Voorwaarden Tekla Model Sharing

Tekla Structures - Not version-specific Tekla Model Sharing voorwaarden checklist eisen spelregels
Environment
Not environment-specific

Algemeen

Met Tekla Model Sharing kunnen meerdere gebruikers waar dan ook ter wereld tegelijkertijd aan hetzelfde model werken, ongeacht de locaties of de tijdzones.

Image
tekla_model_sharing.png

 
           New York                                                 Londen                                                   Singapore

 
Iedere deelnemer heeft een lokale versie van het model op de computer. Deze modellen worden altijd lokaal opgeslagen en nooit op een server- of netwerklocatie. Deze lokale modelgegevens worden gedeeld en via internet gesynchroniseerd met een cloud (deelservice) waarmee het model is verbonden.
 
Als u uw modelwijzigingen wilt delen, schrijft u deze weg naar de cloud. Als u uw model met de wijzigingen die door andere gebruikers zijn uitgevoerd wilt bijwerken, moet u de wijzigingen van de cloud inlezen.
 
Als u wijzigingen van andere gebruikers inleest, worden de zogenaamde updates op uw lokale versie van het gedeelde model aan u geleverd. Dit betekent dat wanneer u inleest, de gegevens die van de cloud worden opgehaald met de gegevens op uw computer worden gesynchroniseerd. De updates worden aan het gedeelde model geleverd als incrementele (opeenvolgende) pakketten die alleen de gewijzigde gegevens bevatten. U kunt de wijzigingen pakket voor pakket inlezen als u de modelwijzigingen wilt controleren. Als u alle updates in één keer wilt ontvangen, kunt u het nieuwste pakket selecteren waardoor alle vorige pakketten ook worden ingelezen.
 
U moet alle gedeelde wijzigingen inlezen voordat u uw eigen wijzigingen naar de cloud wegschrijft.
 
U hoeft niet permanent met de cloud te zijn verbonden: u hoeft alleen online te zijn wanneer u wijzigingen wilt wegschrijven of inlezen. Hierdoor kunt u offline werken en hoeft uw internetverbinding niet altijd beschikbaar te zijn.
 
Let erop dat er geen centraal model in de cloud bestaat, alleen een modelexemplaar dat uit een modelbasislijn en incrementele updates bestaat. U kunt het model niet in de cloud openen en hebt geen toegang tot bestanden.

 

Tekla Model Sharing-licenties

Iedere deelnemer moet beschikken over een geldige Tekla Model Sharing-licentie en logt in met zijn eigen geldige en geverifieerde Trimble ID om deel te nemen aan Tekla Model Sharing. Om een Tekla Model Sharing-licentie te verkrijgen, neemt u contact op met de licentie-beheerder van uw organisatie.
 
Wanneer een gebruiker een Tekla Model Sharing-bewerking start, wordt een licentie gereserveerd. De licentie wordt binnen drie uur nadat de gebruiker uit Tekla Structures is uitgelogd, vrijgegeven voor een andere gebruiker door Tekla Structures af te sluiten.

Gebruikersrollen in Tekla Model Sharing

Diegene die het model gaat delen, wordt de Eigenaar van het model. De Eigenaar kan andere gebruikers uitnodigen en hen één van de vier verschillende rollen (Eigenaar, Editor, Projectviewer en Viewer) geven. De rol definieert het machtigingsniveau van de gebruiker van het model.
 
De mogelijkheden van deze rollen staan los van de Tekla Structures configuraties/licentietypes.

Voorwaarden

  • Alle deelnemers werken in dezelfde Tekla Structures-versie (inclusief eventuele beschikbare Service Packs).
  • Gebruik nooit de gratis studentenlicentie Tekla Structures Learning om deel te nemen aan Tekla Model Sharing.

Voordat u gaat delen (Eigenaar van het model)

  •  Maak in het (nu nog single-user) model een groot aantal fasen in de Fasemanager die later gebruikt kunnen worden.
  • Maak een groot aantal lege overzichttekeningen die later gebruikt kunnen worden.
  • Plaats alle bestanden die van belang zijn voor het model in de modelmap, bijvoorbeeld een profielendatabase (bestand profdb.bin), of in de submap attributes of plaats een ts map in de modelmap en stel met behulp van de variabele XS_PROJECT de locatie .\ts in de geavanceerde opties (Bestand > Instellingen > Variabelen) in. (Let op: u kunt hiervoor de variabele XS_FIRM niet gebruiken). Hierdoor worden de bestanden gesynchroniseerd bij het in- en uitlezen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan instellingen die betrekking hebben op scribing (markeren) en/of centerpunten (deze beïnvloeden de nummering) maar ook templates/lijsten en andere benodigde bestanden.
  • Wanneer een aangepast bestand profitab.inp (waarin de profieldefinities van parametrische profielen zijn vastgelegd) wordt gebruikt, moet deze in de model map worden geplaatst.
  • Pas de variabele XS_USE_ASSEMBLY_NUMBER_FOR aan naar MODEL(ROLE). Deze variabele definieert of het hoofdonderdeel-posnummer in de uitvoer (tekeningen, lijsten, NC bestanden) wordt vervangen door het merknummer. Klik hier voor meer informatie.
    Image
    variabele.png
  • Laat alle deelnemers aan het Tekla Model Sharing model de variabele XS_REFERENCE_CACHE instellen op =.\refCacheFolders zodat de refcache map in uw modelmap komt te staan. Dit voorkomt dat, wanneer een andere gebruiker hetzelfde model opent, de in het model aanwezige referentiemodellen opnieuw “gecached” moeten worden. Dit levert een enorme tijdsbesparing op bij met name het verversen van de referentiemodellen en bij het openen van tekeningen.
  • Pas andere gewenste variabelen aan naar MODEL(ROLE) of MODEL zodat deze worden opgeslagen in de modeldatabase. Hierbij valt te denken aan de variabelen XS_DRAWING_PLOT_FILE_NAME_A, XS_DRAWING_PLOT_FILE_NAME_C en XS_DRAWING_PLOT_FILE_NAME_G waarmee u de notatie van de namen van de plotbestanden voor afzonderlijke tekeningtypen definieert.

Werken in Tekla Model Sharing

  • Maak (minimaal) wekelijks een nieuwe ‘basislijn’. Als u Eigenaar van een model bent en een record van de huidige voortgang van het model wilt bewaren of sneller een nieuwe gebruiker aan het model wilt laten deelnemen, kunt u in de deelservice een nieuw startpunt voor het model maken door een basislijn te maken. De basislijn is een snapshot van de huidige status van het model. Als u een basislijn maakt, wordt er altijd een volledig model naar de deelservice geschreven. De Eigenaar maakt altijd een nieuwe basislijn wanneer een nieuwe gebruiker voor het model wordt uitgenodigd.
  • Per object wordt bijgehouden wie, wat, wanneer gedaan heeft.
  • Zorg ervoor dat er altijd prefixen zijn ingevuld voor de modelobjecten. Hiermee voor komt u dat het nummeren van een Tekla Model Sharing model erg lang duurt. Gebruik desgewenst verschillende prefixen voor verschillende type objecten. Klik hier voor meer informatie.
  • Specifieke nummeringsinstellingen (bijv. toleranties voor staal) worden pas doorgevoerd als er een instelling van is gemaakt en deze bewust geladen wordt via Tekeningen & Lijsten > Instellingen nummering > Instellingen nummering.
  • Wanneer u het model nummert, gebruikt u het commando Reeks van geselecteerde objecten nummeren.
  • Voordat u gaat wegschrijven, repareert u het model via Bestand > Controleer en repareer > Model repareren.
  • Het toevoegen van profielen of een aanpassing aan de structuur van de profielendatabase wordt alleen meegenomen bij een nieuwe basislijn, dus niet wanneer u wegschrijft.
  • Na afloop van het project kan het model uit de cloud gehaald worden en lokaal worden bewaard als back-up. Indien gewenst kan deze ook weer opnieuw als gedeeld project ter beschikking worden gesteld.

Handige tools

Deze staan los van Tekla Model Sharing:
  • U kunt de macro CS_Phase_Copy_Tool (ML009) gebruiken om fasenummers te exporteren naar een ander model of fasenummers uit een ander model te importeren in een geopend model.
  • U kunt de macro CS_Write_Numbering_Results_Into_UDA (ML006) gebruiken om de startnummers en prefixen van onderdelen ten behoeve van de nummering aan te passen of om lassen te nummeren.
Was dit nuttig?
Indienen