Gelast hoekstaal (32)

Tekla Structures 2021

Gelast hoekstaal (32)

Gelast hoekstaal (32) verbindt een ligger met een kolom of met een andere ligger met behulp van een T-vormig onderdeel van een I-profiel dat aan het hoofdonderdeel wordt gelast en op het lijf van de aansluitende ligger wordt gebout.

Gemaakte objecten

  • T-onderdeel

  • Bouten

  • Lassen

Gebruiken voor

Situatie Beschrijving

Gelaste T verbonden met een kolom en aan een ligger gebout.

Volgorde van selectie

  1. Selecteer het hoofdonderdeel.

  2. Selecteer het aansluitende onderdeel.

    De verbinding wordt automatisch gemaakt als het aansluitende onderdeel wordt geselecteerd.

Onderdeelidentificatiecode

Beschrijving

1

T-onderdeel

Tabblad Afbeelding

Gebruik het tabblad Afbeelding om de verbindingsafmetingen te definiëren.

Afmetingen

Beschrijving Standaard

1

Randafstand van het T-onderdeel vanaf de bovenzijde van het aansluitende onderdeel.

2

Randafstand van het T-onderdeel vanaf de onderzijde van het aansluitende onderdeel.

3

Opening tussen het hoofdonderdeel en het aansluitende onderdeel.

De waarde die u definieert, is van invloed op de grootte van het T-onderdeel.

10 mm

Tabblad Onderdelen

Gebruik het tabblad Onderdelen om de onderdeeleigenschappen te definiëren.

Onderdelen

Optie Beschrijving Standaard

Profiel

Selecteer het profiel in de profielendatabase.

Hetzelfde als het profiel van het aansluitende onderdeel.

Optie

Beschrijving

Standaard

Pos.nr.

Prefix en startnummer voor het positienummer van het onderdeel.

Sommige componenten hebben een tweede rij met velden waarin u het positienummer van het merk kunt invoeren.

Het standaard startnummer van het onderdeel wordt gedefinieerd in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Materiaal

Materiaalkwaliteit.

Het standaardmateriaal wordt gedefinieerd in het vak Materiaal van onderdelen in de categorie Componenten in het menu Bestand > Instellingen > Opties.

Naam

De naam die in tekeningen en lijsten wordt weergegeven.

Afwerking

Beschrijft hoe het oppervlak van het onderdeel is behandeld.

Tabblad Parameters

Gebruik het tabblad Parameters om de positie van het T-onderdeel te definiëren.

Positie T-onderdeel

Optie Beschrijving

Standaard

Het T-onderdeel bevindt zich aan de linkerzijde.

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Het T-onderdeel bevindt zich aan de linkerzijde.

Het T-onderdeel bevindt zich aan de rechterzijde.

Tabblad Bouten HO

Gebruik het tabblad Bouten HO om de boutgroepafmetingen van het hoofdonderdeel en de bouteigenschappen te definiëren.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Links:vanaf de linkerrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst links.

  • Midden:vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel tot aan de hartlijn van de bouten.

  • Rechts:vanaf de rechterrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst rechts.

2

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

3

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

4

Aantal bouten.

5

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand.Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten.Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

6

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Boven:vanaf de bovenrand van het aansluitende onderdeel tot de bovenste bout.

  • Midden:vanaf de hartlijn van de bouten tot de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

  • Onder:vanaf de onderrand van het aansluitende onderdeel tot de onderste bout.

7

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

Verbinden met hoofdonderdeel

Selecteer hoe het profiel met het hoofdonderdeel wordt verbonden.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Met Oversized maakt u oversized gaten of tapgaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt.De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden.Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Tabblad Bouten AO

Gebruik het tabblad Bouten AO om de boutgroepafmetingen van het aansluitende onderdeel en de bouteigenschappen te definiëren.

Maatlijnen van de boutgroep

Beschrijving

1

Selecteer hoe de afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Links:vanaf de linkerrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst links.

  • Midden:vanaf de hartlijn van het aansluitende onderdeel tot aan de hartlijn van de bouten.

  • Rechts:vanaf de rechterrand van het aansluitende onderdeel tot de bout uiterst rechts.

2

Maatlijn voor de horizontale positie van de boutgroep.

3

Randafstand bouten.

De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van het onderdeel.

4

Aantal bouten.

5

Boutafstand.

Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de boutafstand.Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten.Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten in zitten.

6

Selecteer hoe de afmeting voor de verticale positie van de boutgroep moeten worden gemeten.

  • Boven:vanaf de bovenrand van het aansluitende onderdeel tot de bovenste bout.

  • Midden:vanaf de hartlijn van de bouten tot de hartlijn van het aansluitende onderdeel.

  • Onder:vanaf de onderrand van het aansluitende onderdeel tot de onderste bout.

7

Maatlijn voor de verticale positie van de boutgroep.

Basiseigenschappen van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Boutdiameter

Boutdiameter.

Beschikbare diameters worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Boutnorm

De boutnorm die in de component moet worden gebruikt.

Beschikbare normen worden in de boutsamenstellingendatabase gedefinieerd.

Tolerantie

De ruimte tussen de bout en het gat.

Draad in mat

Hiermee definieert u of de draad van de bout zich in de geboute onderdelen kan bevinden.

Deze optie heeft geen effect wanneer er bouten met volledige draad worden gebruikt.

Ja

Montage/werkplaats

Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd.

Montage

Sleufgaten

U kunt sleufgaten, oversized gaten of tapgaten definiëren.

Optie

Beschrijving

Standaard

1

Verticale maat van sleufgat.

0 heeft een rond gat als resultaat.

2

Horizontale maat van sleufgat of speling van oversized gaten.

0 heeft een rond gat als resultaat.

Gattype

Met Sleufgat maakt u sleufgaten.

Met Oversized maakt u oversized gaten of tapgaten.

Geen gat maakt geen gaten.

Roteer sleufgaten

Als het type gat Sleufgat is, worden de sleufgaten met deze optie gedraaid.

Sleufgat in

Onderde(el)(len) waarin sleufgaten worden gemaakt.De opties zijn afhankelijk van de betreffende component.

Boutsamenstelling

Met de selectievakjes wordt gedefinieerd welke componentobjecten (bout, ringen en moeren) in de samenstelling van de bout worden gebruikt.

Als u alleen een gat wilt maken, moet u alle selectievakjes uitschakelen.

Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzigen.

Extra boutlengte

Definieer hoeveel de bout langer moet worden.Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Zigzagsgewijze plaatsing van bouten

Optie

Beschrijving

Standaard

Niet zigzagsgewijs

AutoDefaults kan deze optie wijzigen.

Niet zigzagsgewijs

Zigzagtype 1

Zigzagtype 2

Zigzagtype 3

Zigzagtype 4

Tabblad Algemeen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Algemeen

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Tabblad Berekening

Lassen

Klik voor meer informatie op de onderstaande koppeling:

Lassen maken

Was dit nuttig?
Indienen
Vorige
Volgende