Montagevolgorden maken
U beschikt in Tekla Structures over de volgende manieren om montagevolgorden te maken:
- De macro Sequence Tool (ML013) kan worden gebruikt om gebruikersattributen toe te wijzen aan onderdelen. Met deze gebruikersattributen kunnen montagevolgorden van merken gedefinieerd worden of vrachten worden ingedeeld. Zie de bijbehorende Help-functie voor meer gedetailleerde informatie over de macro Sequence Tool.
- Het commando Sequencer wordt gebruikt om volgorden te maken en om oplopende nummers toe te wijzen aan onderdelen, bijvoorbeeld om de volgorde vast te leggen waarin onderdelen (zoals kolommen van een staalconstructie) moeten worden gemonteerd.
U kunt meerdere volgorden maken voor verschillende doeleinden en een onderdeel kan tegelijkertijd bij meerdere volgorden horen. De werking van de sequencer bestaat uit het toewijzen van een volgnummer aan een gebruikersattribuut of een onderdeel.
De sequencer werkt niet voor objecten van een referentie model.
Een montagevolgorde maken in Tekla Structures
1. Open een Tekla Structures model.
2. Ga naar Beheren > Sequencer.
3. In het dialoogvenster Sequencer eigenschappen vult u de naam van de volgorde in. Dit is een gebruikersattribuut waaraan u de volgnummers toewijst.
4. Klik op Toepassen.
5. Selecteer nu de onderdelen in de volgorde waarin ze gemonteerd moeten worden, klik vervolgens op OK.
U kunt geen nieuwe onderdelen aan een volgorde toevoegen, behalve als het onderdeel aan het einde van de volgorde wordt toegewezen. Als de volgorde wijzigt, moet u de hele volgorde opnieuw definiëren.
Informatie opvragen van volgnummers
Ga als volgt te werk om informatie op te vragen:
1. Klik op het commando Object
of klik met de rechtermuisknop op een onderdeel en selecteer Informatie > Onderdeel.
2. Selecteer een object (onderdeel, bout, component, las, enz.).
De informatie over het gebruikersattribuut wordt in het dialoogvenster weergegeven, in dit geval beschikt SEQ1 over de toegewezen volgnummers voor de montage:
De montagevolgorde weergeven in tekeningen
De montagevolgnummers kunnen nu worden weergegeven in de overzichttekening als hulpmiddel voor bijvoorbeeld de montageploeg.
1. Maak of open de tekening waarin u de volgnummers wilt tonen, ga nu naar de tekening eigenschappen.
2. Klik nu op de knop Onderdeellabel:
3. Verwijder eventuele elementen in het label
4. Voeg nu in het tekstveld de tekst Montagevolgorde of uw eigen tekst toe:
5. Voeg nu het gebruikersattribuut toe, type hiervoor in het betreffende dialoogvenster de naam van de volgorde SEQ1 in:
6. Klik vervolgens op Toepassen en OK.
7. Selecteer in de tekening de onderdelen waaraan u het label met het montagevolgnummer wilt toevoegen, klik nu op de rechtermuisknop en selecteer het commando Plaats Label:
De onderdeellabels worden aan de onderdelen toegevoegd in de tekening:
Geavanceerde instellingen voor de uitvoer
Wanneer de montagevolgorde in de onderdeel labels met decimalen wordt weergegeven, bijvoorbeeld 1.0, dan kunt u een aanpassing doen zodat de montagevolgorde wordt weergegeven als 1.
De zogenaamde attributenlijst moet de naam van de volgorde bevatten zodat de volgnummers correct op deze wijze worden weergegeven.
Stappenplan
1. Ga in de Verkenner naar ..:\TeklaStructures\<versie>\Environments\netherlands\template\settings
2. Open het bestand contentattributes_userdefined.lst in een willekeurige Tekst editor.
3. Voeg aan dit bestand de volgende regel toe:
4. Herstart Tekla Structures en hergenereer de tekening.
Het volgnummer gebruiken in lijsten
Om het volgnummer op te nemen in lijsten, vult u het correcte waarde veld, bijvoorbeeld USERDEFINED.SEQ1 (onderdeelniveau) of MAINPART.USERDEFINED.EREC1 (merk-/elementniveau) in de formule in:
Om een lijst te maken van alleen onderdelen die in een volgorde zijn opgenomen, gebruik u de volgende voorwaarde in de Template Editor: