Profielen verbinden (42)
Profielen verbinden (42) verbindt twee kolommen (of liggers) met behulp van platen in buizen die aan de flenzen en lijven van beide onderdelen worden gebout. Vulplaten worden ook gemaakt wanneer de afmetingen van de kolommen verschillen.
Gemaakte objecten
-
Lijfplaten
-
Flensplaten
-
Vulplaten (optioneel)
-
Bouten
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Platen in buizen die aan de flenzen en lijven van beide onderdelen worden gebout. |
|
|
Ligger-ligger lijfverbindingsplaat met bouten op beide onderdelen bevestigd. De onderdelen bevinden zich in hetzelfde vlak. |
|
|
Profielen verbinden. Gebout aan beide onderdelen. Vulplaten gemaakt voor verschillende profielen. |
|
|
Profielen verbinden. Gebout aan beide onderdelen. Een extra gat wordt gemaakt. |
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (ligger of kolom).
-
Selecteer het aansluitend onderdeel (ligger of kolom).
De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitend onderdeel wordt geselecteerd.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Lijfplaat |
|
2 |
Flensplaat |
|
3 |
Vulplaat |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de plaatposities te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Opening tussen het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel. |
0 mm |
|
2 |
Vulplaatdikte |
10 mm |
|
3 |
Lijfplaatafmetingen op het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel. |
Tabblad Onderdeel
Gebruik het tabblad Onderdelen om de eigenschappen van de platen te definiëren.
Platen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Lijfplaten |
Dikte, breedte en hoogte van de lijfplaten. |
|
Flensplaten |
Dikte, breedte en hoogte van de flensplaten. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om het maken van het hijsgat, de afmetingen en het maken van de lijfplaat te definiëren.
Het maken van het hijsgat
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Het hijsgat wordt niet gemaakt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Het hijsgat wordt niet gemaakt. |
|
|
Het hijsgat wordt gemaakt. |
De afmetingen van het hijsgat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
De diameter van het hijsgat. |
|
2 |
Horizontale afmeting voor de offset van het hijsgat vanaf de hartlijn van de lijfplaat. |
|
3 |
Verticale afmeting van het midden van het hijsgat naar de onderdeelrand. |
Lijfplaten
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Beide lijfplaten worden gemaakt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Beide lijfplaten worden gemaakt. |
|
|
Rechterzijde van de lijfplaat wordt gemaakt. |
|
|
Linkerzijde van de lijfplaat wordt gemaakt. |
Tabblad Lijfbouten
Gebruik het tabblad Lijfbouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Selecteer het bouttype. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Flensbouten
Gebruik het tabblad Flensbouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:










