Hoekstaal gebout (141)
Hoekstaal gebout (141) verbindt twee liggers met elkaar of een ligger met een kolom en gebruikt hiervoor gelaste en geboute hoekstalen. De aansluitende ligger kan recht of schuin zijn. Gelaste coupplaten en hoeksteunen zijn optioneel.
Gemaakte objecten
-
Hoekstalen (1 of 2)
-
Schotjes (optioneel)
-
Coupplaat aan bovenzijde en onderzijde (optioneel)
-
Hoeksteun (optioneel)
-
Steunschotjes (optioneel)
-
Bouten
-
Plaatringen (optioneel)
-
Lassen
-
Uitsnijdingen
Gebruiken voor
|
Situatie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Opties: gelast/gebout, gebout/gebout, gelast/gelast. |
|
|
Hoekstaalverbinding tegen het lijf van de ligger. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. |
|
|
Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Het aansluitende onderdeel is schuin. Het uiteinde van het aansluitende onderdeel kan recht of schuin worden afgesneden. |
|
|
Hoekstaalverbinding tegen het lijf van de ligger. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Het aansluitende onderdeel is schuin. Er zijn verschillende raveelopties. |
|
|
Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Lasvoorbewerking en toegangsgaten voor lassen voor momentverbinding. |
|
|
Hoekstaalverbinding tegen het lijf van de ligger. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Optie voor lasvoorbewerking. |
|
|
Hoekstaalverbinding tegen de flens van de kolom. Onderste flens is uitgeraveeld voor montage. |
|
|
Hoekstaalverbinding met kolom. Optie: hoeksteun. Onder/boven/beide. |
|
|
Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Coupoptie. Onder/boven/beide. |
|
|
Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf. Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal. Het aansluitende onderdeel wordt geroteerd. |
|
|
Hoekstaal op kanaaldeurstijl. |
|
|
Hangende hoeksteunverbinding. |
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (ligger of kolom).
-
Selecteer het aansluitend onderdeel (balk).
De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitend onderdeel wordt geselecteerd.
Onderdeelidentificatiecode
|
Onderdeel |
|
|---|---|
|
1 |
Hoekstalen |
|
2 |
Coupplaat |
|
3 |
Hoeksteun |
|
4 |
Steunschotje |
|
5 |
Lijfschotjes |
Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de afmetingen van het hoekstaal te definiëren en te definiëren hoe het liggeruiteinde wordt uitgesneden.
Afmetingen
|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
Snijlengte voor het aansluitende onderdeel. De uitsnijding wordt gedefinieerd vanaf de rand van het hoekstaal. |
20 mm |
|
2 |
Afstand voor de bovenrand van het hoekstaal vanaf de bovenkant van de aansluitende ligger. Met de positie van de bovenrand wordt de hoogte van het hoekstaal gewijzigd. Bij een positieve waarde komt de bovenste positie dichter bij het midden van de ligger en wordt de grootte van het hoekstaal dus kleiner. Bij een negatieve waarde wordt de grootte van het hoekstaal groter. |
Als er geen waarde wordt ingevoerd, is de grootte van het hoekstaal afhankelijk van de bouten en de boutrandafstanden. |
|
3 |
Afstand tussen de onderrand van het hoekstaal vanaf de onderzijde van de aansluitende ligger. Met de positie van de onderrand wordt de hoogte van het hoekstaal gewijzigd. Bij een positieve waarde komt de bovenste positie dichter bij het midden van de ligger en wordt de grootte van het hoekstaal dus kleiner. Bij een negatieve waarde wordt de grootte van het hoekstaal groter. |
Als er geen waarde wordt ingevoerd, is de grootte van het hoekstaal afhankelijk van de bouten en de boutrandafstanden. |
|
4 |
Grootte van de plaat die wordt gemaakt op de flens van het aansluitende onderdeel. Het snijpunt van de flens is afhankelijk van de rand van het hoekstaal. |
De flens wordt automatisch gestript wanneer het hoekstaal de flens kruist. 10 mm |
|
5 |
Definieer de ruimte tussen het hoofdonderdeel en het hoekstaal. |
0 |
Snede in de onderflens van de ligger
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Flenssnede AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Raveling De onderzijde van de aansluitende ligger wordt geraveld als het hoekstaal de flens kruist. Voer de radius en hoogte van de raveling in. |
|
|
Flensuitsnijding Als het hoekstaal de flens kruist, wordt de flens van de aansluitende ligger gesneden aan dezelfde zijde als het hoekstaal. |
Afsnijding aan liggereinde
Definieer hoe het uiteinde van de aansluitende ligger wordt uitgesneden. De ligger wordt vanaf de zijkant weergegeven.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Schuin AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch Als de aansluitende ligger minder dan 10 graden schuin loopt, wordt het liggeruiteinde recht uitgesneden. Anders wordt het liggeruiteinde afgeschuind uitgesneden. |
|
|
Vierkant Hiermee snijdt u het uiteinde van de aansluitende ligger recht. |
|
|
Schuin Hiermee snijdt u het uiteinde van de aansluitende ligger parallel aan de rand van het hoofdonderdeel uit. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de grootte, positie en richting van de hoekstalen te definiëren.
Profiel NS/FS
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Profiel VZ |
Linkerzijde hoekstaalprofiel door het in de profielendatabase te selecteren. |
Hoekgrootte is afhankelijk van de boutdiameter. De standaardnaam is HOEK. |
|
Profiel AZ |
Rechterzijde hoekstaalprofiel door het in de profielendatabase te selecteren. |
De grootte van het hoekstaal wordt gedefinieerd door de boutdiameter. De standaardnaam is HOEK. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Positie hoekstaal
Definieer het aantal hoekstalen en de zijde van het hoekstaal in verbindingen met één hoekstaal.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er worden aan de linkerzijde en rechterzijde hoekstalen gemaakt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Automatisch Als het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden er twee hoekstalen gemaakt. Zo niet, dan wordt er alleen een hoekstaal aan de linkerzijde gemaakt. |
|
|
Er wordt aan de linkerzijde een hoekstaal gemaakt. |
|
|
Er worden aan de linkerzijde en rechterzijde hoekstalen gemaakt. |
|
|
Er wordt aan de rechterzijde een hoekstaal gemaakt. |
|
|
Geroteerde hoek. Er wordt aan de rechterzijde een hoekstaal gemaakt. |
|
|
Geroteerde hoek. Er wordt aan de linkerzijde een hoekstaal gemaakt. |
Oriëntatie van het hoekstaal
Hiermee verwisselt u de ongelijke zijden van het hoekstaal aan de rechterzijde en linkerzijde.
|
Optie voor linkerzijde |
Optie voor rechterzijde |
Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard Niet verwisseld AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
Niet verwisseld Het hoekstaal wordt zodanig op een verbinding geplaatst dat de langere zijde met het aansluitende onderdeel wordt verbonden. |
|
|
|
Verwisseld De zijden van het hoekstaal worden verwisseld zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden. |
Boutafstand en lasopening
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
1 |
Boutafstand. |
|
2 |
Lasopening. |
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Boutafstand zonder lasopening Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Boutafstand zonder lasopening |
|
|
Boutafstand met lasopening |
|
|
Boutafstand met lasopening die u kunt definiëren |
Midden van de boutmaatlijn
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Midden van de boutmaatlijn vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Midden van de boutmaatlijn vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel. |
|
|
Midden van de boutmaatlijn vanaf de achterzijde van het lijf van het aansluitende onderdeel. U kunt deze optie gebruiken wanneer het aansluitende onderdeel een C- of U-profiel heeft. |
Tabblad Schotjes
Gebruik het tabblad Schotjes om de maatlijnen, oriëntatie, positie en het type van het schotje te definiëren.
Afmeting van de schotjes
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Boven VZ |
Dikte, breedte en hoogte van het bovenste schotje aan de voorzijde. |
|
Boven AZ |
Dikte, breedte en hoogte van het bovenste schotje aan de achterzijde. |
|
Onder VZ |
Dikte, breedte en hoogte van het onderste schotje aan de onderzijde. |
|
Onder AZ |
Dikte, breedte en hoogte van het onderste schotje aan de bovenzijde. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Richting van de schotjes
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Schotjes lopen parallel aan het aansluitende onderdeel. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Schotjes lopen parallel aan het aansluitende onderdeel. |
|
|
Schotjes staan haaks op het hoofdonderdeel. |
Schotjes maken
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er worden schotjes gemaakt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch Schotjes worden gemaakt wanneer nodig. |
|
|
Er worden geen schotjes gemaakt. |
|
|
Er worden schotjes gemaakt. |
Vorm van schotje
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Afgewerkte schotjes AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch Afgewerkte schotjes |
|
|
Rechte schotjes Schotjes met een opening voor de ronding van het lijf van het hoofdonderdeel |
|
|
Afgewerkte schotjes |
Opening schotje
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Grootte van de opening tussen de flenzen en het schotje. |
Posities van schotjes
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Grootte van de opening tussen het schotje en de rand van het liggerlijf. |
|
2 |
Grootte van de ruimte tussen het bovenste schotje aan de binnenkant en de rand van de liggerflens. |
|
3 |
Grootte van de ruimte tussen het onderste schotje aan de binnenkant en de rand van de liggerflens. |
|
4 |
Grootte van de ruimte tussen het onderste schotje aan de buitenkant en de rand van de liggerflens. |
|
5 |
Grootte van de ruimte tussen het bovenste schotje aan de buitenkant en de rand van de liggerflens. |
Afwerkingsmaatlijnen

|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
De verticale maatlijn van de afwerking. |
De radius van het profiel |
|
2 |
De horizontale maatlijn van de afwerking. |
De radius van het profiel |
Type afwerking
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard. Lijnvormige afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolvormige afwerking |
|
|
Holvormige afwerking |
Tabblad Coup
Gebruik het tabblad Haunch om de coupplaten en de afwerking voor de flenzen van de aansluitende ligger te definiëren.
Coupplaten
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Plaat boven |
Dikte, breedte en hoogte van de bovenste coupplaat. |
|
Plaat onder |
Dikte, breedte en hoogte van de onderste coupplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Afschuining van coupplaten

|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Breedte van de afwerking van de bovenste coupplaat. |
|
2 |
Hoogte van de afwerking van de bovenste coupplaat. |
|
3 |
Hoogte van de afwerking van de onderste coupplaat. |
|
4 |
Breedte van de afwerking van de onderste coupplaat. |
Coupplaat maken
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Indien nodig worden er aan de bovenzijde en onderzijde coupplaten gemaakt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Automatisch De coupplaat wordt gemaakt aan de bovenzijde, onderzijde of aan beide zijden, indien nodig. |
|
|
Er worden coupplaten gemaakt aan de bovenzijde en onderzijde. Als u één plaat wilt maken, typt u 0 in het veld dikte (d) voor de plaat die u niet nodig hebt (plaat aan de bovenzijde of onderzijde). |
|
|
Er worden geen coupplaten gemaakt. |
Tabblad Raveling
Gebruik het tabblad Raveling om automatisch ravelingen voor de aansluitende liggers te maken en de eigenschappen van de raveling te definiëren. Het tabblad Raveling bestaat uit twee delen: automatische eigenschappen (bovenste deel) en handmatige eigenschappen (onderste deel). Automatische en handmatige ravelingeigenschappen werken onafhankelijk van elkaar.
Automatische raveling
Automatische raveling heeft betrekking op de boven- en onderflens.
Vorm van de raveling
Automatische raveling wordt ingeschakeld zodra u een vorm van raveling hebt geselecteerd.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De uitsparingen staan haaks op het hoofdliggerlijf. |
|
|
Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De uitsparingen staan haaks op het lijf van de aansluitende ligger. |
|
|
Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De verticale zijde van de uitsparing staat haaks op de hoofdligger en de horizontale zijde staat haaks op de aansluitende ligger. |
|
|
Hiermee schakelt u de automatische raveling uit. |
Grootte van de raveling
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de rand van de flens van de hoofdligger en vanaf de onderkant van de bovenflens van de hoofdligger. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de rand van de flens van de hoofdligger en vanaf de onderkant van de bovenflens van de hoofdligger. |
|
|
De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de hartlijn van de hoofdligger en vanaf de bovenflens van de hoofdligger. |
Voer de horizontale en verticale waarden in voor de uitsparingen.
Vorm van de uitsparing in de flens
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De flens van de aansluitende ligger wordt parallel aan de hoofdligger gesneden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De flens van de aansluitende ligger wordt parallel aan de hoofdligger gesneden. |
|
|
De flens van aansluitende ligger wordt haaks gesneden. |
Afronding van de afmeting van de raveling
Gebruik de opties voor de afronding van de ravelingafmeting om te definiëren of de maten naar boven worden afgerond. Zelfs als afronding van de afmeting is ingeschakeld, wordt de afmeting alleen afgerond als dit nodig is.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De afmeting van de raveling wordt niet afgerond. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De afmeting van de raveling wordt niet afgerond. |
|
|
De afmeting van de raveling wordt afgerond. Voer de horizontale en verticale waarden in voor de afronding. |
De afmetingen worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van de opgegeven waarde. Als de eigenlijke maat 51 is en u een afronding van 10 invoert, wordt de afmeting naar boven afgerond op 60.
Positie van de raveling
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Hiermee maakt u de uitsparing onder de flens van de hoofdligger. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Hiermee maakt u de uitsparing onder de flens van de hoofdligger. |
|
|
Hiermee maakt u de uitsparing boven de flens van de hoofdligger. |
Afwerking van de raveling
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De raveling wordt niet afgewerkt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De raveling wordt niet afgewerkt. |
|
|
Hiermee maakt u een raveling met een lijnvormige afwerking. |
|
|
De raveling wordt afgeschuind aan de hand van de ingevoerde radius. |
Voer de radius voor de afwerking in.
Handmatige raveling
Gebruik handmatige raveling wanneer een onderdeel dat niet bij de verbinding hoort een conflict veroorzaakt met de aansluitende ligger. Als u handmatige raveling gebruikt, worden uitsparingen gemaakt op basis van de ingevoerde waarden in de velden van het tabblad Raveling. U kunt verschillende waarden gebruiken voor de boven- en onderflens.
Zijde van de raveling in de flens
De zijde van de raveling in de flens definieert aan welke zijde van de ligger de raveling wordt gemaakt.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens. |
|
|
Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens. |
|
|
Hiermee maakt u een raveling aan de voorzijde van de flens. |
|
|
Hiermee maakt u een raveling aan de achterzijde van de flens. |
Vormen van de raveling in de flens
De vorm van de raveling in de flens definieert de vorm van de raveling in de liggerflens.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De hele flens van de aansluitende ligger wordt zo ver uitgesneden als u hebt gedefinieerd. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch De hele flens van de aansluitende ligger wordt zo ver uitgesneden als u hebt gedefinieerd. De standaarddiepte voor de raveling is twee keer de dikte van de aansluitende flens. De uitsparing is altijd net zo groot als de totale breedte van de aansluitende flens. |
|
|
Hiermee maakt u een raveling in de flens. Als u geen horizontale maat opgeeft, wordt er een raveling van 45 graden gemaakt. |
|
|
Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van standaardwaarden, tenzij u waarden opgeeft in de velden 1en 2. |
|
|
De flens wordt niet uitgesneden. |
|
|
Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van de waarde in het veld 1 zodat deze gelijk loopt met het lijf. |
|
|
Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van de waarde in de velden 1 en 2. |
Diepte van de raveling in de flens
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Diepte van de raveling in de flens. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Diepte van de raveling in de flens. |
|
|
Diepte van de raveling in de flens op basis van een maat vanaf de hartlijn van het lijf van de aansluitende ligger tot de rand van de raveling. |
Voer de waarde in voor de diepte van de raveling in de flens.
Afmeting van de uitsnijding
|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
Afmetingen voor de horizontale flensuitsnijdingen. |
10 mm |
|
2 |
Afmetingen voor de verticale flensuitsnijdingen. |
De opening tussen de rand van de raveling en de flens van de ligger is gelijk aan de afronding van het hoofdonderdeel. De hoogte van de raveling wordt naar boven afgerond op 5 mm. |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de bouten en lassen te definiëren waarmee het hoekstaal met het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel wordt verbonden.
Maatlijnen van de boutgroep
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. Wanneer de aansluitende ligger schuin is, bepaalt u of de verticale maatlijn wordt gemeten vanaf de boutgroep tot de rand van het aangelaste onderdeel of vanaf de boutgroep tot de rand van het hoofdonderdeel.
De standaard is dat de verticale afstand wordt gemeten vanaf de boutgroep tot de rand van het aangelaste onderdeel (schuine afstand). Zorg ervoor dat Snede van liggeruiteinde op het tabblad Afbeelding op recht |
|
2 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
5 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten op een hoekstaal
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De bouten worden niet zigzagsgewijs geplaatst. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De bouten worden niet zigzagsgewijs geplaatst. De bouten die het hoekstaal met het aansluitende onderdeel verbinden, bevinden zich op hetzelfde horizontale niveau als de bouten die het hoekstaal met het hoofdonderdeel verbinden. |
|
|
De bouten op het hoofdonderdeel worden zigzagsgewijs geplaatst. De bouten die het hoekstaal met het hoofdonderdeel verbinden, worden met de helft van de waarde van de verticale h.o.h.-afstand van de bout omlaag verplaatst. |
|
|
Bouten op het aansluitende onderdeel worden zigzagsgewijs geplaatst. De bouten die het hoekstaal met het aansluitende onderdeel verbinden, worden met de helft van de waarde van de verticale h.o.h.-afstand van de bout omlaag verplaatst. |
|
|
Bouten op het aansluitende onderdeel worden zigzagsgewijs geplaatst. De bouten die het hoekstaal met het schuine aansluitende onderdeel verbinden, lopen parallel aan het aansluitende onderdeel. |
Maatlijnen van de boutgroep
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Definieer welke bouten uit de boutgroep worden verwijderd. Voer de boutnummers in van de bouten die moeten worden verwijderd en scheid de nummers met een spatie. Boutnummers lopen van links naar rechts en van boven naar beneden. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
4 |
Randafstand bouten. |
|
5 |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Bevestigingstype
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Beide onderdelen worden met bouten bevestigd. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Automatisch Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd. |
|
|
Beide onderdelen worden met bouten bevestigd. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt gelast en het aansluitende onderdeel wordt met bouten bevestigd. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt met bouten bevestigd en het aansluitende onderdeel wordt gelast. |
|
|
Beide onderdelen worden gelast. |
|
|
Het hoofdonderdeel wordt niet gebout. |
|
|
Het aansluitende onderdeel wordt niet gelast. |
|
|
Het aansluitende onderdeel wordt niet gebout. |
|
|
Beide onderdelen worden gebout en gelast. |
Aantal hoekstaallassen
Definieer het aantal lassen dat het hoekstaal aan het hoofdonderdeel en/of het aansluitende onderdeel verbindt.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er worden drie lassen aan het hoekstaal gemaakt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Er worden drie lassen aan het hoekstaal gemaakt. |
|
|
Er wordt één las aan het hoekstaal gemaakt. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Opmerking
U kunt een opmerking definiëren.
Doordringlengte
Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Boutrichting
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Boutrichting 1 AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Boutrichting 1 |
|
|
Boutrichting 2 |
Tabblad Ringen plaat
Gebruik het tabblad Ringen plaat om de eigenschappen van de plaatring aan het hoofdonderdeel en de aansluitende onderdelen te definiëren.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Extra verst. plaat |
Dikte, breedte en hoogte van de extra verstevigingsplaat. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Extra verst. plaat
Definieer extra verstevigingsplaten voor bouten en selecteer de zijde van de extra verstevigingsplaat.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen extra verstevigingsplaat AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen extra verstevigingsplaat |
|
|
Eén extra verstevigingsplaat |
|
|
Afzonderlijke vierkante extra verstevigingsplaten voor elke bout |
|
|
Afzonderlijke ronde extra verstevigingsplaten voor elke bout |
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Selecteer of de plaatring voor één hoekstaal of beide hoekstalen wordt gemaakt. |
|
|
Selecteer of de plaatringen symmetrisch of asymmetrisch worden geplaatst. |
Tabblad Ligger ravelen
Gebruik het tabblad Ligger ravelen om de instellingen voor lassteunliggers, toegangsgaten voor lassen, voorbewerkingen aan het einde van de ligger en flensuitsnijdingen te definiëren.
Extra gel. pl.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Extra gel. pl. |
Dikte, breedte en hoogte van de extra gelaste ligger. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Afmetingen van toegangsgaten voor lassen
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Opening tussen de bovenflens van het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel. |
|
2 |
Verticale maatlijnen voor de toegangsgaten van de lassen aan de boven- en onderzijde. |
|
3 |
Horizontale maatlijnen voor de toegangsgaten van de lassen aan de boven- en onderzijde. |
|
4 |
Opening tussen het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel. Tekla Structures telt de waarde die u hier opgeeft op bij de opening die u invoert op het tabblad Afbeelding. |
|
5 |
Opening tussen de onderflens van het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel. Tekla Structures telt de waarde die u hier opgeeft op bij de opening die u invoert op het tabblad Afbeelding. |
Las toegangsgaten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
|
Standaard Rond toegangsgat voor lassen AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
Rond toegangsgat voor lassen |
|
|
|
Vierkant toegangsgat voor lassen |
|
|
|
Diagonaal toegangsgat voor lassen |
|
|
|
Rond toegangsgat voor lassen waarvan u de radius in |
|
|
|
Lang, kegelvormig toegangsgat voor lassen waarvan u de radius en afmetingen in |
|
|
|
Kegelvormig toegangsgat voor lassen met radiussen die u in Met de hoofdletter R definieert u de grote radius (hoogte). Met de kleine letter r definieert u de kleine radius. |
R = 35 r = 10 |
Voorbewerking liggeruiteinde
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De boven- en onderflens worden voorbewerkt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Automatisch De boven- en onderflens worden voorbewerkt. |
|
|
Het liggeruiteinde wordt niet voorbewerkt. |
|
|
De boven- en onderflens worden voorbewerkt. |
|
|
De bovenflens wordt voorbewerkt. |
|
|
De onderflens wordt voorbewerkt. |
Flensuitsnijding
|
Optie voor bovenflens |
Optie voor onderflens |
Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard De flens wordt niet uitgesneden. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
De flens wordt niet uitgesneden. |
|
|
|
De flens wordt uitgesneden. |
Steunbalken
|
Optie voor steunbalk boven |
Optie voor steunbalk onder |
Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard De steunbalken worden binnen de flenzen gemaakt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
Er worden geen steunbalken gemaakt. |
|
|
|
De steunbalken worden binnen de flenzen gemaakt. |
|
|
|
De steunbalken worden buiten de flenzen gemaakt. |
Lengte van steunbalk
Voer in het vak onder de opties de lengte van de extra gelaste ligger in.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Absolute lengte van de steunbalk AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Absolute lengte van de steunbalk |
|
|
Uitstekend deel buiten de rand van de flens |
Positie van steunbalk
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Voer een positieve of negatieve waarde in om de voorzijde van de steunbalk te verplaatsen ten opzichte van het flensuiteinde. |
Merktype
Definieer de locatie waar de lassen van de steunbalk worden gemaakt. Wanneer u de optie Werkplaats selecteert, neemt Tekla Structures de steunbalken ook op in het merk.
Tabblad L-profiel
Gebruik het tabblad L-profiel om een hoeksteun toe te voegen.
Hoeksteun
Met hoeksteunen worden lasten van het aansluitende onderdeel overgenomen. Hoeksteunen kunnen zich aan de boven- of onderzijde of aan beide zijden van het aansluitende onderdeel bevinden. Hoeksteunen kunnen worden verstijfd en met bouten of lasverbindingen aan het hoofdonderdeel en de aansluitende onderdelen worden bevestigd.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Schotjes |
Dikte, breedte en hoogte van schotje. |
|
Bovenste hoek, Onderste hoek |
Selecteer het hoeksteunprofiel door het in de profielendatabase te selecteren. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Positie van de hoeksteun
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er wordt geen hoeksteun gemaakt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Er wordt geen hoeksteun gemaakt. |
|
|
Er wordt een hoeksteun gemaakt aan de bovenzijde van de flens. |
|
|
Er wordt een hoeksteun gemaakt aan de onderzijde van de flens. |
|
|
Hoeksteunen gemaakt worden aan beide zijden van de flens gemaakt. |
Hoeksteun bouten of lassen
De hoeksteun wordt geplaatst aan de boven- of onderzijde van het aansluitende onderdeel.
|
Optie voor bovenste hoeksteun |
Optie voor onderste hoeksteun |
Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard Met bouten Hoeksteun wordt gebout aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
|
Met bouten Hoeksteun wordt gebout aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel. |
|
|
|
Gelast - gebout De hoeksteun wordt gelast aan het hoofdonderdeel en gebout aan het aansluitende onderdeel. |
|
|
|
Gebout - gelast De hoeksteun wordt gebout aan het hoofdonderdeel en gelast aan het aansluitende onderdeel. |
|
|
|
Gelast De hoeksteun wordt aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel gelast. |
Type schotje
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Rechthoekig schotje AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Rechthoekig schotje |
|
|
Driehoekig schotje |
|
|
De vorm van het schotje is afhankelijk van de lijn waarmee de uiteinden van de zijden van de hoeksteun verbonden zijn. |
Maatlijn schotje
Definieer de offset van bevel cuts voor drie hoekige schotjes.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn horizontale offset |
|
2 |
Maatlijn verticale offset |
Rotatie van de hoeksteun
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Hoeksteun wordt niet geroteerd. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Hoeksteun wordt niet geroteerd. |
|
|
Hoeksteun wordt 90 graden horizontaal gedraaid. Selecteer om de geroteerde hoeksteun te verstijven de optie Middenschotjes in de keuzelijst Positie van het middelste schotje. |
Richting van de hoeksteun
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard De lange zijde van de hoeksteun wordt verbonden met het aansluitende onderdeel. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
De lange zijde van de hoeksteun wordt verbonden met het aansluitende onderdeel. |
|
|
De lange zijde van de hoeksteun wordt met het hoofdonderdeel verbonden. |
|
|
Automatisch De lange zijde van de hoeksteun worden verbonden met het onderdeel waar bouten het verst van de hoek van de hoeksteun reiken. |
Positie van zijschotje
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Er worden geen zijschotjes gemaakt. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Er worden geen zijschotjes gemaakt. |
|
|
Schotjes aan de linkerzijde zijn gemaakt. |
|
|
Schotjes aan de rechterzijde zijn gemaakt. |
|
|
Er worden zijschotjes aan de linker- en rechterzijde gemaakt. |
Positie van het middelste schotje
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Volgens bouten AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Er wordt geen tussenschotje gemaakt. |
|
|
Tussenschotjes Het schotje wordt in het midden van de hoeksteun geplaatst. Voer het aantal tussenschotjes in het vak Aantal tussenschotjes in. Meerdere schotjes worden gecentreerd en gelijkmatig verdeeld. |
|
|
Volgens bouten Het schotje wordt tussen de bouten in het midden van de boutafstand geplaatst. Standaard wordt er een schotje gemaakt tussen elke twee bouten. Voer het aantal middelste schotjes in het vak hieronder in. |
Offset van hoeksteun
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Horizontale offset van de hoeksteun vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel. |
Opening
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
De opening aan de bovenzijde en onderzijde tussen de hoeksteun en het aansluitende onderdeel. |
Afwerkingsmaatlijnen
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
De verticale maatlijn van de afwerking. |
|
2 |
De horizontale maatlijn van de afwerking. |
Type afwerking
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolvormige afwerking |
|
|
Holvormige afwerking |
Tabblad Bouten L-prof - Profiel 1
Gebruik het tabblad Bouten L-prof - Profiel 1 om de eigenschappen van de bouten die de hoeksteun aan het hoofdonderdeel verbinden te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de middellijn van de aansluitende ligger. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
5 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de onderzijde van de aansluitende ligger. |
Bovenzijde
Boven verwijst naar de boutgroep die de bovenste hoeksteun verbindt met het hoofdonderdeel.
Onderzijde
Onder verwijst naar de boutgroep die de onderste hoeksteun verbindt met het hoofdonderdeel.
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Opmerking
U kunt een opmerking definiëren.
Tabblad Bouten L-prof - Profiel 2
Gebruik het tabblad Bouten L-prof - Profiel 2 om de eigenschappen van de bouten te definiëren waarmee de hoeksteun aan het aansluitende onderdeel wordt verbonden.
Maatlijnen van de boutgroep
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de middellijn van de aansluitende ligger. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
5 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de onderzijde van de aansluitende ligger. |
Bovenzijde
Boven verwijst naar de boutgroep die de bovenste hoeksteun verbindt met het aansluitende onderdeel.
Onderzijde
Onder verwijst naar de boutgroep die de onderste hoeksteun verbindt met het aansluitende onderdeel.
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Opmerking
U kunt een opmerking definiëren.
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Ontwerptype
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:




















kunt definiëren