Instellingen Tekla Model Sharing

Tekla Structures
2019
Tekla Structures

Instellingen Tekla Model Sharing

Als u de gewone Tekla Model Sharing -instellingen wilt wijzigen, gebruikt u de opties in het dialoogvenster Instellingen delen in Bestand > Delen > Instellingen delen .

Optie Beschrijving
Bestandsdeling modelmap

Klik op de knop Uitsluiten om bestanden of mappen die u niet wilt delen in de modelmap te definiëren.

  • Modeldelingscache Tekla

  • Naam en Poort

U kunt een aparte cacheservice van Tekla Model Sharing instellen die met de Tekla Model Sharing -service moet worden gebruikt.Met de cacheserver van Tekla Model Sharing worden de modelgegevens in de deelservice opgeslagen en vervolgens binnen een LAN in cache opgeslagen.Deze instelling is vooral handig als er meerdere Tekla Model Sharing -gebruikers op dezelfde locatie zijn of er een smalle bandbreedte op internet is.Het gebruik van een cache vermindert de downloadinspanning.

De eerste gebruiker die een pakket van de deelservice inleest, laadt deze in cache en de volgende gebruiker krijgt de gegevens sneller vanuit de cache binnen het LAN dan vanuit de deelservice via internet. De cache wordt niet gebruikt voor pakketten die worden weggeschreven.

  • Naam is de naam van de computer waarop de cache wordt geïnstalleerd.

    Klik in Windows op Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem om de computernaam te controleren.

  • Poort is het poortnummer van de cacheservice dat u hebt ingesteld toen u de cacheservice hebt geïnstalleerd.

    De standaardwaarde is 9998.

  • Klik op de knop Instellen om met de cache te verbinden.

  • Daarnaast kunt u de variabele XS_​CLOUD_​SHARING_​PROXY instellen op ”name of the server”;”port” in een .ini -bestand. Deze variabele is gebruikerspecifiek.

    Als u de cache-instellingen in het dialoogvenster wilt terugzetten naar degene die in het bestand .ini zijn gedefinieerd, klikt u op de knop Resetten. Als een .ini.ini-bestand de variabele heeft gedefinieerd, verschijnen de instellingen in het dialoogvenster.

Beschikbare updates weergeven bij het samenvoegen van het model

Schakel het selectievakje in om een lijst te kunnen maken die alle beschikbare basislijnen en updates weergeeft wanneer u aan het model deelneemt.

De lijst Beschikbare updates geeft alle basislijnen en de updates na de nieuwste basislijn weer. U kunt een willekeurige beschikbare basislijn of update selecteren om aan deel te nemen, niet alleen de nieuwste. Door aan een eerdere basislijn of update deel te nemen, kunt u in de modelhistorie teruggaan en bijvoorbeeld de modelstatus op een bepaalde datum controleren.

Daarnaast kunt u de variabele XS_​SHARING_​JOIN_​SHOW_​AVAILABLE_​UPDATES instellen op TRUE in een bestand .ini om het weergeven van updates in te schakelen. Deze variabele is gebruikerspecifiek.

Beschikbare updates weergeven bij het inlezen van de wijzigingen

Schakel het selectievakje in om een lijst te kunnen maken die alle beschikbare updates weergeeft wanneer u de modelwijzigingen inleest.

De lijst Beschikbare updates geeft alle beschikbare updates weer. U kunt een van de beschikbare update selecteren om te worden ingelezen, niet alleen de laatste. Door een eerdere update in te lezen, kunt u in de modelhistorie teruggaan en bijvoorbeeld de modelstatus op een bepaalde datum controleren.

Daarnaast kunt u de variabele XS_​SHARING_​READIN_​SHOW_​AVAILABLE_​VERSIONS instellen op TRUE in een bestand .ini om het weergeven van updates in te schakelen. Deze variabele is gebruikerspecifiek.

  • Wijzigingen na inlezen weergeven

  • Alleen wanneer er conflicten bestaan

Schakel het selectievakje in om een lijst te kunnen maken die modelwijzigingen weergeeft nadat u hebt ingelezen. Als u de optie Alleen wanneer er conflicten bestaan selecteert, wordt de lijst alleen weergegeven als er conflicten in het model zijn nadat het is ingelezen.

Daarnaast kunt u de variabelen XS_​SHARING_​READIN_​SHOW_​CHANGEMANAGER en XS_​SHARING_​READIN_​SHOW_​CHANGEMANAGER_​CONFLICTSONLY instellen op TRUE in een bestand .ini om het weergeven van modelwijzigingen in te schakelen. Deze variabelen zijn gebruikerspecifiek.

Het wegschrijven van revisiecommentaar inschakelen

Schakel dit selectievakje in om het invoeren van revisieopmerkingen mogelijk te maken.

Als u wegschrijft, kunt u revisieopmerkingen en een code in het opmerkingendialoogvenster invoeren. Als u het revisieopmerkingen inschakelt, wordt het opmerkingendialoogvenster voor alle modelgebruikers weergegeven.

Daarnaast kunt u de variabele XS_​SAVE_​WITH_​COMMENT instellen op TRUE in de bestanden .ini om de revisieopmerking in te schakelen. Deze variabele is modelspecifiek.

  • Bestanden uit de projectmap naar de modelmap kopiëren
  • Bestanden uit de bedrijfsmap naar de modelmap kopiëren
  • Modelmapbestanden overschrijven

Selecteer of de project- of bedrijfsmapbestanden naar de modelmap worden gekopieerd die u gaat delen. Schakel de selectievakjes in en klik op de knop Bestanden kopiëren.

We raden u aan de project- en bedrijfsmapbestanden te kopiëren.

U kunt ook selecteren of de gekopieerde project- of bedrijfsmapbestanden de bestaande bestanden met dezelfde naam in de modelmap vervangen.

U kunt op elk moment afzonderlijke bestanden naar een modelmap kopiëren. De volgende keer dat wegschrijft, worden deze voor alle modelgebruikers gedeeld.

Was this helpful?
Vorige
Volgende