Boemerang met hoekstaal diag. (58)
Boemerang met hoekstaal diag. (58) verbindt met behulp van een knoopplaat 1 tot 10 windverbanden met de hoek waar twee of drie onderdelen samenkomen, meestal twee liggers en een kolom. De knoopplaat kan rondom het derde onderdeel worden gewikkeld, meestal een kolom. Bout of last het windverband aan de knoopplaat met behulp van verbindingsplaten en bout of last de windverbandflens aan de knoopplaat met behulp van hoekstalen. Hiermee verbindt u de knoopplaat rechtstreeks met de twee liggers of gebruikt u hoekstalen of afschuifklampen, of verbindingsplaten. Het windverbandprofiel kan C of W zijn.
Gemaakte objecten
-
Knoopplaat
-
Hoekstalen
-
Afschuifklampen
-
Verbindingsplaten
-
Vulplaten
-
Bouten
-
Uitsnijdingen
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Windverbandprofiel: W Kadertype: Balk en kolom De knoopplaat wordt met behulp van een hoekstaal aan de kolomflens gebout. Windverbanden worden met behulp van een verbindingsplaat en hoekstalen aan de knoopplaat gebout. |
Voordat u begint
Maak twee of drie onderdelen die een hoek vormen en 1 tot 10 windverbanden.
Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (het eerste onderdeel dat de hoek vormt).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel (eerste windverband).
-
Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (tweede windverband).
-
Selecteer de volgende aansluitende onderdelen (volgende windverbanden).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel dat de hoek vormt.
-
Selecteer indien nodig de kolom om de knoopplaat rondom de kolom te wikkelen waar twee liggers en de kolom samenkomen.
-
Klik met de middelste muisknop om de component te maken.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Knoopplaat |
|
2 |
Verbindingsplaat |
|
3 |
Hoekstaal |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de vorm van de knoopplaat, de locatie van de windverbanden en de hoekstalen, en de locatie van het werkpunt te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de openingsafstand tussen de knoopplaatrand en het hoofdonderdeel. |
|
2 |
Definieer de randafstand tussen het laatste aansluitende onderdeel en het laatste windverband. |
|
3 |
Definieer de afstand tussen de windverbanden. |
|
4 |
Definieer de randafstand tussen het eerste windverband en het hoofdonderdeel. |
|
5 |
Definieer de opening tussen de knoopplaatrand en het aansluitende onderdeel (tweede onderdeel dat de hoek vormt). |
|
6 |
Definieer de hoek van de knoopplaat (in graden). Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
7 |
Definieer de lengte van de rand van de knoopplaat. Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
8 |
Definieer de openingsafstand tussen de knoopplaatrand en het windverband. |
|
9 |
Definieer de randafstand van de knoopplaat ten opzichte van het werkpunt. |
|
10 |
Definieer de randafstand van de knoopplaat tot de flens van het derde onderdeel. |
|
11 |
Definieer de randafstand van het hoekstaal ten opzichte van het werkpunt. |
|
12 |
Definieer de randafstand van het hoekstaal tot de flens van het derde onderdeel. |
Positie van het werkpunt
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de positie van het werkpunt. De standaardpositie is het punt waar de twee hoofdonderdelen elkaar snijden. Tekla Structures gebruikt het werkpunt van een component voor het berekenen van maatvoeringen voor controles en de posities van onderdelen in tekeningen. |
Tabblad Knoopplaat
Gebruik het tabblad Knoopplaat om de eigenschappen van knoopplaten, verbindingsplaten en hoekstalen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Knoopplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de knoopplaat. |
|
Verbindingsplaten |
Dikte en hoogte van de verbindingsplaten. |
|
Hoek bovenste vlak Hoek onderste vlak |
Selecteer het hoekstaalprofiel in de profielendatabase. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Knoopplaatverbinding
Definieer hoe de knoopplaat met het hoofdonderdeel wordt verbonden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt met een hoekstaal met het hoofdonderdeel verbonden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt met hoekstalen met het hoofdonderdeel verbonden. Selecteer op welke zijde van de knoopplaat de hoekstalen worden gemaakt. |
|
|
De knoopplaat is met een verbindingsplaat met het hoofdonderdeel verbonden. Selecteer op welke zijde van de knoopplaat de verbindingsplaat wordt gemaakt. |
Speling montage
U kunt de speling voor zowel het hoofdonderdeel als de laatste verbindingsplaten of hoekstalen van het aansluitende onderdeel definiëren.
Afmetingen van de opening
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Definieer de afmeting van de opening tussen de knoopplaat en de verbindingsplaten of de hoekstalen. |
Uitsnijding van de verbindingsplaat via afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Uitsnijding van de verbindingsplaat via lengte |
|
2 |
Afwerkingsradius |
|
3 |
Horizontale afmeting van de afwerking |
|
4 |
Verticale afmeting van de afwerking |
Oriëntatie van het hoekstaal
Definieer hoe het hoekstaal op de verbinding wordt geplaatst.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met de knoopplaat wordt verbonden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden. |
Vorm van de knoopplaat
Als u de optie selecteert om het gewicht van de knoopplaat te optimaliseren, kunt u definiëren of de selectievolgorde van de windverbanden van invloed is op de positie van de windverbanden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Met deze optie wordt het gewicht van de knoopplaat geoptimaliseerd. |
Positie van de knoopplaat op het windverband
Definieer waar de knoopplaat op het windverband moet worden geplaatst. Indien nodig kunt u de positie van de knoopplaat nauwkeurig afstellen door de knoopplaat in de z- of y-richting te verplaatsen.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt in het midden van het windverband geplaatst. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt op de bovenflens van het windverband geplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de z-richting wordt verplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de y-richting wordt verplaatst. |
Hoek van de raveling
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Rechte raveling Als de knoopplaat een clash met de kolom heeft, wordt de knoopplaat geraveeld om deze rondom de kolom te zetten. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Rechte raveling |
|
|
Schuine raveling |
Afwerkingstype raveling
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Schuine afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking Geraveelde randen lopen evenwijdig met de randen van de knoopplaat. |
|
|
Schuine afwerking |
|
|
Ronde afwerking die als een kwart van een cirkel wordt berekend. Voer de diameter van de cirkel als horizontale maat voor de afwerking in. |
|
|
Ronde afwerking die als een driekwart van een cirkel wordt berekend. Voer de diameter van de cirkel als horizontale maat voor de afwerking in. Het middelpunt van de cirkel is de hoek van de raveling. |
|
|
De hoek van de knoopplaat is afgeschuind. |
|
|
De hoek van de knoopplaat is niet geraveeld of afgewerkt. |
Afwerkingsmaatlijnen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Horizontale afmeting van de afwerking |
|
2 |
Verticale afmeting van de afwerking |
Vorm van de knoopplaat
De rand van de knoopplaat kan loodrecht op het hoofdonderdeel of het aansluitende onderdeel staan.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het laatste en voorlaatste aansluitende onderdeel. |
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het hoofdonderdeel en het eerste aansluitende onderdeel. |
Tabblad Wvb verb.
Gebruik het tabblad Wvb verb. om de eigenschappen van verbindingsplaten, hoekstalen, opvulplaten, afschuifklampen en het profiel van de hoekverbinding te definiëren.
Platen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Verbindingsplaat |
Dikte en breedte van de verbindingsplaat. Selecteer het type verbindingsplaatprofiel. |
|
Hoek bovenste vlak Hoek onderste vlak |
Selecteer het hoekstaalprofiel. |
|
Vulplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de vulplaat. |
|
Bovenste dwarsvlak |
Dikte, breedte en hoogte van de bovenste afschuifklamp. |
|
Onderste dwarsvlak |
Hoogte van het onderste dwarsvlak. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Plaat maken
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer of er een of twee verbindingsplaten worden gemaakt tussen het lijf van het windverband en de knoopplaat. |
|
|
Selecteer of er een vulplaat tussen de verbindingsplaat en het windverbandlijf wordt gemaakt. De standaard is dat er geen vulplaat wordt gemaakt. |
|
|
Selecteer andere zijde van de vulplaat. U kunt deze optie gebruiken wanneer u hebt geselecteerd dat u twee verbindingsplaten wilt maken. |
Hoekstaal maken
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Definieer of de windverbanden met behulp van hoekstalen of afschuifklampen aan de knoopplaat worden bevestigd en geef het aantal te maken hoekstalen op. De standaardoptie is om twee hoekstalen onder het windverbandlijf te maken. |
Oriëntatie van het hoekstaal
Definieer hoe het hoekstaal op de verbinding wordt geplaatst.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met de knoopplaat wordt verbonden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden. |
Verbindingstype
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer het verbindingstype (las of bouten) tussen de knoopplaat en de verbindingsplaat. |
|
|
Als er een vulplaat wordt gemaakt, selecteer dan of er een las moet worden gemaakt tussen de vulplaat en het aansluitende onderdeel. U kunt deze instelling gebruiken als het verbindingstype bouten is. |
|
|
Selecteer het verbindingstype (las of bout) tussen de knoopplaat en het L-profiel. |
Afmetingen van de opening van de verbindingsplaat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afmeting horizontale opening |
|
2 |
Afmeting verticale opening |
Vulplaten
Gebruik het tabblad Vulplaten om de eigenschappen van de vulplaat te definiëren.
Platen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Vulplaat 1 Vulplaat 2 Vulplaat 3 |
Dikte, breedte en hoogte van de vulplaten. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Positie van de vulplaat
U kunt bij het verbinden van windverbanden aan de knoopplaat vulplaten maken met hoekstalen.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de opening tussen het windverband en de verbindingsplaat. |
|
2 |
Definieer hoeveel vulplaten er aan de boven- en onderflenzen worden gemaakt. Voer de profielgetallen van de vulplaat in: 1, 2 of 3. Dit zijn de getallen die zich op het bovenste gedeelte van het tabblad Vulplaten bevinden. Als u bijvoorbeeld drie vulplaten aan de bovenste flens wilt maken en u Vulplaat 1 tweemaal en Vulplaat 1 eenmaal wilt gebruiken, voert u 1 1 2 in. Het eerste getal dat u invoert is de vulplaat die zich het dichtst bij de windverbandflens bevindt. |
Tabblad Knooppl.bout 1/Knooppl. verb. 2
Gebruik de tabbladen Knooppl.bout 1 en Knooppl. verb. 2 om de boutgroepeigenschappen te definiëren voor bouten die de knoopplaat met het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel verbinden en om de verbinding van het hoekstaal te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep


|
1 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
4 |
Afmeting verticale boutgroep ten opzichte van het werkpunt. Het werkpunt is het snijpunt tussen de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het laatste aansluitende onderdeel. |


| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
5 |
Selecteer of de knoopplaat of het hoekstaal (L-profiel) als hoofdonderdeel voor de bouten wordt ingesteld. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Type hoekstaalverbinding
Definieer hoe het hoekstaal aan de knoopplaat en het hoofdonderdeel wordt bevestigd.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt met bouten bevestigd en het aansluitende onderdeel wordt gelast. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt gelast en het aansluitende onderdeel wordt met bouten bevestigd. |
|
|
Beide onderdelen worden met bouten bevestigd. |
|
|
Beide onderdelen worden gelast. |
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Bouten staaf 1/bouten staaf 2
Gebruik de tabbladen Bouten staaf 1 en Bouten staaf 2 om de bouten te definiëren die de windverbanden met de knoopplaat verbinden.
Maatlijnen van de boutgroep

| Optie | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
5 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
6 |
Selecteer het bouttype. |
Afmetingen van de hoekboutgroep

| Optie | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
Boutafstand
Definieer de minimale afstand vanaf de bouten van de verbindingsplaat tot het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het windverband. Als een windverband loodrecht op het hoofdonderdeel staat, wordt de afstand vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de dichtstbijzijnde bouten gemeten.
| Optie | Optie |
|---|---|
|
|
|
Verticale boutpositie
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Boutpositie van de L-profielrand. |
|
|
Boutpositie van de hartlijn van het aansluitende onderdeel. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Extra bouten hoekstaal 1
Gebruik het tabblad Extra bouten hoekstaal 1 om de maatlijnen van de boutgroep voor de hoekstaal en de bouteigenschappen te definiëren.
Hoekstaalverlengingen
|
|
Selecteer of hoekstalen worden verlengd en de verlengingszijden. |
Definieer de afmetingen van de boutgroep van de hoekstaalverlengingen.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Boutafstand tot de bouten in de verlenging van het hoekstaal. |
|
5 |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Tabblad Ligger ravelen
Gebruik het tabblad Ligger ravelen om toegangsgaten voor lassen, voorbewerkingen van liggeruiteinden en flensuitsnijdingen te definiëren.
Afmetingen van toegangsgaten voor lassen

| Optie | |
|---|---|
|
1 |
Afmeting voor de toegangsgaten voor lassen aan de boven- en onderzijde. |
|
2 |
Opening tussen het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel. |
|
3 |
Opening tussen de onderflens van het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel. |
Las toegangsgaten
| Optie | Optie | Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard Rond toegangsgat voor lassen AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
Rond toegangsgat voor lassen |
|
|
|
Vierkant toegangsgat voor lassen |
|
|
|
Diagonaal toegangsgat voor lassen |
Flensuitsnijding
|
Optie voor bovenflens |
Optie voor onderflens |
Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard De flens wordt niet uitgesneden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
De flens wordt niet uitgesneden. |
|
|
|
De flens wordt uitgesneden. |
Voorbewerking liggeruiteinde
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De boven- en onderflens worden voorbewerkt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch De boven- en onderflens worden voorbewerkt. |
|
|
Het liggeruiteinde wordt niet voorbewerkt. |
|
|
De boven- en onderflens worden voorbewerkt. |
|
|
De bovenflens wordt voorbewerkt. |
|
|
De onderflens wordt voorbewerkt. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

































