Profielen verbinden (132)

Modified: 10 dec 2024 Tekla Structures 2025

Profielen verbinden (132)

Met Profielen verbinden (132) maakt u een verbinding tussen twee kolommen.

U kunt de volgende typen overlapverbindingen maken:

  • Twee buitenste flensplaten met twee lijfplaten

  • Vier binnenste flensplaten met twee lijfplaten

  • Tussenplaat met twee buitenste flensplaten en vier lijfplaatsteunen

  • Twee buitenste flensplaten, vier binnenste flensplaten en twee lijfplaten

Gemaakte objecten

  • Lijfplaat

  • Flensplaten

  • Tussenplaat

  • Hoekprofiel

  • Web- en flensvulplaten

  • Bouten

  • Lassen

Gebruiken voor

Situatie Beschrijving

Twee kolommen verbonden met web- en flensplaten.

Profielverbinding met tussenplaat en verbindingshoeken.

Beperkingen

De kolommen moeten een gezamenlijke hartlijn of samenvallende vlakken hebben.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel.

  2. Selecteer het aansluitend onderdeel.

    De verbinding wordt automatisch gemaakt wanneer u het aansluitend onderdeel selecteert.

Onderdeelidentificatiecode

Beschrijving

1

Lijfplaat

2

Flensplaat

3

Vulplaat

4

Tussenplaat

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de boutrichting van de flensplaten te definiëren en te selecteren of de platen worden gebout of gelast.

Bouten flensplaat

Selecteer de boutrichting of selecteer om de platen aan het hoofdonderdeel en het aansluitend onderdeel te lassen.

Optie Optie Optie Optie

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.

Onderdelen

Optie Beschrijving Standaard

Lijfplaat

Dikte, breedte en hoogte van de lijfplaat.

Ext-flensplaten

Dikte, breedte en hoogte van de buitenste flensplaten.

Int-flensplaten

Dikte, breedte en hoogte van de binnenste flensplaten.

Tussenplaat

Dikte, breedte en hoogte van de verbindingsplaat.

De standaarddikte is 25 mm.

Hoekprofiel

Selecteer het hoekprofiel in de profielendatabase.

Vulplaten flens

Dikte van de flensvulplaten.

Vulplaten lijf

Dikte van de lijfvulplaten.

De standaard is 2 mm.

Als u een dikte invoert, wordt het grootste aantal platen gemaakt van die dikte dat in de opening past.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Tabblad Parameters

Op het tabblad Parameters definieert u het uitsnijdingstype van de flensplaat en de rand van de lijfplaat, tolerantie tussen de kolommen en het maken van het hoekprofiel en de lijfplaat.

Tolerantie tussen kolommen

Optie Beschrijving

Standaard

Geen opening tussen de kolommen. De tussenplaat wordt gebruikt.

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Automatisch

Geen opening tussen de kolommen. De tussenplaat wordt gebruikt.

Definieer de opening tussen de kolommen. De buitenste flensplaat wordt aan een zijde gemaakt.

Definieer de opening tussen de kolommen. Er worden binnenflensplaten gemaakt.

Geen opening tussen de kolommen. De tussenplaat wordt gebruikt.

Definieer de opening tussen de kolommen. Er worden buiten- en binnenflensplaten gemaakt.

Hoekprofiel bouten of lassen

Optie Optie Beschrijving

Standaard

Het hoekprofiel wordt gebout.

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Het hoekprofiel wordt gebout.

Het hoek profiel wordt gebout en gelast.

Het hoek profiel wordt gebout en gelast.

Het hoek profiel wordt gelast.

Lijfplaat

Selecteer hoe de lijfplaat wordt gemaakt. De opties zijn ervan afhankelijk of tussen de kolommen een tussenplaat of een opening wordt gemaakt.

Optie Optie

Tabblad flensbout

Gebruik het tabblad Flensbouten om de afmetingen van de boutgroepen en de flensbouteigenschappen te definiëren.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

2

Aantal bouten.

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

Werkplaatsbouten

Selecteer aan welk onderdeel de werkplaatsbouten worden bevestigd.

  • Geen: Alle bouten zijn montagemerk.

  • Profiel 1: Bouten die naar het hoofdonderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.

  • Profiel 2: Bouten die naar het aansluitend onderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.

Zigzagsgewijs

Selecteer een juiste zigzagoptie.

Optie

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Tabblad Lijfbouten

Gebruik het tabblad Lijfbouten om de afmetingen van de boutgroep en de bouteigenschappen van lijfboutbouten te definiëren.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

2

Aantal bouten.

3

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

Werkplaatsbouten

Selecteer aan welk onderdeel de werkplaatsbouten worden bevestigd.

  • Geen: Alle bouten zijn montagemerk.

  • Profiel 1: Bouten die naar het hoofdonderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.

  • Profiel 2: Bouten die naar het aansluitend onderdeel gaan, zijn werkplaatsbouten.

Hoekbouten

Selecteer waar de hoekbouten worden bevestigd: montage of werkplaats.

Beschrijving

1

Aantal bouten.

2

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

De tabbladen Doorrekenen en Ontwerp type

Als een tussenplaat wordt gebruikt, is de ondersteuning altijd Ja. De ondersteuning is ingesteld op Nee als de tolerantie tussen de onderdelen > 0 mm is.

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende