Profielen verbinden (132)
Met Profielen verbinden (132) maakt u een verbinding tussen twee kolommen.
U kunt de volgende typen overlapverbindingen maken:
-
Twee buitenste flensplaten met twee lijfplaten
-
Vier binnenste flensplaten met twee lijfplaten
-
Tussenplaat met twee buitenste flensplaten en vier lijfplaatsteunen
-
Twee buitenste flensplaten, vier binnenste flensplaten en twee lijfplaten
Gemaakte objecten
-
Lijfplaat
-
Flensplaten
-
Tussenplaat
-
Hoekprofiel
-
Web- en flensvulplaten
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Twee kolommen verbonden met web- en flensplaten. |
|
|
Profielverbinding met tussenplaat en verbindingshoeken. |
Beperkingen
De kolommen moeten een gezamenlijke hartlijn of samenvallende vlakken hebben.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel.
-
Selecteer het aansluitend onderdeel.
De verbinding wordt automatisch gemaakt wanneer u het aansluitend onderdeel selecteert.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Lijfplaat |
|
2 |
Flensplaat |
|
3 |
Vulplaat |
|
4 |
Tussenplaat |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de boutrichting van de flensplaten te definiëren en te selecteren of de platen worden gebout of gelast.
Bouten flensplaat
Selecteer de boutrichting of selecteer om de platen aan het hoofdonderdeel en het aansluitend onderdeel te lassen.

| Optie | Optie | Optie | Optie |
|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
|
Lijfplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de lijfplaat. |
|
|
Ext-flensplaten |
Dikte, breedte en hoogte van de buitenste flensplaten. |
|
|
Int-flensplaten |
Dikte, breedte en hoogte van de binnenste flensplaten. |
|
|
Tussenplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de verbindingsplaat. |
De standaarddikte is 25 mm. |
|
Hoekprofiel |
Selecteer het hoekprofiel in de profielendatabase. |
|
|
Vulplaten flens |
Dikte van de flensvulplaten. |
|
|
Vulplaten lijf |
Dikte van de lijfvulplaten. |
De standaard is 2 mm. Als u een dikte invoert, wordt het grootste aantal platen gemaakt van die dikte dat in de opening past. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Tabblad Parameters
Op het tabblad Parameters definieert u het uitsnijdingstype van de flensplaat en de rand van de lijfplaat, tolerantie tussen de kolommen en het maken van het hoekprofiel en de lijfplaat.
Tolerantie tussen kolommen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen opening tussen de kolommen. De tussenplaat wordt gebruikt. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Automatisch Geen opening tussen de kolommen. De tussenplaat wordt gebruikt. |
|
|
Definieer de opening tussen de kolommen. De buitenste flensplaat wordt aan een zijde gemaakt. |
|
|
Definieer de opening tussen de kolommen. Er worden binnenflensplaten gemaakt. |
|
|
Geen opening tussen de kolommen. De tussenplaat wordt gebruikt. |
|
|
Definieer de opening tussen de kolommen. Er worden buiten- en binnenflensplaten gemaakt. |
Hoekprofiel bouten of lassen
| Optie | Optie | Beschrijving |
|---|---|---|
|
|
|
Standaard Het hoekprofiel wordt gebout. Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
|
Het hoekprofiel wordt gebout. |
|
|
|
Het hoek profiel wordt gebout en gelast. |
|
|
|
Het hoek profiel wordt gebout en gelast. |
|
|
|
Het hoek profiel wordt gelast. |
Lijfplaat
Selecteer hoe de lijfplaat wordt gemaakt. De opties zijn ervan afhankelijk of tussen de kolommen een tussenplaat of een opening wordt gemaakt.
| Optie | Optie |
|---|---|
|
|
|
Tabblad flensbout
Gebruik het tabblad Flensbouten om de afmetingen van de boutgroepen en de flensbouteigenschappen te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Werkplaatsbouten
Selecteer aan welk onderdeel de werkplaatsbouten worden bevestigd.
-
Geen: Alle bouten zijn montagemerk.
-
Profiel 1: Bouten die naar het hoofdonderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.
-
Profiel 2: Bouten die naar het aansluitend onderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.
Zigzagsgewijs
Selecteer een juiste zigzagoptie.
| Optie |
|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Lijfbouten
Gebruik het tabblad Lijfbouten om de afmetingen van de boutgroep en de bouteigenschappen van lijfboutbouten te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
2 |
Aantal bouten. |
|
3 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Werkplaatsbouten
Selecteer aan welk onderdeel de werkplaatsbouten worden bevestigd.
-
Geen: Alle bouten zijn montagemerk.
-
Profiel 1: Bouten die naar het hoofdonderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.
-
Profiel 2: Bouten die naar het aansluitend onderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.
Hoekbouten
Selecteer waar de hoekbouten worden bevestigd: montage of werkplaats.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Aantal bouten. |
|
2 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
De tabbladen Doorrekenen en Ontwerp type
Als een tussenplaat wordt gebruikt, is de ondersteuning altijd Ja. De ondersteuning is ingesteld op Nee als de tolerantie tussen de onderdelen > 0 mm is.
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:



























