Hoekknooppl. met L-prof (63)
Hoekknooppl. met L-prof (63) bout 1 tot 10 windverbanden aan een knoopplaat waarbij twee onderdelen met behulp van hoekstalen en verbindingsplaten een hoek vormen. Last de knoopplaat aan één van de onderdelen die de hoek vormen.
Gemaakte objecten
-
Knoopplaat
-
Verbindingsplaat tussen de knoopplaat en het windverbandlijf
-
Afschuifklamp tussen de knoopplaat en de windverbandflens
-
Hoekstalen
-
Vulplaten
-
Schotjes
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Windverbandprofiel: W De knoopplaat wordt aan een verlengde eindplaat gelast. Windverbanden worden met behulp van hoekstalen op de flenzen en verbindingsplaten op het lijf aan de knoopplaten gebout. |
|
|
Windverbandprofiel: W De knoopplaat wordt aan een verlengde eindplaat gelast. Windverbanden worden met behulp van hoekstalen op de flenzen gebout. |
|
|
Windverbandprofiel: W De knoopplaat wordt aan een verlengde eindplaat gelast. Windverbanden worden met behulp van verbindingsplaten op het lijf aan de knoopplaten gebout. |
Voordat u begint
Maak twee onderdelen die een hoek vormen en 1 tot 10 windverbanden.
Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (het eerste onderdeel dat de hoek vormt).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel (eerste windverband).
-
Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (tweede windverband).
-
Selecteer de volgende aansluitende onderdelen (volgende windverbanden).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel dat de hoek vormt.
-
Klik met de middelste muisknop om de component te maken.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Knoopplaat |
|
2 |
Verbindingsplaat |
|
3 |
Hoekstaal |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de afmetingen te definiëren die de positie en de vorm van de knoopplaat definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de openingsafstand tussen de knoopplaatrand en het hoofdonderdeel. |
|
2 |
Definieer de randafstand tussen het hoofdonderdeel en het hoekstaal. |
|
3 |
Definieer de randafstand tussen het hoekstaal en het laatste aansluitende onderdeel. |
|
4 |
Definieer de randafstand tussen de hoekstalen. |
|
5 |
Definieer de openingsafstand tussen de knoopplaatrand en het tweede onderdeel. |
|
6 |
Definieer de hoek van de knoopplaat (in graden). Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
7 |
Definieer de lengte van de rand van de knoopplaat. Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
8 |
Definieer de afstand tussen de knoopplaat en het windverband. |
Tabblad Knoopplaat
Gebruik het tabblad Knoopplaat om de knoopplaateigenschappen te definiëren.
Knoopplaat
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Knoopplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de knoopplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
In de volgende voorbeelden worden slechts enkele beschikbare opties weergegeven. U vindt meer opties op het tabblad Knoopplaat.
Positie van de knoopplaat op het windverband
Definieer waar de knoopplaat op het windverband moet worden geplaatst. Indien nodig kunt u de positie van de knoopplaat nauwkeurig afstellen door de knoopplaat in de z- of y-richting te verplaatsen.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt in het midden van het windverband geplaatst. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt op de bovenflens van het windverband geplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de z-richting wordt verplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de y-richting wordt verplaatst. |
Vorm van de knoopplaat
Als u de optie selecteert om het gewicht van de knoopplaat te optimaliseren, kunt u definiëren of de selectievolgorde van de windverbanden van invloed is op de positie van de windverbanden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Met deze optie wordt het gewicht van de knoopplaat geoptimaliseerd. |
Vorm van de knoopplaat
De rand van de knoopplaat kan loodrecht op het hoofdonderdeel of het aansluitende onderdeel staan.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het laatste en voorlaatste aansluitende onderdeel. |
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het hoofdonderdeel en het eerste aansluitende onderdeel. |
Knoopplaatfitting
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer of de knoopplaat op het als laatste geselecteerde aansluitende onderdeel is gefit. |
Knoopplaat lassen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt aan het hoofdonderdeel gelast. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt aan het hoofdonderdeel gelast. |
|
|
De knoopplaat wordt aan het aansluitende onderdeel gelast. |
Binnenste hoek van de knoopplaat

Definieer de horizontale en verticale maatlijnen van de afwerking.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolle afwerking |
|
|
Holle afwerking |
|
|
Schuin |
|
|
vierkant |
Tabblad Wvb verb.
Gebruik het tabblad Wvb verb. om de eigenschappen van de verbindingsplaat, het hoekstaal, de vulplaat en de afschuifklamp te definiëren.
Platen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Verbindingsplaat |
Dikte en breedte van de verbindingsplaat. Selecteer het type verbindingsplaatprofiel. |
|
Hoek bovenste vlak Hoek onderste vlak |
Selecteer het hoekstaalprofiel. |
|
Vulplaat |
Dikte van de vulplaat. |
|
Bovenste dwarsvlak |
Dikte, breedte en hoogte van de bovenste afschuifklamp. |
|
Onderste dwarsvlak |
Hoogte van het onderste dwarsvlak. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Plaat maken
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer of er een of twee verbindingsplaten worden gemaakt tussen het lijf van het windverband en de knoopplaat. |
|
|
Selecteer of er een vulplaat tussen de verbindingsplaat en het windverbandlijf wordt gemaakt. De standaard is dat er geen vulplaat wordt gemaakt. |
|
|
Selecteer andere zijde van de vulplaat. U kunt deze optie gebruiken wanneer u hebt geselecteerd dat u twee verbindingsplaten wilt maken. |
Hoekstaal maken
Definieer of de windverbanden met behulp van hoekstalen of afschuifklampen aan de knoopplaat worden bevestigd en geef het aantal te maken hoekstalen op. De standaardoptie is om twee hoekstalen onder het windverbandlijf te maken.


Oriëntatie van het hoekstaal
Definieer hoe het hoekstaal op de verbinding wordt geplaatst.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met de knoopplaat wordt verbonden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het hoekstaal wordt op de verbinding geplaatst zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden. |
Verbindingstype
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer het verbindingstype (las of bouten) tussen de knoopplaat en de verbindingsplaat. |
|
|
Als er een vulplaat wordt gemaakt, selecteer dan of er een las moet worden gemaakt tussen de vulplaat en het aansluitende onderdeel. U kunt deze instelling gebruiken als het verbindingstype bouten is. |
|
|
Selecteer het verbindingstype (las of bout) tussen de knoopplaat en het hoekstaal. |
L-profiel/hoofdonderdeel plaatbout
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Knoopplaat Bout |
Selecteer het hoofdonderdeel van de bout: Knoopplaat of L-profiel/plaat. |
Afmetingen van de opening van de verbindingsplaat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afmeting horizontale opening |
|
2 |
Afmeting verticale opening |
Tabblad Vulplaten
Gebruik het tabblad Vulplaten om de eigenschappen van de vulplaat te definiëren.
Platen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Vulplaat 1 Vulplaat 2 Vulplaat 2 |
Dikte, breedte en hoogte van de vulplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Positie van de vulplaat
U kunt bij het verbinden van windverbanden aan de knoopplaat vulplaten maken met hoekstalen.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de opening tussen het windverband en de verbindingsplaat. |
|
2 |
Definieer hoeveel vulplaten er aan de boven- en onderflenzen worden gemaakt. Voer de profielgetallen van de vulplaat in: 1, 2 of 3. Dit zijn de getallen die zich op het bovenste gedeelte van het tabblad Vulplaten bevinden. Als u bijvoorbeeld drie vulplaten aan de bovenste flens wilt maken en u Vulplaat 1 tweemaal en Vulplaat 1 eenmaal wilt gebruiken, voert u 1 1 2 in. Het eerste getal dat u invoert is de vulplaat die zich het dichtst bij de windverbandflens bevindt. |
Tabblad Schotjes
Gebruik het tabblad Schotjes om de eigenschappen van de schotjes en afmetingen te definiëren.
Schotjes
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Schotje 1 Schotje 2 |
Dikte van het schotje. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Lengte van het schotje

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand tussen de rand van het schotje en de rand van de knoopplaat. |
|
2 |
De lengte van het schotje. |
Afmetingen van het schotje

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
De breedte van het schotje. |
|
2 |
Lengte van het rechte deel van het schotje. |
|
3 |
De lengte van het schuine deel van het schotje. |
|
4 |
Afstand vanaf de hartlijn van het schotje. |
|
5 |
De verticale afstand tussen het rechte en het schuine deel van het schotje. |
Tabblad Bouten staaf 1/bouten staaf 2
Gebruik de tabbladen Bouten staaf 1 en Bouten staaf 2 om de bouten te definiëren die het eerste en tweede windverband met de knoopplaat verbindt.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
5 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
6 |
Selecteer het bouttype. |
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Doordringlengte
Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Tabbladen Hoekstaal bouten 1/Hoekstaal bouten 2
Gebruik het tabblad Bouten hoekstaal om de bouten te definiëren die de hoekstalen verbinden.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
Boutafstand
Definieer de minimale afstand vanaf de bouten van de verbindingsplaat tot het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het windverband. Als een windverband loodrecht op het hoofdonderdeel staat, wordt de afstand vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de dichtstbijzijnde bouten gemeten.
| Optie | Optie |
|---|---|
|
|
|
Verticale boutpositie
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Boutpositie van de hoekstaalrand. |
|
|
Boutpositie van de hartlijn van het aansluitende onderdeel. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Doordringlengte
Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:





























