Koud gewalste overlap (119)
Koud gewalste overlap (119) maakt een verbinding tussen een kolom van het type H(I) en een ligger. De ligger kan van elk type zijn. De verbinding kan acht schotjes en vier coupplaten maken. De eindplaten worden met bouten aan elkaar bevestigd en de andere platen worden gelast.
Gemaakte objecten
-
Eindplaten
-
Coupplaten
-
Schotjes
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Kolom-ligger met geboute eindplaten en coupplaten. |
|
|
Het aansluitende onderdeel kan schuin of hellend zijn. Er kunnen coupplaten aan de boven- en onderzijde worden gemaakt. 1 Lijf van het aansluitende onderdeel dat niet naar het midden van de kolom (bovenaanzicht) is gericht. 2 Lijf van het aansluitende onderdeel dat niet loodrecht op de horizontale kolom (bovenaanzicht) staat. 3 Lijf van het aansluitende onderdeel dat niet loodrecht op de verticale kolom (zijaanzicht) staat. |
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (kolom).
-
Selecteer het aansluitende onderdeel (balk).
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Schotjes |
|
2 |
Eindplaten |
|
3 |
Coupplaten |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de afmetingen en de eindplaat en het schotje te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Afstand van de kolom naar de eerste eindplaat. Als het lijf van het aansluitende onderdeel niet loodrecht op de horizontale kolom staat, is dit de minimale afstand vanaf de kolom tot de eerste eindplaat. |
100 mm |
|
2 |
Afstand tussen de eindplaten. |
0 mm |
|
3 |
Opening tussen de eindplaat en het lijf van de ligger. |
|
|
4 |
Offset van de plaat boven en onder vanaf het lijf van het hoofdonderdeel. |
|
|
5 |
Grootte van de ligger als de afstand van de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de buitenrand van de eerste eindplaat. |
|
|
6 |
Breedte van de boven- en onderplaat. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Plaat boven Plaat onder Middelste plaat |
Dikte van de bovenste, onderste en middelste plaat. |
|
Coupplaat boven Coupplaat onder |
Dikte van de bovenste en onderste coupplaten. |
|
Eindplaat 1 Eindplaat 2 |
Dikte, breedte en hoogte van de eindplaat. |
|
Bovenste schotje Onderste schotje Middelste schotje |
Dikte van het bovenste, onderste en middelste schotje. |
|
Verticale offset van eindplaat 1 |
Bepaal de verticale offset van eindplaat 1. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om het maken van het schotje, de positie en de afwerkingen te definiëren.
Schotjes maken
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Volledig Er wordt een volledig schotje gemaakt met dezelfde hoogte als het lijf van het hoofdonderdeel. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Volledig Er wordt een volledig schotje gemaakt met dezelfde hoogte als het lijf van het hoofdonderdeel. |
|
|
Volledig, beide zijden van het hoofdonderdeel Er wordt een volledig schotje gemaakt met dezelfde hoogte als het lijf van het hoofdonderdeel. |
Opening schotje

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand tussen het schotje en het kolomlijf |
|
2 |
Afstand tussen het schotje en de kolomflens |
Posities van schotjes

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Grootte van de ruimte tussen het bovenste schotje en de rand van de liggerflens. |
|
2 |
Grootte van de ruimte tussen het onderste schotje en de rand van de liggerflens. |
Afwerkingsmaatlijnen
|
Beschrijving |
|
|---|---|
|
1 |
De horizontale maatlijn van de afwerking. |
|
2 |
De verticale maatlijn van de afwerking. |
Type afwerking
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Lijnvormige afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolvormige afwerking |
|
|
Holvormige afwerking |
Tabblad Plaat boven/onder
Op het tabblad Plaat boven/onder definieert u de buitenafstand tussen de ligger en het schotje, en de hoek tussen het schotje en de horizon.
Dimensions

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Afstand tussen de buitenzijde van de ligger en de buitenzijde van het schotje rechts. |
0 mm |
|
2 |
Hoek tussen het bovenste en onderste schotje rechts en het horizontale vlak. In schuine of afgeschuinde situaties kan geen hoek worden gedefinieerd. |
0 graden |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
2 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
3 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
4 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
5 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
6 |
Aantal bouten. |
|
7 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
8 |
Definieer welke bouten uit de boutgroep worden verwijderd. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Opmerking
U kunt een opmerking definiëren.
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:




