Kolom - doorg. ligger (39)
Kolom - doorg. ligger (39) verbindt een kolomkop met een of twee liggers met behulp van een eindplaat. De eindplaat wordt aan de kolomkop gelast en met bouten bevestigd aan de onderste flens van het aansluitende onderdeel.
Gemaakte objecten
- Eindplaat
- Schotjes
- Bouten
- Volgplaten (optioneel)
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Bevestigingsverbinding met eindplaat en schotjes. |
Selectievolgorde
- Selecteer het hoofdonderdeel (kolom).
- Selecteer het eerste aansluitende onderdeel (ligger).
- Selecteer het tweede aansluitende onderdeel (ligger).
- Klik met de middelste muisknop om de verbinding te maken.
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de eindplaat en de grootte en positie van de schotjes te definiëren.

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Afstand tussen het eerste en het tweede aansluitende onderdeel. |
|
2 |
Afstand tussen de eindplaat en de aansluitende onderdelen. |
|
3 |
Eindplaatafstand van de hoofdonderdeelrand. Positieve waarden verplaatsen de eindplaatranden dichter naar de kolomas en verkleinen zo de plaatgrootte. Bij een negatieve waarde wordt de plaat groter. De standaardwaarde is 10 mm. |
|
4 |
Een opening tussen de schotjes en aansluitende liggerflens. De standaardwaarde is 0 mm. |
|
5 |
Positie van de schotjes. De schotjes worden standaard op hetzelfde vlak als kolomflenzen geplaatst. Positieve offsetwaarden verplaatsen schotjes naar rechts en negatieve naar links. |
Snede van liggeruiteinde
Hiermee definieert u hoe het uiteinde van de aansluitende ligger wordt uitgesneden.De ligger wordt vanaf de zijkant weergegeven.
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Recht Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Recht Hiermee snijdt u het uiteinde van de aansluitende ligger recht. |
|
|
Schuin Hiermee snijdt u het uiteinde van de aansluitende ligger parallel aan de rand van het hoofdonderdeel uit. |
Maatlijnen van de rand van de eindplaat

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Breedte eindplaat vanaf de rand van het hoofdonderdeel |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de eigenschappen van de eindplaat, het schotje en de ringplaat te beheren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving | Standaard |
|---|---|---|
| Eindplaat |
De breedte wordt standaard gedefinieerd door de horizontale de randafstanden van de boutgroep en de hoogte wordt gedefinieerd door de randafstanden van de plaat vanaf de linker en rechter rand van de kolom. |
De standaardwaarde voor de dikte van de eindplaat is 0,5*de boutdiameter. |
| Schotjes |
Voer een waarde voor de dikte in om de schotjes te maken. Als u geen waarde invoert, worden er geen schotjes gemaakt. |
|
| Volgplaten |
Volgplaten zijn kleine rechthoekige platen die als ringen tussen de boutkop en de aansluitende liggerflens worden gebruikt. Als er geen dikte wordt gedefinieerd, worden de platen niet gemaakt. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
|
|
Afwerking |
Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld. |
Afmetingen ronde eindplaat
Definieer de waarde voor het afronden van de maatlijnen van de eindplaat. Als u bijvoorbeeld 5 invoert, dan worden de maatlijnen van de plaat afgerond op de volgende 5 mm, bijvoorbeeld 38 mm tot 40 mm.
Tabblad Parameters
Gebruik het tabblad Parameters om de afmetingen en het type van de afwerking en de oriëntatie van de eindplaat en schotjes te definiëren.
| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Type afwerking en afmetingen. Als u de optie Geen afwerking Daarnaast kunt u de afmetingen van de afwerking verticaal en horizontaal definiëren. Als u een boogvormige afwerking selecteert, is de horizontale maatlijn de radius en de verticale maatlijn heeft geen effect. |
|
2 |
Selecteer of de schotjes loodrecht op of parallel aan de aansluitende liggerflens zijn. |
|
3 |
Grootte van de opening tot de eindplaat. Definieer de maximale grootte voor de opening tussen de eindplaat en het aansluitende onderdeel of hoofdonderdeel. Gebruik deze opening wanneer de ligger licht helt om te definiëren of de eindhoek zo klein is dat het uiteinde van de ligger haaks kan zijn. Als de werkelijke ruimte kleiner is dan deze waarde, blijft het liggereinde recht. Als de werkelijke ruimte groter is dan deze waarde, wordt het liggereinde gefit aan de eindplaat. |
|
4 |
Selecteer de eindplaatoriëntatie. |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de bouteigenschappen te definiëren.
Maatlijnen van de boutgroep
|
1 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
2 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
3 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
4 |
Aantal bouten. |
|
5 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
|
6 |
Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep. |
|
7 |
Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Gaten
Gebruik het tabblad Gaten om de galvaniserende gaten in de eindplaat te definiëren.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Boutnorm |
Selecteer de boutnorm. |
|
Bouttype |
Selecteer het bouttype om de locatie te definiëren waar de bouten moeten worden bevestigd. |
|
Gegevens lezen van |
U kunt selecteren of u het definitiebestand sinkholes.dat wilt gebruiken om de standaardwaarden voor horizontale en verticale offsets en de diameters voor bovenste en onderste gaten te definiëren. Het bestand wordt in de volgende volgorde gezocht: Staalmap van de omgeving Common van het systeem (..\Environments\common\system\Steel), de modelmap, de map U kunt ook selecteren of u de gaten in het componentendialoogvenster wilt definiëren. |
Aantal gaten
Het hart van een groep gaten is het hart van de ligger en het hart van de coup als er een coup wordt gebruikt. De groep gaten bestaat uit 0, 1, 2 of 4 gaten.
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Geen gaten AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen gaten |
|
|
1 gat |
|
|
2 gaten |
|
|
4 gaten |
Posities van de gaten

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Horizontale afstand tussen het hart van de aansluitende ligger en het bovenste gat. |
|
2 |
Horizontale afstand tussen het hart van de aansluitende ligger en het onderste gat. |
|
3 |
Verticale afstand tussen het hart van de aansluitende ligger en het bovenste gat. |
|
4 |
Verticale afstand tussen het hart van de aansluitende ligger en het onderste gat. |
|
5 |
Diameter van het onderste gat. |
|
6 |
Diameter van het bovenste gat. |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:



selecteert, kan er een clash tussen het schotje en de afronding van het I-profiel voorkomen.




