Boemerang (60)
Boemerang (60) verbindt 1 tot 10 windverbanden met een knoopplaat waarbij 2 of 3 onderdelen samenkomen om een hoek te vormen met behulp van hoekstalen en verbindingsplaten. De knoopplaat kan rondom het derde onderdeel worden gewikkeld, meestal een kolom. Verbindt de knoopplaat met de onderdelen met behulp van hoekstalen of verbindingsplaten of lassen direct aan het eerste geselecteerde onderdeel. Hoekstalen kunnen aan de uiteinden van de windverbanden of aan elke zijde worden gemaakt. Verzegelt holle windverbanden. De windverbanden kunnen L-, W-, WT-, RHS- en buisprofielen hebben.
Gemaakte objecten
-
Knoopplaat
-
Verbindingsplaten
-
Hoekstalen (optioneel)
-
Afdichtingsplaten (holle windverbanden)
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Windverbandprofiel: W Kaderprofiel: Kolom en twee liggers De knoopplaat wordt met behulp van hoekstalen aan de liggers gebout. Windverbanden worden geraveeld en aan de knoopplaat gebout. |
|
|
Windverbandprofiel: RHS Kaderprofiel: Kolom en ligger De knoopplaat wordt met behulp van een hoekstaal aan de kolom gebout. Het windverband wordt met een pen aan de knoopplaat bevestigd. |
|
|
Windverbandprofiel: L Kaderprofiel: Twee liggers op verschillende hoogten De knoopplaat wordt geraveeld en met hoekstalen aan beide liggers gebout. Het windverband wordt aan de knoopplaat gebout. |
|
|
Windverbandprofiel: RHS Kaderprofiel: Kolom en kolomvoetplaat De knoopplaat wordt met behulp van hoekstalen aan de kolom en de voetplaat gebout. Het windverband wordt met een pen aan de knoopplaat bevestigd. |
Voordat u begint
Maak twee of drie onderdelen die samenkomen om een hoek te vormen en 1 tot 10 windverbanden.
Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (het eerste onderdeel dat de hoek vormt).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel (eerste windverband).
-
Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (tweede windverband).
-
Selecteer de volgende aansluitende onderdelen (volgende windverbanden).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel dat de hoek vormt.
-
Selecteer indien nodig de kolom om de knoopplaat rondom de kolom te wikkelen waar twee liggers en de kolom samenkomen.
-
Klik met de middelste muisknop om de component te maken.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Knoopplaat |
|
2 |
Hoekstaal |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de vorm van de knoopplaat, de locatie van de windverbanden en de hoekstalen, en de locatie van het werkpunt te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de openingsafstand tussen de knoopplaatrand en het hoofdonderdeel. |
|
2 |
Definieer de randafstand tussen het laatste aansluitende onderdeel en het laatste windverband. |
|
3 |
Definieer de afstand tussen de windverbanden. |
|
4 |
Definieer de randafstand tussen het eerste windverband en het hoofdonderdeel. |
|
5 |
Definieer de opening tussen de knoopplaatrand en het aansluitende onderdeel (tweede onderdeel dat de hoek vormt). |
|
6 |
Definieer de hoek van de knoopplaat (in graden). Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
7 |
Definieer de lengte van de rand van de knoopplaat. Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
8 |
Definieer de randafstand van de knoopplaat ten opzichte van het werkpunt. |
|
9 |
Definieer de randafstand van de knoopplaat tot de flens van het derde onderdeel. |
|
10 |
Definieer de randafstand van het hoekstaal ten opzichte van het werkpunt. |
|
11 |
Definieer de randafstand van het hoekstaal tot de flens van het derde onderdeel. |
Positie van het werkpunt
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de positie van het werkpunt. De standaardpositie is het punt waar de twee hoofdonderdelen elkaar snijden. Tekla Structures gebruikt het werkpunt van een component voor het berekenen van maatvoeringen voor controles en de posities van onderdelen in tekeningen. |
Tabblad Knoopplaat
Gebruik het tabblad Knoopplaat om de eigenschappen van de knoopplaat, de verbindingsplaat en het hoekstaal te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Knoopplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de knoopplaat. |
|
Verbindingsplaten |
Dikte en breedte van de verbindingsplaten. |
|
Hoek bovenste vlak Hoek onderste vlak |
Selecteer het hoekstaalprofiel in de profielendatabase. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Knoopplaatverbinding
Definieer hoe de knoopplaat met het hoofdonderdeel wordt verbonden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt met een hoekstaal met het hoofdonderdeel verbonden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt met hoekstalen met het hoofdonderdeel verbonden. Selecteer op welke zijde van de knoopplaat de hoekstalen worden gemaakt. |
|
|
De knoopplaat is met een verbindingsplaat met het hoofdonderdeel verbonden. Selecteer op welke zijde van de knoopplaat de verbindingsplaat wordt gemaakt. |
Uitsnijding van de verbindingsplaat via afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Uitsnijding van de verbindingsplaat via lengte |
|
2 |
Afwerkingsradius |
|
3 |
Horizontale afmeting van de afwerking |
|
4 |
Verticale afmeting van de afwerking |
Oriëntatie van het hoekstaal
Definieer hoe het hoekstaal op de verbinding wordt geplaatst.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met de knoopplaat wordt verbonden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden. |
Speling montage
U kunt de speling definiëren tussen:
-
zowel de verbindingsplaten of hoekstalen van het hoofdonderdeel als het laatste aansluitende onderdeel
-
de knoopplaat en de verbindingsplaten of de hoekstalen
Vorm van de knoopplaat
Als u de optie selecteert om het gewicht van de knoopplaat te optimaliseren, kunt u definiëren of de selectievolgorde van de windverbanden van invloed is op de positie van de windverbanden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Met deze optie wordt het gewicht van de knoopplaat geoptimaliseerd. |
Positie van de knoopplaat op het windverband
Definieer waar de knoopplaat op het windverband moet worden geplaatst. Indien nodig kunt u de positie van de knoopplaat nauwkeurig afstellen door de knoopplaat in de z- of y-richting te verplaatsen.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt in het midden van het windverband geplaatst. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt op de bovenflens van het windverband geplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de z-richting wordt verplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de y-richting wordt verplaatst. |
Hoek van de raveling
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Rechte raveling Als de knoopplaat een clash met de kolom heeft, wordt de knoopplaat geraveeld om deze rondom de kolom te zetten. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Rechte raveling |
|
|
Schuine raveling |
Afwerkingstype raveling
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Schuine afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking Geraveelde randen lopen evenwijdig met de randen van de knoopplaat. |
|
|
Schuine afwerking |
|
|
Ronde afwerking die als een kwart van een cirkel wordt berekend. Voer de diameter van de cirkel als horizontale maat voor de afwerking in. |
|
|
Ronde afwerking die als een driekwart van een cirkel wordt berekend. Voer de diameter van de cirkel als horizontale maat voor de afwerking in. Het middelpunt van de cirkel is de hoek van de raveling. |
|
|
De hoek van de knoopplaat is afgeschuind. |
|
|
De hoek van de knoopplaat is niet geraveeld of afgewerkt. |
Afwerkingsmaatlijnen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Horizontale afmeting van de afwerking |
|
2 |
Verticale afmeting van de afwerking |
Vorm van de knoopplaat
De rand van de knoopplaat kan loodrecht op het hoofdonderdeel of het aansluitende onderdeel staan.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het laatste en voorlaatste aansluitende onderdeel. |
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het hoofdonderdeel en het eerste aansluitende onderdeel. |
Tabblad Wvb verb.
Gebruik het tabblad Wvb verb. om van de afdichtingsplaat, windverbandraveling en sleufeigenschappen te definiëren.
Onderdeel
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Seal plate |
Dikte van de afdichtingsplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Windverbandraveling
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer of het windverband wordt geraveeld. U kunt het windverband inkepen als de plaat tegen de flens van het windverband botst of als u sleufgaten in holle windverbanden wilt maken. Met de laatste optie wordt een inkeping gemaakt en de plaat aan het windverband bevestigd met een bout. |
|
|
|
|
|
Selecteer of de aansluitende onderdelen (behalve het laatste aansluitende onderdeel) worden gefit. |
|
|
Afstand van de rand van de afdichtingsplaat vanaf de buitenrand van het windverband. |
Ronde uitsnijding in windverband
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Haakse uitsparing AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Haakse uitsparing |
|
|
Ronde uitsnijding Voer de radiuswaarde in. |
Tabbladen Knooppl. verb. 1/Knooppl. verb. 2
Gebruik de tabbladen Knooppl. verb. 1 en Knooppl. verb. 2 om de boutgroepeigenschappen te definiëren voor bouten die de knoopplaat met het hoofd- en de aansluitende onderdelen verbinden en om de verbinding van het hoekstaal te definiëren.
Afmetingen van de boutengroep


| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
4 |
Afmeting verticale boutgroep ten opzichte van het werkpunt. |


| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
5 |
Selecteer of de knoopplaat of het hoekstaal (L-profiel) als hoofdonderdeel voor de bouten wordt ingesteld. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Type hoekstaalverbinding
Definieer hoe het hoekstaal aan de knoopplaat en het hoofdonderdeel wordt bevestigd.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt met bouten bevestigd en het aansluitende onderdeel wordt gelast. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt gelast en het aansluitende onderdeel wordt met bouten bevestigd. |
|
|
Beide onderdelen worden met bouten bevestigd. |
|
|
Beide onderdelen worden gelast. |
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Bouten staaf 1/bouten staaf 2
Gebruik de tabbladen Bouten staaf 1 en Bouten staaf 2 om de bouten te definiëren die het eerste en tweede windverband met de knoopplaat verbindt.
Maatlijnen van de boutgroep


| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten. |
|
5 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
Boutafstand
Definieer de minimale afstand vanaf de bouten van de verbindingsplaat tot het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het windverband. Als een windverband loodrecht op het hoofdonderdeel staat, wordt de afstand vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de dichtstbijzijnde bouten gemeten.
| Optie | Optie |
|---|---|
|
|
|
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Bouten hoekstaal
Gebruik het tabblad Bouten hoekstaal om de bouten te definiëren die de hoekstalen verbinden.
Onderdeel
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
L-profiel |
Selecteer het hoekstaalprofiel in de profielendatabase. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Definieer de randafstand tussen het hoekstaal en het windverband. |
|
5 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten. |
|
6 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
Positie hoekstaal
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de positie van het hoekstaal. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
































