Windverband kruis (13)

Tekla Structures
Aangepast: 28 okt 2025
2025
Tekla Structures

Windverband kruis (13)

Met Windverband kruis (13) worden één of twee windverbandkruizen tussen twee kolommen of liggers gemaakt. Het is ook mogelijk om verbindingen tussen kolommen of liggers en de windverbandkruizen toe te voegen. U kunt definiëren welke verbindingen worden gebruikt.

Gemaakte objecten

  • Windverbandkruis (1 of 2)

  • Verbindingen tussen kolommen of liggers en windverbandkruizen

  • Verbindingen in windverbandkruizen

Gebruiken voor

Situatie Beschrijving

Eén of twee windverbandkruizen tussen twee kolommen.
Opmerking:

Als u Windverband kruis (13) wilt gebruiken, moet u Opwaartse richting op het tabblad Algemeen op een vaste richting instellen: -x,+x,-y,+y,-z of +z.

De optie Auto werkt niet.

Selectievolgorde

  1. Selecteer het eerste hoofdonderdeel (kolom of ligger).

  2. Selecteer het tweede hoofdonderdeel (kolom of ligger).

    De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitende onderdeel wordt geselecteerd.

Onderdeelidentificatiecode

1 Diagonaal windverband
2 Verbinding tussen het hoofdonderdeel en het windverband.
3 Verbinding in het windverbandkruis

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de windverbandniveaus en de windverbandoffsets te definiëren.

Windverbandniveaus

Beschrijving
1 Onderste niveau van het onderste windverbandkruis.
2 Bovenste niveau van het onderste windverbandkruis.
3 Onderste niveau van het bovenste windverbandkruis.
4 Bovenste niveau van het bovenste windverbandkruis.

Windverbandreferentie

Definieer voor beide hoofdonderdelen de referentiezijde van de windverbandniveaus. De referentiezijde kan voor zowel in horizontale als verticale richting worden ingesteld.

Voorbeeld:

Windverbandoffset

Definieer de offset loodrecht op het windverband. U kunt de gemaakte plaat of het onderdeel verplaatsen door een waarde in de x-, y- of z-richting in te voeren.

Voorbeeld:

Tabblad Niveaus

Gebruik het tabblad Niveaus om de richting van het windverband te definiëren wanneer de kolommen niet parallel zijn.

Optie Beschrijving
Richting Selecteer de richting van het windverband.

Beginpunt van het hoofdonderdeel als het referentiepunt.

Eindpunt van het hoofdonderdeel als het referentiepunt.
Berekening van niveaus Selecteer de referentielijn die voor het positioneren van het windverband wordt gebruikt wanneer de hoofdonderdelen niet parallel zijn.

Offset vanaf het beginpunt in onderdeel 1, loodrecht op de lijn door de beginpunten.

Offset vanaf het beginpunt in onderdeel 1, in lokale x-richting.

Offset vanaf het beginpunt in onderdeel 2, in lokale x-richting.

Referentielijn door de begin- en eindpunten van de hoofdonderdelen, offset vanaf het begin van de referentielijn.

Offset vanaf het beginpunt in onderdeel 1, in z-richting.

Offset vanaf het beginpunt in onderdeel 2, in z-richting.

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de eigenschappen, de positie van het windverband en de rotatie te definiëren. Daarnaast kunt u splits- en inkortwaarden voor windverbanden definiëren.

Optie Beschrijving
Windverband Definieer het profiel van het windverband door het in de profielendatabase te selecteren.
Rotatie windverband

Selecteer de rotatie voor het eerste en het tweede windverbandelement.

Deze optie is handig wanneer de windverbandelementen elkaar kruisen en in de kruising worden verbonden.

Verplaatsing windverband

Selecteer de offset van het eerste en het tweede windverbandelement vanaf de referentiepunten.

Deze optie is handig wanneer de windverbandelementen zo worden geplaatst dat het eerste windverband naast het tweede windverband ligt. Meestal wordt het eerste windverbandelement op Rechts ingesteld en het tweede windverbandelement op Links.

Het diagonale windverband splitsen

Selecteer of de diagonale windverbandelementen worden gesplitst of met een component worden verbonden.

Definieer op het tabblad Verbindingen het verbindende component door het nummer van de component in het vak Verbind diagonalen met componentnummer in te voeren.

Windverband wordt niet gesplitst.

Mogelijke component om het diagonale windverband te verbinden: Kruisende liggers 1 (30).

Eerste diagonale windverbandelement wordt gesplitst.

Mogelijke component om het diagonale windverband te verbinden: Windverband gebout (11).

Tweede diagonale windverbandelement wordt gesplitst.

Mogelijke component om het diagonale windverband te verbinden: Windverband gebout (11).

Beide diagonale windverbandelementen worden gesplitst.

Mogelijke component om het diagonale windverband te verbinden: Knoopplaat midden (169).

Windverbandkruizen verbinden

Selecteer of de knoopplaten van twee windverbandkruizen boven elkaar worden verbonden.

Definieer op het tabblad Verbindingen de component door het nummer van de component in het vak Nummer verbinding in te voeren.

Windverbandkruizen worden verbonden met een knoopplaatverbinding.

Mogelijke component om het diagonale windverband te verbinden: Windverband gebout (11).

Windverbandkruizen worden niet verbonden. Voor elk diagonaal windverband wordt een afzonderlijke verbinding gemaakt.

Mogelijke component om het diagonale windverband te verbinden: Windverband gebout (11).

Afstand tussen windverbanden

Definieer de afstand tussen windverbandelementen.

Als de windverbandelementen elkaar kruisen, definieert deze waarde meestal de knoopplaatdikte.

Windverbanden inkorten

Definieer hoeveel het windverband wordt ingekort.

De ingevoerde waarde wordt in de gebruikersattributen van het windverband geschreven. De waarde wordt in tekeningen gebruikt.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Klasse

Onderdeelklassenummer.

Opmerking

Voeg een opmerking over het onderdeel toe.

Tabblad Verbindingen

Gebruik het tabblad Verbindingen om de componenten te definiëren die voor het verbinden van de kolommen of liggers en de windverbandkruizen worden gebruikt.

Optie Beschrijving
Genereren verbindingen

Selecteer of verbindingen tussen de windverbandelementen worden gemaakt.

Nee: Alleen de windverbandelementen worden gemaakt.

Ja: Er worden componenten tussen de windverbandelementen toegevoegd.

Verbindingsnummer

Diagonalen met verbindingsnummer koppelen

Applicatie nummer

Richting van de component

Voer het componentnummer in dat voor het verbinden van het windverband of het diagonale windverbandkruis en het applicatienummer van de component wordt gebruikt. Selecteer de verbindingsrichting voor het diagonale windverbandkruis.
  • De standaardcomponent voor het windverband is Windverband gebout (11).
  • De standaardcomponent voor het diagonale windverbandkruis is Kruisende liggers 1 (30).

    Voorbeeld:

Configuratiebestand

Configuratie-instelling voor de verbinding.

Als u bijvoorbeeld CS_M13 invoert, betekent dit dat een instelling met de naam CS_M13 voor de gebruikte verbinding beschikbaar moet zijn.

Positie spanner

Definieer de positie van de spanner als de verbinding Anker (7) wordt gebruikt.

Voorbeeld van de positie van Anker (7) in zowel de positie Omhoog als Omlaag.

Tabblad Comp. richt.

Gebruik het tabblad Comp. richt. om de richtingen omhoog te definiëren van de verbindingen die tussen de hoofdonderdelen en het diagonale windverband worden gebruikt.

In het voorbeeld hieronder is Kruisende liggers 1 (30) als het verbindende component gedefinieerd op het tabblad Verbindingen:

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende