte van het werkpunt.

11

Definieer de randafstand van het hoekstaal tot de flens van het derde onderdeel.

Positie van het werkpunt

Optie Beschrijving

Selecteer de positie van het werkpunt. De standaardpositie is het punt waar de twee hoofdonderdelen elkaar snijden.

Tekla Structures gebruikt het werkpunt van een component voor het berekenen van maatvoeringen voor controles en de posities van onderdelen in tekeningen.

Tabblad Knoopplaat

Gebruik het tabblad Knoopplaat om de eigenschappen van de knoopplaat, de verbindingsplaat en het hoekstaal te definiëren.

Onderdelen

Optie Beschrijving

Knoopplaat

Dikte, breedte en hoogte van de knoopplaat.

Verbindingsplaten

Dikte en breedte van de verbindingsplaten.

Hoek bovenste vlak

Hoek onderste vlak

Selecteer het hoekstaalprofiel in de profielendatabase.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Knoopplaatverbinding

Definieer hoe de knoopplaat met het hoofdonderdeel wordt verbonden.

Optie Beschrijving

Standaard

De knoopplaat wordt met een hoekstaal met het hoofdonderdeel verbonden.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De knoopplaat wordt met hoekstalen met het hoofdonderdeel verbonden.

Selecteer op welke zijde van de knoopplaat de hoekstalen worden gemaakt.

De knoopplaat is met een verbindingsplaat met het hoofdonderdeel verbonden.

Selecteer op welke zijde van de knoopplaat de verbindingsplaat wordt gemaakt.

Uitsnijding van de verbindingsplaat via afmetingen

Beschrijving

1

Uitsnijding van de verbindingsplaat via lengte

2

Afwerkingsradius

3

Horizontale afmeting van de afwerking

4

Verticale afmeting van de afwerking

Oriëntatie van het hoekstaal

Definieer hoe het hoekstaal op de verbinding wordt geplaatst.

Optie Beschrijving

Standaard

Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met de knoopplaat wordt verbonden.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden.

Speling montage

U kunt de speling definiëren tussen:

  • zowel de verbindingsplaten of hoekstalen van het hoofdonderdeel als het laatste aansluitende onderdeel

  • de knoopplaat en de verbindingsplaten of de hoekstalen

Vorm van de knoopplaat

Als u de optie selecteert om het gewicht van de knoopplaat te optimaliseren, kunt u definiëren of de selectievolgorde van de windverbanden van invloed is op de positie van de windverbanden.

Optie Beschrijving

Standaard

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Met deze optie wordt het gewicht van de knoopplaat geoptimaliseerd.

Positie van de knoopplaat op het windverband

Definieer waar de knoopplaat op het windverband moet worden geplaatst. Indien nodig kunt u de positie van de knoopplaat nauwkeurig afstellen door de knoopplaat in de z- of y-richting te verplaatsen.

Optie Beschrijving

Standaard

De knoopplaat wordt in het midden van het windverband geplaatst.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De knoopplaat wordt op de bovenflens van het windverband geplaatst.

Definieer hoe ver de knoopplaat in de z-richting wordt verplaatst.

Definieer hoe ver de knoopplaat in de y-richting wordt verplaatst.

Hoek van de raveling

Optie Beschrijving

Standaard

Rechte raveling

Als de knoopplaat een clash met de kolom heeft, wordt de knoopplaat geraveeld om deze rondom de kolom te zetten.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Rechte raveling

Schuine raveling

Afwerkingstype raveling

Optie Beschrijving

Standaard

Schuine afwerking

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Geen afwerking

Geraveelde randen lopen evenwijdig met de randen van de knoopplaat.

Schuine afwerking

Ronde afwerking die als een kwart van een cirkel wordt berekend.

Voer de diameter van de cirkel als horizontale maat voor de afwerking in.

Ronde afwerking die als een driekwart van een cirkel wordt berekend.

Voer de diameter van de cirkel als horizontale maat voor de afwerking in.

Het middelpunt van de cirkel is de hoek van de raveling.

De hoek van de knoopplaat is afgeschuind.

De hoek van de knoopplaat is niet geraveeld of afgewerkt.

Afwerkingsmaatlijnen

Beschrijving

1

Horizontale afmeting van de afwerking

2

Verticale afmeting van de afwerking

Vorm van de knoopplaat

De rand van de knoopplaat kan loodrecht op het hoofdonderdeel of het aansluitende onderdeel staan.

Optie Beschrijving

Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het laatste en voorlaatste aansluitende onderdeel.

Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het hoofdonderdeel en het eerste aansluitende onderdeel.

Tabblad Wvb verb.

Gebruik het tabblad Wvb verb. om van de afdichtingsplaat, windverbandraveling en sleufeigenschappen te definiëren.

Onderdeel

Optie Beschrijving

Seal plate

Dikte van de afdichtingsplaat.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Windverbandraveling

Optie Beschrijving

Selecteer of het windverband wordt geraveeld.

U kunt het windverband inkepen als de plaat tegen de flens van het windverband botst of als u sleufgaten in holle windverbanden wilt maken.

Met de laatste optie wordt een inkeping gemaakt en de plaat aan het windverband bevestigd met een bout.

  1. Verticale afmeting van de raveling.

  2. Horizontale afmeting van de raveling.

  3. Hoek van de raveling.

Selecteer of de aansluitende onderdelen (behalve het laatste aansluitende onderdeel) worden gefit.

Afstand van de rand van de afdichtingsplaat vanaf de buitenrand van het windverband.

Ronde uitsnijding in windverband

Optie Beschrijving

Standaard

Haakse uitsparing

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Haakse uitsparing

Ronde uitsnijding

Voer de radiuswaarde in.

Tabbladen Knooppl. verb. 1/Knooppl. verb. 2

Gebruik de tabbladen Knooppl. verb. 1 en Knooppl. verb. 2 om de boutgroepeigenschappen te definiëren voor bouten die de knoopplaat met het hoofd- en de aansluitende onderdelen verbinden en om de verbinding van het hoekstaal te definiëren.

Afmetingen van de boutengroep

Beschrijving

1

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

2

Aantal bouten.

3

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

4

Afmeting verticale boutgroep ten opzichte van het werkpunt.

Beschrijving

1

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

2

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

3

Aantal bouten.

4

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

5

Selecteer of de knoopplaat of het hoekstaal (L-profiel) als hoofdonderdeel voor de bouten wordt ingesteld.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Type hoekstaalverbinding

Definieer hoe het hoekstaal aan de knoopplaat en het hoofdonderdeel wordt bevestigd.

Optie Beschrijving

Standaard

Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd.

Het hoofdonderdeel wordt met bouten bevestigd en het aansluitende onderdeel wordt gelast.

Het hoofdonderdeel wordt gelast en het aansluitende onderdeel wordt met bouten bevestigd.

Beide onderdelen worden met bouten bevestigd.

Beide onderdelen worden gelast.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Tabblad Bouten staaf 1/bouten staaf 2

Gebruik de tabbladen Bouten staaf 1 en Bouten staaf 2 om de bouten te definiëren die het eerste en tweede windverband met de knoopplaat verbindt.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Aantal bouten.

2

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

3

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

4

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

5

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

Boutafstand

Definieer de minimale afstand vanaf de bouten van de verbindingsplaat tot het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het windverband. Als een windverband loodrecht op het hoofdonderdeel staat, wordt de afstand vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de dichtstbijzijnde bouten gemeten.

Optie Optie

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Tabblad Bouten hoekstaal

Gebruik het tabblad Bouten hoekstaal om de bouten te definiëren die de hoekstalen verbinden.

Onderdeel

Optie Beschrijving

L-profiel

Selecteer het hoekstaalprofiel in de profielendatabase.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Aantal bouten.

2

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

3

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

4

Definieer de randafstand tussen het hoekstaal en het windverband.

5

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

6

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

Positie hoekstaal

Optie Beschrijving

Selecteer de positie van het hoekstaal.

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende