Extrusieprofielen toevoegen

Tekla Structures extrusieprofielen toevoegen extrusieprofiel extrusie
Not version-specific
Tekla Structures
Environment
Not environment-specific

Om extrusieprofielen in hoge nauwkeurigheid toe te kunnen voegen aan de Tekla Structures profielendatabase kunt u het volgende stappenplan hanteren.

Stappenplan

Als specifiek uitgangspunt en voorbeeld is gekozen voor een type handrail.

  1. Importeer de DWG doorsnede van het gewenste profiel als referentie model in het Tekla Structures model. Mocht het profiel in Tekla verschaald worden weergeven, dan dienen de “Units” (eenheden) in het DWG bestand op mm te worden ingesteld. Dit moet in een DWG editor gebeuren.
  2. Maak gebruik van constructiehulp punten en constructiehulp lijnen / cirkels om verschillende punten en geometrie van de contour van het profiel vast te leggen. Deze punten zullen in een later tijdstip nuttig kunnen zijn.
  3. Definieer de doorsnede door middel van het commando Bestand > Profielen definiëren > Doorsnede met polygoon definiëren. Als eerste dient de buitencontour gedefinieerd te worden. In het bewuste voorbeeld zijn de punten in de volgorde aangeklikt zoals in onderstaande afbeelding is aangegeven, uiteraard is het mogelijk zelf een andere volgorde te kiezen.
    Image
    2017_01_20_10_09_061.png
  4. Nadat het laatste punt van de buitencontour (34) geselecteerd is, sluit u af met de middelste muisknop. Nu kunnen ook de 2 binnencontouren op gelijk wijze gedefinieerd worden. Wanneer er in een later stadium rondingen in het profiel gedefinieerd moeten worden kan dit door specifieke punten een afwerkeigenschap mee te geven bijvoorbeeld 32 en 33. Alleen op deze manier kan het profiel gedefinieerd worden met zo min mogelijk (overbodige) hinderlijke lijnen. Hier dient dus al tijdens het definiëren van het profiel rekening mee gehouden te worden. De geselecteerde punten zijn dus belangrijk voor de vorm van het profiel in later stadium.
  5. Voor de punten van de binnencontouren A en B start de telling van de geselecteerde punten respectievelijk met 1001 – 1002 etc. en 2001 – 2002 etc. Zie ook verderop in punt 10.
  6. Wanneer alle benodigde contouren gedefinieerd zijn kan de selectie afgesloten worden met de middelste muisknop, daarna dient alleen nog het hart van het profiel gedefinieerd te worden.
  7. Geef nu de doorsnede een herkenbare naam.
  8. De volgende stap is om in de profielendatabase een nieuw profiel aan te maken, geef deze de gewenste uiteindelijke profielnaam. Aan deze profielnaam wordt de zojuist gegenereerde doorsnede gekoppeld.
    Image
    2017_01_20_10_16_272.png
  9. Plaat het zojuist aangemaakte profiel, hierin zijn nu nog geen rondingen gedefinieerd, dit wordt de volgende stap. 
  10. Kies het commando Bestand > Databases > Profielen definiëren > Polygoondoorsnede bewerken
  11. Zoek naar de bewuste doorsnede “S11”.
  12. Nu kan voor elk punt (nummer) de X en Y coördinaten worden aangepast evenals de afwerkeigenschap. Aan de hand van de reeds eerder geplaatste constructie hulppunten en hulp maatvoeringen kan het juiste puntnummer gekozen worden en deze de gewenste afwerkeigenschap meegegeven worden. 
Image
2017_01_20_10_18_333.png
 
Image
2017_01_20_10_21_524.png

Zie ook

Was dit nuttig?