Steunhoekstaal 3 (74)

Tekla Structures
Aangepast: 29 okt 2024
2024
Tekla Structures

Steunhoekstaal 3 (74)

U.S. Seat connection 3 (74) verbindt twee liggers met een kolom wanneer de liggers vanaf de hartlijn van de kolom worden verschoven. De steun wordt altijd loodrecht op de liggers geplaatst. U kunt de verbinding gebruiken met geroteerde en schuine liggers en kolommen. De steun kan worden gebout of gelast aan de ligger, maar wordt altijd gelast aan de kolom.

Gemaakte objecten

  • Steunprofiel

  • Schotjes

  • Bouten

  • Lassen

Gebruiken voor

Situatie Beschrijving

Het steunprofiel wordt gelast aan een kolom en met bouten bevestigd aan twee liggers.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel (kolom).

  2. Selecteer het eerste aansluitende onderdeel (ligger).

  3. Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (balk).

  4. Klik met de middelste muisknop om de verbinding te maken.

Onderdeelidentificatiecode

Beschrijving

1

Steunprofiel

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de offset-maatlijnen van de verbinding te definiëren.

Offset-maatlijnen

Beschrijving

1

Offset van de liggers vanaf het beginpunt van de verbinding

2

Offset van de steun vanaf de liggers

3

Offset van de stoel vanaf het midden van de verbinding

Beschrijving

1

Lengte van de steun

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.

Onderdelen

Optie Beschrijving Standaard

Schotjes

Dikte, breedte en hoogte van het schotjes.

De hoogte van de schotje bevindt zich in dezelfde richting als de kolom.

De standaardwaarden voor de hoogte en breedte zijn gebaseerd op de maatlijnen van het steunprofiel. De standaarddikte van de schotje is ¼” of 6 mm afhankelijk of de metrische of Engelse eenheden in het model worden gebruikt.

Schotjes kunnen alleen worden geplaatst als een hoekprofiel voor de steun wordt gebruikt.

Steunprofiel

Selecteer het profiel in de profielendatabase.

WT6X15 T

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Tabblad Parameters

Op het tabblad Parameters definieert u de positie en oriëntatie van de steun, en de positie, vorm en afwerking van het schotje.

Optie Beschrijving

Steun ravelen en fitten

Selecteer hoe de steun wordt geraveld en aan de kolom wordt gemonteerd.

Tolerantie uitsnijding van aansl.

Definieer een snijtolerantie van het aansluitende onderdeel.

Seat position

Optie Beschrijving

Standaard

De steun wordt aan de onderzijde van de ligger geplaatst.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De steun wordt aan de onderzijde van de ligger geplaatst.

De steun wordt aan de bovenzijde van de ligger geplaatst.

De steun wordt aan de boven- en onderzijde van de ligger geplaatst.

Console aan ligger

Optie Beschrijving

Standaard

De steun wordt met bouten aan de ligger bevestigd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De steun wordt met bouten aan de ligger bevestigd.

De steun wordt aan de ligger gelast.

Console-oriëntatie

Optie Beschrijving

Standaard

Standaardsteun, niet geroteerd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Standaardsteun, niet geroteerd.

De steun wordt geroteerd.

Als de steun een hoek met ongelijke poten is, plaatst de standaardptie de kortste poot van de hoek tegen de ligger. Wanneer u rotatie selecteert, wordt dit ongedaan gemaakt.

Ligger fitten

Optie Beschrijving

Standaard

De ligger wordt niet aan de kolom bevestigd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De ligger wordt niet aan de kolom bevestigd.

De ligger wordt aan de kolom bevestigd.

Vorm van schotje

Schotjes worden alleen gemaakt als er een hoekprofiel voor de steun wordt gebruikt.

Optie Beschrijving

Standaard

Rechthoekig schotje

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Rechthoekig schotje

Driehoekig schotje

Maatlijnen van de afwerking van de schotjes

Beschrijving

1

Horizontale afmeting van de afwerking

2

Verticale afmeting van de afwerking

Type afwerking

Optie Beschrijving

Standaard

Lijnvormige afwerking

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Lijnvormige afwerking

Bolle afwerking

Holle afwerking

Posities van schotjes

Optie Beschrijving

Standaard

Schotjes worden niet op de steun geplaatst.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Schotjes worden niet op de steun geplaatst.

Schotje wordt aan de rechterzijde geplaatst.

Schotje wordt in het midden geplaatst.

Schotje wordt aan de linkerzijde geplaatst.

Schotje-offsets

Beschrijving

1

Offset van de eindschotjes vanaf de zijden van de steun.

2

Offset van het schotje midden vanaf de hartlijn van de steun.

Tabblad Bouten

Gebruik het tabblad Bouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.

Afmetingen van de boutgroep

Beschrijving

1

Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Links: vanaf de linkerrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst links.

  • Midden: vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel tot aan de hartlijn van de bouten.

  • Rechts: vanaf de rechterrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst rechts.

2

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

3

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

4

Aantal bouten.

5

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

6

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Boven: vanaf de bovenrand van het aansluitende onderdeel tot de bovenste bout.

  • Midden: vanaf de hartlijn van de bouten tot de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

  • Onder: vanaf de onderrand van het aansluitende onderdeel tot de onderste bout.

7

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Oversized maakt oversized gaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Tapgat maakt tapgaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Tabblad Raveling

Gebruik het tabblad Raveling om automatisch ravelingen voor de aansluitende ligger te maken en de eigenschappen van de raveling te definiëren. Het tabblad Raveling bestaat uit twee delen: automatische eigenschappen (bovenste deel) en handmatige eigenschappen (onderste deel). Automatische en handmatige ravelingeigenschappen werken onafhankelijk van elkaar.

Automatische raveling

Automatische raveling heeft betrekking op de boven- en onderflens.

Vorm van de raveling

Automatische raveling wordt ingeschakeld zodra u een vorm van raveling hebt geselecteerd.

Optie

Beschrijving

Standaard

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De uitsparingen staan haaks op het hoofdliggerlijf.

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De uitsparingen staan haaks op het lijf van de aansluitende ligger.

Hiermee maakt u ravelingen op de aansluitende ligger. De verticale zijde van de uitsparing staat haaks op de hoofdligger en de horizontale zijde staat haaks op de aansluitende ligger.

Hiermee schakelt u de automatische raveling uit.

Grootte van de raveling

Optie

Beschrijving

Standaard

De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de rand van de flens van de hoofdligger en vanaf de onderkant van de bovenflens van de hoofdligger.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de rand van de flens van de hoofdligger en vanaf de onderkant van de bovenflens van de hoofdligger.

De grootte van de raveling wordt gemeten vanaf de hartlijn van de hoofdligger en vanaf de bovenflens van de hoofdligger.

Voer de horizontale en verticale waarden in voor de uitsparingen.

Vorm van de uitsparing in de flens

Optie

Beschrijving

Standaard

De flens van de aansluitende ligger wordt parallel aan de hoofdligger gesneden.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De flens van de aansluitende ligger wordt parallel aan de hoofdligger gesneden.

De flens van aansluitende ligger wordt haaks gesneden.

Afronding van de afmeting van de raveling

Gebruik de opties voor de afronding van de ravelingafmeting om te definiëren of de maten naar boven worden afgerond. Zelfs als afronding van de afmeting is ingeschakeld, wordt de afmeting alleen afgerond als dit nodig is.

Optie

Beschrijving

Standaard

De afmeting van de raveling wordt niet afgerond.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

De afmeting van de raveling wordt niet afgerond.

De afmeting van de raveling wordt afgerond.

Voer de horizontale en verticale waarden in voor de afronding.

De afmetingen worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van de opgegeven waarde. Als de eigenlijke maat 51 is en u een afronding van 10 invoert, wordt de afmeting naar boven afgerond op 60.

Handmatige raveling

Gebruik handmatige raveling wanneer een onderdeel dat niet bij de verbinding hoort een conflict veroorzaakt met de aansluitende ligger. Als u handmatige raveling gebruikt, worden uitsparingen gemaakt op basis van de ingevoerde waarden in de velden van het tabblad Raveling. U kunt verschillende waarden gebruiken voor de boven- en onderflens.

Zijde van de raveling in de flens

De zijde van de raveling in de flens definieert aan welke zijde van de ligger de raveling wordt gemaakt.

Optie

Beschrijving

Standaard

Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens.

Hiermee maakt u een raveling aan beide zijden van de flens.

Hiermee maakt u een raveling aan de voorzijde van de flens.

Hiermee maakt u een raveling aan de achterzijde van de flens.

Vormen van de raveling in de flens

De vorm van de raveling in de flens definieert de vorm van de raveling in de liggerflens.

Optie

Beschrijving

Standaard

De hele flens van de aansluitende ligger wordt zo ver uitgesneden als u hebt gedefinieerd.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Automatisch

De hele flens van de aansluitende ligger wordt zo ver uitgesneden als u hebt gedefinieerd. De standaarddiepte voor de raveling is twee keer de dikte van de aansluitende flens. De uitsparing is altijd net zo groot als de totale breedte van de aansluitende flens.

Hiermee maakt u een raveling in de flens.

Als u geen horizontale maat opgeeft, wordt er een raveling van 45 graden gemaakt.

Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van standaardwaarden, tenzij u waarden opgeeft in de velden 1en 2.

De flens wordt niet uitgesneden.

Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van de waarde in het veld 1 zodat deze gelijk loopt met het lijf.

Hiermee maakt u uitsparingen in de flens op basis van de waarde in de velden 1 en 2.

Diepte van de raveling in de flens

Definieer definieert u de ravelingdiepte van de flens.

Afmeting van de uitsnijding

Beschrijving

Standaard

1

Afmetingen voor de horizontale flensuitsnijdingen.

10 mm

2

Afmetingen voor de verticale flensuitsnijdingen.

De opening tussen de rand van de raveling en de flens van de ligger is gelijk aan de afronding van het hoofdonderdeel. De hoogte van de raveling wordt naar boven afgerond op 5 mm.

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende