Eigenschappen rekenonderdelen

Tekla Structures
2024
Tekla Structures

Eigenschappen rekenonderdelen

Gebruik de opties in het dialoogvenster berekeningseigenschappen van een onderdeel (bijvoorbeeld Eigenschappen liggerberekening) om te definiëren hoe Tekla Structures het onderdeel behandelt in de berekening. De instellingen die beschikbaar zijn in het dialoogvenster, variëren afhankelijk van het onderdeeltype en de rekenklasse. De tabel hieronder geeft alle instellingen weer, ongeacht het type onderdeel en de berekeningsklasse.

Tabblad Berekening

Gebruik het tabblad Berekening om de berekeningseigenschappen van een onderdeel te definiëren.

Optie

Beschrijving

Klasse

Definieert hoe het onderdeel wordt behandeld in de berekening.

De geselecteerde Klasse definieert welke berekeningseigenschappen beschikbaar zijn. Platen hebben bijvoorbeeld andere eigenschappen dan kolommen.

Filter

(Eigenschappen stijfheidsdiagram)

Alleen beschikbaar als de Klasse Willekeurige plaat - Stijfheidsdiagram of Plaat - Stijfheidsdiagram is.

Definieert het filter dat wordt gebruikt bij het filteren van objecten voor een stijfheidsdiagram.

Knooppunten die tot een onderdeel behoren dat met het filter overeenkomt, worden met het stijfheidsdiagram verbonden. U kunt bijvoorbeeld een kolomfilter gebruiken om alleen kolomknooppunten met stijfheidsdiagrammen te verbinden.

Samengestelde doorsnede

Geeft de rol aan van het onderdeel in een samengestelde doorsnede die bestaat uit een hoofdonderdeel en één of meer subonderdelen. De subonderdelen worden in de berekening samengevoegd met het hoofdonderdeel.

De opties zijn:

  • Automatisch

  • Geen onderdeel van samengestelde doorsnede

    Ontkoppelt het onderdeel van de samengestelde doorsnede.

  • Hoofdonderdeel van samengestelde doorsnede

    Wordt altijd gebruikt om het hoofdonderdeel van een samengestelde doorsnede te definiëren.

  • Subonderdeel van samengestelde doorsnede:

  • Subonderdeel ligger van samengestelde doorsnede

    Definieert dat het onderdeel een onderdeel is van de samengestelde doorsnede, als het hoofdonderdeel van de samengestelde doorsnede een ligger is.

  • Subonderdeel kolom van samengestelde doorsnede

    Definieert dat het onderdeel een onderdeel is van de samengestelde doorsnede, als het hoofdonderdeel van de samengestelde doorsnede een kolom is.

Toetsnorm

Definieert tot welke toetsnorm het onderdeel behoort. Wordt gebruikt bij optimalisatie.

Automatische update

Definieert of het rekenonderdeel wordt bijgewerkt in overeenstemming met de wijzigingen die zijn aangebracht in het fysieke model.

De opties zijn:

  • Ja - Fysieke modelwijzigingen worden in beschouwing genomen

  • Nee - Fysieke modelwijzigingen worden genegeerd

Tabbladen Begin punt en Eind punt

Gebruik de tabbladen Begin punt en Eind punt om de ondersteuningsvoorwaarden en vrijheidsgraden voor de onderdeeleinden te definiëren.

Het tabblad Begin punt heeft betrekking op het eerste onderdeeluiteinde (gele handle) en het tabblad Eind punt op het tweede onderdeeluiteinde (magenta handle).

Optie

Beschrijving

Begin of Eind

Definieert welke van de vooraf gedefinieerde of door de gebruiker gedefinieerde combinaties van eindcondities voor het begin of eind van het onderdeel worden gebruikt.

Dit zijn de vooraf gedefinieerde opties:

(niet beschikbaar met Tekla Structural Designer)

(niet beschikbaar met Tekla Structural Designer)

Ze stellen automatisch de ondersteuningsvoorwaarden en vrijheidsgraden in.

U kunt een vooraf gedefinieerde combinatie aanpassen aan uw wensen. Als u dat doet, dan geeft Tekla Structures dit aan met de volgende optie:

Wijze van opleggen

Niet beschikbaar met Tekla Structural Designer.

Definieert de wijze van opleggen.

De opties zijn:

  • Verbonden

    Het onderdeeleinde wordt verbonden met een tussenliggend rekenknooppunt (een ander onderdeel).

    Geef vrijheidsgraden aan voor het knooppunt.

  • Niet verbonden

    Het onderdeeluiteinde is de ultieme ondersteuning voor een superstructuur (bijvoorbeeld de voet van een kolom in een frame).

    Geef vrijheidsgraden aan voor de ondersteuning.

Rotatie

Alleen beschikbaar als Wijze van opleggen Ondersteund is.

Definieert of de steun wordt geroteerd.

De opties zijn:

  • Niet geroteerd

  • Geroteerd

Als u Geroteerd selecteert, dan kunt u de rotatie rond de lokale X- of Y-as definiëren of kunt u de rotatie op het huidige werkvlak instellen door te klikken op Rotatie op huidig werkvlak instellen.

Ux

Uy

Uz

Definieert de verplaatsingsvrijheidsgraden (verplaatsingen) in de globale X-, Y- en Z-richting.

De opties zijn:

  • Vrij

  • Vast

  • Verend

Als u Verend selecteert, voer dan de verplaatsingsveerconstanten. De eenheden hangen af van de instellingen in het menu Bestand > Instellingen > Opties > Eenheden en decimalen.

Rx

Ry

Rz

Definieert de rotationele vrijheidsgraden (rotaties) in de globale X-, Y- en Z-richting.

De opties zijn:

  • Scharnierend

  • Vast

  • Verend

  • Gedeeltelijke uitgave

Als u Verend selecteert, voer dan de rotationele veerconstanten in. De eenheden hangen af van de instellingen in het menu Bestand > Instellingen > Opties > Eenheden en decimalen.

Met Gedeeltelijke uitgave kunt u opgeven of de graad van verbinding tussen vast en scharnierend ligt. Voer een waarde in tussen 0 (vast) en 1 (scharnierend).

Tabblad Samenstelling

Gebruik het tabblad Samenstelling met STAAD.Pro om de berekeningseigenschappen van de plaat in een samengestelde ligger te definiëren.

Optie

Beschrijving

Samengestelde ligger

Definieert of de samenstelling een van de volgende opties is:

  • Geen samengestelde ligger

  • Samengestelde ligger

  • Automatisch samenstellen ligger

Materiaal

Definieert het materiaal van de plaat.

Dikte

Definieert de dikte van de plaat.

Effectieve plaatbreedte

Definieert of de daadwerkelijke plaatbreedte automatisch wordt berekend of wordt gebaseerd op de waarden die u invoert.

U kunt nu verschillende waarden definiëren voor de linker- en rechterzijde van de ligger.

Automatische waarden worden berekend ten opzichte van de lengte van de overspanning.

Tabblad Overspanning

Gebruik het tabblad Overspanning om de berekenings- en lastverdelingseigenschappen van een één- of tweerichtingsplatensysteem te definiëren.

Optie

Beschrijving

Overspanning

Hiermee definieert u in welke richting het onderdeel lasten draagt.

De opties zijn:

  • Enkel de overspanningsplaat draagt lasten in de richting van de hoofdas. Liggers en kolommen parallel aan de richting van de overspanning worden niet verbonden met het onderdeel en dragen de last van het onderdeel niet.

  • Dubbel het overspanningsonderdeel draagt lasten langs de hoofd- en tweede as. Liggers en kolommen in beide richtingen dragen lasten van het onderdeel.

Richting hoofdas

Definieert de richting van de hoofdas op één van de volgende manieren:

  • Voer 1 in het vak (X, Y of Z) in voor de as die parallel ligt aan de richting van de hoofdas.

  • Voer waarden in meerdere vakken in om de componenten van een richtingsvector te definiëren.

  • Klik op Parallel aan onderdeel en selecteer vervolgens een onderdeel in het model dat parallel is aan de richting.

  • Klik op Loodrecht op onderdeel en selecteer vervolgens een onderdeel in het model dat loodrecht op de richting is.

Klik op Toon richting van geselecteerde onderdelen om de hoofdrichting van een geselecteerd onderdeel in een modelvenster te controleren. Tekla Structures geeft de hoofdrichting aan met een rode lijn.

Tabblad Belasting

Gebruik het tabblad Belasting om een onderdeel op te nemen als lasten in rekenmodellen.

Optie

Beschrijving

Genereer last voor eigen gewicht

Rekenmodellen omvatten het gewicht van het onderdeel, bijvoorbeeld een verdieping, als belasting, zelfs als het onderdeel verder niet wordt opgenomen in de rekenmodellen.

Als het onderdeel wordt opgenomen in een rekenmodel, dan wordt ook het eigen gewicht opgenomen. De optie Nee werkt alleen met de rekenmodelklassen Negeren en Stijfheidsdiagram.

Keuzelijsten voor extra lasten

Voer de veranderlijke belasting van de plaat of extra eigen gewicht (afwerking, onderhoud) in met drie extra lasten met een lastgroep naam en magnitude. De richtingen van deze lasten volgen de richting van de lastgroep waartoe zij behoren.

Onderdeelnamen

Gebruik dit filter om ervoor te zorgen dat de oppervlaktelast van de plaat wordt overgedragen op de juiste onderdelen, bijvoorbeeld op liggers die de plaat ondersteunen. Doorgaans voert u de naam van de ligger in als filterwaarde.

Belastingverdeling van doorlopende structuur gebruiken

Gebruik dit om het meeste van de last toe te wijzen aan de middelste ondersteuningen bij continue structuren.

Tabblad Berekening

Gebruik het tabblad Design in het dialoogvenster Design onderdeeleigenschappen om de berekeningseigenschappen van een afzonderlijk onderdeel in een rekenmodel te bekijken en te wijzigen. Design eigenschappen zijn eigenschappen die kunnen variëren, afhankelijk van de design code en het materiaal van het onderdeel (bijvoorbeeld design instellingen, factoren en limieten).

Tabblad Positie

Gebruik het tabblad positie om de locatie en offsets van een rekenmodelonderdeel te definiëren.

Optie

Beschrijving

As

Definieert de locatie van het rekenmodelonderdeel ten opzichte van het overeenkomstige fysieke onderdeel.

De locatie van de berekeningsas van een onderdeel definieert waar het onderdeel aansluit op andere onderdelen en waar Tekla Structures knooppunten maakt in rekenmodellen.

De opties zijn:

Als u Neutrale as selecteert, dan houdt Tekla Structures rekening met de onderdeellocatie en de einde offsets van het onderdeel bij het maken van knooppunten. Als u één van de opties van Referentie-as selecteert, dan maakt Tekla Structures knooppunten op referentiepunten van het onderdeel.

Aspositie behouden

Definieert of de aspositie wordt behouden of gewijzigd volgens wijzigingen die zijn aangebracht in het fysieke model.

De opties zijn:

  • Nee

    De as kan vrij worden verplaatst bij het snappen van eindposities naar dichtbijgelegen objecten. Gebruik deze optie voor tweede onderdelen.

  • Gedeeltelijk - in hoofdrichting behouden

    De as kan gedeeltelijk vrij verplaatsen, maar het onderdeel wordt niet verplaatst in de hoofdrichting (sterker) van het onderdeelprofiel.

  • Gedeeltelijk - in subrichting behouden

    De as kan gedeeltelijk vrij verplaatsen, maar het onderdeel wordt niet verplaatst in de subrichting (zwakker) van het onderdeelprofiel.

  • Ja

    De as wordt niet verplaatst, maar de eindposities kunnen verplaatsen langs de as (waardoor het onderdeel langer of korter wordt).

  • Ja - Behoud ook eindposities

    De as en de eindposities van het onderdeel worden niet gewijzigd.

Verbinding

Definieert of het onderdeel snapt naar of verbindt met buigstijve verbindingen met andere onderdelen.

De opties zijn:

  • Automatisch

    Het onderdeel snapt naar of verbindt met buigstijve verbindingen met andere onderdelen.

  • Handmatig

    Het onderdeel snapt niet naar of verbindt niet met buigstijve verbindingen met andere onderdelen. Een automatische verbinding met andere onderdelen wordt alleen gemaakt als de positie van het onderdeel exact overeenkomt met het andere onderdeel.

As-aanpasser X

Asaanpasser Y

Asaanpasser Z

Definieer of de onderdeellocatie is gebonden aan globale coördinaten, een stramienlijn of geen van beide.

De opties zijn:

  • Geen

    De onderdeellocatie is niet gebonden.

  • Vast coördinaat

    De onderdeellocatie is gebonden aan de coördinaten die u invoert in het veld X, Y of Z.

  • Dichtstbijzijnde stramien

    Het onderdeel is gebonden aan de dichtstbijzijnde stramienlijn (de snapzone is 1.000 mm).

Offset

Gebruik dit om het rekenonderdeel te verplaatsen in de globale X-, Y- en Z-richting.

Offset modus langsrichting

Definieert of de offseteindes in de langsrichting Dx van het fysieke onderdeel uit de fysieke onderdeeleigenschappen worden gebruikt.

De opties zijn:

  • Offsets niet in beschouwing nemen

  • Alleen extensies in beschouwing nemen

  • Offsets altijd in beschouwing nemen

Tabblad Staafattributen

Gebruik het tabblad Staafattributen in het dialoogvenster met de berekeningseigenschappen van een kaderobject (ligger, kolom of windverband) om de eigenschappen van de rekenmodelstaven te definiëren.

U kunt de opties op dit tabblad gebruiken als de Rekenmodelklasse van het rekenmodelonderdeel is ingesteld op Ligger, Kolom of Tweede.

Optie

Beschrijving

Begin offset

Einde offset

Bereken offsets om rekening te houden met excentriciteit in lengterichting aan het einde van het onderdeel (leidt tot buigend moment).

Deze offsets hebben geen invloed op de topologie van het rekenmodel. De offset-waarde wordt alleen doorgegeven aan de berekening als een onderdeelattribuut.

Profiel in rekenmodel

Selecteer een profiel uit de profieldatabase. U kunt verschillende rekenmodelprofielen gebruiken voor het begin en einde van onderdelen als de rekenapplicatie die u gebruikt dit ondersteunt.

Voer twee profielen in, gescheiden door een sluisteken, om verschillende profielen op onderdeeluiteinden te gebruiken. Bijvoorbeeld: HEA120|HEA140

Als het onderdeel een samengestelde doorsnede is in een rekenmodel, dan kan de naam van de samengestelde doorsnede hier worden ingevoerd. U kunt hier elke gewenste naam invoeren, maar als de naam overeenkomt met een bestaande catalogusprofielnaam, dan zijn de fysieke eigenschappen van de doorsnede gelijk aan de eigenschappen van het catalogusprofiel.

Gebogen ligger modus

Definieert of een ligger wordt beschouwd als een gebogen ligger of als rechte segmenten.

De opties zijn:

  • Modelstandaard gebruiken

  • Gebruik gebogen onderdeel

  • Splitsen in rechte segmenten

Als u Modelstandaard gebruiken selecteert, dan gebruikt Tekla Structures de optie die wordt geselecteerd in de lijst Gebogen liggers in het dialoogvenster Eigenschappen rekenmodel.

Gebruik de variabele XS_​AD_​CURVED_​BEAM_​SPLIT_​ACCURACY_​MM in Bestandsmenu > Instellingen > Geavanceerde opties > Analysis & Design om te definiëren hoe nauwkeurig rechte elementen de gebogen ligger volgen.

Aantal knopen

Gebruik dit om extra knooppunten te maken of een ligger te berekenen als rechte segmenten, bijvoorbeeld bij een gebogen ligger.

Voer het aantal knooppunten in.

Splits afstanden

Voer de afstanden in vanaf het beginpunt van het onderdeel tot het knooppunt om extra knooppunten in het onderdeel te definiëren.

Voer afstanden in gescheiden door spaties. Bijvoorbeeld:

1000 1500 3000

Startnummer staaf

Definieert het startnummer voor rekenstaven.

Startnummer rekenonderdeel

Definieert het startnummer voor rekenonderdelen.

Tabblad Oppervlakte-attributen

Gebruik het tabblad Oppervlakte-attributen in het dialoogvenster met de berekeningseigenschappen van een plaat (willekeurige plaat, betonplaat of betonnen wand) om de eigenschappen van de berekeningselementen te definiëren.

U kunt de opties op dit tabblad gebruiken als de rekenmodelklasse van het rekenmodelonderdeel is ingesteld op Willekeurige plaat, Plaat of Wand.

Optie

Beschrijving

Elementtype

De vorm van de elementen.

Rotatie lokale XY

Definieert de rotatie van het lokale XY-vlak.

Elementgrootte

X en Y: De geschatte maat van de elementen in de lokale X- en Y-richting van de plaat. Voor driehoekige elementen, de geschatte maat van de omtrek rondom elk element.

Gaten: De geschatte maat van de elementen rondom openingen.

Startnummer oppervlakte

Definieert het startnummer voor het vlak.

Eenvoudige oppervlakte (negeer sneden enz.)

Selecteer Ja om een eenvoudiger rekenmodel van de plaat te maken, waarin geen rekening wordt gehouden met uitsparingen en openingen.

Kleinste gatdiameter

Gebruik dit om kleine openingen in de plaat te negeren in de berekening.

Voer de grootte van de omtrek rondom de opening in.

Niet verbonden

Niet beschikbaar met Tekla Structural Designer.

Gebruik dit om oplegplaten te definiëren voor een willekeurige plaat, betonplaat of betonnen wand.

U kunt ondersteuningen maken voor de onderrand van een paneel, voor alle randknooppunten van een plaat of voor alle knooppunten van een ligger. Voor panelen kan de onderrand hellend zijn.

De opties zijn:

  • Nee

    Er worden geen ondersteuningen gemaakt.

  • Eenvoudig (verplaatsingen)

    Alleen verplaatsingen zijn vast.

  • Volledig

    Zowel verplaatsingen als rotaties zijn vast.

Was dit nuttig?
Vorige
Volgende