Momentverbinding nok (106)
Momentverbinding nok (106) verbindt twee dakliggers aan de nok van een portaalframe. Het onderdeel kan ook worden gebruikt in andere soortgelijke situaties.
Gemaakte objecten
-
Eindplaten
-
Coupplaten
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Liggers verbonden met twee eindplaten. Er worden coupplaten gemaakt. |
Beperkingen
-
Beide dakliggers moeten I-profielen zijn met hetzelfde profiel.
-
De lijven van de dakliggers moeten in hetzelfde verticale vlak liggen.
-
Coupplaten worden gemaakt met een gemeenschappelijke ontwerpdiepte.
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel.
-
Selecteer het aansluitend onderdeel.
De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitend onderdeel wordt geselecteerd.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Eindplaat |
|
2 |
Coupplaat |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de verbindingsafmetingen te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maat van de eindplaat boven het snijpunt tussen de bovenste flenzen van de dakliggers |
|
2 |
Coup ontwerp diepte Verticale afstand vanaf het snijpunt tussen de middellijn van de hoofddakligger en de verticale lijn tussen de eindplaten, tot het snijpunt van de onderste flenzen van de coupplaat op dezelfde verticale lijn. |
|
3 |
Horizontale afmeting vanaf de consoleplaatrand tot de verticale lijn tussen de eindplaten |
|
4 |
Minimale eindplaatafmeting onder het snijpunt tussen de coupflenzen De werkelijke maatlijn kan groter zijn om de lengte van de eindplaten naar boven af te ronden. |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Eindplaat |
Dikte, breedte en hoogte van de eindplaat |
|
Coupplaat, lijf |
Dikte en breedte van de coup |
|
Coup, flens |
Dikte en breedte van de coup |
|
Coup, profiel |
Selecteer het profiel in de profielendatabase. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om de positie van de eindplaten te definiëren.
Positie van de eindplaat
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Eindplaten verdelen de hoek tussen de twee spanten in tweeën. De coupplaten worden onder dezelfde hoek geplaatst als de eindplaten. AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Eindplaten worden verticaal geplaatst. |
|
|
Eindplaten verdelen de hoek tussen de twee spanten in tweeën. |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
3 |
Aantal bouten. |
|
4 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Gaten
Gebruik het tabblad Gaten om de galvaniserende gaten in de eindplaten te definiëren.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Boutnorm |
Selecteer de boutnorm. |
|
Bouttype |
Selecteer het bouttype om de locatie te definiëren waar de bouten moeten worden bevestigd. |
|
Gegevens lezen van |
U kunt selecteren of u het definitiebestand sinkholes.dat wilt gebruiken om de standaardwaarden voor horizontale en verticale offsets en de diameters voor bovenste en onderste gaten te definiëren. Het bestand wordt in de volgende volgorde gezocht: Staalmap van de omgeving Common van het systeem (..\Environments\common\system\Steel), de modelmap, de map U kunt ook selecteren of u de gaten in het componentendialoogvenster wilt definiëren. |
Aantal gaten
Het hart van een groep gaten is het hart van de ligger en het hart van de coup als er een coup wordt gebruikt. De gatgroepen bestaan uit 0, 1, 2 of 4 gaten.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen gaten AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen gaten |
|
|
1 gat |
|
|
2 gaten |
|
|
4 gaten |
Posities van de gaten

|
1 |
Horizontale afstand tussen het hart van de eindplaat en het bovenste gat. |
|
2 |
Horizontale afstand tussen het hart van de eindplaat en het onderste gat. |
|
3 |
Verticale afstand tussen het hart van de eindplaat en het bovenste gat. |
|
4 |
Verticale afstand tussen het hart van de eindplaat en het onderste gat. |
|
5 |
Diameter van het onderste gat. |
|
6 |
Diameter van het bovenste gat. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:








