Namen van afdrukbestanden aanpassen

Tekla Structures
2024
Tekla Structures

Namen van afdrukbestanden aanpassen

U kunt de manier waarop Tekla Structures automatisch de .pdf-bestanden en plotbestanden een naam geeft, beïnvloeden door bepaalde tekeningtypespecifieke variabelen te gebruiken.

  1. Klik in het menu Bestand op Instellingen > Variabelen en ga naar de categorie Afdrukken.
  2. Voer waarden in voor één of alle variabelen XS_​DRAWING_​PLOT_​FILE_​NAME_​A,,, XS_​DRAWING_​PLOT_​FILE_​NAME_​W, XS_​DRAWING_​PLOT_​FILE_​NAME_​G XS_​DRAWING_​PLOT_​FILE_​NAME_​M of XS_​DRAWING_​PLOT_​FILE_​NAME_​C, afhankelijk van het tekeningtype van het afdrukbestand.

    De letter aan het einde van de variabele geeft het tekeningtype aan. Gebruik een enkele % rondom de waarden. Raadplee onderstaande tabel voor beschikbare waarden. U kunt verschillende waarden combineren. De waarden zijn niet hoofdlettergevoelig.

  3. Klik op OK.

    Voorbeeld:

    Het onderstaande voorbeeld resulteert in de volgende .pdf-naam E_P1_PLATE_Revision=2.pdf voor de merktekening::

    XS_DRAWING_PLOT_FILE_NAME_A=E_%NAME.%_%TITLE%%REV?_Revision=%%REV%.pdf

Mogelijke waarden

Waarde

Voorbeeld van het resultaat in de naam van het afdrukbestand

Beschrijving

%NAME%

%DRAWING_NAME%

P_1

Onderdeel-, merk- of betonelementpositie met de bestandsnaamindeling prefix_number.

%NAME.-%

%DRAWING_NAME.-%

P-1

Onderdeel-, merk- of betonelementpositie met de bestandsnaamindeling prefix-number.

%NAME.%

%DRAWING_NAME.%

P1

Onderdeel-, merk- of betonelementpositie met de bestandsnaamindeling prefixnumber.

%REV%

%REVISION%

%DRAWING_REVISION%

2

Revisienummer van de tekening.

%REV_MARK%

%REVISION_MARK%

%DRAWING_REVISION_MARK%

B

Tekeningrevisielabel.

%TITLE%

%DRAWING_TITLE%

PLAAT

Tekeningnaam uit het dialoogvenster met tekeningeigenschappen.

%UDA:<drawing user-defined attribute>%

Geverfd

Waarde van een door een gebruiker gedefinieerd tekeningattribuut. De door de gebruiker gedefinieerde tekeningattributen worden gedefinieerd in het bestand objects.inp. De werkelijke waarden voor de gebruikersattributen worden in het dialoogvenster met tekeningspecifieke gebruikersattributen ingevoerd.

%REV? - <text>%

2 - Rev

Voegt voorwaardelijke prefixen toe. Als in dit voorbeeld REV van toepassing is, wordt met Tekla Structures de tekst tussen ? en % toegevoegd aan de bestandsnaam.

%TPL:<template attribute>%

Voetplaat

U kunt templateattributen gebruiken die in de Template Editor gevonden kunnen worden. De werkelijke waarden voor deze attributen worden in het dialoogvenster met tekeningeigenschappen ingevoerd. Voorbeelden:

  • %TPL:TITLE1%

  • %TPL:TITLE2%

  • %TPL:TITLE3%

  • %TPL:DR_DEFAULT_HOLE_SIZE%

  • %TPL:DATE%

  • %TPL:TIME%

  • %TPL:DR_DEFAULT_WELD_SIZE%

Opmerking:

De bestandsnaam van het bestand wisselt %DRAWING_NAME% en %NAME% om wat een onderstrepingsteken in de naam van het afdrukbestand moet genereren (P_1). Dit werkt niet als XS_ASSEMBLY_POSITION_NUMBER_FORMAT_STRING geen scheidingsteken tussen de waarden gebruikt (bijvoorbeeld %ASSEMBLY_PREFIX%%ASSEMBLY_POS%) of als XS_USE_ASSEMBLY_NUMBER_FOR is ingesteld.

Om de knoppen laten werken, gaat u als volgt te werk:

  • Als u XS_ASSEMBLY_POSITION_NUMBER_FORMAT_STRING wilt gebruiken, gebruikt u een punt (.) slash (/) of afbreekstreepje (-) tussen de waarden, bijvoorbeeld %ASSEMBLY_PREFIX%.%ASSEMBLY_POS% of iets soortgelijks.
  • Laat XS_USE_ASSEMBLY_NUMBER_FOR leeg.
Opmerking:

Als u een knop in het dialoogvenster Variabelen definieert, gebruikt u alleen enkelvoudige procenttekens %xxx% rondom de knop. Als u in een .ini-bestand een knop voor een variabele definieert, moet u dubbele procenttekens %%xxx%% rondom de knop gebruiken. Typ bijvoorbeeld %%BOLT_NUMBER%%*D%%HOLE.DIAMETER%% voor de variabele XS_​BOLT_​MARK_​STRING_​FOR_​SIZE als u deze in een .ini-bestand definieert.

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende