Windverband met buis (105)
Windverband met buis (105) verbindt maximaal drie holle windverbanden met een ligger of kolom met behulp van een knoopplaat en T-stukken.
Gemaakte objecten
-
Knoopplaat
-
T-stukken
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Windverbandprofiel: Buis De knoopplaat wordt aan de ligger gelast. Windverbanden worden met T-stukken aan de knoopplaat gebout. |
|
|
Windverbandprofiel: RHS De knoopplaat wordt aan de kolom gelast. Windverbanden worden met T-stukken aan de knoopplaat gebout. |
Beperkingen
De windverbanden moeten zich in hetzelfde vlak bevinden.
Voordat u begint
Maak een ligger en maximaal drie windverbanden in hetzelfde vlak.
Selectievolgorde
-
Selecteer het hoofdonderdeel (ligger of kolom).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel (eerste windverband).
-
Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (tweede windverband).
-
Selecteer het daaropvolgende aansluitende onderdeel (derde windverband).
-
Klik met de middelste muisknop om de component te maken.
Identificatiecode onderdeel

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Knoopplaat |
|
2 |
T-profiel |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de afmeting van het T-stuk vanaf de knoopplaatrand te definiëren.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de afmeting van de T-stukrand. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de eigenschappen van de knoopplaat en de T-stukken aan de uiteinden van de windverbanden te definiëren. U de T-stukken voor elke windverband afzonderlijk definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Knoopplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de knoopplaat. |
|
T-flens |
Als u Tekla Structures twee platen wilt laten gebruiken om het T-stuk te maken, laat u het T-profiel open. U moet in plaats daarvan de afmetingen voor de dikte, breedte en hoogte voor de T-flens en het web invoeren. Definieer de dikte, breedte en hoogte van de T-flens. |
|
T-lijf |
Als u Tekla Structures twee platen wilt laten gebruiken om het T-stuk te maken, laat u het T-profiel open. U moet in plaats daarvan de afmetingen voor de dikte, breedte en hoogte voor de T-flens en het web invoeren. Definieer de dikte, breedte en hoogte van het T-lijf. |
|
T-profiel |
Selecteer het T-profiel in de profielendatabase. U een T-profiel of een I-profiel gebruiken. Als u een I-profiel gebruikt, maakt de component het T-stuk door het I-profiel uit te snijden. U moet opgeven waar het I-profiel moet worden uitgesneden met behulp van de optie T-diepte op het tabblad Parameters. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Klasse |
Onderdeelklassenummer. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om de T-afmetingen, speling, knoopplaatpositie en afwerkingen te definiëren.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Min. hoek voor afschuining (0-90 gr) |
Definieer de minimale uitsnijdingshoek. |
|
Definieer lassen voor ieder T-profiel |
Selecteer of u lasnaden voor elk T-stuk wilt gebruiken. |
|
Definieer bouten voor ieder T-profiel |
Selecteer of u bouten voor elk T-stuk wilt gebruiken. |
Positie van de knoopplaat
Selecteer de knoopplaatpositie op het windverband.

T-position
Selecteer de T-positie op de knoopplaat.

Afwerking knoopplaat
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Er worden afwerkingen gemaakt. |
T-afmetingen
Definieer de T-afmetingen voor elk windverband.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
T-lengte |
|
2 |
T-diepte |
Uitlijning van de boutgroep
Selecteer of boutgroepen worden uitgelijnd.

Knoopplaatpositie op het hoofdonderdeel
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat is gepositioneerd volgens de gedefinieerde afstanden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat is gepositioneerd volgens de gedefinieerde afstanden. |
|
|
De knoopplaat is gecentreerd naar het midden van de boutgroep. |
|
|
De knoopplaat is gecentreerd naar het midden van de verbindingsoorsprong. |
Tabbladen Bouten 1/bouten 2/bouten 3
Gebruik de tabbladen Bouten 1, Bouten 2 en Bouten 3 om de bouten te definiëren die het eerste, tweede en derde windverband met de knoopplaat verbinden.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Plaatrandafstand naar het lijf van het hoofdonderdeel. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:








