Hoekstaal gebout (141)

Tekla Structures
Aangepast: 28 okt 2025
2025
Tekla Structures

Hoekstaal gebout (141)

Hoekstaal gebout (141) verbindt twee liggers met elkaar of een ligger met een kolom en gebruikt hiervoor gelaste en geboute hoekstalen. De aansluitende ligger kan recht of schuin zijn. Gelaste coupplaten en hoeksteunen zijn optioneel.

Gemaakte objecten

  • Hoekstalen (1 of 2)

  • Schotjes (optioneel)

  • Coupplaat aan bovenzijde en onderzijde (optioneel)

  • Hoeksteun (optioneel)

  • Steunschotjes (optioneel)

  • Bouten

  • Plaatringen (optioneel)

  • Lassen

  • Uitsnijdingen

Gebruiken voor

Situatie

Beschrijving

Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Opties: gelast/gebout, gebout/gebout, gelast/gelast.

Hoekstaalverbinding tegen het lijf van de ligger.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Het aansluitende onderdeel is schuin. Het uiteinde van het aansluitende onderdeel kan recht of schuin worden afgesneden.

Hoekstaalverbinding tegen het lijf van de ligger.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Het aansluitende onderdeel is schuin. Er zijn verschillende raveelopties.

Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Lasvoorbewerking en toegangsgaten voor lassen voor momentverbinding.

Hoekstaalverbinding tegen het lijf van de ligger.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Optie voor lasvoorbewerking.

Hoekstaalverbinding tegen de flens van de kolom.

Onderste flens is uitgeraveeld voor montage.

Hoekstaalverbinding met kolom.

Optie: hoeksteun. Onder/boven/beide.

Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Coupoptie. Onder/boven/beide.

Hoekstaalverbinding met kolomflens of -lijf.

Enkel-/dubbelzijdig hoekstaal.

Het aansluitende onderdeel wordt geroteerd.

Hoekstaal op kanaaldeurstijl.

Hangende hoeksteunverbinding.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel (ligger of kolom).

  2. Selecteer het aansluitend onderdeel (balk).

    De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitend onderdeel wordt geselecteerd.

Onderdeelidentificatiecode

Onderdeel

1

Hoekstalen

2

Coupplaat

3

Hoeksteun

4

Steunschotje

5

Lijfschotjes

Opmerking:

Tekla Structures gebruikt waarden in het bestand joints.def om deze component te maken.

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de afmetingen van het hoekstaal te definiëren en te definiëren hoe het liggeruiteinde wordt uitgesneden.

Afmetingen

Beschrijving

Standaard

1

Snijlengte voor het aansluitende onderdeel.

De uitsnijding wordt gedefinieerd vanaf de rand van het hoekstaal.

20 mm

2

Afstand voor de bovenrand van het hoekstaal vanaf de bovenkant van de aansluitende ligger.

Met de positie van de bovenrand wordt de hoogte van het hoekstaal gewijzigd.

Bij een positieve waarde komt de bovenste positie dichter bij het midden van de ligger en wordt de grootte van het hoekstaal dus kleiner. Bij een negatieve waarde wordt de grootte van het hoekstaal groter.

Als er geen waarde wordt ingevoerd, is de grootte van het hoekstaal afhankelijk van de bouten en de boutrandafstanden.

3

Afstand tussen de onderrand van het hoekstaal vanaf de onderzijde van de aansluitende ligger.

Met de positie van de onderrand wordt de hoogte van het hoekstaal gewijzigd.

Bij een positieve waarde komt de bovenste positie dichter bij het midden van de ligger en wordt de grootte van het hoekstaal dus kleiner. Bij een negatieve waarde wordt de grootte van het hoekstaal groter.

Als er geen waarde wordt ingevoerd, is de grootte van het hoekstaal afhankelijk van de bouten en de boutrandafstanden.

4

Grootte van de plaat die wordt gemaakt op de flens van het aansluitende onderdeel.

Het snijpunt van de flens is afhankelijk van de rand van het hoekstaal.

De flens wordt automatisch gestript wanneer het hoekstaal de flens kruist.

10 mm

5

Definieer de ruimte tussen het hoofdonderdeel en het hoekstaal.

0

Snede in de onderflens van de ligger

Optie

Beschrijving

Standaard

Flenssnede

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Raveling

De onderzijde van de aansluitende ligger wordt geraveld als het hoekstaal de flens kruist.

Voer de radius en hoogte van de raveling in.

Flensuitsnijding

Als het hoekstaal de flens kruist, wordt de flens van de aansluitende ligger gesneden aan dezelfde zijde als het hoekstaal.

Afsnijding aan liggereinde

Definieer hoe het uiteinde van de aansluitende ligger wordt uitgesneden. De ligger wordt vanaf de zijkant weergegeven.

Optie

Beschrijving

Standaard

Schuin

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

Als de aansluitende ligger minder dan 10 graden schuin loopt, wordt het liggeruiteinde recht uitgesneden. Anders wordt het liggeruiteinde afgeschuind uitgesneden.

Vierkant

Hiermee snijdt u het uiteinde van de aansluitende ligger recht.

Schuin

Hiermee snijdt u het uiteinde van de aansluitende ligger parallel aan de rand van het hoofdonderdeel uit.

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de grootte, positie en richting van de hoekstalen te definiëren.

Profiel NS/FS

Optie

Beschrijving

Standaard

Profiel VZ

Linkerzijde hoekstaalprofiel door het in de profielendatabase te selecteren.

Hoekgrootte is afhankelijk van de boutdiameter.

De standaardnaam is HOEK.

Profiel AZ

Rechterzijde hoekstaalprofiel door het in de profielendatabase te selecteren.

De grootte van het hoekstaal wordt gedefinieerd door de boutdiameter.

De standaardnaam is HOEK.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Positie hoekstaal

Definieer het aantal hoekstalen en de zijde van het hoekstaal in verbindingen met één hoekstaal.

Optie

Beschrijving

Standaard

Er worden aan de linkerzijde en rechterzijde hoekstalen gemaakt.

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Automatisch

Als het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden er twee hoekstalen gemaakt. Zo niet, dan wordt er alleen een hoekstaal aan de linkerzijde gemaakt.

Er wordt aan de linkerzijde een hoekstaal gemaakt.

Er worden aan de linkerzijde en rechterzijde hoekstalen gemaakt.

Er wordt aan de rechterzijde een hoekstaal gemaakt.

Geroteerde hoek. Er wordt aan de rechterzijde een hoekstaal gemaakt.

Geroteerde hoek. Er wordt aan de linkerzijde een hoekstaal gemaakt.

Oriëntatie van het hoekstaal

Hiermee verwisselt u de ongelijke zijden van het hoekstaal aan de rechterzijde en linkerzijde.

Optie voor linkerzijde

Optie voor rechterzijde

Beschrijving

Standaard

Niet verwisseld

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet verwisseld

Het hoekstaal wordt zodanig op een verbinding geplaatst dat de langere zijde met het aansluitende onderdeel wordt verbonden.

Verwisseld

De zijden van het hoekstaal worden verwisseld zodat de langere zijde met het hoofdonderdeel wordt verbonden.

Boutafstand en lasopening

Optie

Beschrijving

1

Boutafstand.

2

Lasopening.

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutafstand zonder lasopening

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Boutafstand zonder lasopening

Boutafstand met lasopening

Boutafstand met lasopening die u kunt definiëren

Midden van de boutmaatlijn

Optie Beschrijving

Standaard

Midden van de boutmaatlijn vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Midden van de boutmaatlijn vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

Midden van de boutmaatlijn vanaf de achterzijde van het lijf van het aansluitende onderdeel.

U kunt deze optie gebruiken wanneer het aansluitende onderdeel een C- of U-profiel heeft.

Tabblad Schotjes

Gebruik het tabblad Schotjes om de maatlijnen, oriëntatie, positie en het type van het schotje te definiëren.

Afmeting van de schotjes

Optie Beschrijving

Boven VZ

Dikte, breedte en hoogte van het bovenste schotje aan de voorzijde.

Boven AZ

Dikte, breedte en hoogte van het bovenste schotje aan de achterzijde.

Onder VZ

Dikte, breedte en hoogte van het onderste schotje aan de onderzijde.

Onder AZ

Dikte, breedte en hoogte van het onderste schotje aan de bovenzijde.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Richting van de schotjes

Optie

Beschrijving

Standaard

Schotjes lopen parallel aan het aansluitende onderdeel.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Schotjes lopen parallel aan het aansluitende onderdeel.

Schotjes staan haaks op het hoofdonderdeel.

Schotjes maken

Optie

Beschrijving

Standaard

Er worden schotjes gemaakt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

Schotjes worden gemaakt wanneer nodig.

Er worden geen schotjes gemaakt.

Er worden schotjes gemaakt.

Vorm van schotje

Optie

Beschrijving

Standaard

Afgewerkte schotjes

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

Afgewerkte schotjes

Rechte schotjes

Schotjes met een opening voor de ronding van het lijf van het hoofdonderdeel

Afgewerkte schotjes

Opening schotje

Optie

Beschrijving

Grootte van de opening tussen de flenzen en het schotje.

Posities van schotjes

Beschrijving

1

Grootte van de opening tussen het schotje en de rand van het liggerlijf.

2

Grootte van de ruimte tussen het bovenste schotje aan de binnenkant en de rand van de liggerflens.

3

Grootte van de ruimte tussen het onderste schotje aan de binnenkant en de rand van de liggerflens.

4

Grootte van de ruimte tussen het onderste schotje aan de buitenkant en de rand van de liggerflens.

5

Grootte van de ruimte tussen het bovenste schotje aan de buitenkant en de rand van de liggerflens.

Afwerkingsmaatlijnen

Beschrijving

Standaard

1

De verticale maatlijn van de afwerking.

De radius van het profiel

2

De horizontale maatlijn van de afwerking.

De radius van het profiel

Type afwerking

Optie

Beschrijving

Standaard.

Lijnvormige afwerking

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Geen afwerking

Lijnvormige afwerking

Bolvormige afwerking

Holvormige afwerking

Tabblad Coup

Gebruik het tabblad Haunch om de coupplaten en de afwerking voor de flenzen van de aansluitende ligger te definiëren.

Coupplaten

Optie Beschrijving

Plaat boven

Dikte, breedte en hoogte van de bovenste coupplaat.

Plaat onder

Dikte, breedte en hoogte van de onderste coupplaat.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Afschuining van coupplaten

Beschrijving

1

Breedte van de afwerking van de bovenste coupplaat.

2

Hoogte van de afwerking van de bovenste coupplaat.

3

Hoogte van de afwerking van de onderste coupplaat.

4

Breedte van de afwerking van de onderste coupplaat.

Coupplaat maken

Optie

Beschrijving

Standaard

Indien nodig worden er aan de bovenzijde en onderzijde coupplaten gemaakt.

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Automatisch

De coupplaat wordt gemaakt aan de bovenzijde, onderzijde of aan beide zijden, indien nodig.

Er worden coupplaten gemaakt aan de bovenzijde en onderzijde.

Als u één plaat wilt maken, typt u 0 in het veld dikte (d) voor de plaat die u niet nodig hebt (plaat aan de bovenzijde of onderzijde).

Er worden geen coupplaten gemaakt.

Tabblad Raveling

Gebruik het tabblad Raveling om automatisch ravelingen voor de aansluitende liggers te maken en de eigenschappen van de raveling te definiëren. Het tabblad Raveling bestaat uit twee delen: automatische eigenschappen (bovenste deel) en handmatige eigenschappen (onderste deel). Automatische en handmatige ravelingeigenschappen werken onafhankelijk van elkaar.

Automatische raveling

Automatische raveling heeft betrekking op de boven- en onderflens.

Vorm van de raveling

Automatische raveling wordt ingeschakeld zodra u een vorm van raveling hebt geselecteerd.

Optie

Beschrijving

Standaard

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De uitsparingen staan haaks op het hoofdliggerlijf.

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De uitsparingen staan haaks op het lijf van de aansluitende ligger.

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De verticale zijde van de uitsparing staat haaks op de hoofdligger en de horizontale zijde staat haaks op de aansluitende ligger.

Hiermee schakelt u de automatische raveling uit.

Grootte van de raveling

Optie

Beschrijving

Standaard

De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de rand van de flens van de hoofdligger en vanaf de onderkant van de bovenflens van de hoofdligger.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de rand van de flens van de hoofdligger en vanaf de onderkant van de bovenflens van de hoofdligger.

De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de hartlijn van de hoofdligger en vanaf de bovenflens van de hoofdligger.

Voer de horizontale en verticale waarden in voor de uitsparingen.

Vorm van de uitsparing in de flens

Optie

Beschrijving

Standaard

De flens van de aansluitende ligger wordt parallel aan de hoofdligger gesneden.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De flens van de aansluitende ligger wordt parallel aan de hoofdligger gesneden.

De flens van aansluitende ligger wordt haaks gesneden.

Afronding van de afmeting van de raveling

Gebruik de opties voor de afronding van de ravelingafmeting om te definiëren of de maten naar boven worden afgerond. Zelfs als afronding van de afmeting is ingeschakeld, wordt de afmeting alleen afgerond als dit nodig is.

Optie

Beschrijving

Standaard

De afmeting van de raveling wordt niet afgerond.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De afmeting van de raveling wordt niet afgerond.

De afmeting van de raveling wordt afgerond.

Voer de horizontale en verticale waarden in voor de afronding.

De afmetingen worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van de opgegeven waarde. Als de eigenlijke maat 51 is en u een afronding van 10 invoert, wordt de afmeting naar boven afgerond op 60.

Positie van de raveling

Optie

Beschrijving

Standaard

Hiermee maakt u de uitsparing onder de flens van de hoofdligger.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Hiermee maakt u de uitsparing onder de flens van de hoofdligger.

Hiermee maakt u de uitsparing boven de flens van de hoofdligger.

Afwerking van de raveling

Optie

Beschrijving

Standaard

De raveling wordt niet afgewerkt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De raveling wordt niet afgewerkt.

Hiermee maakt u een raveling met een lijnvormige afwerking.

De raveling wordt afgeschuind aan de hand van de ingevoerde radius.

Voer de radius voor de afwerking in.

Handmatige raveling

Gebruik handmatige raveling wanneer een onderdeel dat niet bij de verbinding hoort een conflict veroorzaakt met de aansluitende ligger. Als u handmatige raveling gebruikt, worden uitsparingen gemaakt op basis van de ingevoerde waarden in de velden van het tabblad Raveling. U kunt verschillende waarden gebruiken voor de boven- en onderflens.

Zijde van de raveling in de flens

De zijde van de raveling in de flens definieert aan welke zijde van de ligger de raveling wordt gemaakt.

Optie

Beschrijving

Standaard

Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens.

Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens.

Hiermee maakt u een raveling aan de voorzijde van de flens.

Hiermee maakt u een raveling aan de achterzijde van de flens.

Vormen van de raveling in de flens

De vorm van de raveling in de flens definieert de vorm van de raveling in de liggerflens.

Optie

Beschrijving

Standaard

De hele flens van de aansluitende ligger wordt zo ver uitgesneden als u hebt gedefinieerd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

De hele flens van de aansluitende ligger wordt zo ver uitgesneden als u hebt gedefinieerd. De standaarddiepte voor de raveling is twee keer de dikte van de aansluitende flens. De uitsparing is altijd net zo groot als de totale breedte van de aansluitende flens.

Hiermee maakt u een raveling in de flens.

Als u geen horizontale maat opgeeft, wordt er een raveling van 45 graden gemaakt.

Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van standaardwaarden, tenzij u waarden opgeeft in de velden 1en 2.

De flens wordt niet uitgesneden.

Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van de waarde in het veld 1 zodat deze gelijk loopt met het lijf.

Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van de waarde in de velden 1 en 2.

Diepte van de raveling in de flens

Optie

Beschrijving

Standaard

Diepte van de raveling in de flens.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Diepte van de raveling in de flens.

Diepte van de raveling in de flens op basis van een maat vanaf de hartlijn van het lijf van de aansluitende ligger tot de rand van de raveling.

Voer de waarde in voor de diepte van de raveling in de flens.

Afmeting van de uitsnijding

Beschrijving

Standaard

1

Afmetingen voor de horizontale flensuitsnijdingen.

10 mm

2

Afmetingen voor de verticale flensuitsnijdingen.

De opening tussen de rand van de raveling en de flens van de ligger is gelijk aan de afronding van het hoofdonderdeel. De hoogte van de raveling wordt naar boven afgerond op 5 mm.

Tabblad Bouten

Gebruik het tabblad Bouten om de bouten en lassen te definiëren waarmee het hoekstaal met het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel wordt verbonden.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

Wanneer de aansluitende ligger schuin is, bepaalt u of de verticale maatlijn wordt gemeten vanaf de boutgroep tot de rand van het aangelaste onderdeel of vanaf de boutgroep tot de rand van het hoofdonderdeel.

  • Verticale schuine maatlijn naar het aangelaste onderdeel

  • Verticale maatlijn naar het aangelaste onderdeel

  • Verticale maatlijn naar het hoofdonderdeel

  • Verticale maatlijn naar de hartlijn van het hoofdonderdeel

De standaard is dat de verticale afstand wordt gemeten vanaf de boutgroep tot de rand van het aangelaste onderdeel (schuine afstand).

Zorg ervoor dat Snede van liggeruiteinde op het tabblad Afbeelding op recht is ingesteld.

2

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Boven: vanaf de bovenrand van het aansluitende onderdeel tot de bovenste bout.

  • Midden: vanaf de hartlijn van de bouten tot de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

  • Onder: vanaf de onderrand van het aansluitende onderdeel tot de onderste bout.

3

Aantal bouten.

4

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

5

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten op een hoekstaal

Optie

Beschrijving

Standaard

De bouten worden niet zigzagsgewijs geplaatst.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De bouten worden niet zigzagsgewijs geplaatst.

De bouten die het hoekstaal met het aansluitende onderdeel verbinden, bevinden zich op hetzelfde horizontale niveau als de bouten die het hoekstaal met het hoofdonderdeel verbinden.

De bouten op het hoofdonderdeel worden zigzagsgewijs geplaatst.

De bouten die het hoekstaal met het hoofdonderdeel verbinden, worden met de helft van de waarde van de verticale h.o.h.-afstand van de bout omlaag verplaatst.

Bouten op het aansluitende onderdeel worden zigzagsgewijs geplaatst.

De bouten die het hoekstaal met het aansluitende onderdeel verbinden, worden met de helft van de waarde van de verticale h.o.h.-afstand van de bout omlaag verplaatst.

Bouten op het aansluitende onderdeel worden zigzagsgewijs geplaatst.

De bouten die het hoekstaal met het schuine aansluitende onderdeel verbinden, lopen parallel aan het aansluitende onderdeel.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Definieer welke bouten uit de boutgroep worden verwijderd.

Voer de boutnummers in van de bouten die moeten worden verwijderd en scheid de nummers met een spatie. Boutnummers lopen van links naar rechts en van boven naar beneden.

2

Aantal bouten.

3

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

4

Randafstand bouten.

5

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Bevestigingstype

Optie

Beschrijving

Standaard

Beide onderdelen worden met bouten bevestigd.

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Automatisch

Wanneer het hoofdonderdeel een buisprofiel is, worden de hoekstalen op het hoofdonderdeel gelast en met bouten op het aansluitende onderdeel bevestigd. Anders worden de hoekstalen met bouten op beide onderdelen bevestigd.

Beide onderdelen worden met bouten bevestigd.

Het hoofdonderdeel wordt gelast en het aansluitende onderdeel wordt met bouten bevestigd.

Het hoofdonderdeel wordt met bouten bevestigd en het aansluitende onderdeel wordt gelast.

Beide onderdelen worden gelast.

Het hoofdonderdeel wordt niet gebout.

Het aansluitende onderdeel wordt niet gelast.

Het aansluitende onderdeel wordt niet gebout.

Beide onderdelen worden gebout en gelast.

Aantal hoekstaallassen

Definieer het aantal lassen dat het hoekstaal aan het hoofdonderdeel en/of het aansluitende onderdeel verbindt.

Optie

Beschrijving

Standaard

Er worden drie lassen aan het hoekstaal gemaakt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Er worden drie lassen aan het hoekstaal gemaakt.

Er wordt één las aan het hoekstaal gemaakt.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Opmerking

U kunt een opmerking definiëren.

Doordringlengte

Definieert de diepte waarin Tekla Structures zoekt naar delen van de geboute onderdelen. U kunt u instellen of de bout door één of door twee flenzen gaat.

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Boutrichting

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutrichting 1

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Boutrichting 1

Boutrichting 2

Tabblad Ringen plaat

Gebruik het tabblad Ringen plaat om de eigenschappen van de plaatring aan het hoofdonderdeel en de aansluitende onderdelen te definiëren.

Optie Beschrijving

Extra verst. plaat

Dikte, breedte en hoogte van de extra verstevigingsplaat.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Extra verst. plaat

Definieer extra verstevigingsplaten voor bouten en selecteer de zijde van de extra verstevigingsplaat.

Optie Beschrijving

Standaard

Geen extra verstevigingsplaat

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Geen extra verstevigingsplaat

Eén extra verstevigingsplaat

Afzonderlijke vierkante extra verstevigingsplaten voor elke bout

Afzonderlijke ronde extra verstevigingsplaten voor elke bout

Optie Beschrijving

Selecteer of de plaatring voor één hoekstaal of beide hoekstalen wordt gemaakt.

Selecteer of de plaatringen symmetrisch of asymmetrisch worden geplaatst.

Tabblad Ligger ravelen

Gebruik het tabblad Ligger ravelen om de instellingen voor lassteunliggers, toegangsgaten voor lassen, voorbewerkingen aan het einde van de ligger en flensuitsnijdingen te definiëren.

Extra gel. pl.

Optie Beschrijving

Extra gel. pl.

Dikte, breedte en hoogte van de extra gelaste ligger.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Afmetingen van toegangsgaten voor lassen

Beschrijving

1

Opening tussen de bovenflens van het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel.

2

Verticale maatlijnen voor de toegangsgaten van de lassen aan de boven- en onderzijde.

3

Horizontale maatlijnen voor de toegangsgaten van de lassen aan de boven- en onderzijde.

4

Opening tussen het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel.

Tekla Structures telt de waarde die u hier opgeeft op bij de opening die u invoert op het tabblad Afbeelding.

5

Opening tussen de onderflens van het aansluitende onderdeel en het hoofdonderdeel.

Tekla Structures telt de waarde die u hier opgeeft op bij de opening die u invoert op het tabblad Afbeelding.

Las toegangsgaten

Optie

Beschrijving

Standaard

Standaard

Rond toegangsgat voor lassen

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Rond toegangsgat voor lassen

Vierkant toegangsgat voor lassen

Diagonaal toegangsgat voor lassen

Rond toegangsgat voor lassen waarvan u de radius in kunt definiëren

Lang, kegelvormig toegangsgat voor lassen waarvan u de radius en afmetingen in en kunt definiëren

Kegelvormig toegangsgat voor lassen met radiussen die u in en kunt definiëren

Met de hoofdletter R definieert u de grote radius (hoogte).

Met de kleine letter r definieert u de kleine radius.

R = 35

r = 10

Voorbewerking liggeruiteinde

Optie

Beschrijving

Standaard

De boven- en onderflens worden voorbewerkt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

De boven- en onderflens worden voorbewerkt.

Het liggeruiteinde wordt niet voorbewerkt.

De boven- en onderflens worden voorbewerkt.

De bovenflens wordt voorbewerkt.

De onderflens wordt voorbewerkt.

Flensuitsnijding

Optie voor bovenflens

Optie voor onderflens

Beschrijving

Standaard

De flens wordt niet uitgesneden.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De flens wordt niet uitgesneden.

De flens wordt uitgesneden.

Steunbalken

Optie voor steunbalk boven

Optie voor steunbalk onder

Beschrijving

Standaard

De steunbalken worden binnen de flenzen gemaakt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Er worden geen steunbalken gemaakt.

De steunbalken worden binnen de flenzen gemaakt.

De steunbalken worden buiten de flenzen gemaakt.

Lengte van steunbalk

Voer in het vak onder de opties de lengte van de extra gelaste ligger in.

Optie

Beschrijving

Standaard

Absolute lengte van de steunbalk

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Absolute lengte van de steunbalk

Uitstekend deel buiten de rand van de flens

Positie van steunbalk

Optie

Beschrijving

Voer een positieve of negatieve waarde in om de voorzijde van de steunbalk te verplaatsen ten opzichte van het flensuiteinde.

Merktype

Definieer de locatie waar de lassen van de steunbalk worden gemaakt. Wanneer u de optie Werkplaats selecteert, neemt Tekla Structures de steunbalken ook op in het merk.

Tabblad L-profiel

Gebruik het tabblad L-profiel om een hoeksteun toe te voegen.

Hoeksteun

Met hoeksteunen worden lasten van het aansluitende onderdeel overgenomen. Hoeksteunen kunnen zich aan de boven- of onderzijde of aan beide zijden van het aansluitende onderdeel bevinden. Hoeksteunen kunnen worden verstijfd en met bouten of lasverbindingen aan het hoofdonderdeel en de aansluitende onderdelen worden bevestigd.

Optie Beschrijving

Schotjes

Dikte, breedte en hoogte van schotje.

Bovenste hoek, Onderste hoek

Selecteer het hoeksteunprofiel door het in de profielendatabase te selecteren.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Positie van de hoeksteun

Optie

Beschrijving

Standaard

Er wordt geen hoeksteun gemaakt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Er wordt geen hoeksteun gemaakt.

Er wordt een hoeksteun gemaakt aan de bovenzijde van de flens.

Er wordt een hoeksteun gemaakt aan de onderzijde van de flens.

Hoeksteunen gemaakt worden aan beide zijden van de flens gemaakt.

Hoeksteun bouten of lassen

De hoeksteun wordt geplaatst aan de boven- of onderzijde van het aansluitende onderdeel.

Optie voor bovenste hoeksteun

Optie voor onderste hoeksteun

Beschrijving

Standaard

Met bouten

Hoeksteun wordt gebout aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Met bouten

Hoeksteun wordt gebout aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel.

Gelast - gebout

De hoeksteun wordt gelast aan het hoofdonderdeel en gebout aan het aansluitende onderdeel.

Gebout - gelast

De hoeksteun wordt gebout aan het hoofdonderdeel en gelast aan het aansluitende onderdeel.

Gelast

De hoeksteun wordt aan het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel gelast.

Type schotje

Optie

Beschrijving

Standaard

Rechthoekig schotje

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Rechthoekig schotje

Driehoekig schotje

De vorm van het schotje is afhankelijk van de lijn waarmee de uiteinden van de zijden van de hoeksteun verbonden zijn.

Maatlijn schotje

Definieer de offset van bevel cuts voor drie hoekige schotjes.

Beschrijving

1

Maatlijn horizontale offset

2

Maatlijn verticale offset

Rotatie van de hoeksteun

Optie

Beschrijving

Standaard

Hoeksteun wordt niet geroteerd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Hoeksteun wordt niet geroteerd.

Hoeksteun wordt 90 graden horizontaal gedraaid.

Selecteer om de geroteerde hoeksteun te verstijven de optie Middenschotjes in de keuzelijst Positie van het middelste schotje.

Richting van de hoeksteun

Optie

Beschrijving

Standaard

De lange zijde van de hoeksteun wordt verbonden met het aansluitende onderdeel.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De lange zijde van de hoeksteun wordt verbonden met het aansluitende onderdeel.

De lange zijde van de hoeksteun wordt met het hoofdonderdeel verbonden.

Automatisch

De lange zijde van de hoeksteun worden verbonden met het onderdeel waar bouten het verst van de hoek van de hoeksteun reiken.

Positie van zijschotje

Optie

Beschrijving

Standaard

Er worden geen zijschotjes gemaakt.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Er worden geen zijschotjes gemaakt.

Schotjes aan de linkerzijde zijn gemaakt.

Schotjes aan de rechterzijde zijn gemaakt.

Er worden zijschotjes aan de linker- en rechterzijde gemaakt.

Positie van het middelste schotje

Optie

Beschrijving

Standaard

Volgens bouten

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Er wordt geen tussenschotje gemaakt.

Tussenschotjes

Het schotje wordt in het midden van de hoeksteun geplaatst.

Voer het aantal tussenschotjes in het vak Aantal tussenschotjes in.

Meerdere schotjes worden gecentreerd en gelijkmatig verdeeld.

Volgens bouten

Het schotje wordt tussen de bouten in het midden van de boutafstand geplaatst.

Standaard wordt er een schotje gemaakt tussen elke twee bouten.

Voer het aantal middelste schotjes in het vak hieronder in.

Offset van hoeksteun

Beschrijving

1

Horizontale offset van de hoeksteun vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel.

Opening

Beschrijving

1

De opening aan de bovenzijde en onderzijde tussen de hoeksteun en het aansluitende onderdeel.

Afwerkingsmaatlijnen

Beschrijving

1

De verticale maatlijn van de afwerking.

2

De horizontale maatlijn van de afwerking.

Type afwerking

Optie

Beschrijving

Standaard

Geen afwerking

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Geen afwerking

Lijnvormige afwerking

Bolvormige afwerking

Holvormige afwerking

Tabblad Bouten L-prof - Profiel 1

Gebruik het tabblad Bouten L-prof - Profiel 1 om de eigenschappen van de bouten die de hoeksteun aan het hoofdonderdeel verbinden te definiëren.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de middellijn van de aansluitende ligger.

2

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

3

Aantal bouten.

4

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

5

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de onderzijde van de aansluitende ligger.

Bovenzijde

Boven verwijst naar de boutgroep die de bovenste hoeksteun verbindt met het hoofdonderdeel.

Onderzijde

Onder verwijst naar de boutgroep die de onderste hoeksteun verbindt met het hoofdonderdeel.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Opmerking

U kunt een opmerking definiëren.

Tabblad Bouten L-prof - Profiel 2

Gebruik het tabblad Bouten L-prof - Profiel 2 om de eigenschappen van de bouten te definiëren waarmee de hoeksteun aan het aansluitende onderdeel wordt verbonden.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de middellijn van de aansluitende ligger.

2

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

3

Aantal bouten.

4

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

5

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

De maatlijn wordt gedefinieerd vanaf de onderzijde van de aansluitende ligger.

Bovenzijde

Boven verwijst naar de boutgroep die de bovenste hoeksteun verbindt met het aansluitende onderdeel.

Onderzijde

Onder verwijst naar de boutgroep die de onderste hoeksteun verbindt met het aansluitende onderdeel.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Opmerking

U kunt een opmerking definiëren.

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende