Hoekknoopplaat buis (56)
Hoekknoopplaat buis (56) verbindt 1 tot 10 holle windverbanden met behulp van een knoopplaat aan de hoek waar twee onderdelen samenkomen. Bout windverbanden met de knoopplaat met behulp van een verbindingsplaat of een koppelplaat die in het windverband wordt gestoken. Optie om extra verbindingsplaten te maken. Verzegelt windverbanden.
Gemaakte objecten
-
Knoopplaat
-
Verbindingsplaten
-
Afdichtplaten
-
Koppelplaten (optioneel)
-
Afdekplaten (optioneel)
-
Schotjes
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Windverbandprofiel: RHS Kadertype: Kolom en verlengde eindplaat De knoopplaat wordt aan een verlengde eindplaat gelast. De windverbanden worden met koppelplaten op de knoopplaat gebout. |
|
|
Windverbandprofiel: RHS Kadertype: Kolom en ligger De knoopplaat wordt aan de kolomflens gelast. Windverbanden worden met behulp van knoopplaten en verbindings- en afdekplaten gebout. |
Voordat u begint
Maak twee onderdelen die een hoek vormen en 1 tot 10 windverbanden.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (het eerste onderdeel dat de hoek vormt).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel (eerste windverband).
-
Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (tweede windverband).
-
Selecteer de volgende aansluitende onderdelen (volgende windverbanden).
-
Selecteer het aangelast onderdeel dat de hoek vormt (Tekla Structures verbindt de knoopplaat aan dit onderdeel).
-
Klik met de middelste muisknop om de verbinding te maken.
Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Knoopplaat |
|
2 |
Verbindingsplaat |
|
3 |
Afdichtingsplaat |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de positie en de vorm van de knoopplaat te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Definieer de opening tussen de knoopplaatrand en het hoofdonderdeel (eerste onderdeel dat de hoek vormt). |
|
2 |
Definieer de randafstand tussen de verbindingsplaat en het laatste aansluitende onderdeel. |
|
3 |
Definieer de afstand tussen de verbindingsplaten. |
|
4 |
Definieer de randafstand tussen de verbindingsplaat en het hoofdonderdeel. |
|
5 |
Definieer de opening tussen de knoopplaatrand en het aansluitende onderdeel (tweede onderdeel dat de hoek vormt). |
|
6 |
Definieer de hoek van de knoopplaat (in graden). Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
7 |
Definieer de lengte van de rand van de knoopplaat. Deze waarde is van invloed op de vorm van de knoopplaat. |
|
8 |
Definieer de lengte van de rand van de verbindingsplaat. |
|
9 |
Definieer de lengte van het windverband op de verbindingsplaat. |
|
10 |
Definieer de randafstand tussen de afdichtingsplaat en de knoopplaat. |
Tabblad Knoopplaat
Gebruik het tabblad Knoopplaat om de knoopplaateigenschappen te definiëren.
Knoopplaat
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Knoopplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de knoopplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
In de volgende voorbeelden worden slechts enkele beschikbare opties weergegeven. U vindt meer opties op het tabblad Knoopplaat.
Positie van de knoopplaat op het windverband
Definieer waar de knoopplaat op het windverband moet worden geplaatst. Indien nodig kunt u de positie van de knoopplaat nauwkeurig afstellen door de knoopplaat in de z- of y-richting te verplaatsen.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt in het midden van het windverband geplaatst. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De knoopplaat wordt op de bovenflens van het windverband geplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de z-richting wordt verplaatst. |
|
|
Definieer hoe ver de knoopplaat in de y-richting wordt verplaatst. |
Vorm van de knoopplaat
Als u de optie selecteert om het gewicht van de knoopplaat te optimaliseren, kunt u definiëren of de selectievolgorde van de windverbanden van invloed is op de positie van de windverbanden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Met deze optie wordt het gewicht van de knoopplaat geoptimaliseerd. |
Positie van het windverband
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De windverbandpositie blijft ongewijzigd. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het eerste geselecteerde windverband wordt het dichtst bij het hoofdonderdeel geplaatst. |
Vorm van de knoopplaat
De rand van de knoopplaat kan loodrecht op het hoofdonderdeel of het aansluitende onderdeel staan.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het laatste en voorlaatste aansluitende onderdeel. |
|
|
Selecteer de randvorm van de knoopplaat tussen het hoofdonderdeel en het eerste aansluitende onderdeel. |
Knoopplaatfitting
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer of de knoopplaat op het als laatste geselecteerde aansluitende onderdeel is gefit. |
Knoopplaat lassen
Las 1 wordt gebruikt om het knoopplaatonderdeel aan het hoofdonderdeel te lassen en las 4 wordt gebruikt voor het lassen van de knoopplaat aan het laatste aansluitende onderdeel.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De knoopplaat wordt aan het hoofdonderdeel gelast. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
De knoopplaat wordt aan het hoofdonderdeel gelast. |
|
|
De knoopplaat wordt aan het aansluitende onderdeel gelast. |
|
|
De knoopplaat wordt aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel gelast. |
Binnenste hoek van de knoopplaat

Definieer de horizontale en verticale maatlijnen van de afwerking.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen afwerking Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolle afwerking |
|
|
Holle afwerking |
|
|
Schuin |
|
|
vierkant |
Tabblad Wvb verb.
Gebruik het tabblad Wvb verb. om eigenschappen van de verbindingsplaat, afdichtingsplaat, koppelplaat en afdekplaat te definiëren.
Platen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Verbindingsplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de verbindingsplaat. |
|
Afdichtplaten |
Dikte, breedte en hoogte van de afdichtingsplaat. |
|
Koppelplaat |
Dikte van de koppelplaat. |
|
Afdekplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de afdekplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Typen windverbandverbindingen
Definieer hoe het windverband met de verbindingsplaat wordt verbonden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het windverband wordt gelast. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het windverband wordt gelast. |
|
|
Het windverband wordt gebout. |
|
|
Het windverband wordt gelast en rondom de moeren geraveeld. |
|
|
Een koppelplaat en een afdekplaat worden gemaakt. |
Uitsnijding in windverband
Definieer de breedte van de uitsnijding in het windverband waarbij t de dikte van de verbindingsplaat is.
Definieer de lengte van de uitsnijding in het windverband vanaf de rand van de verbindingsplaat.

Ronde uitsnijding in windverband
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Haakse uitsparing AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Haakse uitsparing |
|
|
Ronde uitsnijding Voer de radiuswaarde in. |
Verbindingsplaat
Definieer of het windverband is geraveeld of dat de verbindingsplaat wordt uitgesneden wanneer de verbindingsplaat met het windverband wordt verbonden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het windverband wordt geraveeld. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Het windverband wordt geraveeld. |
|
|
De verbindingsplaat wordt uitgesneden. |
|
|
De verbindingsplaat wordt uitgesneden, maar het onderdeel van de verbindingsplaat dat binnen het windverband wordt gemaakt, wordt niet verwijderd. |
|
|
Als u de verbindingsplaat uitsnijdt, kunt u de grootte van de opening tussen het windverband en de verbindingsplaat definiëren. |
Aantal verbindingsplaten
Definieer of één of twee verbindingsplaten worden gebruikt om het windverband met de knoopplaat te verbinden.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Eén verbindingsplaat Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Eén verbindingsplaat |
|
|
Twee verbindingsplaten |
Afwerking van de verbindingsplaat
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er worden geen afwerkingen gemaakt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Er worden geen afwerkingen gemaakt. |
|
|
Er worden afwerkingen gemaakt. |
|
|
Als u afwerkingen maakt, definieert u de verticale en horizontale afmetingen van de afwerking. |
Eindplaten
Als u de eindplaten gebruikt om de windverbanden af te dichten, definieert u de vorm en afmetingen van de eindplaat.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Rechte eindplaat. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Rechte eindplaat. |
|
|
Ronde eindplaat. |
Randafstand van de eindplaat.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Afstand van de rand van de eindplaat vanaf de buitenrand van het windverband. |
Afwerking van de eindplaat
Definieer het type en de horizontale en verticale afmetingen van de afwerking van de eindplaat.

Tabblad Schotjes
Gebruik het tabblad Schotjes om de eigenschappen van de schotjes en afmetingen te definiëren.
Schotjes
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Schotje 1 Schotje 2 |
Dikte van het schotje. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Lengte van het schotje

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand tussen de rand van het schotje en de rand van de knoopplaat. |
|
2 |
De lengte van het schotje. |
Afmetingen van het schotje

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
De breedte van het schotje. |
|
2 |
Lengte van het rechte deel van het schotje. |
|
3 |
De lengte van het schuine deel van het schotje. |
|
4 |
Afstand vanaf de hartlijn van het schotje. |
|
5 |
De verticale afstand tussen het rechte en het schuine deel van het schotje. |
Tabblad Bouten staaf 1/bouten staaf 2
Gebruik de tabbladen Bouten staaf 1 en Bouten staaf 2 om de bouten te definiëren die het eerste en tweede windverband met de knoopplaat verbindt.
Afmetingen van de boutgroepen op verbindingsplaten


| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten. |
|
5 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
Boutafstand
Definieer de minimale afstand vanaf de bouten van de verbindingsplaat tot het snijpunt van de hartlijnen van het hoofdonderdeel en het windverband. Als een windverband loodrecht op het hoofdonderdeel staat, wordt de afstand vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de dichtstbijzijnde bouten gemeten.
| Optie | Optie |
|---|---|
|
|
|
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Bouttype knoopplaatzijde en windverbandzijde
Selecteer het bouttype om de locatie te definiëren waar de bouten moeten worden bevestigd.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:





































