Opleggen schotje (12)
Opleggen schotje (12) verbindt een balk met een kolom met een schotje dat gelast is tussen de kolomflenzen en aan de onderste flens van de balk gebout. De ligger botst met het lijf van de kolom. De verbinding snijdt ook de balkflensen en maakt optioneel een eindplaat met het aangelaste onderdeel en een steun onder het aangelaste onderdeel.
Gemaakte objecten
-
Schotje
-
Console
-
Eindplaat
-
Bouten
-
Lassen
Gebruiken voor
| Situatie | Beschrijving |
|---|---|
|
|
Ligger verbonden met een kolom met een schotje |
Volgorde van selectie
-
Selecteer het hoofdonderdeel (kolom).
-
Selecteer het aansluitend onderdeel (balk).
De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitend onderdeel wordt geselecteerd.
Onderdeelidentificatiecode

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Schotje |
Tabblad Afbeelding
Gebruik het tabblad Afbeelding om de verbindingsafmetingen te definiëren.
Afmetingen

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Speling tussen de kolom en de ligger |
5 mm |
|
2 |
Speling tussen de kolom en het schotje |
0 |

| Beschrijving | Standaard | |
|---|---|---|
|
1 |
Opening tussen het schotje en de kolom flens |
0 |
Tabblad Onderdelen
Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.
Onderdelen
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
|
Schotje |
Dikte van het schotje. |
|
Console |
Dikte, breedte en hoogte van het schotje. |
|
Eindplaat |
Dikte van het schotje. |
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Pos.nr. |
Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel. Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren. |
Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu . |
|
Materiaal |
Materiaalkwaliteit. |
Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu . |
|
Naam |
De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven. |
Tabblad Parameters
Gebruik tabblad Parameters om de maatlijnen van de eindplaat en afwerking van de schotjes te definiëren.
Eindplaatmaatlijnen

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Horizontale randafstand van eindplaat vanaf het aangelaste onderdeel |
|
2 |
Verticale randafstand van de eindplaat tot bovenste rand vanaf het aangelaste onderdeel. |
|
3 |
Verticale randafstand van eindplaat tot onderste rand van het aangelaste onderdeel. |
Afwerkingsmaatlijnen

|
Beschrijving |
Standaard |
|
|---|---|---|
|
1 |
De verticale maatlijn van de afwerking. |
10 mm |
|
2 |
De horizontale maatlijn van de afwerking. |
10 mm |
Type afwerking
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Lijnvormige afwerking AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Geen afwerking |
|
|
Lijnvormige afwerking |
|
|
Bolvormige afwerking |
|
|
Holvormige afwerking |
Tabblad Bouten
Gebruik het tabblad Bouten om de afmetingen van de boutgroepen en de bouteigenschappen te definiëren.
Afmetingen van de boutgroep

| Beschrijving | |
|---|---|
|
1 |
Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep. |
|
2 |
Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
3 |
Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.
|
|
4 |
Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel. |
|
5 |
Aantal bouten. |
|
6 |
Boutafstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten. |
Basiseigenschappen van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
Boutdiameter |
Boutdiameter. |
Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Boutnorm |
De boutnorm die in de component moet worden gebruikt. |
Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd. |
|
Tolerantie |
De ruimte tussen de bout en het gat. |
|
|
Draad in mat |
Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden. Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt. |
Ja |
|
Montage/werkplaats |
Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. |
Montage |
Sleufgaten
U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.
|
Optie |
Beschrijving |
Standaard |
|---|---|---|
|
1 |
Verticale maat van sleufgat. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
2 |
Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten. |
0 heeft een rond gat als resultaat. |
|
Gattype |
Met Sleufgat maakt u sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten. Geen gat maakt geen gaten. Tapgat maakt tapgaten. |
|
|
Roteer sleufgaten |
Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid. |
|
|
Sleufgat in |
Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt. De opties zijn afhankelijk van de betreffende component. |
Boutsamenstelling
Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.
Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.
Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.
Extra boutlengte
Definieer hoeveel de bout langer moet worden. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.
Zigzagsgewijze plaatsing van bouten
|
Optie |
Beschrijving |
|---|---|
|
|
Standaard Niet zigzagsgewijs AutoDefaults kan deze optie wijzigen. |
|
|
Niet zigzagsgewijs |
|
|
Zigzagtype 1 |
|
|
Zigzagtype 2 |
|
|
Zigzagtype 3 |
|
|
Zigzagtype 4 |
Tabblad Algemeen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
Lassen
Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:
